Zondag 05/12/2021

InterviewAngsthazen

‘Ik werd toegejuicht, terwijl ik dacht: zien jullie niet dat er iets scheelt?’

Tv-maker Sarah Vandeursen, auteur Daan Heerma van Voss en psychiater Dirk De Wachter. Beeld Humo / Jeroen Los
Tv-maker Sarah Vandeursen, auteur Daan Heerma van Voss en psychiater Dirk De Wachter.Beeld Humo / Jeroen Los

Volgens grootmeester Alfred Hitchcock zit suspense niet in de plotse klap, de achter het gordijn verborgen moordenaar of andere duivels-uit-een-doosje, maar in de lang uitgesponnen dreiging. Angst schuilt niet in de gebeurtenis, maar in de verwachting ervan. Hoog tijd dus voor het slot van ons dossier ‘Angsthazen’, over verslaafd zijn aan faalangst, bang zijn dat je geen affaires kunt hebben, en de façade van mensen die zeggen nooit bang te zijn: ‘Iederéén worstelt met angst.’

SARAH VANDEURSEN

‘Marginaal, stom wijf’

Het is een bekende mop: een man komt bij de dokter voor een beginnende depressie. De dokter schrijft hem een bezoek aan het circus voor, omdat ze daar zo’n geweldige clown hebben. Waarop de man zegt: ‘Maar dokter, ik bén de clown.’ Of hoe angst zich soms in zijn schijnbare tegendeel kan verstoppen, zoals bij televisiedurfal Sarah Vandeursen (38).

Sarah Vandeursen: “Ik ben opgegroeid in een gezin waarin humor en lichtheid belangrijk waren, als tegengewicht voor de donkerte: mijn moeder had depressieve periodes die pittig konden zijn.”

Hoever ging die lichtheid?

Vandeursen: “Ik relativeerde de dingen kapot en deed alsof alles normaal was. Humor is lang mijn beschermingsmechanisme geweest. Het gekke is dat ik heel lang heb gedacht: amai, ik sta positief in het leven, ik kan echt álles relativeren! Ik heb het lang als een soort superkracht gezien.”

Maar sommige dingen mag je niet weglachen?

Vandeursen: “Als je alles weglacht, neem je jezelf niet serieus, waardoor je geen zelfrespect of zelfliefde krijgt.”

Je popgroep Kenji Minogue draaide ook rond jezelf relativeren. Het was jullie handelsmerk.

Vandeursen: “Ik heb het daar onlangs nog met Emilie (De Roo, groepslid, red.) over gehad. Kenji Minogue was pure therapie. Ik zou niet weten wat er met mij gebeurd zou zijn als ik die uitlaatklep niet had gehad. Het was humor, maar tegelijk voelde ik me vaak ellendig. Ik etaleerde mijn woede en diepste pijn, maar niemand had door dat die pijn echt was.”

Je verstoppen in het feestgedruis en de ambiance: dat klinkt heel eenzaam.

Vandeursen: “Het was soms heel verwarrend: ik werd toegejuicht, terwijl ik dacht: zien jullie niet dat er iets scheelt? Het was ook heel zelfdestructief. Een optreden was niet geslaagd als ik geen halve tand kwijt was of geen afdruk van een microfoon op mijn lichaam had. Het ging ook almaar verder, waardoor ik op den duur bang werd van mezelf. Ik moest pijn hebben, anders had ik gefaald.”

‘Optreden werd zelf­destructief, waardoor ik bang werd van mezelf. Ik moest pijn hebben, anders had ik gefaald.’ Beeld GEERT VAN DE VELDE
‘Optreden werd zelf­destructief, waardoor ik bang werd van mezelf. Ik moest pijn hebben, anders had ik gefaald.’Beeld GEERT VAN DE VELDE

Je werd na je deelname aan De slimste mens in dienst genomen door productiehuis Woestijnvis. Voor hen heb je De idioten gemaakt: ook die opnames waren zeer intens?

