Zondag 17/11/2019

'Ik weet wat het is om te radicaliseren'

Als hij een andere achternaam had, zouden journalisten hem niet zo interessant vinden, denkt Bruno De Wever. Maar hij vergist zich. Het is een verademing om een historicus te mogen interviewen die in alle omstandigheden het hoofd koel houdt. Een gesprek over de stakingen, de terreur en de demonisering van zijn broer.

"Dit land heeft veel erger meegemaakt", zegt Bruno De Wever. "Denk aan de stakingen tegen de eenheidswet in 1961, het verzet van de metaalarbeiders in de jaren 70, de protestmarsen tegen het besparingsbeleid in de jaren 80: dat is nog niet zo lang geleden allemaal, en in vergelijking daarmee is het protest vandaag klein bier. In 1961 zijn er zelfs doden gevallen, vergeet dat niet."

Als historicus, zegt De Wever, kijkt hij met een zekere afstand naar de actualiteit. "Dat is gezond, het zorgt voor een zekere gelijkmoedigheid. Wie zijn geschiedenis kent, laat zich niet zo gauw meeslepen door de steekvlam van de dag. Neem nu de stakingen: als je de kranten leest, lijkt dat bijna inciviek gedrag. En dat is het natuurlijk niet. De analyses die iedereen vandaag maakt, houden misschien ook geen stand. Waar gaat dit protest écht over? Dat zullen we pas over een jaar of twintig echt kunnen zeggen."

Zijn het politieke stakingen?

Bruno De Wever: "Wie dat beweert, kent volgens mij zijn dossiers onvoldoende. Dat is een verklaring op de korte termijn. Ik denk dat er iets fundamentelers aan de hand is. Het is duidelijk dat de breuklijn tussen arbeid en kapitaal nog altijd relevant is. Die strijd zal nooit gestreden zijn. Alles wijst er ook op dat we voortaan harder zullen moeten werken voor minder geld. De spanningen vandaag zijn misschien wel uitingen van dat besef."

Maar waarom staakt het zuiden van het land harder dan het noorden?

"Ook dat is helemaal niet nieuw. Het protest is in Franstalig België altijd harder geweest; men stuurt er minder snel aan op een consensus. In Wallonië heeft de straat altijd een grotere rol gespeeld in het verzet tegen het beleid. Dat zie je al vanaf het midden van de negentiende eeuw. Ook daarop mogen we ons vandaag niet blind staren."

Wat met die andere hamvraag: is België een failed state?

"Ook dat slaat nergens op. Ik heb het daar pas nog over gehad, tijdens mijn laatste les over de geschiedenis van België. Ik vind zulke pershypes verschrikkelijk. Journalisten moeten de dingen in het juiste perspectief zetten, in plaats van dat soort ideeën te verspreiden. Natuurlijk is België geen failed state. Je kunt hier veilig naar je werk, je hebt een behoorlijk inkomen, er is een behoorlijke herverdeling, en ga zo maar door."

Maar is het land niet nodeloos complex geworden?

"Sommigen vinden dat. Volgens de ene moeten we terug naar de unitaire staat, volgens de andere zal alles opgelost zijn met meer Vlaanderen. Maar dat we die discussie kunnen voeren, wijst er net op dat we geen failed state zijn. Een land dat zonder bloedvergieten kan debatteren over de eigen structuren, is niet mislukt. Dat die debatten uitmonden in complexe compromissen, vind ik geen probleem, maar een bewijs dat we een volwassen democratie zijn."

Waar komt dat Belgische zelfbeklag vandaan?

"Dat weet ik niet precies. De analyse dat België niet meer functioneert, wordt in elk geval al lang gemaakt. Is het typisch Belgisch om daarop te wijzen? Goede vraag. We zouden dat eens grondig moeten onderzoeken, door na te gaan hoe dat in buurlanden zit. Onze noorderburen hadden vroeger weliswaar de indruk dat ze een modelstaat waren, maar zitten vandaag ook in een crisis; zij weten het ook niet meer."

