Dinsdag 25/01/2022

InterviewPatricia Lockwood

‘Ik weet wat het is om het kind van een katholieke priester te zijn’

Patricia Lockwood: 'Ik heb op internet leren denken.' Beeld NYT
Patricia Lockwood: 'Ik heb op internet leren denken.'Beeld NYT

Jarenlang zette de Booker Prize-genomineerde Patricia Lockwood (39) alles wat ze dacht en deed op sociale media. Tot een dramatische gebeurtenis haar leven voorgoed veranderde. ‘Ik heb het gevoel dat mijn nichtje mijn lichaam heeft veranderd.’

Redactie

“In maart van dit jaar kreeg ik covid, maar anders dan bij de meeste mensen waren mijn symptomen neurologisch. Ik had geen ademhalingsproblemen, maar hevige pijnen, overal in mijn lichaam. Typen was een ramp.

“Vervolgens kreeg ik koortsaanvallen en een lichte psychose, compleet met paranoïde denkbeelden. In die periode was het erg belangrijk voor me dat ik via internet contact kon hebben met mijn vrienden en naaste familie. Toen het weer beter ging, kon ik zelfs een virtuele boektour doen. Al met al best ironisch, als je nagaat dat ik na een jarenlange internetverslaving eindelijk had besloten het roer radicaal om te gooien.”

Patricia Lockwood (39) is een gemakkelijke, spontane en openhartige prater, zoals je misschien kunt verwachten van iemand die jarenlang op sociale media intensief over haar eigen leven heeft geschreven. Het leverde haar onder meer de eretitel ‘The Poet Laureate of Twitter’ op.

Na drie dichtbundels en een memoir publiceerde ze dit jaar haar eerste roman: Hier hoor je niemand over (No One Is Talking About This). Dit onverbloemd autobiografische boek is opgebouwd rond een dramatische gebeurtenis die Lockwoods ­leven in één klap heeft veranderd.

Het eerste deel van Hier hoor je niemand over gaat over een naamloze influencer die beroemd is geworden dankzij haar tweet ‘Kan een hond een tweeling zijn?’ Ze wordt overal ter wereld uitgenodigd om over haar onlinebestaan te vertellen. De tekst is opgebouwd uit korte fragmenten die lezen alsof je door een tijdlijn op sociale media scrolt.

BIO

• geboren in 1982 in de VS • begon in 2004 poëzie en essays te publiceren • werd vanaf 2011 zeer actief op Twitter. Brak door met het gedicht ‘Rape Joke’, gebaseerd op een persoonlijke ervaring met seksueel misbruik • publiceerde o.a. Motherland Fatherland Home­landsexuals en de memoir Priestdaddy

De toon van dit eerste deel is dikwijls wrang humoristisch. Een voorbeeld: ‘In Den Haag pleegde een oorlogsmisdadiger zelfmoord, en op de een of andere manier hadden we nog nooit van ons leven zoiets grappigs gezien – het had iets te maken met het piepkleine flesje waaruit hij dronk, in combinatie met het fonkelende licht in zijn linkeroog, en met het feit dat hij, nadat hij het gif had ingenomen, zei: ‘Ik heb net gif ingenomen.’ O my god, het was echt te gek!’

Maar dan krijgt de verteller, terwijl ze in Wenen is, een berichtje van haar moeder: ‘Er is iets mis. Hoe snel kun je hier zijn?’ Het blijkt dat er een probleem is met het ongeboren kind van haar zus.

Het tweede deel van het boek is een nauwgezet en geëmotioneerd verslag van de geboorte en het korte leventje van Lockwoods nichtje Lena – ze sterft na zes maanden – en de wijze waarop het meisje haar directe omgeving ingrijpend verandert. Inclusief Lockwood zelf, die zes maanden lang intensief bij Lena’s verzorging betrokken is.

Uw nichtje heette Lena, zo vertelt u in uw dankwoord. In de roman blijft ze naamloos.

