Zaterdag 06/03/2021

‘Ik was doodsbang om een eendagsvlieg te worden’

Bijna had ze de muziek opgegeven om in een dierenasiel te gaan werken. Na het succes van de eerste cd en de lofzang van zowel Raymond van het Groenewoud als Bart Peeters was Hannelore Bedert (26) doodsbang dat ze nooit nog aan de verwachtingen zou kunnen voldoen. Na veel twijfelen, schrappen en nog maar eens opnieuw beginnen is het nieuwe Uitgewist niettemin een plaat om weer helemaal bij weg te smelten. ‘Ik kan enorm doemdenken, zéker als het even wat minder gaat.’ DOOR BART STEENHAUT/ FOTO ALEX VANHEE

‘Mijn voelsprieten zijn zo lang dat je erover kunt vallen’

Hannelore Bedert zit rustig een eitje te eten in haar favoriete café, op een steenworp van de Gentse Vrijdagmarkt. Ze heeft zich in precies hetzelfde hoekje genesteld als vorige week, toen we elkaar met het oog op dit gesprek ook al eens ontmoet hadden. Alleen bleek er nadien anderhalf uur stilte op de iPod te staan, zodat we nu opnieuw oog in oog zitten. Geen ramp, want Bedert is een praatvaar. Bovendien vertelt de zangeres even openhartig als wanneer ze zingt, en dat wil in haar geval wel wat zeggen. Precies die openheid, datgene waarmee ze bij het grote publiek een gevoelige snaar heeft geraakt, was het probleem toen ze vorig jaar aan haar nieuwe plaat wilde beginnen. “Ik heb afgezien, ja”, zegt ze daar nu over. “kon het gewoon niet meer. Telkens ik aan een nummer begon voelde ik na twee zinnen al aan dat het niks zou worden. Ik was doodsbang dat ik nooit nog aan de verwachtingen zou kunnen voldoen, en ook voor mezelf haalde ik niet het niveau dat ik voor ogen had. Ik censureerde mezelf, schrapte alles wat te persoonlijk was, met als gevolg dat ik niets te zeggen had, en dat dan ook nog met heel lelijke woorden deed. Mijn eerste reactie was altijd: ‘Fuck, dit is slecht’. Weg ermee. Nu denk ik: ik had al die probeersels beter bijgehouden, want misschien zat er toch nog een bruikbaar idee tussen.

“Maar zo ben ik: ’t is alles of niets. En ik wilde achteraf ook niet meer met mijn eigen middelmatigheid geconfronteerd worden. Wat ook meespeelde - en niet lachen, alstublieft - was de angst dat al die slechte nummers na mijn dood toch nog boven zouden komen. En dat die dan het beeld zouden bepalen van wie de zangeres Hannelore Bedert was.”

Ben je niet wat jong om al op zo’n manier met je eigen dood bezig te zijn?

“Ik kan enorm doemdenken, zeker als het even wat minder gaat. Nu, het was ook ondermaats. Ik schreef flauwe teksten die vol clichés zaten. De angst om een eendagsvlieg te worden was gigantisch. Dat idee spookte voortdurend door mijn hoofd. Ik werd aangesproken over het feit dat ik een heel Sportpaleis stil kreeg met één nummer. En in plaats van dat als een compliment te zien dacht ik: misschien gaan al die mensen op basis daarvan de cd kopen, en vinden ze de rest maar bullshit. Intussen heb ik die knop wel omgedraaid: ik ben mijn eigen platenbaas, dus de enige die beslist of iets al dan niet goed is, ben ik. De recensies achteraf zijn zeker nuttig - en ze hebben een enorme impact op de verkoop - maar ze komen altijd te laat. Eens de cd geperst is, kan ik er niks meer aan veranderen.”

Op basis van de cd’s krijg je meteen de indruk je heel goed te kennen. Is dat ook zo, of versta je gewoon de kunst om op een heel persoonlijke manier compleet fictieve verhalen te verzinnen?

