Vrijdag 18/10/2019

Landschapsarchitectuur

‘Ik wil dat mensen in een boom een hyperperformante klimaatmachine zien’: landschapsarchitect Bas Smets

Landschapsarchitect Bas Smets. Beeld Tim Dirven

Hij werkt met toparchitect Frank Gehry, ontwerpt mee het herdenkingsmonument voor de terroristische aanslag op Utoya en is medewinnaar van een van de belangrijkste architectuurprijzen. Altijd zet Brussels landschapsarchitect Bas Smets (44) één missie voorop: ‘Het mag niet alleen mooi zijn, onze omgeving moet onze levens verbeteren.’

Bas Smets (°1975) werkt als landschapsarchitect van Brussel en Parijs tot Hongkong en Los Angeles. Hij specialiseerde zich na zijn opleiding ingenieur-architect bij de Franse landschapsarchitect Michel Desvigne en heeft samengewerkt met grootheden als Frank Gehry en I.M. Pei. Smets werkt op dit moment aan een onderzoeksproject in samenwerking met de Harvard University in Cambridge. In 2018 kreeg hij de Médaille d’Urbanisme van de Franse Academie van Architecten. Zonet won een project waar hij samen met architecten Kersten Geers en David Van Severen aan werkte in Bahrein de belangrijke Aga Khan-prijs.

Gisteren ging hij zijn werf in Arles monsteren waar hij samen met Frank Gehry (bekend van het Guggenheim Museum in Bilbao) een site vormgeeft waar kunst ontwikkeld en getoond zal worden. Morgen zit hij in Noorwegen waar hij meewerkt aan het herdenkingsmonument voor de 69 jonge slachtoffers van de terreuraanslag op het eiland Utoya. En zopas won  ‘De heropleving van Muharraq’ de Aga Khan-prijs voor Architectuur, een van de belangrijkste architectuurprijzen. Dat project ontwierp Smets samen met architecten Kersten Geers en David Van Severen. Het stoffige en hete Muharraq in Bahrein leefde vroeger van de parelvisserij maar raakte in het slop. Met de ‘Bahrain Pearling Trail’ maakten Smets en co. een traject dat aan de hand van zestien nieuwe pleintjes evenveel gebouwen verbindt die Unesco-werelderfgoed zijn. Bewoners kunnen elkaar treffen op de schaduwrijke pleintjes die aanvoelen als een huiskamer in open lucht.

“Ik reis heel vaak en ben eigenlijk constant onderweg”, zegt Bas Smets in zijn Brusselse kantoor, tien hoog aan het Madouplein. Rondom bieden grote ramen een indrukwekkend uitzicht op de drukke wirwar van gebouwen in Brussel-centrum.

Een pleintje in Muharraq, Bahrein. Met het project ‘De heropleving van Muharraq’ won Bas Smets de Aga Khan-prijs voor Architectuur. Beeld Ahmed Aljishi

Van hieruit zien hij en zijn team wat anderen niet zien. Quasi binnen oogbereik liggen twee plekken die Smets binnenkort transformeert: het Lazarusplein in Sint-Joost-ten-Node en de site van het voormalige Rijksadministratief Centrum (RAC). Met zijn maquette in de hand legt hij uit hoe hij in Sint-Joost de oorspronkelijke vallei en de Brusselse hoogtelijnen zal benadrukken met een valleibos en een pad dat afdaalt in terrassen. “Ik volg de logica van het landschap.”

Klinkt mooi. Maar wat is dat precies, de logica van een landschap?

Smets: “Wij gaan niet zomaar iets moois aanbrengen. We vragen ons af: wat is er al? Is het een vallei? Is er groen of water in de buurt? Hoe zit het oorspronkelijke landschap in elkaar? We versterken wat er al is, maar wat je niet meteen ziet.”

Zoals?

“Een van onze eerste opdrachten was de parking rond het nieuwe hoofdkantoor van Voka in Kortrijk. ‘Voorzie 200 parkeerplaatsen’, was de opdracht. Wij zagen de vallei van de Leie met bomen hier en een gracht daar. Uiteindelijk is die parking aangelegd op een reeks plateaus rondom een park. Nu zie je vanuit het gebouw geen parking maar een park met bomen. Op die plek klopt dat.”

Vanuit het Voka-gebouw in Kortrijk lijk je uit te kijken over een bos dat eigenlijk een parking is. Beeld Michiel De Cleene

Hoe doet u dat in de betonjungle van de binnenstad?