Als België geen failed state is, dan misschien een failed nation, zoals uw broer en N-VA-voorzitter Bart De Wever zegt?

"Nee, ook daarmee ga ik niet akkoord. Het is een interessante vraag, die centraal staat in mijn vakgebied: de geschiedenis van België en de Vlaamse beweging. Een natie is een zelfverklaarde lotsgemeenschap die permanent in beweging is. In de Belgische natie hebben de sprekers van het Nederlands gaandeweg een subnatie gevormd: die taal gaf hen een gevoel van gemeenschappelijkheid, van lotsverbondenheid."

Zonder België zou die Vlaamse lotsverbondenheid niet bestaan?

"Uiteraard niet. De Vlaamse beweging is een product van België. De eerste voortrekkers van de Vlaamse beweging waren overigens Belgische patriotten. Zij wilden België niet doen verdwijnen, integendeel: hun engagement sproot voort uit hun gehechtheid aan het land. Ze zagen die verschillende talen eerder als een rijkdom. Dat wijst op een sterk Belgisch natiegevoel. Voor Vlaamse intellectuelen zoals Hendrik Conscience en Jan Frans Willems was België het vaderland. Zij wilden België meer Belgisch maken."

In Wetenschappelijke tijdingen, het tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging, waarvan u de nieuwe hoofdredacteur bent, werkte u die stelling onlangs grondig uit. Is dat een nieuw inzicht?

"Het inzicht is niet nieuw. Wel nieuw is dat we voor het overzicht van die geschiedenis vertrekken vanuit de krachtige theorie van de Tsjechische historicus Miroslav Hroch, die wereldwijde faam geniet als kenner van het nationalisme. Zijn theorie geldt voor naties die zich ontwikkelen binnen een dominante natie, zoals de Vlaamse natie dat heeft gedaan binnen de Belgische natie. Het nieuwe aan zijn theorie is het inzicht dat nationalisten alleen succesvol kunnen zijn als ze erin slagen om met hun programma te appelleren aan de verzuchtingen van de bevolking die zij willen vertegenwoordigen."

Precies wat uw broer heeft gedaan.

"Ja, hij heeft die theorie goed bestudeerd. Toen mijn broer nog academicus was, hebben wij Hroch eens samen uitgenodigd in Leuven, op een colloquium over het nationalisme in Europa. Wat de N-VA succesvol heeft gemaakt, is de hrochiaanse manier waarop zij haar waren aan de man brengen. Het idee van de twee democratieën, dat dit land niet werkt, dat die Walen profiteren van de Vlamingen enzovoort. Het merkwaardige is dat Hroch de strategie van de N-VA niet begrijpt. Ik heb het er met hem onlangs nog over gehad, en hij snapt het probleem niet: volgens hem is de Vlaamse natie al lang volgroeid."

Voor Hroch hoeft een nationalist geen separatist te zijn?

"Precies. Hij heeft het over naties, niet over staten. Volgens Hroch is de Vlaamse natie al sinds de jaren 70 volgroeid. En dat vind ik interessant, omdat het aansluit bij de grote vraag van deze tijd: hoe kunnen we de democratie organiseren los van de natie? Dat is de vraag waarop Europa een antwoord moet vinden. Daarom denk ik dat de N-VA vandaag met haar staatsvormend project te laat komt. Dat is een project met de rug naar de toekomst. Het is een legitieme droom, maar niet de juiste droom."

Een onafhankelijk Vlaanderen is niet meer van deze tijd?

"Nee, dat denk ik niet. We moeten net los van de natiestaat leren denken. We hebben integratie op een hoger niveau nodig, we moeten zoeken naar een nieuw model. Ik weet nog niet hoe dat er moet uitzien, maar we zijn er nog niet. Als ik Guy Verhofstadt of Tom Lanoye over Europa hoor, dan hoor ik de taal van nationalisten, van Europese nationalisten welteverstaan. Maar dat is een denkwijze van het verleden. Ze wil een nieuwe realiteit vatten met een concept uit de negentiende eeuw, dat van de natiestaat."

