Woensdag 25/11/2020

Ik was een redelijk straffe, maar nooit de allerstrafste

Freddy Willockx kijkt terug nu hij zijn afscheid als burgemeester heeft aangekondigd

Freddy Willockx houdt het in juli 2010 voor bekeken als burgemeester van Sint-Niklaas, na een carrière van exact veertig jaar. Over zijn plaats in de geschiedenis heeft de socialist de nacht voor ons gesprek al eens uitgebreid nagedacht. Hij haalt een verfrommeld blad papier uit zijn jaszak en leest voor: 'Willy Claes, Karel Van Miert, Louis Tobback en Steve Stevaert, dat was de Champions League. Frank Vandenbroucke, Patrick Janssens en Johan Vande Lanotte: UEFA-cup. En Luc Van den Bossche, Norbert De Batselier en ikzelf, wij speelden mee aan de top van eerste klasse. Waar ik de nieuwe generatie klasseer? Gennez en co. moeten de promotie naar hoogste klasse nog afdwingen. Maar ik supporter mee.'

DOOR RUUD GOOSSENS EN JEROEN VERELST

foto jimmy kets

'Ik heb me altijd ingesteld op een korte carrière: mijn vader, nonkels en grootvader zijn jong gestorven'

"Ik ben zowat mijn hele politieke carrière de jongste van het land geweest. Ik was op mijn 23ste het jongste gemeenteraadslid, drie jaar later was ik de jongste schepen. En in 1981 was ik de jongste minister aan Vlaamse kant. Ik heb altijd gezegd dat ik ook de jongste gepensioneerde zou zijn. Politiek versterkt het menselijke slijtageproces. Ik heb me mentaal ook altijd ingesteld op een korte carrière: mijn vader, nonkels en grootvader zijn allen jong gestorven. Als ik afzwaai als burgemeester zal ik 63 zijn. Dan is het genoeg geweest.

"Sint-Niklazenaars zijn chauvinistisch. Tegelijkertijd kankeren ze graag op hun stad en daar ben ik als burgemeester vaak het lijdend voorwerp van. Ik trek me dat aan. Dat is altijd mijn grootste gebrek geweest: ik ben hypergevoelig voor kritiek. Ik kan het ook niet laten te reageren, ik móét me verdedigen. Als ik een mail krijg van een boze burger die me terecht of onterecht verwijten maakt, pak ik de telefoon en bijt ik van me af.

"Dat heeft alles te maken met mijn vader. Hij was minstens even sociaal als ik, maar hij was altijd de rust zelve. Uiterlijk toch, want eigenlijk camoufleerde hij de stress vanbinnen. Hij is doodgevallen toen hij amper 49 was. Ik heb me toen voorgenomen altijd te zeggen wat ik denk. Het hart op de tong. Heel dikwijls moet ik me dan vijf minuten later alweer excuseren. Ik ben daar niet fier op, het is een gebrek. Ik ben 61, ik zou me nu toch stilaan moeten kunnen beheersen. Maar het lukt niet. En het wordt vreemd genoeg alleen maar erger.

"Mijn goede vriend Norbert De Batselier is altijd bijzonder bedreven geweest in het bukken, zoals we dat hier in het Waasland zeggen. Een gave die ik absoluut niet bezit. Goede dossiers trok De Batselier naar zich toe, slechte dossiers stootte hij van zich af. Het beste voorbeeld zijn de steenkoolmijnen in Limburg. De Batselier sloot de mijnen, maar de mijnwerkers kwam betogen bij de minister van Pensioenen. Bij mij dus! Pas op, we konden daar met zijn tweeën geweldig over lachen. Ik zag het aankomen, maar toch had ik elke keer opnieuw prijs.

"Socialisme betekent al veertig jaar hetzelfde voor mij: ten dienste staan van de mensen. Dat zijn de genen, dat krijg je er niet uit. Daarom vind ik dienstbaarheid nog altijd belangrijk. Het begrip heeft de voorbije decennia een bijzonder negatieve bijklank gekregen. Het werd ten onrechte verward met cliëntelisme. Maar ik leer nog elke dag bij door de individuele problemen waar mijn inwoners mee worstelen. Vorige week had ik hier iemand over de vloer met een schrijnend verhaal. Ongelooflijk onrechtvaardig ook. Ik ben echt in het vuur gesprongen voor die man, ik ben overal waar het nodig was op tafel gaan kloppen. Die man huilde aan de telefoon toen ik hem vertelde dat ik een oplossing voor zijn probleem had gevonden. Ik moest me inhouden om niet mee te huilen. Daar doe je het óók voor als politicus.