Vandeursen: “Ja. Die waren ook heel stresserend en raar. Ik was toen aan het verhuizen. Ik had op een dag rohypnol geslikt voor De idioten, ik kwam thuis, zag die verhuisdozen staan en ben ingestort, wat een normale bijwerking van rohypnol blijkt te zijn.” (lacht)

”Ik moest de volgende dag bloedworst laten maken van mijn eigen bloed. Toen dacht ik: als ik die worst eet, zal ik dan opnieuw verdoofd worden?” (lacht)

”Het was wel een erg leuk programma om te maken. Het was een uitdaging om mij over te geven en niet te veel vragen te stellen, maar ik was in goede handen.”

Ondanks je angsten heb je altijd veel gedurfd.

Vandeursen: “Op een podium gaan staan is voor veel mensen heel beangstigend, ook voor mij, maar als je daarna die bevrediging voelt… Ik ben ondertussen verslaafd aan die faalangst. Eerst denk ik dat ik zal sterven, maar op miraculeuze wijze overleef ik het en in het beste geval geniet ik er zelfs van.”

Je hebt voor De idioten ook met een blinde chauffeur op een racecircuit gereden en als hoogtevreeslijder gebungeejumpt. Heb je soms je grenzen overschreden?

Vandeursen: “Ik heb mezelf heel lang gezien als iemand die geen grenzen kende: iemand die geen mens was en ook niet kon doodgaan. Op die rare manier maskeerde ik de oerangst van onze sterfelijkheid. De voorbije jaren heb ik wel geleerd mijn grenzen aan te geven. Nee zeggen is nu mijn nieuwste kick. Angsten overwinnen hoeft niet meer zo nodig.”

Na De idioten ben je bij de redactie van De ideale wereld terechtgekomen. Daar ben je even gecrasht.

Vandeursen: “Ik zat niet zo goed in mijn vel, en ik zag ook niet in dat ik toch al enkele toffe dingen had gedaan. Ik dacht nog steeds: ik ben maar een marginaal, stom wijf. Bovendien was ik onder de indruk van die omgeving. Na mijn crash ben ik in therapie gegaan. Dat is mijn beste beslissing ooit geweest. Ik heb toen alle illusies, alle gewoontes die ik had gekweekt, tot op de grond moeten afbreken.”

”Toen ik in therapie was, had ik op een bepaald moment echt genoeg van humor. Ik walgde ervan. Bij elke mop dacht ik: dit is niet écht. Ik had er geen zin meer in. Pas door mezelf niet uit te lachen konden mijn zelfrespect en zelfliefde groeien. En daaruit volgen al die andere zaken, zoals je grenzen aangeven, en beter weten wat je wilt en niet wilt. Ik geniet nu enorm van mijn zachte kant, en mijn vrienden ook. Vroeger dacht ik dat iedereen van me verwachtte dat ik de clown uithing, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik denk niet langer: ik moet speciaal doen, anders ben ik niet interessant. Ik ben een vrij rustige, stabiele vrouw geworden die ook af en toe ongelofelijk excessief uit de hoek kan komen, maar dat stukje van mij omarm ik graag.”

”Ik heb nergens spijt van. Door dat wegvluchten en mezelf extreem manifesteren heb ik geweldige dingen kunnen doen. En ik wil nóg veel doen, maar ik wil het beter spreiden. Ook al moet ik dan tegen mijn sterfelijkheidsbesef vechten, dat me zegt: doe het nu, want plots kan het gedaan zijn. Maar als iets goed gaat, bekruipt me ook de angst dat het snel weer gedaan zal zijn.”

De angst voor het geluk.

Vandeursen: “Mijn grootste angst is die voor innerlijke rust, het gevoel dat alles oké is. Ik vind geluk ondraaglijk.”

Is ongemak de drijvende kracht in je leven?

Vandeursen: “Ja, dat is niet toevallig ook de bron van veel humor. Eén van de beste soorten humor is de ongemakkelijke humor. Je kunt niet grappig zijn als je geen besef hebt van de donkere kant van het leven. Veel humor zit in de uitvergroting van de kwetsbaarheid van de mens of in de herkenbaarheid van ellende.”