Toch verlangen veel mensen opnieuw naar sterke natiestaten. De Europese Unie wekt veel weerstand op.

"Dat lijkt mij normaal in zo'n proces. De Europese Unie doet er meer dan ooit toe, en wekt dus steeds meer weerstand op."

Sommigen, onder wie de Nederlandse filosoof Thierry Baudet en onlangs ook de Britse conservatief Boris Johnson, vergelijken de EU met het nationaal-socialisme. Hun stelling is: de vorige die Europa per se wilde eenmaken, was Adolf Hitler.

"Die vergelijking gaat niet op. Overleg organiseren in Brussel is wel iets anders dan alle tegenstand bombarderen. Het Europese project kent democratische deficits, maar wat hadden we dan gedacht? Een democratie met een half miljard mensen kun je niet besturen zoals een democratie met tien miljoen mensen. Ik vind het argument dat de EU ons behoedt voor oorlogen tussen Europese landen onderling, nog altijd sterk. Al klinkt het wellicht slap voor iemand die beroepshalve de Tweede Wereldoorlog bestudeert."

Waarom zijn zowel uw broer als uzelf historici geworden, met dezelfde specialisatie dan nog, de geschiedenis van de Vlaamse beweging?

"Dat heeft heel duidelijk te maken met de familiegeschiedenis. Thuis werd voortdurend over politiek gepraat. Mijn grootvader was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid geweest van het VNV, het Vlaams Nationaal Verbond. Hij was een klein visje in de collaboratie, en is na de oorlog zijn burgerrechten kwijtgespeeld, en dus ook zijn job als onderwijzer. Hij was een klassiek voorbeeld van iemand die zelf niets fout had gedaan, maar wel lid was geweest van een volkomen foute organisatie."

Verklaart dat de rancune die nog bij velen leeft? Hadden die kleine collaborateurs het gevoel dat ze te streng waren gestraft?

"De rancune zit vooral daar, inderdaad."

Terecht?

"Dat is een moeilijke vraag. Het VNV collaboreerde openlijk en steunde de bezetter. Is het strafwaardig om daar lid van te zijn of niet? Je zou kunnen zeggen: nee, dat lidmaatschap behoort tot de vrijheid van meningsuiting, en het is niet redelijk om iemand te straffen die zelf niets verkeerd heeft gedaan. Dat is ook vandaag een zeer actuele vraag. Ik vind dat je het lidmaatschap van het VNV moest straffen. De bezetter wilde de Belgische staat vernietigen, dus dat lidmaatschap was onvaderlands gedrag, zeker voor mensen met een voorbeeldfunctie in de samenleving, zoals mijn grootvader."

Dat zegt u vandaag. Dacht u dat als tiener al?

"Nee, ik heb nog volop mee betoogd voor amnestie, en het idee daarachter was dat de Vlaamse collaborateurs geen enkele schuld trof. Wij wilden dat schuld en boete volledig werden uitgewist. Dus wat ik vandaag zeg, besefte ik toen nog niet."

U was als tiener lid van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

"Het VNJ was een anti-Belgische, nationalistische, extreemrechtse jeugdbeweging. Ik ben op mijn tiende lid geworden. De groep waartoe ik behoorde, in Kontich, is afgesplitst om een nog extremere groep te vormen: het Algemeen Vlaams Nationaal Jeugdverbond. Dat AVNJ greep terug naar de vooroorlogse jeugdbeweging."

Was dat AVNJ neonazistisch?

"Ja, die beweging bevond zich in het neonazistische milieu. Dat klinkt zwaar, want mijn leiders en vrienden bij het AVNJ waren de kwaadsten niet. Maar wij gingen wel degelijk op kamp naar Duitsland, met de Wiking-Jugend, en dat waren regelrechte neonazi's. Toen mijn vader dat in de gaten kreeg, heeft hij ervoor gezorgd dat die AVNJ-groep in Kontich terug aansluiting vond bij het VNJ. Hij heeft zich daarvoor persoonlijk geëngageerd en dat is hem ook gelukt. Die periode heeft ongeveer geduurd tot mijn vijftiende."