"Ik zou ze niet te eten willen geven, alle mensen die ik heb geholpen in hun leven en die daarna zijn overgelopen naar het Vlaams Blok. Dat maakt me oprecht kwaad. Zwarte Zondag was mijn eerste verkiezingsnederlaag. Een mokerslag. De tweede nederlaag was in 1999, maar toen heb ik het geluk gehad dat ik regeringscommissaris mocht worden. Ik moest de dioxinecrisis oplossen. En al zeg ik het zelf, ik heb die rol als crisismanager met verve vervuld. Het jaar daarop heb ik bij de gemeenteraadsverkiezingen electoraal mijn tweede adem gevonden. Een uitslag die ik in 2006 overgedaan heb. Ik heb toen al gezegd dat ik de rit niet helemaal zou uitdoen, ik wilde mijn opvolger met een burgemeestersbonus de verkiezingen van 2012 laten ingaan.

"Ik wil mijn eigen politieke carrière afsluiten op een schone manier. Liever dat dan stoppen met een verkiezingsnederlaag. Ik betrap me er soms op dat ik vooral bezig ben met het voltooien van mijn project, het is beter dat een nieuwe figuur de toekomst voorbereidt. Ik heb Sint-Niklaas weer op de kaart gezet, ik kan met een gerust gemoed vertrekken. Al maak ik me geen illusies. Politiek blijft mijn leven, mentaal neem ik nooit helemaal afscheid. Ik blijf gemeenteraadslid, zolang de kiezers mij steunen en mijn gezondheid het toelaat."

'Na het vertrek van Steve hadden we Pascal Smet voorzitter moeten maken'

"Claes, Van Miert, Tobback en Stevaert. Dat kwartet heeft de voorbije veertig jaar het meeste indruk op mij gemaakt. Die vier kleppers hebben allemaal hun eigen, ongeëvenaarde kwaliteiten. Claes was de man van de inhoud. Als ik mijn dossiers altijd piekfijn heb beheerst, is dat omdat die dossierkennis er door Claes in is gedrild. Anders maakte hij je af. Je moest er dus staan. (trekt wenkbrauwen op) De afgelopen jaren heb ik het vaak anders gezien. Van Miert zorgde voor een revolutie in de SP, door nieuwe inhoud te koppelen aan nieuwe figuren. Tobback kende zijn gelijke niet op de tribune, een briljante redenaar. En Stevaert was een tactisch genie.

"Maar ook in andere partijen lopen politici rond die veel indruk op mij hebben gemaakt. Philippe Maystadt was een grote, Jean-Luc Dehaene heb ik altijd bewonderd voor zijn creativiteit en doorzettingsvermogen en Wilfried Martens vond ik briljant als fractieleider in het Europees Parlement. Ik wil ook Guy Verhofstadt niet vergeten. In de jaren tachtig gingen we regelmatig met elkaar in de clinch. Maar ik was er bij de start van paars-groen bij en ik heb Verhofstadt in zijn laatste periode van dichtbij zien evolueren. Chapeau. Ik ben twee weken geleden nog afscheid gaan nemen. Verhofstadt is geen koele kikker, hij heeft ook sterke menselijke kwaliteiten.

"We hadden een uitzonderlijke generatie onder aanvoering van Tobback en Van Miert. Ik plaats mezelf in de categorie van mijn andere generatiegenoten De Batselier en Luc Van den Bossche: de top van eerste klasse, zeg maar. Net onder het trio Vandenbroucke-Vande Lanotte-Janssens. Verbaast u dat? Ik weet dat ook ik Janssens geregeld bekritiseer, ik ben het vaak totaal oneens met hem. Maar hij heeft wel de historische verdienste dat hij een dam heeft opgeworpen tegen extreem rechts. Ik heb er nooit problemen mee gehad toe te geven dat er andere politici rondlopen die nog een klasse straffer zijn dan Freddy Willockx.