Hoe ga je vandaag om met ongemak?

Vandeursen: “‘Het is vrij normaal om als mens in een vrijwel constante staat van onbehagen te leven’, zei mijn therapeut. Dat zinnetje is me het best bijgebleven. (lacht) Soms moet je gewoon aanvaarden dat het leven is zoals het is. Het stelde me gerust: laat het onbehagen maar komen. Soms is het heel zwaar, maar ik kom er wel uit. Het is al veel erger geweest, en ik ben er toen ook doorgekomen. Perspectief helpt. En af en toe goed huilen ook.”

Heeft die therapie de relatie met je ouders veranderd?

Vandeursen: “Zeker. Vroeger was ik, zonder dat ik het goed besefte, kwaad en gefrustreerd. Mijn ouders zijn nochtans liefdevolle mensen. Door in therapie te gaan is dat gevoel nu weg en heb ik een fantastische band met hen. Nu sta ik positief tegenover angsten. Ze zijn nodig.”

Je bent blij dat angst bestaat?

Vandeursen: “Ja, als je geen angsten hebt, of zegt dat je ze allemaal overwonnen hebt, maak je jezelf iets wijs. Je bent altijd wel ergens bang voor.”

DAAN HEERMA VAN VOSS

‘Piekeren en panikeren’

De Nederlandse schrijver Daan Heerma van Voss (35) publiceerde een paar maanden geleden De bange mens, waarin hij zijn eigen angsten en die van zijn medemens fileert.

Eén van de objectieve methodes om angst te meten is via het cortisolgehalte in het haar. Jij had tot zeventig keer het gemiddelde: dat hadden de onderzoekers nog nooit gezien.

Daan Heerma van Voss: “Ze konden het niet geloven. Ikzelf vond het een prettige bevestiging dat er iets aan de hand was en dat het dus niet één of andere mentale kleinzerigheid van mijnentwege was. Ik voelde me gek genoeg minder gek. Kennelijk kan mijn lichaam ondanks dat hoge cortisolgehalte nog functioneren. Niet feilloos, maar genoeg.”

Was je als kind al angstig?

Heerma van Voss: “Ik heb altijd het idee gehad dat ik het leven niet aankon. Maar ik was als kind ook heel luid en onbevreesd, en ik speelde graag. Pas op de middelbare school werd duidelijk dat ik anders in elkaar stak dan de anderen. Ik was bijvoorbeeld heel bang voor toetsen. In het eerste jaar maakte ik me al zorgen over het eindexamen van het laatste jaar. Ik zag die opdoemende eindbestemming en raakte helemaal in paniek. Mijn klasgenootjes waren gewoon bezig met de overhoring van de volgende dag. Die hadden niet dat gevoel van nakende rampspoed. Mijn leraren en vriendjes hebben me op de één of andere manier door die jaren geloodst, terwijl ik de hele tijd zei: ‘Ik wil van school af, ik kan het niet.’”

Waar kwam die angst vandaan?

Heerma van Voss: “Dat weet ik niet. Als er werkelijk gevaar is, functioneer ik heel goed. Maar als je me zegt dat er over twee maanden iets ergs zal gebeuren, ben ik totaal van de kaart.” (lacht)

“Ik was er als kind al van overtuigd dat het grotemensenleven iets voor anderen was. En de enige manier die ik kende om controle over mijn angst te krijgen, was: er de hele tijd mee bezig zijn. Piekeren, panikeren, om die angst te proberen bezweren.”

En lukte dat?

Heerma van Voss: “Natuurlijk niet, het is het allerslechtste wat je kunt doen. Ik ga binnenkort leren autorijden. Toen ik jong was, dacht ik: ik zal nooit kunnen autorijden, en ik zal nooit een affaire kunnen hebben. (lacht) Nu, met dat tweede valt best te leven, maar niet kunnen rijden werd frustrerend. Ik heb daar deze week élke nacht over wakker gelegen. Ik lig te schakelen, terwijl ik eigenlijk moet slapen.” (lacht)

”Vaak is het gepieker sterker dan mezelf. Voor ik het weet is er weer een dag voorbij en heb ik alleen maar aan oude vriendschappen gedacht waar ik meer voor had moeten doen, of aan de vraag of ik volgend jaar wel genoeg geld zal verdienen. Ik denk dat ik het niet zal redden, maar als ik me genoeg voorbereid, lukt het misschien wel. Eigenlijk is het onzin, want er verandert niets op zo’n dag: ik heb niet plots een manier gevonden om over een jaar geld te verdienen, en er is niet opeens een vriendschap gered.”