Doordat u daar lid van bent geweest, begrijpt u beter dan wie ook...

"Ik weet wat u gaat zeggen."

Begrijpt u heel goed wat het is om als tiener te radicaliseren.

"Absoluut. Zeer zeker. Ik weet wat het is om te radicaliseren. Je leeft in een cocon en gaat helemaal mee in die ideologie. Op dat moment, in de jaren 70, was er geen sprake van vechten in het buitenland. Maar als je teruggaat in de tijd, naar de jaren 40, was dat wel het geval. Als ik niet de genade van de late geboorte had gekend, zou ik misschien zelf mee hebben gevochten aan het oostfront. Ik kan mij daar perfect iets bij voorstellen."

Schaamt u zich daar vandaag voor?

"Eigenlijk niet. Omdat ik er diep van overtuigd ben dat een mens het product is van zijn omgeving. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: krachtige persoonlijkheden die in staat zijn om boven hun tijd en hun omgeving uit te stijgen. Maar ik ben zo iemand niet. En ik denk de meeste mensen niet. Moet ik mij daarvoor schamen? Nee."

Hoe bent u daaruit geklikt, uit die radicale ideeën?

"Omdat ik ben opgegroeid in een klimaat van debat en ongelooflijke openheid. Mijn vader had zijn overtuiging, maar hij daagde ons wel voortdurend uit om onze eigen mening te vormen. Hij vond het niet erg als we het niet met hem eens waren. Hij was weliswaar zeer rechts, maar gaf ons een antiautoritaire opvoeding. Dat is een enorm geschenk geweest, waar ik vandaag nog altijd blij om ben. Vanaf mijn vijftiende ondervond ik de invloed van de ideeën van mei '68, die in Vlaanderen pas in de tweede helft van de jaren 70 echt doorbraken."

U werd gewoon gaandeweg linkser.

"Ik begon in andere kringen te verkeren en liet letterlijk en figuurlijk mijn haar groeien. Alles in Kontich en omstreken in die tijd was links en progressief, van de jeugdclub tot de colleges. In die cultuur werd ik volwassen. Toen ik eind jaren 70 naar de universiteit ging, was ook daar de sfeer erg progressief. Aan de universiteit leerde ik bovendien collaborateurs zoals August Borms en Joris Van Severen, die ik vroeger als helden had beschouwd, in een ander perspectief te plaatsen."

Vandaag is uw broer de centrale speler op het domein dat u als historicus bestudeert. Hoe vervelend is dat? Loopt hij daar niet in de weg?

"Nee. Het was veeleer toen hij zelf nog academicus was, dat ik vreesde dat hij mij in de weg zou lopen. Hij heeft een hele mooie scriptie geschreven over de partijpolitieke vertaling van het Vlaams-nationalisme na de Tweede Wereldoorlog. Hij zou zijn doctoraat maken over de geschiedenis van de Volksunie tot 1965. Dat was lastig, want normaal gesproken was dat mijn volgende thema. Dus toen hij in de politiek stapte, kwam dat thema weer vrij."

Wordt uw comfort om vrijuit te spreken niet aangetast door het feit dat hij uw broer is?

"Ja en nee. Ja, omdat ik mijn tong altijd in drie knopen draai voor ik een uitspraak doe over de politieke actualiteit. Ik word vaak gebeld, ook door Franstalige journalisten, die bij elke politieke steekvlam mijn mening willen. Meestal ga ik daar niet op in. Ik heb geen zin in die voortdurende polarisering. Tegelijk ben ik ook niet naïef en weet ik dat mensen mij komen interviewen omwille van mijn achternaam. Ook nu weer. De media vinden mij omdat ik deze achternaam heb."