“(denkt na) Ik denk dat je me half kent, op basis van de muziek. Alhoewel. Ik vind dat ik op de eerste cd veel te eerlijk ben geweest. Daar heb ik een aantal dingen prijs gegeven die ik niet had moeten zeggen. ‘Met uw ogen toe’, bijvoorbeeld. Of ‘Ier ben ik’. Tegelijk snap ik dat de kracht van die nummers er net in ligt dat ik daar net iets te ver ben gegaan. Maar naar mijn gevoel zijn ze te direct, heb ik daar iets te diep in mijn hart laten kijken. Natuurlijk: als ik zo’n lied van iemand anders zou horen weet ik zeker dat me dat ook heel erg zou raken. En uiteraard heb ik ze destijds opgenomen in de hoop dat veel mensen het mooi zouden vinden. Dat blijkt nu het geval, maar daardoor heb ik die nummers nu zelf ook een beetje moeten afgeven. Ze zijn publiek bezit geworden. Dat is een voortdurende evenwichtsoefening. Het laatste wat ik wil is K3-teksten schrijven, maar de schrik om me te veel bloot te geven zit er goed in. Bij het schrijven van de nieuwe nummers heb ik me vaak afgevraagd of ik niet te eerlijk was. Dus dit keer ben ik een beetje op de rem gaan staan. Ik stop op negentig procent, nu, en dat laatste stukje hou ik voor mezelf. Zo voelt het toch iéts veiliger aan.”

Als ik je debuut nu beluister denk ik vooral dat je erg slecht in je vel zat. ‘Ik ben zoveel schoner/als ge’t licht uit doet’ en ‘Probeer maar iets anders van min te moaken/doed u beste/’t kan alleen maar beter zin’. Dat zijn zinnen waar ik nog steeds de krop van in de keel krijg.

“Ik had een paar zeer slechte relaties achter de rug, toen. Mannen die ik te snel vertrouwde en waar ik dus te veel aan vertelde. Tot ik - te laat, natuurlijk - merkte dat het echte eikels waren. In het begin zag ik dat niet. Wilde ik het ook niet zien, denk ik. Maar als het dan gedaan was hoorde ik altijd van mijn ouders hoe opgelucht ze wel waren. Tijdens de relatie durfden ze dat nooit zeggen. Dat zou ik niet gepikt hebben. Bij de minste kritiek ging ik meteen zwaar in de verdediging.”

Om dan thuis, achteraf, in je kamertje een droevig nummer te schrijven over hoe slecht het wel ging.

“Zoiets, ja (lacht). Gelukkig val ik niet altijd op de verkeerde. Ik ben nu meer dan vijf jaar samen met Stijn, en dat gaat vanzelf.”

En toch: minstens drie nummers op de nieuwe cd gaan over de gedachte aan overspel.

“Ja, en die zijn inderdaad ook autobiografisch. Die gevoelens zijn er geweest, en ik heb ze eerlijk aan hem opgebiecht. Als je iets wilt uitpraten, is dat de eerste stap. Stijn weet dat die gevoelens minder groot waren dan wat je nu op basis van die liedjes zou kunnen denken. Maar goed: ik ontken niet dat de gedachte aan overspel door mijn kop is gepasseerd. En dat ik op iemand anders verliefd ben geweest (valt stil). Misschien dat ik volgend jaar opnieuw zal denken dat ik ook op de tweede cd iets te ver ben gegaan en beter wat meer mijn mond had gehouden. Vooral omdat ik nu besef dat mijn lief daarover aangesproken zal worden. En dat zijn ouders hem nu zullen vragen of het nog wel goed zit tussen ons. Alleen: die nummers zijn weliswaar eerlijk en persoonlijk, maar toch heb ik ook daar een aantal dingen voor mezelf gehouden. Kijk: ik wil dat zo’n cd toch een weerspiegeling is van een periode in mijn leven, dus het zou hypocriet zijn om die specifieke passage weg te moffelen. Mocht Stijn zijn veto hebben uitgesproken, dan waren ze er niet op gekomen. Hij weet dat de kracht van wat ik doe net in die openheid ligt, en vindt de tweede cd trouwens veel beter dan de eerste. Daarvan zegt hij zelf dat hij ’m nooit gekocht zou hebben mochten we niet samen zijn.”

Hoe ga je om met de gedachte aan overspel? Redeneer je dan al: misschien hou ik hier wel een paar nummers aan over?