Is angst ook geen selffulfilling prophecy? Wie bang is dat hij niet zal kunnen slapen, zal niet kunnen slapen. Wie angst voelt voor de angst, raakt pas echt in paniek.

Heerma van Voss: “Angst voor de angst is de echte vijand. Daar word je pas ongelukkig van. Het idee, de innerlijke overtuiging, dat je de angst niet zult aankunnen. Mensen met agorafobie zijn niet bang voor menigtes, ze zijn bang om in paniek te raken in die menigte.”

“Bij mij ging het meestal in golven. Maandenlang werd ik verteerd door angst en ik dacht: hier raak ik nooit meer van af. Wat als dit mijn leven lang blijft terugkomen? Zo hield ik mezelf angstig, tot ik totaal uitgeput was en de angst losliet. Maar intussen had ik wel een jaar niet normaal kunnen leven. Gelukkig zijn die angstige perioden nu de uitzondering, in plaats van omgekeerd.”

Je bent je angst pas onder ogen gaan zien toen je relatie erdoor dreigde te stranden.

Heerma van Voss: “Inderdaad. Doorgaans heb je een schok nodig, of het nu een ontslag is, een relatiebreuk of een overlijden. In ieder geval een grote gebeurtenis die je dwingt om anders naar het probleem te kijken.”

‘Zonder mijn angsten was ik geen schrijver geworden. Maar ik zou daar geen lofzang op de angst van willen maken.’ Beeld ID / PATRICK DE ROO
‘Zonder mijn angsten was ik geen schrijver geworden. Maar ik zou daar geen lofzang op de angst van willen maken.’Beeld ID / PATRICK DE ROO

In je boek De bange mens bestudeer je het fenomeen angst in de geschiedenis en in de wereld. Een grappige vaststelling: in bijna elk tijdperk heeft men het over ‘het tijdperk van de angst’.

Heerma van Voss: (lacht) “Dat vond ik ook een opmerkelijke constante. Het is allebei waar: het is van alle tijden, maar nu leven we écht in onzekere tijden. Er wonen meer mensen alleen, het verenigingsleven is uitgehold, religie doet minder ter zake. Onze verwachtingen zijn hoger, de middelen om die te realiseren geringer. En de farmaceutische industrie heeft er baat bij dat we angst als een ziekte zien. Eén op de tien mensen krijgt in zijn leven te maken met een angststoornis.”

We hebben ook twee keer zoveel kans op een angststoornis als we alleen wonen, en nog eens dubbel zoveel als we in de stad wonen. Dat is hallucinant.

Heerma van Voss: “Er is een heel sterke samenhang tussen eenzaamheid en ongeveer elke psychische aandoening. Dus ja, eenzaamheid is heel gevaarlijk. Je denkt dat mensen minder eenzaam zijn naarmate er meer in een stad wonen, maar zo werkt het dus niet. Het is misschien ook zo dat mensen met een psychische aandoening vaker alleen gaan wonen, in plaats van andersom.”

Krijgen mensen te snel het label van angststoornis opgeplakt?

Heerma van Voss: “Dat vind ik wel. Tenminste, er wordt niet bij gezegd hoe relatief dat label is. Je kunt beter zeggen: ‘Jij hebt vermoedelijk een angststoornis, maar het kan ook iets anders zijn.’ Vaak helpt zo’n label eerst wel, omdat het je van een schuldgevoel ontslaat. Je hebt écht iets, je stelt je niet aan. Maar het zou een tussenstation moeten zijn, iets wat je nodig hebt om jezelf te leren begrijpen, geen eindstadium, een diagnose voor het leven. Het is veel raadzamer om te laten zien dat angst een deel is van het leven en dat je daarmee kunt leren omgaan. Ik zou het nooit een stoornis noemen.”

