Zaterdag 03/12/2022

Ik wens u een gezond vooruitgangsdenken

null Beeld Kos
Beeld Kos

Maarten Boudry is wetenschaps­filosoof aan de UGent en samen met Johan Braeckman auteur van 'De ongelovige Thomas heeft een punt'. Laten we dwars tegen het moderne doemdenken in werken aan een nog betere wereld, schrijft hij.

Opinie

Nog nooit waren we zo gezond, veilig en welvarend. Bijna alle gesels die de mensheid ooit gekweld hebben - oorlog, genocide, moord, verkrachting, terrorisme, folteringen - vertonen doorheen de geschiedenis een neerwaartse curve. Maar in plaats van 2013 uit te roepen tot beste jaar uit de wereldgeschiedenis, regent het doemberichten.

Jef Vermassen waarschuwde deze maand nog voor de groeiende "psychopathisering van de samenleving". Psychiater Dirk De Wachter meent dat we in borderlinetijden leven, dat onze identiteit versnipperd is en onze affecten ontregeld, en dat normale mensen een bedreigde diersoort zijn. Psycholoog Paul Verhaeghe treedt hem bij: het neoliberale bestel vernielt onze identiteit, en laat de mens verweesd, uitgeblust en eenzaam achter. Nooit waren we zo rijk en welvarend, nimmer zo ongelukkig.

Toch klinken de profeten niet eensluidend. Individualisme zou ons sociale weefsel ontbinden, maar tegelijk brokkelt identiteit af en groeit het wij-zijdenken. De neoliberale moloch maakt ons ziek van stress, maar tegelijk pathologiseert hij normaal menselijk gedrag. Gaan we dood van de verveling, of worden we overstelpt met prikkels? Worden we gekneed tot vormeloze eenheidsworst, vermurwd door uniforme massaconsumptie, of zijn we allemaal hyperindividualisten, hogepriesters van de cultus van onze eigen navel? Is de Homo economicus apathisch en onverschillig, of net impulsief en hyperkinetisch? Elk van deze weeklachten is in het oeuvre van de doemdenkers terug te vinden, vaak ingebonden tussen dezelfde kaft. De lucht is zwanger van onheil, maar de wind waait uit alle streken. Aan opgestoken natte vingers geen gebrek.

Heerlijk verleden
In zijn kerstessay beklaagt Ilja Leonard Pfeijffer (DM 26/12) zich over de "dictatuur van het gevoel", schijnbaar een machtswissel na de "dictatuur van het meten" die Paul Verhaeghe dezer dagen ontwaart. De kerstessays van die andere kwaliteitskrant, De Standaard, hebben ondertussen een hartverkillende traditie van zwarte gal en vitriool opgebouwd. Tom Lanoye hekelt dit jaar de groeiende hardvochtigheid en het agressieve narcisme in onze samenleving, een analyse die Stefan Hertmans bijtreedt in deze pagina's (DM 28/12). Marc Reugebrink is de ontmenselijking en infantilisering zo spuugzat dat hij in krachttermen uitbarst. De pen van Erwin Mortier schetst een grauw en troosteloos Vlaanderen, een tochtgat aan de Noordzee vol diep ongelukkige bang-blanke narcisten. En dit zijn nota bene kerstboodschappen.

Een lichtpunt in de duisternis valt moeilijk te ontwaren. Dan nog liever een knipogende Kamagurka: "Vroeger was zelfs de toekomst beter." Weten de gelukzoekers die onze contreien blijven instromen welke doffe ellende hen hier opwacht? Moeten we hen de klaagzangen van De Wachter, Mortier en Verhaeghe opsturen, ter vervanging van de welkomstpakketten van Geert Bourgeois?

