Vrijdag 23/04/2021

‘Ik was ontroerd toen ik de eerste keer die tapes beluisterde’

undefined

Christine Mussche

advocaat van het slachtoffer van ex-bisschop Vangheluwe

Dit voorjaar en de voorbije zomermaanden traden meester Christine Mussche en vennoot Walter Van Steenbrugge op de voorgrond als de juridisch vertegenwoordigers van tientallen slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk. Wat weinigen weten is dat ze al sinds vijftien jaar, in de luwte, misbruikdossier boven misbruikdossier stapelden, tientallen verhalen beluisterden, juridische raad gaven en uitwegen zochten voor zwaar gehavende slachtoffers van geestelijken. Het begon midden jaren 90, na een telefoontje van Rik Devillé die zich met zijn stapel dossiers geen raad meer wist en juridische bijstand zocht. Daarop ontvingen Mussche en Van Steenbrugge dagenlang een pak mensen die gegeneerd, schouders gebogen, schichtig kijkend, hun kantoor binnen schuifelden. door marijke Libert / Foto Tim Dirven

Meester Mussche: “Verbijsterend, ik herinner het me nog als gisteren. Wat ons meteen opviel, was het grote aantal slachtoffers dat bij ons langskwam. Zelfs tijdens het weekend was het hier rijtje schuiven. Tientallen misbruikte mensen ontvingen we, allen met een schrijnend dossier. Zij waren vragende partij om geholpen te worden maar niet noodzakelijk via een proces.”

Ze wilden gehoord worden omdat ze door de kerk niet voor vol werden aanzien?

“Absoluut, van allen kregen we datzelfde verhaal: eerst vertelden ze wat hen was aangedaan, daarna dat ze begrip noch erkenning kregen als slachtoffer door de kerk. Onze taak was schetsen wat de juridische mogelijkheden waren en meedelen wat hen te wachten stond als ze eventueel de stap zetten richting klacht en proces. We wisten zelf goed genoeg dat het niet eenvoudig was. We hadden eerder al weinig steun ondervonden om bij dergelijke dossiers ‘tot de bodem’ te gaan. We hadden jaren eerder al processen over misbruik door geestelijken gevoerd en toen was het ook niet simpel geweest.”

Weinig steun vanuit de kerkelijke hiërarchie.

“Dat is inderdaad vaak onze ervaring geweest, helaas. We moesten de slachtoffers dus waarschuwen dat het niet evident was daar gehoor te vinden. De bedoeling was toch niet dat ze nog meer geschaad zouden worden dan ze al waren. De meeste mensen voelden zich trouwens ‘niet klaar’ voor gerechtelijke stappen. Veel had te maken met hun omgeving, ze waren bijna allemaal van katholieken huize, leken haast gebrainwasht door de houding die de kerk aannam van zodra het over dit soort feiten ging, die houding van schuldinductie.”

Hebt u in die beginperiode contact gehad met geestelijken, op alle echelons, van gewoon priester tot bisschop?

“Absoluut, Walter en ik hebben naar aanleiding van een bepaalde zaak een onderhoud gevraagd bij René Stockman, generaal overste van de Congregatie van de Broeders van Liefde, en daar werd het vrij snel duidelijk dat wij een andere taal spraken.”

U werd met een kluitje in het riet gestuurd?

(twijfelt) “Ik herhaal dat het moeilijk lag wat de open communicatie betrof.”

Klopt het dat Stockman nadien in een pv verklaarde dat jullie hem chanteerden in verband met een dossier over een broeder?

“Ik wil over dat oude dossier geen commentaar meer leveren.”

Ik las over jullie ‘clash’ in persartikelen uit het jaar 2000.

“Kijk, we zijn bij die overste gegaan met een voorstel. Voor de moeder van het misbruikte slachtoffertje was het vooral belangrijk de bewezen kosten voor een therapie door de orde te laten dragen én dat ze de zekerheid kreeg dat die betrokken broeder nooit meer in aanraking zou komen met kinderen. In een verder onderzoek heeft die vraag tegen ons gespeeld. Het werd als chantage bestempeld.”

Idem met de misbruikte neef van ex-bisschop Vangheluwe. Door te bevestigen dat de man ‘grote sommen geld ontving’ gaf het aartsbisdom de indruk dat hij een ‘chanteur’ was.