“Nee. Het enige wat ik kon denken is: ik moet hier zo snel mogelijk weer vanaf. En dat kan alleen door zeer streng te zijn door mezelf. Kijk: ik ben in mijn vorige relaties zelf genoeg gekwetst, en dat helpt om te beseffen dat als ik een stap te ver zette ik a) zeer schone dingen kapot zou maken en b) iemand die me lief is enorm pijn zou doen. En dat doe je niet. Daarom wil ik hier en nu en on the record zeggen: bij ons zal dat niet gebeuren. Dat moet de ingesteldheid zijn.”

Waar moest je het meeste aan wennen, toen je eerste plaat er eindelijk was?

“(denkt na) Ik vond het heel raar om te zien hoe iets waar ik mijn hart en ziel had ingestoken plots besproken werd. En omdat ik zo’n persoonlijke teksten schrijf, ontstond bij nogal wat mensen - volslagen vreemden, meestal - de indruk dat ze me echt kenden. Het heeft even geduurd voor ik wist hoe ik daarmee moest omgaan. En naast de lovende reacties in de media was er soms ook kritiek waarbij het niet meer over de muziek ging, maar louter over mezelf. Dan ging het over mijn uiterlijk, of over wat ik aan had.”

Wat heeft je het hardst geraakt, toen?

“Ik kan er perfect tegen als ze zeggen dat ik een zaag ben. Of dat mijn liedjes op niks trekken. Maar als ze me niet kunnen geloven is dat moeilijk. Precies omdat ik mezelf in al die nummers letterlijk binnenstebuiten draai. En tot een jaar of twee geleden kwamen opmerkingen over mijn uiterlijk heel hard aan, omdat ik daar toen zelf ook complexen over had. Als ik ergens las dat ik ‘wel een paar kilo’s mocht afvallen’ kon ik daar twee weken slecht van zijn. Dan stapte ik de dag nadien ook veel minder zelfzeker het podium op. Terwijl ik nu denk: dat soort opmerkingen komt van losers die lekker anoniem op het internet zitten.”

Waarom ga je er dan naar op zoek, uitgerekend daar waar om het even wie om het even wat zegt?

“Omdat ik wil weten wat anderen van mijn muziek vinden. Het is toch weer: zoeken naar bevestiging. Omdat ik twijfel of wat ik doe wel okay is. Omdat ik wilde weten of anderen een boodschap hadden aan iets wat ik in mijn leven had meegemaakt. En natuurlijk stoot ik dan niet alleen op heel mooie reacties, maar ook op feedback waarin ik met de grond gelijk wordt gemaakt. Daar kon ik dan vroeger echt kwaad om worden. Omdat ze het over mijn kindje hebben, over mijn muziek. Ik geloof niet in artiesten die niet geïnteresseerd zijn in wat anderen over hen denken, want in elke muzikant schuilt volgens mij toch een beetje een masochist. Inmiddels heb ik wel geleerd om me wat beter af te schermen tegen dat soort reacties. Al heb ik nog lang geen olifantenhuid, hoor. Zo zit ik niet in elkaar. Als ik vroeger mailtjes kreeg van mensen die zeiden dat mijn muziek hen door een moeilijke periode had geholpen, moest ik daar altijd een beetje om lachen. Terwijl: nu snap ik ze. Niet dat ik een barmhartige samaritaan wil zijn, maar nu vind ik dat wel tof om te horen. Blijkbaar zijn de situaties die ik in mijn nummers beschrijf herkenbaar genoeg om ook aan anderen troost te bieden.”

Werkt het andersom ook? Put je zelf moed uit de vaststelling dat je niet alleen staat met je miserie?

“Absoluut. Als je in een kutsituatie zit, denk je altijd dat je de enige bent. ‘Iedereen heeft een goed lief en ik niet’. Terwijl achteraf snel duidelijk wordt dat er overal mensen zijn die wel eens problemen hebben met hun partner, en zich afvragen of het nog wel juist zit. Nu, ik schrijf geen nummers in de hoop dat anderen me zullen komen zeggen dat het bij hen ook niet goed gaat. Maar het is toch mooi meegenomen als ze dat wél doen (grinnikt). Eigenlijk doen mijn publiek en ik aan wederzijdse therapie.”

Moby gelooft dat gelukkig zijn iets is wat je moet leren, een beetje zoals gitaar spelen.