Zou het ook niet omgekeerd kunnen zijn? Ik denk dat u als academicus veel invloedrijker zou zijn als Bart De Wever niet uw broer was. Vroeger stond hij trouwens bekend als de broer van Bruno De Wever.

"Och, dat was in veel mindere mate zo. En verder, voor alle duidelijkheid, hebben wij geen problemen met elkaar. Het is niet zijn karakter om problemen te maken van onze meningsverschillen, en het mijne zeker ook niet. Ik heb niets tegen meningsverschillen."

In het laatste nummer van WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging staat een artikel van uw collega Kevin Absillis over het boek dat politiek wetenschapper Ico Maly over uw broer schreef. Dat artikel is vernietigend voor Maly.

"Kevin Absillis legt de framing van links ten aanzien van mijn broer onder de loep. Die framing is vaak heel goedkoop en gemakkelijk. Neem alleen nog maar de cover van dat boek van Maly: N-VA. Analyse van een politieke ideologie. Absillis toont duidelijk aan hoe men door de plaatsing van de titel waarschijnlijk heel bewust een hitlersnorretje op de foto van mijn broer wil suggereren."

Bij Epo, de met de PVDA gelieerde uitgeverij waar het boek verscheen, zal men zich daar bijzonder goed mee geamuseerd hebben.

"Het was mij eerst niet opgevallen, maar als je erop let, is het duidelijk. Absillis toont ook aan dat Maly serieuze methodologische fouten maakt. Hij vertrekt van een ideologisch oordeel dat hij wil hard maken. Hij wil aantonen dat de N-VA een anti-verlichtingspartij is. Hij maakt daar een karikatuur van, die niet strookt met de werkelijkheid. Maar om nog even terug te koppelen naar uw eerdere vraag: ook hier voel ik mij wat geremd, omdat ik niet de verdediger van mijn broer wil zijn. Ik ben niet mijn broeders hoeder."

Maar u vindt wel dat hij onheus wordt behandeld?

"Absoluut. De manier waarop sommige critici, ook u soms, hem afschilderen als een populist, vind ik echt niet overtuigend. Wat de N-VA als partij doet en zegt, heeft maar weinig met populisme te maken. Natuurlijk moeten alle politici ervoor zorgen dat hun retoriek door de kiezer wordt begrepen, en natuurlijk verdient de N-VA diepe en brede kritiek, maar ik vind het niet oké om mijn broer weg te zetten als iemand die heimelijk het fascisme bewondert, zoals sommige Franstaligen soms lijken te doen."

Gaat u vaak in de clinch met vrienden en collega's over de N-VA?

"Dat levert soms heftige discussies op, ja. Als men de N-VA afbrandt, ga ik daar niet zomaar in mee. Dat heb ik van mijn vader geleerd: je moet in de contramine kunnen gaan, tegen de mainstream in. Dat moet ik in de linkse kringen waar ik vertoef, vaak doen. Neem nu de lezing die mijn broer gaf bij Carl Devos, waarin hij de Conventie van Genève ter discussie stelde. Het is niet correct om dat af te doen als populisme."

U vindt ook dat de Conventie van Genève ter discussie mag worden gesteld?

"Dat mag geen taboe zijn. Ze is niet gemaakt voor wat wij vandaag meemaken. De deal die Europa heeft gesloten met Turkije komt de facto neer op een update van de Conventie van Genève."

Hoe kijkt u naar het Vlaams Belang? Moet het cordon sanitaire behouden blijven?

"Dat vind ik wel. Het cordon sanitaire was een goede zaak. De boodschap van het Vlaams Belang blijft onverminderd radicaal. Filip Dewinter is, ondanks de veroordeling van het Vlaams Blok in 2004, merkwaardig consistent gebleven. Hij moet vandaag alleen iets voorzichtiger zijn."

Hoe verklaarde u de doorbraak van het Vlaams Blok destijds? Dit jaar in november is Zwarte Zondag precies een kwarteeuw geleden.