“Dat was een bewuste keuze. Er komen in het boek sowieso vrijwel geen namen voor. Als je in een crisissituatie verkeert, denk je niet aan labels, aan namen. Dat is de oppervlakte en ik wilde in mijn boek juist de diepte in, naar gevoelens. Hoewel ik het boek als fictie presenteer, heb ik weinig aan de feiten veranderd. Ik wilde de persoon van Lena zo goed en natuurgetrouw mogelijk aan de lezer presenteren.”

Kunt u iets vertellen over hoe zij uw leven heeft veranderd?

“Lena werd al in de baarmoeder met het syndroom van Proteus gediagnosticeerd. Dat is een genetische afwijking die tot grote misvormingen en andere afwijkingen leidt, waardoor het kind dood wordt geboren of maar heel kort leeft. Omdat de schedel in het geval van mijn nichtje sterk was vergroot, was het zelfs de vraag of mijn zus de bevalling zou overleven.

“Als er zoiets ingrijpends gebeurt, wordt al het andere naar de achtergrond gedrongen. Mijn prioriteiten zijn veranderd, ik ben veel beter in staat hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden.

“Lena heeft me niet alleen geestelijk veranderd, maar ook fysiek. Ze was voortdurend omgeven door medische apparatuur om haar ademhaling en andere lichamelijke functies te regelen.

“De apparaten maakten natuurlijk allerlei geluiden, die voor mij sterk met Lena verbonden raakten. Ik ben daardoor op een andere manier gaan luisteren. Door haar in mijn armen te nemen, ben ik op een andere manier gaan voelen. Voordat Lena werd geboren, had ik nooit met zo veel liefde geluisterd en gevoeld. Ik heb echt het gevoel dat Lena mijn lichaam heeft veranderd.”

Toen u jong was, woonde u met het gezin vlak bij een opslagplaats voor kernafval in St. Louis. U hebt weleens gesuggereerd dat dat wellicht een verklaring is voor de genetische afwijking van Lena. Uw andere zus bracht een aantal jaren geleden ook een kind ter wereld met een genetische af­wijking, dat kort na de geboorte overleed.

‘Ik geloof in het belang van excentrieke opvattingen. er zijn steeds minder eigenzinnige mensen in de literaire wereld.' Beeld NYT
‘Ik geloof in het belang van excentrieke opvattingen. er zijn steeds minder eigenzinnige mensen in de literaire wereld.'Beeld NYT

“We hebben daar in de familie veel over gesproken, maar uiteindelijk weten we het gewoon niet. Mijn vader heeft in zijn jaren als beroepsmilitair bij de marine langdurig in een kernonderzeeër gewerkt en ook dat kan een invloed hebben. Ik kan die zaken niet van mij afzetten, maar ik vind het ook te gemakkelijk om de gebeurtenissen met een oncontroleerbare verklaring af te doen. Dan is het alsof je iets parkeert, terwijl ik het juist bij me wil blijven dragen.

“Toen het zoontje van mijn oudere zus stierf, zwierf ik ergens over de wereld en was daardoor minder betrokken bij de gebeurtenissen, die bovendien veel sneller gingen dan bij Lena. Ik denk dat ik vanwege dat onverwerkte verdriet onmiddellijk uit mijn dagelijkse leven ben gestapt toen bleek dat het ongeboren kind van mijn jongste zus een ziekte had.”

Na de ervaringen van uw zussen komt bij mij – net als bij een verpleegkundige in Hier hoor je niemand over – de misschien wat imperti­nente vraag op of u zelf ooit hebt over­wogen om kinderen te krijgen.

“Voor zover ik weet kan ik geen kinderen krijgen. Ik ging er vroeger altijd van uit dat ik, als ik volwassen was, waarschijnlijk wel kinderen zou hebben: mijn moeder had er vijf, mijn grootmoeder zes, in mijn omgeving waren er altijd grote gezinnen. Maar dat is er dus niet van gekomen.