“Ik denk dat ik vooral moet leren om niet ongelukkig te zijn. Want geloof het of niet, in se ben ik een zeer vrolijke vrouw (lacht). Mijn lief zegt altijd dat hij destijds verliefd op me is geworden omdat ik zo’n vrolijke ben. Alles wat somber en triestig is hou ik voor mijn liedjes, waardoor mensen die dicht bij me staan vaak vreemd opkijken als ze dan achteraf naar de plaat luisteren. Vooral mijn ouders, in het begin. Want die waren helemaal niet zo vertrouwd met dat zwarte facet van mijn karakter. Vorig weekend vroeg mijn oma nog aan mijn moeder wie me in godsnaam zo gekwetst heeft. Ze had de nieuwe cd gehoord. Ik ben blij dat ik hen er dan op kan wijzen dat het om geïsoleerde momenten gaat. ’t Is gewoon een manier om kleine en grote frustraties van me af te schrijven. In mijn hoofd voelt dat sombere heel normaal aan, omdat ik weet dat het een deel is van wie ik ben. En mijn lief - die het dichtste bij me staat - kent die kant ook.”

Was het voor hem ook schrikken? Hij was tenslotte verliefd geworden op dat vrolijke meisje.

“Ik denk wel dat hij daar vreemd van heeft opgekeken, ja.”

Maar niet in die mate dat hij dacht: met Hannelore heb ik een miskoop gedaan?

“Nee, zot. In dat geval zou het al lang fout zijn gelopen, terwijl onze relatie net werkt omdat het contrast zo groot is. Hij is een uitgesproken optimist, terwijl ik ondanks mijn vrolijkheid eerder van een worstcasescenario uitga. Volgens mij heeft hij wel even moeten slikken toen hij in de gaten kreeg dat ik heel donker kan denken, of dat ik heel gevoelig kan reageren. Maar zo erg is dat allemaal niet. De ene mens heeft gewoon langere voelsprieten dan de andere. En de mijne zijn zo lang dat je erover kan vallen.”

Waarom beslist iemand die pessimistisch in het leven staat om moeder te worden?

“Eerlijk? Uit egoïsme. Want ik heb die kleine niet gemaakt omdat het zo’n mooie wereld is, hé? Ik wilde gewoon graag een kind. Ik kom zelf uit een enorm warm gezin, en ik voelde de drang om zelf ook zo’n nest te maken, om aan mezelf te laten zien dat ik dat kon: voor iemand anders zorgen. Daar was ik gek genoeg niét pessimistisch in. Bovendien: misschien verlangde ik ook naar een kind uit schrik om ooit alleen te zijn.”

Allemaal foute redenen.

“Dat wéét ik, al denk ik dat veel jonge moeders redeneren zoals ik. Eenzaam zijn boezemt me een enorme angst in. Pas op: ik kan ervan genieten om alleen thuis te zijn en in mijn eigen veilige coconnetje te kruipen terwijl mijn lief de ganse avond op café zit. Maar dat lukt me alleen omdat ik weet dat hij toch weer bij me in bed zal kruipen, straks. Kijk; als alles chronologisch verloopt zullen mijn ouders voor mij sterven, en ik heb een abnormale schrik om hen te verliezen. Als ze vroeger op Studio Herman Teirlinck tijdens de acteerlessen de opdracht gaven om te huilen moest ik me maar even inbeelden dat mijn vader of mijn moeder dood was, en de tranen liepen al over mijn wangen. En misschien dat de liefde voor een kind even onvoorwaardelijk is, zodat dat dan als een soort compensatie zou kunnen dienen. Erg, hé.”

In ‘Loeihard’ zing je complexloos over neuken. Ik wil u hier/ik wil u onder en in/Ik wil uit/Ik wil boven en bij het begin (…) Ik wil u sneller maar liefst van al traag/Ik wil altijd opnieuw/ik wil na elkaar, veel/ Ik wil alles apart en dan weer in één deel/ik wil lang/ik wil kort/ik wil koek op de bil/Ik wil loeihard gillen/ En dan weer heel stil’. Dat is du jamais vu voor een Nederlandstalige zangeres.

