Vrijdag 25/06/2021

'Ik wil alleen nog maar meeslepend werk maken'

Het oeuvre van regisseur Johan Simons is coherent, maar weinig rechtlijnig: het loopt in krabbengang. Voortdurend lijkt hij van het vooropstelde doel af te wijken, maar Simons komt telkens weer terecht. Met Theatergroep Hollandia durft hij weleens een mislukking aan, maar even zo vaak levert hij producties af die mijlpalen zijn. 'Mijn ontwikkeling gaat steeds een stap terug en dan weer een beetje verder.' Of Hard brood, zijn nieuwe (gast)regie voor Het Zuidelijk Toneel, een stap vooruit is moet nog blijken. Simons verdedigt 'zijn' auteur in elk geval met hand en tand. Actualiteitswaarde, daar is in het theater een groot gebrek aan, vindt hij. De keuze voor zo'n lang onder het stof verdwenen stuk als dat van Claudel is in dit verband dan ook bepaald eigenzinnig te noemen. 'Mijn kracht is gewoon gelegen in het niet kiezen van de gebaande wegen.'

Peter Anthonissen

Eerder maakte Simons indruk met Leonce en Lena (1993) of Twee stemmen (1997). Ook dit seizoen tekende hij met coregisseur Paul Koek voor twee hoogtepunten: het door Theater Antigone gecoproduceerde De bitterzoet en de muziektheatervoorstelling Ongebluste kalk. Vorige week ging in de Stadsschouwburg van Eindhoven Hard brood in première, zijn tweede gastregie bij Het Zuidelijk Toneel.

Zonder Gezelle-biograaf Michel van der Plas had ik het allicht nooit geweten: in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Zavel in Brussel hangt een bordje met het opschrift 'Ici priait Paul Claudel'. Het getuigt van de status die de Franse schrijver en diplomaat (1868-1955) in de katholieke wereld genoot, maar geeft tevens aan hoezeer hij door haar werd gerecupereerd. Anders dan in het mysteriespel L'annonce faite à Marie (1912) is in Le pain dur (1914), door Eric de Kuyper en Céline Linssen vertaald als Hard brood, nochtans weinig of geen religie te bespeuren. De Franse hoogleraar in de literatuur Jean-Bertrand Barrère noemde het stuk zelfs een 'drame sans Dieu'.

Regisseur Johan Simons (52) laat het niet aan zijn hart komen, integendeel. "Van het katholicisme weet ik niet zoveel af," glimlacht hij tijdens een lang gesprek, dat plaatsvindt op een wat ongebruikelijk moment, enkele uren voor de première van de voorstelling. Simons staat op scherp en is hongerig naar commentaar: hij werkt altijd, zegt hij, "tot op de laatste seconde".

Zelf maak ik er geen geheim van dat ik daags voordien nogal moeite had met een try-out van Hard brood. Dat wijt ik minder aan Simons dan aan Claudel, die wel bijzonder veel woorden vuilmaakt aan de strijd tussen de jonge plantage-eigenaar en ex-legerkapitein Louis-Napoléon en zijn vader Toussaint Turelure, graaf de Coûfontaine, minister-president én topondernemer in het Frankrijk van Burgerkoning Louis-Philippe (1773-1850). Inzet is de erfenis van Louis' moeder, die zijn vader hem weigert te geven.

Boeiender vond ik het dilemma waarvoor Louis geplaatst wordt nadat hij zijn vader de dood heeft ingejaagd: volgt hij zijn verloofde, gravin Lumîr, naar haar geboorteland Polen, waar zij zich actief wil inzetten voor de revolutie, of zwicht hij voor de druk van Sichel, de vroegere maîtresse van zijn vader, die, op zoek naar een hogere maatschappelijke positie, diens geld voor zijn neus heeft weggekaapt?

Simons wuift mijn bezwaren niet weg, maar verdedigt 'zijn' auteur met hand en tand: "Iemand die zich opoffert voor zijn vaderland (zoals Lumîr, PA) intrigeert mij wel. Ik heb dat namelijk totaal niet. Mijn vaderland interesseert me niks! Maar het bestaat wel, want we zijn in oorlog op dit moment. Als ik de beelden zie van die Serviërs en die Albanezen, dan vraag ik me af wat mensen tot etnische zuiveringen beweegt." Goed, maar wordt die thematiek niet verdrongen door Claudels gedoe over geld? "Het aardige daaraan vind ik dat het geld voor Turelure volstrekt iets anders is dan het geld voor Lumîr of Sichel. Claudel toont de smerigheid èn de macht van het geld, maar ook de schoonheid van het geld. Met het geld wil Lumîr de Poolse vrijheidsstrijd voortzetten."