“Het is een systeem dat kennelijk gehanteerd wordt. Ook andere herhaalde redeneringen bleken feilloos te werken. Slachtoffers die aan hogere kerkinstanties hun feiten meedeelden kregen steevast de reactie: ‘Probeer dit maar hard te maken, ze zullen u nooit geloven, je zal er alleen nog meer miserie mee krijgen.’ Ontmoedigen, manipuleren en ontkennen was schering en inslag. Het slachtoffer werd als een soort prooi gezien waarmee vrij kon ‘gespeeld’ worden. Het ergste vonden wij dat potentieel steeds nieuwe slachtoffers konden worden gemaakt omdat geestelijken die in opspraak kwamen wegens grensoverschrijdend gedrag naar minderjarigen of anderen toe, overgeplaatst werden naar een ander klooster of andere parochie. Daar konden ze herbeginnen mét een feilloze reputatie. Dat gebeurde systematisch, met steeds nieuwe slachtoffers tot gevolg. Dat is toch verschrikkelijk, niet?”

Het beproefde katholieke systeem van het witgewassen zieltje, van de ‘zondaar’ die steeds nieuwe kansen krijgt.

(haalt schouders op) “Het is geen realistische logica, het betekent: potentieel gevaar, want de dader kan vrijuit zijn gang gaan.”

Is een kerk die zo’n systeem in stand houdt een misdadige bende of een wereldvreemde groepering?

“Ik zou eerder voor het laatste kiezen. Ik denk ook dat die wereldvreemdheid er zo ingebakken zat dat weinigen zich daar vragen bij stelden. Wat natuurlijk geen excuus is. Het celibaat diende te allen tijde gehandhaafd. Kwamen ‘bedienaars’ daardoor in de problemen, dan was er hulp. Voor de daders welteverstaan, de slachtoffers bleven in de kou staan.”

Kortom, de kerk is al decennialang met daderhulp bezig.

“Heel cynische opmerking. Daderhulp impliceert in een rechtsstaat uiteraard niet dat de dader beschermd wordt en het slachtoffer ‘vergeten’. Wij kregen die massa ‘vergeten’ misbruikte mensen in ons kantoor. Je wilt niet weten hoe diep ze geraakt en kapotgemaakt waren. Ze droegen nog de gevolgen, sommigen hadden problemen met seksualiteit, relatievorming of misten elke zelfverzekerdheid waardoor ze op beroepsvlak faalden. Ze praatten met gebroken stem, aarzelend, ik zag steeds weer die intrieste ogen, de onderdanige houding, de gebogen rug, de ingeschapen schaamte. Bij geen enkel slachtoffer kon ik maar een zweem twijfel hebben over hun verhaal. Hun geloofwaardigheid stond buiten kijf. We merkten ook hoe dankbaar ze waren omdat wij gericht luisterden en advies gaven. Ze werden erkend en behandeld als slachtoffer, voor de eerste keer.”

Op een bepaald moment heeft ook het slachtoffer van bisschop Vangheluwe met jullie contact opgenomen.

“Dat gebeurde nadat hij dat gesprek met Danneels had opgenomen. Nu, toen hij ons meedeelde dat hij die opnames in zijn bezit had, was mijn reactie: eindelijk, een bewijs. Wij hebben hem voorgesteld die tapes aan het gerecht door te geven. Zo gebeurde.”

Jullie begrepen meteen waarom hij die tapes maakte.

“Natuurlijk. Daarvoor moet je de chronologie kennen van wat hij meemaakte. Van zijn vijfde tot zijn achttiende was hij misbruikt en daarna probeerde hij vierentwintig jaar lang gehoor te krijgen bij zijn oom-bisschop. Hoe ouder hij werd, hoe meer prangend zijn vraag werd dat Vangheluwe zou aftreden. Het slachtoffer had een vrouw die hem geweldig steunde, hij had intussen zelf kinderen en kwam tot het besef dat de vreselijke dingen die hem waren aangedaan zijn leven volledig om zeep hadden geholpen. De laatste jaren werden zijn contacten met Vangheluwe frequenter en steeds dwingender stelde onze cliënt: ‘treed af’. Op eigen initiatief heeft bisschop Vangheluwe dan bedragen aan zijn neef overgemaakt, rond Nieuwjaar, Pasen, de verjaardag van de man en jawel ook rond Valentijn. Toen het pensioen van Vangheluwe er aan zat te komen wou het slachtoffer niet dat dit in alle glorie zou gebeuren. Hij vond het niet oké dat de bisschop in een aura van grote eerlijkheid en geloofwaardigheid een fin-de-carrière kon krijgen.”

Toen vroeg hij ook dat onderhoud met Danneels.