“In eerste instantie was ik wat bang om het op de plaat te zetten, en ik weet ook nu al dat ik zenuwachtig zal zijn als ik het voor het eerst voor een publiek breng. Maar uit de eerste reacties blijkt alvast dat veel mensen het een plezant nummer vinden. Daar ben ik blij om, want het was ook plezant bedoéld. En bovendien: seks is op z’n minst een herkenbaar thema (lacht). Ik merk wel dat ze zo’n tekst eerder van een man verwachten. En nog specifieker: van Raymond of Bart Peeters. Vrouwen hebben daar kennelijk iets minder krediet in. Ik weet niet of ik twee jaar geleden het lef zou gehad hebben om met zo’n lied naar buiten te treden. Terwijl ik nu denk: vrouwen zitten ook met seks in hun hoofd. Het cliché dat dat enkel bij mannen zo is werd in stand gehouden omdat geen enkele vrouw er zo open en bloot voor uit kwam. Vlaanderen is toch wel wat kneuterig op dat vlak. Het volstaat dat je hier een woord als kloten gebruikt en er worden links en rechts al wat wenkbrauwen gefronst. In Nederland kan je daar veel verder in gaan. Bij ons wordt op café de goorste praat verkocht, maar op een podium blijft dat een beetje moeilijk liggen. Ik heb me zelf nu het recht toegeëigend om me daar niets van aan te trekken. Niet om een statement te maken, en al helemaal niet omdat ik me als een feministe wil profileren. Het enige wat ik wil, is dat we - ook op het podium - gelijkwaardig behandeld worden.”

Je bent zelfverzekerder geworden.

“Weet je wat het verschil is? Vroeger streefde ik ernaar om door zoveel mogelijk mensen graag gezien te worden. Inmiddels weet ik dat dat niet kan, dat degenen die je goed vinden altijd minder talrijk zullen zijn dan de anderen.”

Had je daar voordien dan een gebrek aan, aan graag gezien worden?

“Ik was de jongste thuis. Mijn broer en mijn zus konden veel meer meebabbelen dan ik. Ik zat aan tafel in stilte te roepen dat ik ook iets wilde zeggen. Typisch voor een nakomelingetje, denk ik. Volgens mij heb ik daar een kanjer van een minderwaardigheidscomplex aan opgelopen. En die jaren op Studio Herman Teirlinck hebben ook niet geholpen. Ik kwam als klein meisje in het grote Antwerpen aan, en voelde me toch wat verloren. Niet in de laatste plaats omdat Antwerpenaren nogal zeker van hun stuk zijn, en dat ook luid en duidelijk laten merken. Dat was toch even wennen.”

Over Studio Herman Teirlinck doen de meest gruwelijke horrorverhalen de ronde, en de algemene teneur is dat je er eerder gekraakt dan gemaakt wordt. Waarom wilde je daar gaan studeren?

“Ik ben er met mooie idealen naartoe getrokken, en de meeste van die verhalen kreeg ik pas te horen toen ik er al zat. Ik werd er vooral heel hard met mezelf geconfronteerd, ben er keihard tegen allerlei muren aangelopen. Omdat ik er ontdekte dat acteren - iets wat ik graag wilde doen - bijvoorbeeld niet mijn sterkste kant was. Het ging te diep. Er werd verwacht dat je echt je personage zou worden, terwijl ik vooral mezelf wilde blijven. Dat was in de muziek dan weer een voordeel. Daar kon het niet persoonlijk genoeg zijn. Al heb ik ook daar hard moeten vechten om in het jaar waarin ik afstudeerde twee concerten te kunnen geven met mijn eigen liedjes. Gert Bettens kwam er wel eens lesgeven, en daar heb ik veel aan gehad. Aan Bram Vermeulen ook. Ik heb Das Pop nog als begeleiders gekregen. Bent Van Looy gaf de opdracht om een nummer te schrijven dat ‘je moeder niet goed zou vinden’. Ik trok zo’n ogen! Het probleem met zo’n school is dat je er terecht komt tussen mensen die allemaal hetzelfde willen, waardoor er een ongezonde concurrentie hangt. Dat merk ik ook nu nog: sommigen komen me feliciteren, en daarvan voel ik dat ze het echt menen. Terwijl ik bij anderen denk: doe geen moeite. Ik kan het toch niet helpen dat mijn liedjes nu door een groot publiek geapprecieerd worden? Zelf sta ik daar ook nog regelmatig van te kijken. Maar tegelijk ga ik er me zeker niet voor excuseren. Die tijd is echt wel voorbij.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234