"Waar ik Caroline Gennez en de rest van de huidige generatie klasseer? Ik hoop dat een paar van hen toch minstens in eerste klasse eindigen. Maar ze moeten de promotie naar de hoogste klasse nog afdwingen. Gennez heeft wel potentieel. 'Het is een echte', zei iemand me laatst aan de toog. Dat is een goed teken. En ze laat niet over zich heen lopen, ze heeft zich de laatste maanden consequent opgesteld in de discussie over regeringsdeelname. Ik sta volledig achter haar standpunt. Wat hadden we met onze schamele 16 procent in godsnaam in dat geknossel moeten aanvangen?

"Misschien hadden we de verkiezingsnederlaag kunnen vermijden. Aan Vande Lanotte lag het niet. Je kunt moeilijk zeggen dat hij de flierefluiter van de regering was of een zwakke partijvoorzitter. Maar we hadden de opvolging van Stevaert aan de partijtop achteraf beschouwd anders moeten aanpakken. We hebben onszelf verzwakt in de regering én in de partij. Ik ben medeplichtig, want ik heb Vande Lanotte gesteund. Als u het me nú vraagt, hadden we Pascal Smet partijvoorzitter moeten maken. Ik weet waarover ik spreek, want hij is zowat mijn politieke zoon. Smet heeft het typische profiel van een partijstrateeg. En als hij voorzitter was geworden, had Vande Lanotte in de regering kunnen blijven.

"De huidige generatie moet de kans krijgen oppositie te voeren en de sp.a uit het dal te trekken. Dat zal even duren. Maar ik ben optimistisch. Ik zie Dirk Van der Maelen groeien. Als fractieleider was hij te braaf: hij maakte te weinig ambras. Maar als parlementslid is hij sterk bezig. Ook Bruno Tobback en Peter Vanvelthoven manifesteren zich en types als Renaat Landuyt en Hans Bonte zijn karakterieel bijzonder geschikt om oppositie te voeren.

"Freya Van den Bossche is een verhaal apart. Claes, Van Miert en ik beten indertijd onze tanden stuk op de grote federaties, Antwerpen op kop, die zorgden voor een compleet immobilisme binnen de partij. Sindsdien heeft de nationale partijtop meer invloed gekregen op de lijstvorming. Een goede evolutie, maar één met een keerzijde. De Teletubbies dropten nieuwe mensen op de lijsten, zonder discussie of inspraak. Freya was het bekendste instrument van de partijtop en het bekendste voorbeeld van hoe dat systeem uit de hand is gelopen. Ze is veel te ver gegaan in het vertalen van de autoriteit van Brussel in Oost-Vlaanderen. Gelukkig heeft ze dat zelf ingezien. Ik blijf ervan overtuigd dat Freya een klasbak is. We gaan haar nu samen helpen terugkeren naar de top. Ik ook, ik heb met Freya een goed contact opgebouwd. Opnieuw."

'We worden verdoofd door het applaus van mensen die toch niet voor ons stemmen'

"De jonge Freddy Willockx zou veel minder ver geraken in de politiek als hij nu aan het begin van zijn carrière stond. Hoe dat komt? (aarzelt) Laat maar, het is een te subjectief aanvoelen. (stilte) Ach, kom, waarom ook niet. Ik denk dat mijn uiterlijk een rol speelt. Ik vrees dat het tegenwoordig een handicap zou zijn. Ook voor mannen, denk ik. Voor mij is mijn uiterlijk geen nadeel geweest in mijn carrière, het heeft me zelfs een zekere herkenbaarheid gegeven. Toen ik de eerste keer verkozen werd, was het nog een doodzonde dat mijn vader mensen had aangespoord om mij een voorkeurstem te geven. Een goede partijsoldaat moest toen een lijststem geven. Bij mijn eerste verkiezing in Sint-Niklaas kreeg ik 350 voorkeurstemmen, ik sprong van plaats dertien naar plaats zeven. Een schande! Mijn partijgenoten spraken nog amper tegen mij. Het vedettisme is in de loop der jaren steeds groter geworden.

"Stevaert was daar inderdaad de grootste exponent van. Maar hij is ook een politiek genie zonder gelijke. Zo iemand kom je slechts één keer in honderd jaar tegen. (lacht) Allez, maak er misschien vijftig jaar van. Nog altijd sceptisch? Ik zal jullie eens een anekdote vertellen. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 zat ik in de knoei met mijn campagneslogan. We hadden gebrainstormd, maar we kwamen er niet uit. Dus belde ik Stevaert voor wat goede raad. Ik leg hem drie slogans voor, waarop hij zegt: 'Nee Freddy, ik zou er 'Veel gedaan, nog veel te doen' van maken.' Dat floepte er zomaar uit. Ik heb mijn hele campagne op die slogan afgestemd en we hebben ruim 35 procent gehaald.