“Er zit altijd een landschap onder wat je ziet. In Brussel zijn de hoogtelijnen, het verschil tussen de laagstad en de hoogstad, een logische houvast. In een stad moet je verder vooral zoveel mogelijk extra groen voorzien. Bomen transformeren de omgeving door de lucht te zuiveren en koeling te bieden. Wist je bijvoorbeeld dat één volwassen boom de zuurstof van één gezin produceert? Zonder de zuurstof die planten voor ons maken, waren wij hier niet. Nu het klimaatprobleem erg nijpend wordt, kunnen we het ons niet meer veroorloven dat landschappen alleen maar mooi zijn.

“Bomen hebben een functie, maar dat beseffen mensen te weinig. Daarom brengen wij met klimaatingenieurs in kaart wat bomen allemaal doen. Voor hoeveel koeling, zuurstof en CO2-opslag zorgen ze? Ik wil dat zichtbaar maken, zodat mensen in een boom een hyperperformante klimaatmachine zien. We moeten ons bewust worden van wat de natuur voor ons doet en daar veel meer op inzetten.”

Is dat niet al het geval?

“Bomen kappen ligt vaak gevoelig, dat klopt. Gelukkig maar. Mijn eerste confrontatie daarmee was bij de heraanleg van het Voorplein van Sint-Gillis. Dat was een te brede straat met ongebruikte parkings en verzwakte bomen. Ons idee was een glooiend plein te maken dat refereert naar het glooiende landschap. Zonder bomen, zoals een Italiaans plein. We zouden de bomen vervangen met andere bij de kerk. Maar er kwam een Facebook-campagne tegen ons voorstel. Dat was bizar. Zij hanteerden dezelfde argumenten als ik. Ik ben ook altijd voor meer bomen. Maar hier zouden we zwakke bomen vervangen door gezondere verderop. We pasten het plan aan en hebben op het plein zelf ook een collectie bomen geplaatst.”

In Brussel bestaat nu ook burgerprotest tegen de RAC-site omdat er bomen zouden verdwijnen.

“Ik vind dat protest onterecht. Het is een grote ontwikkeling van een leegstaande plek die nu verloederd is. Er komt meer leven met woontorens, een school en crèche, winkels én wij kunnen er duurzamer groen aanbrengen. Ja, we moeten 400 platanen die op een parking staan rooien omdat de waterdichting van die parking stuk is. Maar er komen evenveel haagbeuken die meer ruimte zullen krijgen, waardoor ze groter zullen worden. Ik ben altijd voor meer bomen, maar je moet ook op lange termijn kijken. Die platanen zijn klein omdat ze geen plaats hebben om verder te groeien. De kruinoppervlakte van onze bomen zal na vijf jaar groter zijn. Dat is ecologische winst.”

Het project van Frank Gehry in Arles. Beeld BELGAIMAGE

Maar hoe kunnen bomen groeien op een parking?

(lacht) “Voor het project met Gehry in Arles kreeg ik zelfs de vraag een park te maken op een rots. Ik brak mij daar het hoofd over. Maar het kan. Arles ligt tussen drie verschillende natuurlijke systemen: de Camargue, een zuidelijke tak van de Alpen en de Crau, een voormalige rivierbedding van een gletsjer vol stenen waar geen bomen kunnen groeien. In de zestiende eeuw groef een graaf een kanaal uit tussen twee rivieren om die woestijnachtige Crau te irrigeren. Dat was onze inspiratie. Wij sloten een akkoord met de beheerders zodat wij water uit het kanaal mogen oppompen aan de prijs van landbouwwater. Dat water zal in een vijver samenkomen waarin planten het zuiveren en waarna het onze vegetatie op de rots voedt. We transformeren een woestijnklimaat naar een mediterraan met vegetatie dat schaduw en verkoeling geeft. Een klimaatmachine, dus.

Het Mandrake Hotel, met zijn luxueuze tuin bedacht door Bas Smets. Beeld Adrien Fouéré

“Er kan veel meer dan we denken. Toen de eigenaar van het Mandrake Hotel in Londen ons een luxueuze tuin vroeg terwijl ik op zijn courtyard alleen maar steen zag, ontdekten we daar een microklimaat. Er stond geen wind en het was er vier graden warmer dan buiten. Net als in het onderbos van een subtropisch woud. We plantten daar dus boomsoorten uit het onderbos van Nieuw-Zeeland en die doen het erg goed.