Vooruitgangsgeloof is een recente uitvinding, het doemdenken is van alle tijden. De Schotse wijsgeer David Hume verwonderde zich in 1777 al over de gretigheid waarmee de mens zijn eigen tijdsgewricht neersabelt, en het verleden verheerlijkt. Op de eerste bladzijde van mijn eerste cursus filosofie aan de Gentse universiteit schreef mijn professor dat de moderniteit niet zomaar aan een malaise lijdt, zoals de Canadese filosoof Charles Taylor dacht, maar dat ze ronduit ziek is. Het was allemaal nog veel rampzaliger dan Taylor bevroedde. Cultuurpessimist John Gray erkent dat verdoving bij de tandarts en toiletten met een spoelbak onverdeelde zegeningen zijn van de moderne tijd, maar daar houdt het zowat op.

Het doet allemaal een beetje denken aan die scène uit Monty Python's Life of Brian, waarin de leider van het Bevrijdingsfront van Judea zich tijdens een opruiende toespraak retorisch afvraagt: "What have the Romans ever done for us?", en zijn toehoorders schoorvoetend alle zegeningen van de Romeinse beschaving opsommen (aquaducten, onderwijs, irrigatie, wijn, openbare orde). Wat hebben de moderne wetenschap en de Verlichting ons ooit opgeleverd? Houdt ons gelukspeil wel gelijke tred met onze materiële welvaart? Wat met de zorgwekkende berichten over de epidemieën van depressies en burn-outs, de verzuring en vereenzaming van de samenleving? Zijn we verwende nesten geworden, of zijn de gruwelen uit het verleden omgeruild voor minder zichtbare gesels: de dictatuur van de vrije markt, de slopende prestatiedwang, de genotscultuur en individualisering?

Nijver beestje
Toen deze krant me uitnodigde om tegengewicht te bieden aan de moderne doemdenkers, heb ik getwijfeld. Wie een optimistisch betoog ten berde brengt, lijkt al snel moderne euvels te bagatelliseren. Morele verontwaardiging en chagrijn kunnen aansporen tot actie, terwijl vooruitgangsgeloof weinig wervend is (daarover straks meer).

Het kan cynisch overkomen, maar in zeker opzicht zijn onze moderne verzuchtingen goed nieuws. Naarmate onze levensstandaard gestegen is, zijn we steeds gevoeliger geworden voor wantoestanden en geweld, voor persoonlijk falen, voor aantasting van onze rechten en vrijheden. De socioloog Gabriël van den Brink noemt dat proces "normatieve ophoging". Niet de wereld is er slechter aan toe, maar de verwachtingen die we aan haar stellen liggen steeds hoger. Dat we ons druk maken over hufters in het verkeer, GAS-boetes en reaguurders op internetfora, zo schrijft de jonge historicus Rutger Bregman, betekent dat de angst dat iemand ons de schedel inslaat niet langer een prioritaire zorg is. Sterker nog, mensen kunnen het zich veroorloven om onbeschoft te zijn omdat ze weten dat jij hen de hersens niet zult inslaan (en daar worden wij dan brutaler van).

De standaarden van ons geluk zijn ook onderhevig aan normatieve ophoging. Het ideaal om gelukkig te zijn, in een samenleving die ons meer materiële welvaart schenkt dan zelfs de allerrijksten zich een eeuw geleden konden permitteren, doet elke discrepantie aanvoelen als een nijpend verlies of persoonlijke mislukking. Een stijging van de levensstandaard zorgt voor een tijdelijk opgekrikt gelukspeil, maar vlakt na verloop van tijd weer af. Een stijgende vloed, in de woorden van John F. Kennedy, doet alle schepen omhoog rijzen. Helaas is daar aan boord soms weinig van te merken. De stijging van vandaag is de verworvenheid van morgen, een nieuw ijkpunt voor ons gelukspeil. De mens is biologisch geprogrammeerd om rusteloos hogerop te klimmen, niet om van zijn vergezichten te genieten. Dat is de tragiek van de vooruitgang: hoeveel schreden we ook voorwaarts zetten, het lijkt uiteindelijk alsof we ter plaatse blijven trappelen, zoals de Rode Koningin in Alice in Wonderland.

