Donderdag 21/10/2021

Ik was een echte pain in the ass

''Toen ik 18 was had ik al gekozen. Ik was als kind gefascineerd door alles wat met eten te maken had. De smaak, de geur, de structuur. Maar had je me toen gezegd dat ik op mijn 35ste Lady Chef van het jaar zou zijn, in mijn eigen restaurant, dat ik een tv-programma zou maken en boeken publiceren, dan had ik je niet geloofd.

Mijn grootouders en ouders kookten graag. 'Mag ik iets doen, mag ik iets doen', ik was een pain in the ass. Mijn vader werkte af en toe bij een bakker, als bijverdienste, en nam me soms mee. Wow. Zoiets wou ik ook doen. Ik ging op mijn twaalfde naar het Ceria in Anderlecht en koos in het vierde jaar voor de hotelopleiding. De keuken eigenlijk, want om in de zaal te werken ben ik te gesloten en glimlach ik niet genoeg. Geef mij maar patatten en wortelen.

''Op mijn 18de wist ik dat in een keuken werken meteen een grote verantwoordelijkheid zou zijn. Dus heb ik nog drie specialisatiejaren gedaan. Oenologie in Ter Duinen in Koksijde, traiteur in Brugge en dan patisserie in Mechelen. Leerzame jaren, maar ik heb ook ontzettend veel gefeest. (lacht)

"Mijn vader wilde niet dat ik mijn stages bij de eerste de beste bakker of chocolatier deed. Ik moest meteen voor de top gaan. Wittamer, op de Zavel in Brussel, bijvoorbeeld. Die zaak nam alleen stagiairs van Ceria in Anderlecht aan.

'Tu as fait Ceria?' vroeg mijnheer Wittamer.

'Ouiouioui', knikte ik enthousiast.

'Tu commences demain.'

"Ik had niet de tijd om te zeggen dat ik intussen aan Coloma in Mechelen zat. Dat kwam hij pas te weten na mijn eerste werkdag, toen hij mijn papieren moest tekenen.

"Na mijn stage kon ik daar aan de slag. Ik kreeg elke ochtend een lijst met tuttifrutti's, aardbeientaartjes en croquants framboises die gemaakt moesten worden. Die verantwoordelijkheid was heerlijk. De lijst was mijn job en ik zou die goed doen. Ik hield me uiteraard aan de recepten van de vaste gateaus, maar kon spelen met de decoratie die er op moest. Chocolade, bladgoud, getrokken suiker, die creativiteit vond ik leuk en dat zag je.

Aan de manier waarop je een blaadje op een taart plaatst, of een toefje peterselie op een mossel legt, zie je of iemand oog heeft voor elegantie. Net zoals ik aan de manier waarop een stagiair een mes vastneemt, kan zien of er iets in zit. Ik denk dat je alles kunt leren als je het echt graag wilt, maar wie talent heeft, zal altijd drie stappen voor zijn.

''Ik ben altijd creatief geweest. Als de les saai was, vouwde ik bootjes of vogeltjes van papier. Ik kan van niets iets maken. Tijdens de bakkersopleiding moesten we onze eigen taartdozen ontwerpen, en dan leefde ik me helemaal uit, net als bij chocoladestukken of met zoutdeeg. Soms lijkt het of er een 'ping' afgaat in mijn hoofd, waarna de ideeën zomaar komen binnengestroomd. Dat heb ik van mijn vader. Hij was creatief, en hij durfde. Koken, aquarellen schilderen, schoenen oplappen, hij probeerde alles. Hij was een bon vivant, mijn moeder was een echte moederkloek. Het waren West-Vlamingen, maar mijn vader trok met zijn jonge gezin naar het wilde Brussel, om er als ingenieur te werken in het Brugmann-ziekenhuis. Ze zijn gescheiden toen ik nog klein was, daarna hadden we het niet breed. Ik moest dus al snel mijn plan trekken.