“Achteraf ben ik geneigd dat als een weldaad van het lot te beschouwen. Ik ben sterk gericht op mijn werk en kan mijn aandacht slecht over meerdere zaken verdelen. Als ik een kind zou hebben, zou al mijn aandacht daarnaar uitgaan. Tenminste, dat hoop ik. Ik moet er niet aan denken dat ik me zou opsluiten in een kamertje om daar te lezen en schrijven, terwijl mijn kind zou verkommeren. Maar zoals de situatie nu is, ligt het simpel: ik leef om te kunnen lezen en schrijven.”

U hebt poëzie geschreven, essays, een groot aantal tweets, een memoir: was het schrijven van een roman voor u een logische volgende stap?

“Misschien, al kan het best zijn dat ik hierna nooit meer een roman schrijf. Meerdere mensen hebben opgemerkt dat ik vaak een tijdlang een bepaald genre bedrijf en vervolgens op iets anders overstap. Feit is dat ik altijd op zoek ben naar nieuwe vormen om me uit te drukken. Zo heb ik poëzie geschreven die ook best in een bundel korte verhalen had kunnen staan. Mijn memoir Priestdaddy zou je ook onder ‘humor’ kunnen categoriseren, en ik heb behoorlijk poëtische essays geschreven. Ik weet niet of het ‘logisch’ is dat ik nu een roman heb geschreven, maar ik heb die vorm altijd eens willen proberen.”

Over humor gesproken: die gebruikt u dik­wijls, juist om treurige zaken te beschrijven. Wat is voor u de kracht van humor?

“Ik heb humor nodig gehad om volwassen te kunnen worden. Zoals ik in Priestdaddy beschrijf, heb ik een ongebruikelijke jeugd gehad. Mijn vader was een extreme figuur. Nadat hij 72 keer de film The Exorcist had gezien, besloot hij zich tot het christendom te bekeren.

“Aanvankelijk werd hij lutheraan, maar later liet hij zich tot katholiek priester opleiden. Omdat hij al getrouwd was en kinderen had, moest hij daarvoor een speciale dispensatie van de paus aanvragen. Ik ben er niet trots op, maar ik behoor tot de weinige mensen die weten wat het is om het kind van een katholieke priester te zijn.

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

“Mijn vader was op zijn zachtst gezegd excentriek. Hij was een fanatiek aanhanger van de anti­abortus­beweging. Maar het gebóren leven, bijvoorbeeld zijn vijf kinderen, hield hem minder bezig. Hij verwaarloosde ons en zat vaak de hele dag in zijn onderbroek gitaar te spelen.

“Toen ik op mijn 19de door mijn toenmalige vriendje werd verkracht en volkomen in de war naar mijn vader toe kwam, kreeg ik van hem de zegen en vertelde hij me dat mijn zonden waren vergeven. Ik dacht dat ik gek werd.

“Om met dergelijke absurdistische situaties te kunnen omgaan, ontwikkelden mijn broers, zussen en ik een soort familiehumor. Die heeft mij nooit meer ver­laten.”

Ook de aanleiding voor het vaak humoris­tische Priestdaddy was tragisch.

“In 2012 kreeg Jason (Kendall, Lockwoods echtgenoot, red.) een ernstige oogziekte en moest hij een operatie ondergaan die 10.000 dollar zou kosten. Ik heb daarover toen een bericht op Twitter gezet en binnen de kortste keren was het bedrag bijeengebracht. Geweldig, natuurlijk. Helaas mislukte de operatie en waren er meer behandelingen nodig.

“Omdat we geen cent meer hadden, zijn we toen tijdelijk in de pastorie van mijn vader ­getrokken, waar trouwens een bordje bij de deur hing met de boodschap ‘God answers knee-mail’. Ja, soms had zelfs mijn vader humor. We hebben daar uiteindelijk negen maanden gewoond.