“Nee, hij vroeg een onderhoud met Vangheluwes overste, opdat die zijn verantwoordelijkheid zou nemen. Er was een bijeenkomst op 8 april. Alleen was het niet Léonard die toen aanwezig was maar streekgenoot Danneels. Vangheluwe had begin april naar Danneels gebeld met de boodschap: “Ik heb vreselijke dingen gedaan, ik heb jarenlang mijn neef misbruikt.” Op 8 april trok Danneels naar Brugge voor een andere afspraak en daar werd hij door bisschop Vangheluwe gevraagd een bijeenkomst met zijn familie en zijn neef mee te maken. Voorafgaand aan dat gesprek hadden Vangheluwe en de kardinaal een gesprek dat drie kwartier duurde. Dus onvoorbereid, zoals Danneels’ advocaat nu stelt, kan je hem niet noemen.

“De ontmoeting van onze cliënt met Danneels en daarna die met Vangheluwe en de hele familie van het slachtoffer erbij werd op band opgenomen door de neef. Hij wou voor zichzelf en zijn omgeving het bewijs hebben dat het misbruik wel degelijk had bestaan én dat het formeel werd aangekaart bij een kerkoverste. De rest kennen we: in dat gesprek werd die man geïntimideerd, gewezen op welke nadelen het publiek maken van de feiten voor hemzelf zou hebben. Weer werd er op eigen schuld en schaamte ingespeeld. Vangheluwe trad uiteindelijk toch af. De kerk meldde in een communiqué dat de aandacht nu eerst en vooral naar het slachtoffer zou gaan. En wat gebeurde er? Niets. Tot het aartsbisdom het in juli laatstleden nodig vond in de media te bevestigen dat er aanzienlijke sommen geld gingen naar het slachtoffer.”

De symbolische druppel.

“Maar vooral ook het slechtste signaal dat de kerk kon geven op een moment dat het slachtoffer nog wachtte op begrip van de kerkelijke hiërarchie. Dat is ook het ogenblik waarop wij als advocaten zijn tussenbeide gekomen, en geschreven hebben aan de onderzoeksrechter in Brussel dat we de beschikking hadden over die tapes waaruit overduidelijk bleek op welke manier de kerk reageerde op het misbruik waarvan ze kennis kreeg. We verzochten om een en ander recht te zetten bij de publieke opinie, na het beluisteren en het controleren op authenticiteit van de tapes. We wilden dat de publieke opinie wist dat het dit slachtoffer nooit om geld te doen was, maar wel om het aftreden van de bisschop. We vroegen dus een rechtzetting en dat het liefst zo snel mogelijk. We verwezen ook naar het wetsartikel dat stelt dat de publieke opinie steeds correct moet geïnformeerd worden door de gerechtelijke instanties, dit om de aangebrachte schade die dergelijke meldingen teweegbrachten bij het slachtoffer, te neutraliseren. En wat is er gebeurd? Alweer niets. Toen heeft onze cliënt gezegd dat het hem welletjes was en heeft hij de tapes zelf naar buiten gebracht.”

Herinnert u zich nog het moment waarop u voor het eerst dat bandje beluisterde?

“Ik herinner me dat nog zeer goed. (zucht) Ik had jarenlang die andere slachtoffers ontmoet, hun dossiers doorgenomen, van hen gehoord hoe verantwoordelijken binnen de kerk hun verhalen hadden onder de mat geveegd en weggepraat. Nu hoorde ik op welke manier dat gebeurde. Het was een beetje een shock. Nee, dat is het verkeerde woord. Weet je, ik was vooral ontroerd. Een groot gevoel van medelijden voor die man overviel me. Ik hoorde zijn gebroken stem, de ontreddering die er doorheen klonk en daartegenover die rustige stem van Danneels, die koel en beheerst zijn ding deed. De neef was hoorbaar een gebroken mens, hij stotterde af en toe, zocht naar zijn woorden, je voelde zo die emotie, je hoorde die schreeuw opdat het juiste eindelijk zou gebeuren. Ik werd er doodtriestig van. Dat dit bestaat, dat mensen dit doen met andere mensen.”

Maar tegelijk dacht u dus ook: dit is uniek.

“Nadien, eens die ontroering was doorgeslikt, dacht ik: er bestaat geen grotere ontmaskering. We wisten ook dat zo’n opname de zaak-Vangheluwe op zich oversteeg. Dit gaf het dossier een heel andere ‘ampleur’. Dat blijkt inmiddels ook uit de grote internationale interesse voor de tapes. Ik had deze week van de KRO over The Herald Tribune en The New York Times tot de BBC aan de lijn. De journalisten zeiden allemaal hetzelfde: de waarde van dit document overstijgt alles.”