“Twee jaar geleden maakte ik met tv-maker Wannes Peremans een documentaire over Biosphere 2, het grootste experiment met landschapstechnologie ooit dat eind jaren 80 in Arizona is opgericht. In een luchtdicht systeem zijn vijf van onze ecosystemen nagemaakt, waar ook mensen in gingen leven. Op kleine schaal en in korte tijd maakten zij mee hoe alles wordt gerecycleerd. Iets weggooien bestaat niet. Het komt terug, zoals we nu ook zien met het plastic dat in onze ecosystemen is beland. Het experiment heeft ons geleerd hoe we niet losstaan van de natuur. We ademen haar in en stoten er van alles in uit. Maar het leert ook dat je zelfs in een totaal onnatuurlijke omgeving, op een metalen plaat, bos kan doen groeien. Voor mij is dat een grote inspiratie geweest.”

Er hoop is dus hoop voor verkaveld Vlaanderen?

“Zeker. Ook in verkaveld Vlaanderen kunnen we veel meer natuur aanbrengen dan we denken.”

Bas Smets, landschapsarchitect. Beeld Tim Dirven

Bent u het eens met Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck die stelt dat we weg moeten uit de verkavelingen en meer in de stad en in de hoogte moeten gaan wonen?

“Hij heeft een debat gelanceerd dat dringend moest worden gevoerd. In Vlaanderen vinden we het verkavelingsmodel evident, terwijl het uitzonderlijk is. Maar na een reis denk ook ik vaak: ‘Wat hebben wij toch met ons land gedaan?’

“Meer woontorens betekent meer beschikbare ruimte voor klimaatmachines, dus dat is goed. Maar ik ben geen voorstander van een kampenstrijd. Mensen op verkavelingen treft geen schuld. Vlaanderen is juist zo verkaveld omdat er geen bergen, grote rivieren of andere natuurlijke belemmeringen zijn. Iedereen kon overal neerpoten wat hij wilde. Er heerste een soort vrolijk opportunisme en plantrekkerij. Op zich zijn verkavelingen geen probleem, maar in een veranderend klimaat wel. We kunnen niet in auto’s blijven rijden en morsig omspringen met onze beperkte ruimte. We moeten ons ook afvragen of we wel echt zo gelukkig zijn met dat verkavelingssysteem, inclusief files.”

Inclusief dat eigen gazon.

“Gazons maken het erger, omdat ze veel water en pesticiden vergen. In het boek Second Nature schrijft de Amerikaanse auteur Michael Pollan hoe die aantrekking tot grasperken in ons DNA zit. In de steppes van Afrika betekende een grasvlakte veiligheid, want je zag de leeuw van ver aankomen en je dieren konden er grazen. Het is dus misschien niet toevallig dat zo’n afgemaaid gazon vaste prik was in de idylle van de jaren 60. Maar we leven niet meer in de jaren 60. Nu is de periode aangebroken om een deel van je tuin terug te geven aan de natuur en om bomen te planten.”

La Défense in Parijs. Beeld Bureau Bas Smets

In stad gaat meer bomen planten niet zomaar, hoor je vaak.

“Het klopt dat de ondergrond vol ligt. Maar je kan dat zien als natuurlijke belemmeringen. In een bos groeien er ook geen bomen in de rivier. En er zijn altijd plekjes waar wel nog ruimte is. In Lyon-Part Dieu, een zakenwijk, hebben wij 1.000 bomen geplant. Overal waar het kan, staat nu een boom. Dat wordt een stadsbos. Aan de stad Brussel heb ik geadviseerd om de ondergrond in kaart te brengen en hetzelfde te doen. Het is een misverstand dat bomen een diepe laag aarde nodig hebben. In La Défense in Parijs zetten we 50 bomen op een brug boven een autosnelweg. Ze horen bij een nieuwe wolkenkrabber. Het is een boomsoort met wortels die in de breedte groeien. Ze hebben maar een leeflaag van zo’n halve meter nodig en steken recht in het graniet. Meteen brengen de bladeren een ander geluid, een ander licht en komen er vogels.”

En op vlak van stedenbouw?