''Ik was een beetje een garçon manqué, en de buren noemden ons huis 'Le Zoo de Jette'. Een poes of hond kreeg ik niet, maar ik had salamanders, konijnen, dikkoppen, kippen en vissen. Elk gewond vogeltje ging mee naar huis. Zag ik niet meteen een dier om me mee bezig te houden, dan keek ik eens onder een steen. Kijk daar, zei mijn vader vaak. Hij wees ons de hele tijd op allerlei details. Ik heb dat nog. Of ik nu in de auto zit, of in de keuken sta, ik heb altijd alles gezien. Als een nieuwe stagiair vraagt wat hij mag doen, is mijn eerste antwoord altijd: kijken. Stelen met je ogen is gratis, maar heel belangrijk. Als tiener deed ik vaak jobkes om iets bij te verdienen. De messen mastikeren, de glazen opblinken, de aardappelen schillen, ik keek overal mijn ogen uit.

''Na vier jaar bij Wittamer had ik het daar wel gezien. Ik wou meer verantwoordelijkheid. Mijn lief Andy werkte in Les Eleveurs, het hotel-restaurant dat al voor de vierde generatie op rij door zijn familie gerund wordt. Toen de patissier wegging, bood zijn vader Pierre mij die job aan. Net wat ik wou. Desserts, brood, roomijs. Van daaruit ben ik verder gegroeid. Ik had een basis als kok, en daarom schakelde de chef me ook in de rest van de keuken in. Toen Pierre gezondheidsproblemen kreeg, werd ik gevraagd om aan het fornuis te staan, en in 2007 hebben Andy en ik de zaak overgenomen. We zijn geen koppel meer, maar werken wel nog altijd uitstekend samen.

''Mij als vrouw in een mannenwereld handhaven en met mijn ellebogen werken heb ik op overvolle trams en in klassen vol jongens geleerd. (lacht) Het was niet makkelijk en ik heb veel geweend. Ik droeg vaak zelfgemaakte kleren. Die waren door mijn moeder met liefde in elkaargezet, maar de stoffen en kleuren waren niet altijd even modieus waardoor er af en toe de spot met me gedreven werd. Nu verdien ik zelf geld en hecht ik wel wat meer belang aan mijn kledij.

Er werken altijd vrouwen in mijn keuken. Omdat ze goed zijn. We zijn minder macho en vaak goed georganiseerd. Misschien koken we ook anders. Meer vanuit een buikgevoel. Soms heb ik de indruk dat we een delicater palet hebben. Mannelijke collega's vertellen dat ze bij een nieuw menu alles vooraf uittesten. Ik weet welke ingrediënten ik wil en proef uiteraard alle aparte bereidingen, maar als ik een bord samenstel, dan doe ik dat in mijn hoofd. Ik voel die structuren in mijn mond en weet wat er ontbreekt, zonder het te proeven.

Prioriteit nummer een zijn de klanten. Of ik nu tandpijn heb of gisteren ruzie heb gemaakt doet er niet toe, de klanten willen iets lekkers op hun bord. Dat leer ik mijn ploeg ook. In de keuken moet je geconcentreerd zijn. Ik kan goed delegeren maar mijn ploeg werkt beter als ik er ben. Niet omdat ik hen controleer, maar omdat ze zich willen tonen. Ik roep niet. Als er iets op mijn lever ligt, spreek ik de betrokkene aan. Roepen is denigrerend, en ik wil niet dat ze hun middenvinger opsteken als ik mijn rug draai. (lacht)

Ik kan me niet inbeelden dat ik iets anders zou doen dan koken. Ik loop een winkel binnen, zie een stuk vis liggen, en wil daar mee aan de slag, punt.

''Ik ben perfectionistisch, maar niet ambitieus. Wat ik doe, wil ik goed doen. Maar ik ben geen strever en ik wil niet de beste zijn. Mijn motto is carpe diem.

Toen ik in 2009 Lady Chef van het jaar werd, was ik een beetje verbaasd. Niet dat ik onzeker ben in mijn vak, maar ik zal mezelf eerder naar beneden halen dan ophemelen. Maar die bekroning, en het succes van Goe gebakken, heeft me wakker geschud. Ik kan iets.