Doch laten we niet overdrijven: er bestaat wel degelijk een correlatie tussen welvaart en geluk, luidens internationale bevragingen, alleen is ze niet zo lineair als we ons inbeelden. Gedragseconomen spreken over de wet van de dalende meeropbrengst. Geld maakt vooral gelukkig voor wie er (bijna) geen heeft. Boven een bepaalde drempel levert rijkdom weinig vermeerderd geluk op. Een verwant probleem is dat je veel meer aan geluk inboet wanneer je verarmt dan diezelfde rijkdom je ooit heeft opgeleverd.

Een andere verklaring stelt dat we onze welvaart vooral afmeten aan onze naasten, in het bijzonder mensen die tot dezelfde sociale groep behoren. Rijkdom, aldus de Amerikaanse satiricus Herbert Mencken, kunnen we definiëren als "elk inkomen dat ten minste honderd dollar per jaar meer bedraagt dan het inkomen van de man van de zus van je vrouw". De drang om met elkaar te wedijveren en status na te streven is niet zomaar een uitspatting van het neoliberalisme, maar schuilt in de aard van het nijvere beestje.

De sociale relativiteit van welvaart verklaart waarom inkomensongelijkheid leidt tot sociale onlusten. Landen met het hoogste gelukspeil kennen de kleinste inkomenskloof. Een meer egalitaire samenleving zorgt voor minder ressentiment en verontwaardiging. Niet alleen de welvaart, maar ook het uiterlijke geluk van anderen wekt onze afgunst op: ons dagelijks vergapen aan elkaars opgeklopte en kreukvrije schijnleven op Facebook is een vorm van zelfkwelling. In een opbod van sociale pronkzucht steken we elkaars ogen uit met ons reëel of voorgewend geluk (voor ik zelf doordraaf: ander psychologisch onderzoek geeft net aan dat we gelukkiger worden van sociale media).

Moreel laakbaar
De vooruitgangsoptimist lijkt zelfgenoegzaam en blind voor moderne misstanden, die hij wegwuift met een handgebaar richting verleden. Wie springt nog op de barricades nadat overal is rondgebazuind dat het hier nog zo slecht niet is? Welke drijfveer rest ons nog om onrecht de wereld uit te helpen? Kunnen we niet gewoon gezellig mee dobberen op de golfslag van de geschiedenis, opgestuwd door de onzichtbare krachten van de vooruitgang.

Dat leidt tot een merkwaardige paradox. Een klaagzang over de moderne tijd doet de waarheid geweld aan, maar is misschien noodzakelijk om de juiste koers te blijven aanhouden. Dergelijke zelfweerleggende voorspellingen zijn niet zonder precedent: de bevolkingsexplosie is deels bezworen omdat onheilspredikers als Paul Ehrlich (voorbarig) voorspelden dat er miljarden doden zouden vallen en de planeet naar de knoppen zou gaan.

Toch heeft doemdenken een keerzijde, zoals in Aesopus' fabel van de jongen die 'wolf!' bleef roepen tot niemand nog acht op hem sloeg. De jeremiade van de moderne doemdenkers is zo oeverloos en terneerdrukkend dat je van de weeromstuit zou vergeten dat ze af en toe gelijk hebben. Bovendien leidt zo'n onsamenhangend negativisme tot moedeloosheid en defaitisme, wat het moreel laakbaar maakt: het werkt in de hand wat het bestrijdt. Een gezond vooruitgangsdenken daarentegen staat stil bij wat al verworven is, en put daar hoop uit. Biologisch gezien is de mens nog steeds (grofweg) dezelfde als 10.000 jaar geleden, toen ons leven - in de woorden van Thomas Hobbes - eenzaam, arm, ellendig, brutaal en kort was. Een aanzienlijk deel van die ellende riepen we over elkaar af. Dat we ons uit die afgronden hebben opgetrokken, is de verdienste van humanisme, wetenschap en beschaving.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234