Zijn er ook positieve kanten aan angst?

Heerma van Voss: “Angst hangt samen met een verhoogde gevoeligheid, die ook positieve kanten heeft. Ik zat vaak opgesloten in mezelf en mijn angsten, en voor mij was het een weldaad om me te kunnen verbinden met anderen. Zo begon ik te schrijven, om me in te leven in anderen. Zonder mijn angsten was ik geen schrijver geworden. Maar ik zou daar geen lofzang op de angst van willen maken.” (lacht)

Dichters hebben twintig keer meer kans om opgenomen te worden in de geestelijke gezondheidszorg. Kunstenaar zijn is een gevaarlijk vak?

Heerma van Voss: “Ja, de job van een trapezeartiest is in vergelijking daarmee een lachertje.” (lacht)

Je grote voorbeeld is Batman. Hij heeft van zijn angst voor vleermuizen zijn sterkte gemaakt.

Heerma van Voss: “Hij is de belichaming van wat er gebeurt als je je angsten onder ogen ziet. Natuurlijk is het volkomen bizar en onrealistisch, maar ik vind het wel een heel mooie metafoor.”

Kun je het afleren om angstig te zijn?

Heerma van Voss: “Je kunt de angst wel verminderen. Bij fobieën is dat het makkelijkst: dan kun je trainen op het gegeven dat het vermeende gevaar geen werkelijk gevaar inhoudt. Algemene angsten zijn moeilijker, maar je kunt jezelf tot op zekere hoogte wel herprogrammeren.”

‘De angst zal nooit weggaan, maar ik moet ermee leren omgaan,’ zeggen de meeste bange mensen.

Heerma van Voss: “Weglopen of ertegen vechten: dat werkt gewoon niet. Als je zegt: ‘Oké, op dit moment ben ik angstig, laat maar komen’, dan verliest het gevaar bijna al zijn gif. Maar er is geen ultieme verlossing of zo, geen Disney-einde.”

Ben je jaloers op mensen die geen angst kennen?

Heerma van Voss: “Ja. Ik zeg wel dat mijn angst me veel heeft opgeleverd, maar natuurlijk ben ik jaloers. Ik heb veel energie en tijd verspild aan angst.”

Je geeft angstige mensen ook een pluim: zonder hen zouden we het evolutionair gezien niet overleefd hebben.

Heerma van Voss: “Dat staat vast. Als groep konden we maar overleven doordat er telkens minstens één angstige mens bij zat die het gevaar tijdig zag. Net zoals we de dapperen bedanken, zouden ook de angstigen weleens bedankt mogen worden.”

DIRK DE WACHTER

‘Kleine, bange man’

Het huis van psychiater Dirk De Wachter (61) heeft twee voordeuren. Eén die naar de spreekkamer en één die naar het woonhuis leidt. Ik twijfel even bij welke ik zou aanbellen, maar kies uiteindelijk de deur naar het woonhuis, waar ik hem weliswaar meteen één van mijn angsten voorleg.

Ik heb op te jonge leeftijd de film Jaws gezien. Daarna durfde ik amper nog in zee te zwemmen, zelfs een zwembad werd een probleem. Hoe zou u mij behandelen?

Dirk De Wachter: “Dat komt in de buurt van een fobie. Die is niet zo moeilijk te behandelen. Je zou de film nog eens moeten bekijken en proberen in te zien dat het maar een film is, en ook dat er bij ons geen haaien in de zee zitten.”

“Soms kan zo’n angst zich uitbreiden. Eerst durf je niet meer in zee te zwemmen, daarna durf je niet meer in het zwembad of onder de douche, je begint onfris te ruiken, je durft niet meer buiten te komen en voor je het weet, ben je vereenzaamd. Zo gaat dat wel vaker in de psychiatrie. Bij jou lijkt het wel mee te vallen, maar het is een mooi voorbeeld van hoe een angst kan wortelen.”