Maar, een juridisch vervolg krijgt het niet. Danneels kan geen schuldig verzuim worden aangewreven, menen specialisten.

“Dat lijkt me iets te kort door de bocht. Het is onze bedoeling de slachtoffers van misbruik binnen de kerk te groeperen. We gaan trachten een tijdsbalk op te stellen met slachtoffers van veertig jaar geleden, van vijfendertig jaar geleden, van dertig jaar geleden en dit tot en met de houding die Danneels aannam in dat gesprek van 8 april. Zo zou je kunnen vaststellen dat het om een voortgezet misdrijf handelt. Eens dat dit wordt aangenomen, is het niet verjaard. Want de verjaring begint pas als het misdrijf is afgelopen. En dan is Danneels er wél bij, als toenmalig hoofd van de kerk en voor schuldig verzuim. Trouwens, een klacht wegens schuldig verzuim hebben wij reeds geruime tijd geleden neergelegd.”

Nog minder goed nieuws van de voorbije maand. De dossiers die bij de huiszoeking werden weggenomen dienen teruggegeven.

(diepe zucht) “Vreselijk wat de voorbije maand gebeurde. Je had dus op 24 juni die inval bij het aartsbisdom en bij Adriaenssens, Operatie Kelk. Zes dagen later vroeg het parket-generaal het dossier van de onderzoeksrechter De Troy op om dat onderzoek te controleren. Nu, dat parket-generaal bestond het om dat middenin de vakantie en veel sneller dan in dat soort zaken gebruikelijk is, door te voeren. Op 31 juli leest mijn confrater Walter in jullie krant dat er een zitting is op 6 augustus waar die controle over het onderzoek zal plaatsvinden. Niemand wordt op de hoogte gebracht, geen enkel slachtoffer, en had Walter het niet gelezen, dan wisten wij het zelf niet. We zijn dankbaar dat de pers hier haar waakhondfunctie goed vervuld heeft.”

Wat moet je achter zo’n manier van werken zoeken?

“Waarom dit zo stoemelings moest gebeuren, begrijpen we ook niet. Maar pas op, het wordt nog erger. Wat hebben wij toen gedaan? We contacteerden een paar slachtoffers met de vraag of ze akkoord gingen om zich burgerlijke partij te stellen. Zo gebeurde. We schreven brieven naar de Kamer van Inbeschuldigingstelling. We stelden daarin dat gezien ze over de rechten van de slachtoffers gingen beslissen, ze deze ook dienden te horen. We schreven een brief op 3 augustus en nog een op 4 augustus, we stuurden een kopij naar het parket-generaal en ook rechtstreeks naar de minister van Justitie. We kregen tot op vandaag géén antwoord op geen enkele brief. Op 6 augustus besliste men dan over de hoofden van zovele slachtoffers heen dat hun dossiers zouden worden teruggegeven. We kregen geen kennis van het arrest, er is geen communicatie en tot op vandaag kregen wij geen inzage. We moesten via vtm vernemen wat de uitslag was, dat de dossiers teruggaan naar de commissie-Adriaenssens die intussen niet meer bestaat, enfin dus teruggaan naar het bisdom zeker? Hoe dan ook, de slachtoffers, onze cliënten, worden weer eens genegeerd. Nochtans is er de wettelijke plicht om slachtoffers op zorgvuldige wijze te informeren. Onvoorstelbaar dat dit niet gebeurde. Intussen hebben we cassatieberoep aangetekend tegen het arrest dat we nog niet gelezen hebben. Heel ongebruikelijk, maar waarom doen we dat? Omdat dit ons mogelijk toelaat het dossier in te kijken.”

Moeten we hieruit besluiten dat de kerkelijke tentakels tot diep in de magistratuur zitten?

“Ik kan zoiets natuurlijk niet zeggen, welke bewijzen zou ik daarvoor hebben? Geen. Ik kan alleen de feiten op een rij zetten, en iedereen die deze rechtsstaat aanbelangt vragen om eens diep na te denken.”

Dus, ja, de tentakels bestaan.

“U zegt dat, ik niet.”

Kan het zijn dat een bepaalde rechtbank ‘geshopt’ werd, eentje met voorzitters die niet bepaald uit logehoek komen?

“Ik kan daar niets op zeggen, ik heb daar geen bewijs van. Dat is jullie verhaal, het verhaal van een bepaalde pers.”