Onbekend terrein zijn de thema's uit Hard brood voor Simons inderdaad niet. Dat moet ook Johan Thielemans opgevallen zijn, die de Nederlandse regisseur op het stuk attent maakte. De kloof in levensopvatting tussen vader en zoon bijvoorbeeld kwam reeds ter sprake in Pier Paolo Pasolini's Varkensstal (1996), Hollandia's locatieproject onder de IJzeren Brug in het hartje van Antwerpen. Het grootkapitaal stond centraal in Twee stemmen (1997), waarin Pasolini's Koningsmoord werd gecombineerd met een speech van Cor Herkströter, president-directeur van Shell, over de maatschappelijke strategieën die zijn concern ontwikkelt. Later dit jaar hoopt Simons op een nieuwe synthese met een bewerking van Luchino Visconti's The damned: "We hebben het al enige tijd over machthebbers aan de ene kant en over mensen die de dupe worden van die macht aan de andere. Mijn grote droom met Visconti is een discussie tussen die twee te krijgen."

Simons is echter niet alleen met inhoudelijke vragen bezig. In Hard brood wil hij "de tragedie over de komedie heen schuiven", zonder de laatste helemaal kwijt te raken. Dat rechtvaardigt de slapstickachtige interpretatie van vader Turelure, knap vertolkt door Marc Van Eeghem. Het is een soort humor dat terugkeert in recente Hollandia-voorstellingen, onder meer in Ongebluste kalk (1999), een monoloog van Fedja van Huêt over de Nederlandse volksheld Marinus van der Lubbe, die in 1933 de Berlijnse Rijksdag in brand stak.

Over het algemeen zijn de voorstellingen van Simons "lichter," "darteler" geworden, beseft hij, gedreven door de noodzaak aan te sluiten "bij de leefwereld van de mensen van nu". In dat verband hanteert hij graag de termen 'mededeelzaamheid' en 'meeslependheid'.

Was hij dat in het verleden dan te weinig? "Hoewel ik me er altijd tegen verzet heb, ben ook ik lang bezig geweest met bij mezelf naar binnen te kijken. In Perzen bijvoorbeeld zaten dingen waarop ik nog steeds trots ben, maar het eerste halfuur van die voorstelling verwachtten we dat het publiek naar ons toekwam. De verleiding lag in de muzikaliteit, niet in de snelheid. Pas praten als je stilstaat, dus niet praten en in beweging zijn tegelijkertijd, het was een element dat ik toen heel erg toepaste.

"Nu ben ik er veel meer naar op zoek hoe ik iets als verteller of vertolker geef in plaats van hoe ik een publiek naar me toehaal. Dat heeft te maken met een enorme toename van snelheid in onze voorstellingen en met mededeelzaam, helder willen zijn. Eigenlijk wil ik alleen nog maar meeslepend werk maken. Daarom mag Marc spelen zoals hij speelt: in Hard brood zitten tragedie-elementen en komedie-elementen, maar ook krimi-elementen, het zijn allerlei vormen door elkaar. Ik hoop dat je in deze voorstelling meegaat met het verhaal. Toneel moet een gebeurtenis, een ervaring zijn. Ook dat is een element dat ik langzamerhand toegevoegd heb."

Heeft het Nederlandstalige toneel aan die aspecten niet te weinig aandacht besteed het voorbije anderhalve decennium? "Ja zeker," zegt Simons. "Het werd te particulier. Het dreigde meer en meer een vakblad te worden. De mening van de vakgenoten was vele malen belangrijker dan de mening van een ander publiek. Ik vind de mening van vakgenoten absoluut belangrijk, maar tegelijkertijd interesseert het me helemaal niks.

"Paul (Koek, PA) en ik hebben onze taal ontwikkeld vanuit een isolement: dat moet je zelf doen, dat kan je niet met vakgenoten. Ik vind het jammer dat jij moeite hebt met deze voorstelling, maar aan de andere kant weet ik dat, ook al ben ik een twijfelaar, ik met de volgende of misschien met de daaropvolgende productie gelijk krijg met het idee een tragedie over een komedie heen te schuiven. Mijn ontwikkeling gaat steeds een stap terug, een beetje verder, een stap terug, een beetje verder ... Dat gaat niet in één streep of zo."

Daarom blijft het essentieel, vindt Simons, "om nieuwe vormen te ontwikkelen": "De vorm is hetgene waarmee je communiceert met je publiek. Dat wordt onderschat. Wanneer makers denken dat ze te weinig communiceren met hun publiek, concluderen ze dat dat met gebrek aan engagement te maken heeft. Daar heeft het zeker mee te maken, maar eigenlijk ben je pas goed bezig als niet alleen het engagement er is, maar als je ook vormen vindt om dat engagement duidelijk te maken. Als een acteur op het toneel staat, en ik de zin niet begrijp die hij zegt, is hij geneigd te antwoorden: 'Ja, maar ik dènk er wel van alles bij.' Oké, hartstikke goed, maar laat me dat denken dan ook zien! Mensen hebben het altijd over de denkende acteur, maar denken is ook communiceren, denken moet je laten zien. We zijn er pas als we voor dat engagement ook volstrekt nieuwe vormen hebben."