"Soms was hij ook gewoon té snel. Vier, vijf jaar geleden was ik Pascal Smet, toen nog de grote baas op het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen, op een receptie aan het bewerken om terug te keren naar zijn heimat Beveren. Ik wilde hem een gooi laten doen naar het burgemeesterschap. Stevaert kwam een handje toesteken, hij had zelfs al een slogan klaar voor Pascal: 'Beveren kan beter'. Smet leek er wel zin in te hebben, maar hapte nog niet echt toe. Twee maanden later hoor ik op de radio dat Smet door Stevaert minister is gemaakt in Brussel. Zo zijn we hem kwijtgeraakt voor Oost-Vlaanderen.

"Spijtig genoeg was het fenomeen Stevaert electoraal gezien nogal vluchtig. Het effect was redelijk snel uitgewerkt. Misschien is dat eigen aan de tijdgeest. Het meest vluchtige deel van je kiezers ontmoet je zelfs niet meer. Ik heb het nog meegemaakt dat de SP een partij van oude kiezers was. In 2003 was dat plots totaal omgekeerd. Dankzij het kartel met Spirit, we moeten een kat een kat durven te noemen. Allemaal goed en wel, jonge mensen zijn de toekomst. Maar in 2004 en 2007 is gebleken wat het gevaar is: die jonge kiezersgroep is ook bijzonder volatiel.

"Onder Louis Tobback hadden we een fantastische vormingsdienst om de vinger voortdurend aan de pols van de maatschappij te houden. De hele linkse intelligentsia, mensen uit alle mogelijke domeinen, werkte daaraan mee. Geen partijleden, maar figuren met een sympathie voor ons gedachtegoed. Dat was een tank. Die vormingsdienst is daarna een beetje verwaarloosd. Onderschat dat niet. Het is investeren op de lange termijn. Die inspanningen betalen zich allemaal terug. Want uit die vijver rekruteer je jong talent, uit die vijver vis je de toekomstige generatie. Heel wat toppers kwamen uit die denktanks. Die fond zijn we kwijtgeraakt. Daarom was ik vorige week enorm blij toen Caroline me een lijst van dertig studiewerkgroepen toestuurde, ze wil weer diepgang. Het is de enige weg naar een structurele wederopstanding.

"Nu aan politiek doen en 35 jaar geleden aan politiek doen, het is een wereld van verschil. Het is allemaal wat populistischer. Mijn generatie durfde onpopulaire maatregelen te nemen als het nodig was. Ik ben fier op mijn samenwerking met Jean-Luc Dehaene en Philippe Maystadt aan het Globaal Plan. Ik heb een belangrijke rol gespeeld om dat verkocht te krijgen aan de socialistische beweging, zonder de banden met de vakbond door te knippen. Een belangrijk verschil met het Generatiepact. Mensen als Mia De Vits, wijlen François Janssens en Michel Nollet wisten in mijn tijd dat de overheidsfinanciën gesaneerd moesten worden en beseften dat daarvoor onpopulaire maatregelen nodig waren. Bij het Generatiepact was dat anders. Ik heb enorm veel respect voor de technicus Xavier Verboven, maar hij was een zwakke politieke figuur. Hij had niet de autoriteit om ook maar iets te verdedigen bij de achterban.

"Of het 'hardere' socialisme dat sinds het Generatiepact gepropageerd wordt de juiste richting is? Kijk, een pleidooi voor een strenge activering van werklozen, het stokpaardje van Vandenbroucke, levert de sp.a geen kiezers op. Het is complex, dat geef ik toe, en Frank heeft ten gronde dikwijls gelijk. Maar ik weet niet of we met die standpunten de juiste klemtonen leggen. Ik betwijfel het. We worden verdoofd door het applaus van mensen die toch nooit voor ons zullen stemmen."