Is het niet zo dat tijdens de vakantie de samenstelling van de rechtbank om de veertien dagen wijzigt en dat de procureur-generaal, als hij dat wou, zijn zaak kon onderbrengen bij de voorzitter die hij verkoos?

“Wat jij schetst, is inderdaad de gebruikelijke vakantieregeling, maar ik ga hier natuurlijk niet zeggen dat het op die manier ook effectief gebeurde.”

Denkt u dan écht niet dat hier andere belangen spelen?

“Ik heb maar één grote vraag: waarom zwaar geschade slachtoffers weigeren te horen? Dat is ons punt. Ontoelaatbaar is dat na de kerk nu ook de overheid slachtoffers in de kou laat staan.”

Honderden slachtoffers zijn er intussen, geregistreerd en wel, hun dossiers zijn op drift, of beter: ze staan ergens verzegeld, god weet waar. Hoe moet het nu verder?

“Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kreeg van ons al op de dag van de zitting begin augustus een verzoekschrift. We hopen dat België veroordeeld wordt, dat de knop wordt omgedraaid waardoor de rechten van de slachtoffers alsnog kunnen gevrijwaard worden. Europa heeft sinds kort de macht om een proces terug te draaien, de staat die in de fout ging en schade toebracht aan rechtspersonen te verplichten die schade te herstellen. Ik kan er nog steeds niet bij dat de kerk en het gerecht in dit land, die hun bestaansrecht ontlenen aan het beschermen van de rechten van de mensen en zeker van de zwakkeren uit de samenleving, die zwakkeren vergeten. Geloofwaardigheid en gerechtigheid is hun objectief en net dat is hier grondig met de voeten getreden.”

En wat met die nieuwe ‘commissie-Adriaenssens’ zonder Adriaenssens die straks door het bisdom wordt aangesteld?

“Wij denken hoe dan ook dat een gerechtelijk onderzoek de beste waarborgen kan bieden mits er extra controle op gebeurt. Ik heb een groot respect voor Adriaenssens. Hoe hij communiceert naar slachtoffers toe, dat is het beste wat je kan horen. Die man zegt de dingen zoals ze moeten gezegd worden. Het is dan ook verschrikkelijk dat hij daar nu weg is. Waarom niet het gerecht zijn werk laten doen mét permanente begeleiding van Adriaenssens? Hij kan toch als expert worden aangesteld, precies naar de bejegening van slachtoffers toe?”

Is dit een van de meest aberrante dossiers die u ooit had?

“Qua procesvoering is het zeker het meest flagrante. De belangen moeten groot zijn, vermoed je dan, maar hard kan en wil je dat ook niet maken.”

Een Don Quichotdossier.

“Dat zal nog moeten blijken. Wij zijn nog altijd van het idee dat we dit zullen rechtzetten. Daar gaan we voor. We stoppen niet. Nooit. De slachtoffers moeten hersteld worden in hun rechten. Wij zijn ook voorstander van het installeren van een parlementaire onderzoekscommissie waarin onderzoek gebeurt naar het misbruik in de kerk én het toedekken ervan, maar ook naar de manier waarop het gerecht zeker de voorbije twee maanden met dit dossier is omgesprongen. Wat daar gebeurde is zowel ontoelaatbaar als nooit eerder vertoond. Enkel op die manier kan vermeden worden dat in de toekomst dergelijke zaken nog mogelijk zijn.”

Een soort generaal pardon, is dat wenselijk?

“De erkenning is wat de slachtoffers het meest wensen. Als daarnaast een gepaste schadevergoeding kan komen is dat maar de normaalste zaak van de wereld. Maar de klemtoon ligt bij onze cliënten nooit op dat laatste. Niet één slachtoffer dat ik ken, doet het daarvoor. Het doel is altijd de erkenning. En daar hebben die tapes goed aan gedaan: ze hebben blootgelegd dat zelfs dat moeilijk ligt in de kerk. De tapes bewijzen dat de machinaties blijven bestaan en ze tonen aan hoe ze werken.”

Maar zelfs na het uitbrengen van de tapes bleef het systeem in werking. Lees het recht van antwoord van de kardinaal.

“Dat toont aan hoe diep die eigen logica geworteld zit. Die mensen wéten zelfs niet dat ze het nog erger maken met zo’n houding. Dit is het gevolg van eeuwenlang ongestoord kunnen omgaan met macht waarover geen controle bestaat.”

De religieuze onschendbaarheid.

“Inderdaad. Geen controle en helaas dus misbruiken. En eens misbruik gemeld, is er ontkenning of verdoezeling. De enige controle die gebeurt, is damage control.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234