Toch vat ik de hype rond mijn persoon niet goed. De Sofie die je op tv ziet, is dezelfde Sofie die ik hier en nu ben. Het is geen rolletje. Ik wil dat ook bewaken. Ik wil ergens voor staan. Lekker bakken en koken, in mijn stijl. Als je voor een commerciële zender werkt, moet je stevig in je schoenen staan om bijvoorbeeld sponsors af te houden om je geloofwaardigheid als kok te behouden. Mijn vriend Wim helpt me daarbij. Hij is mijn manager. Net als mijn vader vroeger geeft hij me waar nodig een duwtje in de rug. Hij adviseert en ondersteunt me, zorgt dat de financiële dingen in orde zijn en leest de kleine lettertjes na.

''Ik vind Goe gebakken maken bijna ontspannend. Ik word mooi opgemaakt en gekleed en mag koekjes en taarten bakken. Een droom, toch. (lacht)

Het geheim van het succes? Misschien het besef dat we terug naar onze roots moeten. Terug naar kwaliteit, en tijd en liefde in iets steken. Omdat je daar voldoening uit haalt én omdat je het kunt delen. We verliezen ons op internet, terwijl dat zo onmenselijk is. Vandaar dat bakken, breien en streekproducten weer populair zijn. Die zijn 100 procent echt. Ik kreeg onlangs een kaartje van iemand die mijn boek had gekocht, er hing met een rood draadje een zelfgebakken sterretje in zoutkorst aan. Allez jong, daar krijg ik een smile van op mijn gezicht. Omdat iemand er tijd en liefde in heeft gelegd.

''Ik ben minder naïef dan toen ik 18 was. Redelijker ook. Vroeger was ik soms een losgeslagen projectiel. Ik keek naar niets of niemand en gíng maar. Ook als dat de mensen rondom mij kwetste. Dat heb ik afgeleerd.

Ik lijk op mijn vader. Hij was een bon vivant en een beetje egoïstisch. Hij is een paar jaar geleden gestorven, en dat heeft me enorm veranderd. Ik ben strenger voor mezelf en doe niets meer tegen mijn zin. Het leven is te kort om te klagen. Zijn dood heeft me milder gemaakt, bedachtzamer. Minder je-m'en-foutist. Mijn vader leek hard. Veel gevloek en kort van stof. Heel West-Vlaams. Het was een schok toen hij ziek werd. Hij vertelde me dat hij geweend had omdat hij ons heel erg miste, na de scheiding. Dat had ik niet verwacht, en het heeft mijn wereldbeeld veranderd. Soms heb ik het mis en ik moet ook niet per se hard zijn. Voor ik mijn gedacht zeg, doe ik nu mijn best om eerst te vragen wat er bij de ander aan de hand is.

''Ik probeer me te omringen met mensen die niet hypocriet zijn en die me iets bijbrengen. Die me niet in een bepaalde richting willen duwen ook. Ik heb op aanraden van vrienden ooit aan twee missverkiezingen meegedaan. Daar moet je jezelf verkopen, en dat is niets voor mij. Ik wil voor mezelf kiezen, en niet onder druk gezet worden door de normen van de samenleving. Als chef moet je streven naar een ster, als vrouw moet je absoluut kinderen hebben. Maar is dat zo?

Klanten wensen me een ster toe, want dat vinden ze de max. Maar dat is niet zo. Je krijgt sterrenjagers over de vloer die niet begrijpen dat het niet gaat om hoe recht je vork ligt en hoe stijf het tafelkleed is, maar wel om hoe lekker het eten is en hoe fijn het gesprek aan tafel. Ik doe liever mijn eigen ding dan in een keurslijf te zitten.

Wij hebben geen kinderen, ook al proberen we het wel. Geweldig als het lukt, maar ook als het niet lukt, zal ik gelukkig zijn. Mensen zien kinderen als een kers op de taart. Ik geloof dat niet. Een gezin is geen garantie op geluk, kijk maar eens om je heen. Weet je, mijn leven is sowieso mooi. Ik ben blij dat ik mag doen wat ik graag doe en ik ben gelukkig in mijn relatie. De rest is extra."

• Geboren in 1974

• Nam in 2007 restaurant

Les Eleveurs in Halle

over, samen met de zoon van het huis, Andy De Brouwer.

• Werd in 2009 Lady Chef van het jaar.

• Presenteert op VT4 het bakprogramma Goe gebakken en verkocht al meer dan 100.000 exemplaren van de bijhorende boeken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234