'Wat Frank Vandenbroucke daar ook over beweert, ik geloof niet in een sociale staatshervorming'

"Ik weet dat ik de reputatie heb een belgicist te zijn. Die dateert van mijn georganiseerde meningsverschil met De Batselier. We hadden een vreedzame co-existentie. Of dat afgesproken was? (fijntjes) Het hinderde de partij niet dat er twee stromingen waren die er een verschillende kijk op een staatshervorming op na hielden. De stroming van De Batselier was, toen al, wat modieuzer bij de media. Mijn stroming leefde wat meer bij de achterban. Op het congres van 1998 hebben we een synthese gemaakt van die twee stromingen. Ik heb bepaalde stappen in de staatshervorming als brave partijsoldaat gestemd, maar ik blijf me er wat ongemakkelijk bij voelen.

"Ik geloof niet in het concept van een sociale staatshervorming, omdat dat in een rechts Vlaanderen een contradictio in terminis is. Ik ben daar waarschijnlijk een ouderwetse socialist in, maar ik ben bang dat we, als we de sociale zekerheid overhevelen naar Vlaanderen, op termijn de knop naar rechts draaien. Noem me conservatief, noem me belgicist, maar ik blijf daarvan overtuigd. Ik vind het bijzonder naïef om te denken dat de sociale zekerheid regionaliseren een progressieve daad is. Wat Frank daar ook over zegt, dat is het in mijn ogen niet. We zitten nu in die dynamiek, dat besef ik maar al te goed. Maar ik vind die bijzonder gevaarlijk.

"Twee weken geleden heb ik voor de Australische televisie meegewerkt aan een reportage over België. Ik heb daar gezegd dat het lastenboek van onze publieke opinie barst van de schizofrenie: 85 procent van de Vlamingen wil niet dat hun politici toegeven aan de Waalse eisen, en 85 procent van de Vlamingen wil niet dat België splitst. (lacht) Voilà, Willockx kan ook oneliners verzinnen. Maar het is wel de realiteit. Hoe moet je die gespletenheid als politicus van een communautair gematigde partij vertalen?

"Bij de laatste Vlaamse verkiezingen heeft niemand eraan gedacht om me de lijst te laten duwen in Oost-Vlaanderen. Ik was waarschijnlijk te populair, ik weet het niet. Het was niet nodig. Ik heb het zelf ook niet gevraagd, laat dat duidelijk zijn. Maar kom, zand erover. Het heeft geen zin om oude koeien uit de sloot te halen. De week voor de verkiezingsdag heb ik toch maar een eigen nota over de staatshervorming geschreven. Die leek nogal op wat er nu uit de bus is gekomen in de eerste fase van de staatshervorming. Ik pleitte voor homogenisering, in beide richtingen, en voor fiscale autonomie. Ons huidige consumptiefederalisme is onmogelijk houdbaar.

"We moeten durven te praten over de eindtermen voor een staatshervorming, Leterme heeft het begrip zelf in de mond genomen. Ik had gehoopt dat de wijzen die eindtermen zouden definiëren. Ze hebben het pragmatischer aangepakt en hebben een bijzondere wet geschreven om ten minste te kunnen vertrekken. Als ik Leterme was, zou ik de wijzen eindtermen laten opstellen: daar willen we naartoe. Dan kunnen de partijen onderhandelen over de stappen om uiteindelijk, op lange termijn, aan die eindtermen te arriveren.

"Ik vind die hele discussie over de toekomst van onze instellingen een bijzonder boeiende intellectuele oefening. Elk jaar hou ik exact dezelfde speech op 11 juli en op 21 juli. Op 11 juli benadruk ik tegen een halve zaal Vlaams Belangers de noodzaak van solidariteit. Dan krijg ik zo'n mager beleefdheidsapplaus. En op 21 juli benadruk ik tegen een zaal vol oud-strijders de noodzaak van een verdere verdieping van ons federalisme. Wijlen Maurits Coppieters was de grootste voorstander van dat federalisme. Ik heb, samen met De Batselier, eindeloos gediscussieerd met Coppieters over communautaire perikelen. Hij noemde zichzelf een 'Vlaamse patriot van het federale België'. (mijmerend) We zijn nog van plan geweest een betoging te organiseren tegen separatisme. Ja, als er te betogen viel, stond Coppieters op de eerste rij."