U ziet dagelijks mensen die het mentaal zwaar hebben. Hoeveel worstelen er met angsten?

De Wachter: “In het Universitair Psychiatrisch Centrum in Kortenberg behandel ik voornamelijk mensen met een ernstige psychiatrische stoornis, maar in mijn praktijk thuis zie ik ook veel mensen die succesvol in de wereld staan, maar toch vaak met ernstige problemen worstelen. Ik zou bijna durven te zeggen: iedereen worstelt met angst.”

Vanaf wanneer wordt angst problematisch?

De Wachter: “Als je er zoveel last van hebt dat het je functioneren hindert of dat je andere mensen gaat hinderen. Met andere woorden: als je niet meer kunt doen wat je wilt doen.”

Gebeurt het weleens dat iemand bij u langskomt omdat hij of zij te weinig angstig is?

De Wachter: “Dan spreken we van een manie, waarbij je denkt dat je de hele wereld aankunt. Dat is ook problematisch. Angst is een functioneel gevoel. Het is niet de bedoeling dat we alle angst wegnemen.”

Te weinig angst is gevaarlijk?

De Wachter: “Door te weinig angst besmetten we elkaar bijvoorbeeld met het coronavirus. En als hier een leeuw binnenwandelt, ben je ook maar beter angstig.”

Angst is een soort wegwijzer?

De Wachter: “Een signaal. Een knipperlicht om je leven ter discussie te stellen. En dus nuttig. Door psychiatrische problemen ga je nadenken over het leven: wat ben ik aan het doen? Waar komen mijn gevoelens vandaan? Soms heeft angst ook te maken met levensgebeurtenissen, zoals bij mensen die in hun jeugd mishandeld en misbruikt zijn, waardoor ze andere mensen niet meer kunnen vertrouwen. Daar probeer ik dan zicht op te krijgen. Doordat ik probeer te begrijpen, vermindert de angst al. De volgende stap is dat je probeert je leven zo te organiseren dat de angst binnen de perken blijft. Dat kan door heel concrete therapeutische ingrepen, maar ook door eenvoudige zaken, zoals op tijd gaan slapen, een beetje aan sport doen en gezond eten.”

Bent u zelf angstig aangelegd?

De Wachter: “Niet in het bijzonder. Ik heb geen symptomen van angst, maar ik ben wel een wat bange, voorzichtige mens. Ik ga niet bungeejumpen of zo.”

‘We leven in een angstcultuur en kiezen leiders die de illusie wekken dat ze niet angstig zijn. Donald Trump was zo’n figuur. Hij moet aantrekkelijk geweest zijn voor miljoenen mensen die met angst leven.’ Beeld GEERT VAN DE VELDE
‘We leven in een angstcultuur en kiezen leiders die de illusie wekken dat ze niet angstig zijn. Donald Trump was zo’n figuur. Hij moet aantrekkelijk geweest zijn voor miljoenen mensen die met angst leven.’Beeld GEERT VAN DE VELDE

U schrijft geregeld over de wereld en de maatschappij. Zijn uw patiënten uw voelsprieten?

De Wachter: “Zeer zeker. Mijn patiënten, vaak kwetsbare, hooggevoelige mensen, voelen de problemen van de wereld vlugger en directer aan: het is interessant om naar hen te luisteren. En als zoveel mensen vandaag angstig zijn, dan zegt dat niet alleen iets over hen, maar ook over de wereld. Die is nog nooit zo veilig geweest, waarom is er dan zoveel nood aan psychiatrische ondersteuning?”

Zegt u het maar.

De Wachter: “Eén van de redenen is dat mensen de lat zeer hoog leggen. We willen steeds meer, het moet altijd beter en grootser zijn. Alsof een goed leven wil zeggen dat je nooit meer angstig mag zijn. Nee, angst kan je doen nadenken over de redenen waarom je angstig bent. Leven met de kwetsbaarheid, mét de angst is de beste therapie. Durf met de angst te leven.”