"We zouden de krantencommentaren van toen eens moeten herlezen, vind ik. Ook en vooral die in De Morgen. Men schreef toen over het Vlaams Blok alsof dat racisme in de Vlaamse genen zat, alsof het deel uitmaakte van de Vlaamse volksaard. Ik dacht toen al: waar slaat dat nu op? Ondertussen is het Front National doorgebroken in Frankrijk, en Geert Wilders in Nederland. Zit dat dan ook in de Franse en de Nederlandse genen?"

Vlaanderen was wel een voorloper in Europa, wat betreft de doorbraak van extreemrechts.

"Omdat bij ons een kader van militanten aanwezig was, waarvan het Vlaams Blok meteen kon gebruikmaken. De vroege kaders van die partij kwamen uit dezelfde kringen als ik. Die mensen waren allemaal gepokt en gemazeld en gedisciplineerd in extreemrechtse jeugdbewegingen. Het Vlaams Blok kon terugvallen op een sterk netwerk. Daarom is extreemrechts in Vlaanderen sneller doorgebroken dan in onze buurlanden."

U hebt het fascisme bestudeerd. Wat vindt u ervan als men figuren zoals Donald Trump en Geert Wilders hele of halve fascisten noemt?

"Dat is een oud debat, met twee polen. De ene kant rekt het fascisme erg ver op, te ver soms. De andere kant gebruikt de term alleen voor het Italiaanse fascisme uit het begin van de twintigste eeuw."

En dan was zelfs Hitler geen fascist.

"Dan was het nationaal-socialisme inderdaad een andere variant. De consensus onder historici is vandaag wel dat je het fascisme als een algemeen begrip mag gebruiken. En dat je twee belangrijke elementen nodig hebt om van fascisme te kunnen spreken. Het eerste wat aanwezig moet zijn, is het feit dat een fascist geweld beschouwt als een legitieme politieke tactiek. Het tweede cruciale element is dat een fascist streeft naar een omwenteling om een soort wedergeboorte van het volk te creëren, gebaseerd op een ideaal uit het verleden."

Dan zijn Trump en Wilders en Dewinter geen fascisten.

"Nee, ik zou hen eerder extreemrechtse populisten noemen. Ik heb geen van hen ooit horen oproepen tot een gewelddadige revolutie. Maar wat niet is, kan nog komen."

Is er een verband tussen een fenomeen zoals Trump in de VS en die extreemrechtse populisten in Europa?

"Daar kun je niet naast kijken. Ik denk dat hun succes te maken heeft met een gevoel in het Westen dat de machtsbalans in de wereld niet in ons voordeel zal kantelen. We voelen dat er krachten in de wereld opstaan die hun deel van de koek eisen, niet geheel ten onrechte overigens. Dat roept angst op, en daar speelt rechts populisme op in."

Is die angst terecht, denkt u?

"In de feiten zijn we er nog niet echt op achteruitgegaan. De afgelopen dertig jaar zijn we in het Westen nog eens dubbel zo rijk geworden. Wat ook meespeelt bij het succes van die populisten, is het idee dat er niet eerlijk gedeeld wordt. Dat er mensen zijn die profiteren. En als mensen het gevoel hebben dat sommigen profiteren, heb je miserie in de maatschappij."

Wie profiteert er?

"Rechts zal erop wijzen dat sommige mensen aan de onderkant profiteren van het systeem. Links zal erop wijzen dat de bovenkant profiteert, omdat de rijken niet mee betalen. Al is dat natuurlijk altijd zo geweest: de top heeft nooit echt mee betaald. Alleen zijn mensen vandaag zeer ontvankelijk voor die boodschap. De middenklasse is sterk gegroeid de voorbije decennia, maar bij velen leeft het besef dat we het in de toekomst moeilijker zullen krijgen. Dat verklaart mee de sociale onrust van vandaag, en het succes van populisten zoals Trump, Wilders en Dewinter."

Zijn hun kiezers dan de zogeheten verliezers van de globalisering, de mensen die hun baan of hun inkomen verliezen door de toegenomen concurrentie?