'Agusta was de zwartste episode uit mijn carrière, dat ging over vrienden'

"Agusta was zonder de minste twijfel de zwartste episode uit mijn loopbaan. Nog zwarter dan Zwarte Zondag of eender welke verkiezingsnederlaag. Agusta oversteeg de politiek, dat ging om vrienden. Ik herinner me nog elk uur van die voorlaatste vrijdag van februari 1995. Ik word gebeld door de vrouw van Guido Triest (toenmalig SP-kaderlid, RG / JV). Ze maakte zich ongerust, hij moest dringend naar de partij komen, omdat de politie daar was. Een kwartier later bel ik Etienne Mangé. Ook daar krijg ik de echtgenote aan de lijn. Ik vraag haar wanneer ze Etienne weer thuis verwacht. 'Ik verwacht hem niet thuis', antwoordt ze. Dat was de grootste schok van mijn leven, dat zeg ik eerlijk. Ik ben ook niet beschaamd om toe te geven dat ik met mensen als Mangé nog altijd een goed contact heb. Zodra hij in België is, belt hij mij. Dan praten we, dan lachen we. Zonder verbittering.

"Mangé en ik hebben een speciale band. We hebben elkaar leren kennen in het derde middelbaar, we zijn later samen gaan studeren. Hij was de eerste in de algemene economische, ik de eerste in de bedrijfseconomische. We verdeelden de taken. Al in ons voorlaatste jaar zijn we allebei door de universiteit gevraagd om assistent te worden. Een gelijklopend parcours, behalve op politiek vlak. Mangé was een overtuigde liberaal. (lacht) Ik heb hem ideologisch kunnen brainwashen tijdens onze dagelijkse treinritten naar de universiteit. Uiteindelijk is de ultraliberaal Mangé mij zelfs langs links voorbijgestoken. Ik heb hem meegenomen naar mijn kabinet toen ik staatssecretaris voor Financiën werd, Louis Tobback is hem daar weg komen plukken. Om maar te zeggen dat we een historische band hebben die je niet zomaar stukhakt.

"Ik vond dat het mijn plicht, mijn menselijke plicht, was om met iedereen contact te houden. Ik heb uren geprobeerd om de stukgelopen relaties te lijmen. Soms was ik er dichtbij. Ik was er heel dichtbij. Maar het is nooit helemaal hersteld. In mijn jaren als Europees Parlementslid probeerde ik élke maand in Straatsburg om Van Miert te overtuigen van de goede trouw van Tobback en Van den Bossche. Het drong maar heel moeilijk tot hem door dat die mensen hem en Carla Galle geen peer hadden proberen te stoven. Ik heb mijn nek een paar keer zwaar uitgestoken. Op een vergadering bij Van den Bossche thuis, kort na de start van de affaire, heb ik gepleit voor volledige openheid. Galle is me daar altijd bijzonder dankbaar voor gebleven: het zou onrechtvaardig geweest zijn het drama volledig in haar schoenen te schuiven.

"Ik heb ook klappen gekregen door Agusta. Ik had het gevoel dat het vertrouwen in mij een knauw had gekregen. Ik had het gevoel dat de anderen - Tobback en Vandenbroucke - dachten dat ik bepaalde dingen wist omdat ik zo dicht bij Mangé stond. Dingen die zij niet wisten. Ik heb op een bepaald moment informatie gegeven aan Rik Van Cauwelaert van Knack, in volledige samenspraak met onze communicatiespecialist Fons Van Dyck. Maar telkens als Knack later iets schreef over de partij werd ik ervan verdacht te hebben gelekt. Dat heeft me gekwetst. Ja, ik heb dikwijls gelekt naar journalisten. Maar altijd op bevel en altijd in het belang van de partij. (fijntjes) Nu noemen ze dat spinnen, zeker? Gelukkig is dat met Tobback fantastisch uitgepraat. Daar is niets van blijven hangen.

"Ik zie het nog zo voor mij hoe ons wonderkwartet - Frank Vandenbroucke, Louis Tobback, Willy Claes, Karel Van Miert - samen poseerde voor de pers in januari 1995, toen er van Agusta nog geen sprake was. De fotografen werden hysterisch. Het Vlaamse socialisme was op zijn hoogtepunt, het had nog nooit zo'n sterke combinatie van persoonlijkheden geproduceerd. Van Miert: de beste Europese commissaris die er rondliep. Claes: de secretaris-generaal van de NAVO. Vandenbroucke: de briljante minister van Buitenlandse Zaken. Tobback: de ijzersterke partijvoorzitter. Een maand later was het definitief voorbij."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234