Is de angst voor de dood onze oerangst?

De Wachter: “Dat kun je ook van de angst voor het leven zeggen. Geboren worden is een angstig gebeuren. We worden uit de paradijselijke baarmoeder verstoten en in de koude, lawaaierige wereld geworpen. Dat is beangstigend. Maar door de angst voor de dood willen we betekenis geven aan het leven. We weten dat we zullen sterven, dus denken we: we moeten er iets van maken.”

Waarom is angst zo’n taboe?

De Wachter: “Het leven wordt voorgesteld als één groot feest en iedereen moet succesvol en gelukkig zijn. Alle angst en depressie worden ontkend, want die passen niet in het mooie plaatje. Maar als je angst ontkent, neemt hij juist toe. We moeten angst in het dagelijkse leven toelaten, anders komt hij via de achterdeur binnen. Laten we angstig zijn en weten dat het geen kwaad kan, dat het normaal is en bij het leven hoort.”

“De lastige momenten in het leven kunnen ook verbindend werken, bijvoorbeeld als je met een goede vriend, geliefde of familielid iets kunt bespreken dat je zwaar op het hart ligt. De verbinding met andere mensen is de remedie voor het bestaan. De mens is een sociaal wezen, maar als we angstig of depressief zijn, trekken we ons terug. We durven daar niet over te spreken, terwijl dat juist het moment is om elkaar te vinden.”

Angst maakt eenzaam, maakt eenzaamheid ook angstig?

De Wachter: “Da’s een vicieuze cirkel. Heel veel mensen met een ernstig psychiatrisch probleem zijn erg vereenzaamd. Het is cruciaal dat je ze terug een plaats in de wereld geeft.”

Tegenwoordig lijken veel mensen eerder bang voor elkaar.

De Wachter: “De zogenaamd succesvolle mens moet hard zijn, niets of niemand ontzien en zeker niet twijfelen. Het is nefast als zo iemand wordt opgevoerd als een voorbeeld voor ons allen, en dan word je bang voor elkaar. Maar in mijn praktijk heb ik vaak de achterkant van de façade van zulke mensen gezien. Vaak schuilt daar een kleine, bange man achter – meestal zijn het mannen.”

“Het ware leven is: twijfelen en zoeken. Begaan zijn met je medemens en met de wereld. Prutsen en struikelen, het niet altijd goed weten. Niet angstig zijn vind ik een gevaarlijke levenshouding. Maar we leven in een angstcultuur en kiezen leiders die de illusie wekken dat ze niet angstig zijn. Ze zeggen: ‘Zo is het en niet anders.’ Donald Trump was zo’n figuur. Dat hij ogenschijnlijk geen angst kent, moet zeer aantrekkelijk geweest zijn voor miljoenen mensen die met angst leven.”

Ik vind het soms moeilijk om dat concreet in te vullen, met angst durven te leven.

De Wachter: “Als je je onzeker voelt of je job bevalt je niet, wat kun je dan doen? Erover nadenken is beangstigend en confronterend. Dus proberen velen niet na te denken: ze beginnen te drinken, gebruiken drugs of bingewatchen zich suf. Dat is niet de oplossing. Durf naar jezelf te kijken, durf te denken: dat is de boodschap. Ook over grotere thema’s, zoals het klimaat of migratie. Je mag niet verlamd raken. Vraag je af wat je kunt doen. Iedere mens kan iets doen, al zijn het kleine dingen. Zo bezweer je de angst. Je kunt minder het vliegtuig nemen of minder vlees eten, ik zeg maar wat. Dan raken we aan de zin van het bestaan. Waar kan ik iets betekenen? Je draagt de angst met je mee, maar de angst toont je ook de moeilijkheden die je moet proberen op te lossen. Die existentiële angst, de angst voor het zijn, noopt ons tot engagement en tot een zinvol bestaan.”

© HUMO

Daan Heerma van Voss, ‘De bange mens’, Atlas Contact Beeld RV
Daan Heerma van Voss, ‘De bange mens’, Atlas ContactBeeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234