Er kwamen zo veel herinneringen bij me op, aangevuld met nieuwe gebeurtenissen, dat ik materiaal had voor een boek. Dat werd Priestdaddy.”

Kun je stellen dat u vervolgens op de grenzen van de humor bent gestuit? In het tweede deel van Hier hoor je niemand over maakt de gevatte humor plaats voor een bijna serene schrijfstijl.

“Ik denk het wel. In het eerste deel is vaak sprake van humor uit wanhoop: het is de enige manier waarop de hoofdpersoon kan omgaan met de wereld waarin ze leeft. Het is voor haar een soort verdedigingswapen tegen de apocalyps. In het tweede deel kijkt ze terug op dingen die ze op sociale media placht te zeggen en vraagt ze zich af: was ík dat?”

In uw boek noemt u internet ‘het riool van de communal mind’. Ooit leefde u om berichten uit te sturen en binnen te halen via sociale media. Ook dat is door uw ervaringen met Lena ingrijpend veranderd.

“Vanaf het moment dat ik wist dat mijn zus een gehandicapt kind ter wereld zou brengen, stond het voor mij vast dat ik een rol in de verzorging wilde spelen. Zelfs zorgen voor een gezond kind is al niet te combineren met intensief gebruik van sociale media.

“Maar los daarvan: toen Lena er eenmaal was, vond ik het moeilijk, zelfs onmogelijk, om de ironische toon die ik me had eigengemaakt te handhaven. Er is een periode geweest waarin ik compleet offline leefde. Inmiddels doe ik af en toe wel weer iets op internet, maar het zal nooit meer worden zoals vroeger.”

In het verleden hebt u veel aan internet te danken gehad.

“Absoluut. Om te beginnen ben ik erdoor ‘bekeerd’. Zoals ik vertelde, namen mijn ouders, vooral mijn vader, fanatiek deel aan de Pro-life-beweging. Toen ik als jong meisje de website van die beweging bekeek, werd ik getroffen door de horrorverhalen over abortus die erop stonden. Aanvankelijk slikte ik dat allemaal voor zoete koek, maar toen ik 18 of 19 was, begon ik in te zien dat het hier om platte propagandaverhalen ging, vol ongeloofwaardige urban legends en andere flauwekul over monsterlijke moeders die zich voor hun plezier lieten aborteren. Ik raakte daarover in gesprek in chatrooms en ontwikkelde mijn eigen opvattingen, die radicaal anders waren dan die van mijn ouders.

“Welbeschouwd kun je zeggen dat ik op internet heb leren denken. Het heeft veel van mijn politieke opvattingen gevormd, het was de opleiding die ik nooit heb kunnen volgen. En ik heb natuurlijk mijn echtgenoot leren kennen in een poëzie­chatroom.”

Uw vader had geen geld om u te laten studeren. Welke studie had u gedaan als dat had gekund?

“Het plan was dat ik naar St John’s College zou gaan, dat befaamd is om zijn Great Books-curriculum. Dat betreft literaire werken, maar ook boeken over filosofie, natuurwetenschap, geschiedenis, economie, muziek en nog veel meer terreinen. Zeg maar: de pijlers van onze westerse cultuur. Dat had ik vast geweldig gevonden, maar tegelijkertijd geloof ik in het belang van volkomen eigenzinnige, excentrieke opvattingen. Naar mijn overtuiging zijn er in de literaire wereld steeds minder idiosyncratische mensen. Ik wil graag mijn eigenzinnigheid behouden. Dus misschien is het maar goed dat ik niet naar St John’s ben gegaan.”

Patricia Lockwood, 'Hier hoor je niemand over', Atlas Contact, 222 p., 22,99 euro. Vertaling Nicolette Hoekmeijer. Beeld RV
Patricia Lockwood, 'Hier hoor je niemand over', Atlas Contact, 222 p., 22,99 euro. Vertaling Nicolette Hoekmeijer.Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234