"Het is niet alleen een sociaal-economisch verhaal. Ook als je de schaarse openbare ruimte moet delen met mensen die er heel andere culturele levensgewoonten en opvattingen opna houden, ben je voor een stuk een verliezer. Als je de mensen in je eigen buurt niet meer kent, niet meer begrijpt, als je in de trappenhal van de sociale appartementen waar je woont geconfronteerd wordt met andere culturen."

Had u dan vroeger mededogen met de kiezers van het Vlaams Blok?

"Absoluut. En dat zeg ik niet alleen vandaag. Dat zei ik toen ook al. Wij hebben veel te weinig mededogen gehad met die eerste kiezers. Dat besef begint langzamerhand door te dringen bij sociologen zoals Mark Elchardus en andere mensen aan de linkerzijde. We hebben kwetsbare kiezers te gemakkelijk veroordeeld. Denk aan die reportage, eind jaren 80, in het café in de Seefhoek met die dronken man die vond dat Hitler maar moest terugkomen. Wij hebben te veel gespot met zulke mensen."

U kwam onlangs in het nieuws met een petitie van een aantal professoren die de UGent oproepen om niet langer samen te werken met Israëlische instituten die verbonden zijn met het militaire complex.

"En uw krant deed uitschijnen alsof ik een van de initiatiefnemers was, wat niet zo is. Voor alle duidelijkheid: ik sta achter die petitie, ik vind het weigeren van samenwerking een legitiem middel om een democratie zoals Israël onder druk te zetten. Maar voor iemand die de Holocaust bestudeert, is het een delicaat onderwerp. Bovendien is het vrij duidelijk dat men mij op die manier weer wil uitspelen tegen mijn broer, omdat zijn partij zoals bekend een zeer goede relatie onderhoudt met de Joodse gemeenschap."

Hadden Vlaams-nationalisten vroeger niet veeleer sympathie voor het Palestijnse volk?

"Zeker. Het volksnationalisme stond achter de Palestijnen. Maar dat volksnationalisme is vandaag verdwenen. De Volksunie nam het op voor alle onderdrukte minderheden, en maakte in het Europees Parlement deel uit van de fractie waar nu de groenen toebehoren. Dat is gekanteld. De N-VA zit in de conservatieve fractie. Dat is een interessante evolutie geweest: de omarming van het volksnationalisme was niet onschuldig. Er zaten ook terroristische elementen in sommige volksnationalistische bewegingen. Denk maar aan de terreur van de Baskische afscheidingsbeweging."

Valt die terreur te vergelijken met de islamitische terreur vandaag?

"Sommigen maken die vergelijking, en wijzen erop dat de jaren 70 ook enorm gewelddadig waren. En dat is juist, maar ik zie ook verschillen: de volksnationalistische terroristen kozen hun doelwitten heel bewust, vandaag kan de terreur overal toeslaan."

Helpt historisch inzicht u ook hier om niet in paniek te slaan?

"Dat is een van de grote voordelen van mijn vak. Mijn vrienden vinden dat soms verschrikkelijk, als ik weer eens een vergelijking maak met het verleden. Dat helpt je om hijgerigheid te vermijden. Ook als het over de huidige terreur gaat. De islam zal veranderen, dat staat vast. Net zoals de katholieke kerk veranderd is. Dat moeten we beseffen. Ook de impact van de huidige terreur blijft al met al beperkt."

Zo voelen mensen dat niet aan.

"Ik zeg niet dat overheden ons niet moeten beschermen. Dat moeten ze natuurlijk wel doen. Ze moeten zich ook afvragen hoe ze de islam mee kunnen helpen evolueren. Het is niet omdat je zaken in een historische context zet dat je ze niet erg vindt. (wijst naar een foto op de kast) Wij hebben zelf een vriend verloren bij de aanslagen in Brussel: Johan Van Steen, met wie we vaak gingen wandelen. Geloof me, ik zal de laatste zijn om vandaag de terreur te relativeren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234