“Maak ondergrondse kunstmatige waterlagen. Dat was mijn tip aan Leo Van Broeck in zijn rapport over klimaatverandering. Als we nu pleinen aanleggen, wordt alles verhard en voeren we het water af. In zulke waterlagen kan je regenwater opvangen. Riolen raken minder overbelast en bomen kunnen dan zelf water zoeken. Ze worden zo ook veerkrachtiger tegen de hogere temperaturen. Dat is een must, want de afgelopen zomers stierven er meer bomen door de hitte.”

Landschapsarchitect Bas Smets. Beeld Tim Dirven

Wat kan je daartegen doen?

“Wij experimenteren met andere soorten en werken met wetenschappers en ingenieurs die nieuwe technieken ontwikkelen. Je kan bomen zo kweken dat ze een bepaalde capaciteit doorgeven aan hun soortgenoten. Kunnen we ze met die kennis sterker maken? Daar wil ik verder in gaan. Er is ook een app van een Franse start-up waarmee ik op mijn smartphone kan zien hoe de wortels van de bomen in mijn projecten het doen. Je moet ze een beetje waterstress geven zodat ze steeds verder gaan zoeken naar water, waardoor ze sterker worden. Ik kan dankzij de app zien wanneer ze hoeveel water nodig hebben. Na twee jaar kunnen ze dan zelfstandig water zoeken, wat ook een besparing is voor groendiensten.”

U klinkt optimistischer dan klimaatwetenschappers en -activisten.

“Ik vind de branden in de Amazone ook verschrikkelijk en erger me er ook aan dat de politiek het klimaatprobleem onvoldoende aanpakt. Maar ik volg Che Guevara die zei dat ieder zijn eigen oorlog moet voeren. Ik kan vanuit mijn job dat regenwoud niet redden, maar ik kan wel tonen hoe we de natuur meer kunnen inzetten.

“Ik vind optimisme ook een verplichting. Het is niet te laat, anders zaten we hier niet. Het is wel heel erg laat. Wat me optimistisch stemt, zijn de klimaatjongeren. We hebben de marsen hier altijd zien passeren. Het is geweldig dat deze generatie veel beter beseft dat we op een kantelpunt staan. Wij waren daar totaal niet mee bezig. Ik zie dat besef ook elders in de wereld toenemen. De mens is heel sterk in self­ful­fil­ling prophe­cy. Hoe meer mensen geloven dat het anders moet, hoe meer dat zal gebeuren.

“Bovendien zie ik in mijn vak hoeveel er lokaal mogelijk is. Je kan in de stad in het huidige economische systeem bossen creëren. We kunnen de diensten die de natuur ons levert, opdrijven en in de stad onderbrengen. Er is meer plaats dan we denken.”

De Albanese kust. Beeld Bureau Bas Smets

Zullen ze er ook overleven? Landschappen worden zo vaak verkwanseld.

“Net daarom maken we ze zo functioneel mogelijk. Op de site van Thurn & Taxis slaan we één miljoen liter water op onder twee grote grasvelden. Dat kan je niet zomaar weghalen. Aan een snelwegtunnel hebben we aan de tunnelmonden geen verlichting voorzien, maar bomen die het licht filteren wanneer je binnen en buiten rijdt. Dat bespaart elektriciteit en die bomen kunnen daar niet meer weg.

“Landschapsarchitecten geloven per definitie in de toekomst. De ontwerper van Central Park zag ook alleen maar stekjes, maar hij hoopte dat er ooit een prachtig park van zou komen. De bomen die wij nu planten, zijn een bewijs van geloof in de toekomst. In Ingelmunster, een van mijn eerste projecten, heb ik metasequoias gezet. Die zijn nu al bijna twintig meter hoog. Als ik in de buurt ben, ga ik altijd even kijken. Hoe doen ze het? Ik kan zien dat het steeds beter wordt.”

Iedereen ziet van een gebouw wanneer het af is, maar bij landschappen sta je er niet bij stil dat ze ook iemands creaties zijn. Is die anonimiteit niet frustrerend?

“Nee, ik vind dat interessant. Het zorgt voor een noodzakelijke nederigheid. Vorige week was ik in Albanië waar we een waterfront maakten. Gezinnen speelden en zwommen en liepen mijn nieuwe strand op en af. Ze gebruikten de plek precies zoals ik in gedachten had. Terwijl niemand weet dat die publieke ruimte door iemand is bedacht. Mensen beschouwen het als een vaste realiteit, wat niet klopt. Pas als een plein, park, straat ook echt voor hen werkt zonder dat ze erbij stilstaan, is ons werk geslaagd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234