Een hoofdrol daarin is volgens Simons weggelegd voor de acteur. Wie de ijzersterke vertolking van Carola Arons, Fedja van Huêt, Frieda Pittoors en Bert Luppes eerder dit seizoen in Dennis Potters De bitterzoet zag, is geneigd hem te geloven. Simons: "Er is heel veel mogelijk met spelen, het staat nog in zijn kinderschoenen. Acteren gaat voor mij nog te veel over onvrijheid in plaats van vrijheid, over beperking in plaats van onbeperktheid. Wat ik wil is dat een acteur zegt: 'Met die Simons heb ik even niks te maken, ik neem de zelfstandige beslissing om iets zus of zo te doen omdat ik denk dat dat de beste keuze is op dit moment.' Ik denk dat we veel trotser op onze acteurs zouden kunnen zijn.

"Acteurs moeten veel meer fenomenen worden, en daar bedoel ik geen stardom mee. Bij Visconti mogen de namen Elsie de Brauw, Jeroen Willems, Fedja van Huêt en Peter Paul Müller groter op het affiche staan dan Theatergroep Hollandia of regisseur Johan Simons. Zij zijn de mensen waarmee een publiek zich moet identificeren, niet ik. Joop van den Ende maakt van die elementen dankbaar gebruik, terwijl ik de kwaliteiten van onze acteurs honderden malen groter vind dan die van zijn soapsterren."

Ook uit het gespeelde repertoire blijkt de wil om de "actualiteitswaarde" van het toneel weer op te krikken. Daarom noemt Simons Varkensstal zijn "meest leerzame periode". "Misschien was de boodschap die wij in Antwerpen met het stuk wilden meedelen een beetje te intellectualistisch. Je zou kunnen stellen: als je op zo'n plek wil spelen, kies dan ten minste een tekst die de taal heeft van de straat," verklaarde hij in het tijdschrift Etcetera.

Maar is ook Claudels stuk, zelfs al wordt het gespeeld in de schouwburg, geen vreemde keuze? Vaak is er toch een reden waarom een stuk zo lang onder het stof blijft liggen? "Ik vraag me ook weleens af waarom ik me die moeilijkheden op de hals haal. Waarom niet een Shakespeare of zo, dat kunnen we toch ook? Waarom dit nou? Mijn kracht is gewoon gelegen in het niet kiezen van de gebaande wegen."

Gelooft hij dan niet in een theatercanon van teksten die hun waarde door de jaren heen bewezen hebben? "Het zou, wat mij betreft, veel mooier zijn als we met alle Nederlandse en Vlaamse theatermakers zouden besluiten om drie jaar lang geen Shakespeares, geen Tsjechovs, geen noem-ze-maar-ops meer te spelen, alleen maar nieuw geschreven stukken. Over drie jaar heb je dan een totaal nieuw landschap. De meeste stukken zul je weer in de vuilnisbak kunnen mikken, maar er zullen er ook bij zijn waarvan je zegt: 'Dit sluit helemaal aan bij het leven dat we nu leiden!'"

Het is een van de redenen waarom Simons in 2001 met Theatergroep Hollandia van Zaandam naar Rotterdam wil verhuizen: "In Rotterdam zijn er wijken waar 60 procent van de bevolking allochtoon is. Kijken we naar ons toneel, dan is het een volledig blanke aangelegenheid. Het zegt iets over onze actualiteitswaarde. Ik wil in Rotterdam jonge mensen aantrekken, schilders, musici, theatermakers, die een nieuw repertoire ontwikkelen. Maakt niet uit wat ze doen, als het maar aansluit bij de hedendaagse realiteit. Dát is mijn ideaal."

Het Zuidelijk Toneel speelt Hard brood van dinsdag 13 tot en met zaterdag 17 april in de Bourla, Antwerpen (tel. 03/224.88.44); op dinsdag 20 april in Stadsschouwburg Leuven (tel. 016/22.21.13); op maandag 26 april in Stadsschouwburg Brugge (tel. 050/44.30.60); op donderdag 29 april in De Warande, Turnhout (tel. 014/41.69.91). Theatergroep Hollandia herhaalt De bitterzoet en Ongebluste kalk volgend seizoen. Op woensdag 25 augustus gaat De val van de goden (naar Luchino Visconti's 'The damned'), een coproductie van Theatergroep Hollandia en deSingel in samenwerking met de Zomer van Antwerpen, in première op locatie in Antwerpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234