Zaterdag 16/01/2021

'Ik was de loservan de familie'

Interview met de Amerikaanse acteur

DustinHoffman

'Oh, ik zou hem meteen willen adopteren', zucht een vrouwelijke journaliste. Ze is helemaal vertederd. De interviewsessies met de Amerikaanse steracteur Dustin Hoffman zijn achter de rug en er wordt wat nagepraat onder collega's. Iedereen lijkt onder de indruk. Dit waren niet zomaar promotiebabbels omdat Hoffman zijn nieuwe film, de romantische komedie Meet the Fockers, aan de pers wil verkopen. Dit waren opvallend open, eerlijke en interessante gesprekken. En vaak grappig op de koop toe. Door Jan Temmerman

De tweevoudige Oscar-winnaar (voor Kramer vs. Kramer en Rain Man) heeft een jetlag van hier tot ginder. Zijn ogen zijn soms niet meer dan smalle streepjes en zijn raspende stem klinkt nog rauwer dan gewoonlijk. Maar hij heeft er toch zin in. Ondanks de zichtbare vermoeidheid lijkt hij binnenin over een onzichtbare batterij te beschikken die hem moeiteloos aan de praat houdt. Tot wanhoop van persattachee Jane, want zodra Dustin Hoffman (°1937) in gang is geschoten, en dat is dus zodra hij de kamer van het Dorchester Hotel in Londen binnenstapt, lijkt hij elk besef van tijd te verliezen. Als hij een verhaal vertelt, wil hij het helemaal vertellen. Wat Hoffman wel beseft, is dat het gesprek soms alle richtingen uitgaat. "Ik wijk weer af", grinnikt hij dan. Maar zelfs die uitweidingen zijn telkens meer dan de moeite waard.

Een groot deel van het 'rom com'-genre draait om het 'odd couple'-concept: het vreemde koppel waarvan de buitenstaander zich automatisch afvraagt hoe die twee elkaar toch ooit gevonden hebben. In de romantische komedie Meet the Parents van regisseur Jay Roach uit 2000 werd die stap overgeslagen. Greg (rol van Ben Stiller) en Pam (Teri Polo) hebben elkaar al goed en wel gevonden. Er wordt zelfs al een beetje aan trouwen gedacht en dus vindt Greg het tijd om kennis te maken met de ouders van Pam. Vandaar de titel. Wat dan volgt, is een opeenstapeling van tegenslagen (te beginnen met het verlies van zijn bagage, inclusief verlovingsring, op de luchthaven) en andere misverstanden (waarvan zijn familienaam Focker er slechts één is), die samen voor zo'n typische weekend-from-hell-toestand zorgen. Het feit dat Greg van joodse afkomst is en Pam een echte wasp-dochter, zorgt ook voor enig ongemak, net als het feit dat Greg aan de kost komt als verpleger. Ook het echte beroep van vader Jack Byrnes (Robert DeNiro), dat Greg pas na verloop van tijd ontdekt, is niet meteen van aard om voor een aangename, ontspannen sfeer te zorgen.

Meet the Parents werd een hit en dus kon een sequel niet uitblijven. Na de ouders van Pam is het nu tijd om kennis te maken met de ouders van Greg, Bernie (Dustin Hoffman) en Roz Focker (Barbra Streisand). In tegenstelling tot de stijfdeftige, conservatieve, preutse en - zeker in het geval van vader Jack - erg achterdochtige ouders van Pam, zijn de Fockers een toonbeeld van vrijheid, blijheid en wonen in het zonnige Florida. De ouders van Greg waren immers jong in de hippiejaren zestig en hebben blijkbaar geen reden gezien om veel aan hun open, tolerante en optimistische levenswijze te veranderen. Zoon Greg vreest dus het ergste als beide ouderparen met elkaar geconfronteerd zullen worden. En hij zou wel eens gelijk kunnen krijgen...

Hebt u lang geaarzeld toen men u deze rol in Meet the Fockers voorstelde of hebt u meteen toegehapt?

Dustin Hoffman: "Meteen toegehapt. Ik had de eerste film graag gezien; ik vond dat een goedgemaakte komedie, slim en geestig. En het raakte bepaalde hete punten, althans in mijn land met zijn zogenaamde judeo-christelijke cultuur, die voor polarisatie zorgt. Correctie: voor een van de polarisaties die in Amerika bestaan. En ik vond dat Meet the Parents zijn job deed: de film bracht mij aan het lachen. Toen mijn kinderen - ik heb er vijf - later hoorden dat er een vervolgfilm gemaakt zou worden, vonden ze dat ik daar absoluut in moest meespelen, dat ik daar perfect in zou passen. Maar ik wimpelde hun enthousiasme af. Ik wilde gewoon niet ontgoocheld worden, want ik wist dat ze mij toch niet voor die film zouden vragen."

Hoe kon u dat zo zeker weten?

"Omdat ik gehoord had... Neen, omdat ik ergens gelezen had, en net zoals iedereen geloof ik alles wat ik lees. (lacht) Is het niet verbazingwekkend dat we alles geloven wat gedrukt staat? Als iets gedrukt staat, wordt het meteen een feit. Dat is toch buitengewoon. Maar ik dwaal af. Ik had dus ergens gelezen dat Ben Stiller een vader en een moeder heeft die ook acteurs zijn en dus geloofde ik dat Jerry Stiller de rol van vader Focker zou spelen. En dus zette ik dat hele idee meteen uit mijn hoofd, want ik wilde niet gekwetst worden. Maar toen kwam het voorstel er toch en heb ik meteen toegehapt.

"Waarom? Om heel veel verschillende redenen. Omdat ik het een goed onderwerp vond. Omdat ik graag met Robert De Niro en met de andere mensen uit de cast werk. Omdat ik regisseur Jay Roach ontmoet had en het klikte. En omdat mijn agent mij vertelde dat deze film een hit zou worden. (lacht) En dat zoiets geen slechte zaak zou zijn voor mijn carrière, want na een aantal jaren niet gewerkt te hebben, zou dat betekenen dat er meer aanbiedingen zouden volgen. Om al die redenen wilde ik dus graag aan Meet the Fockers meewerken."

Heeft deze film u aan het denken gezet over uw eigen familie?

"Ja, op de manier dat elke film mij aan het denken zet over mijn eigen familie en over mezelf. Na zo'n veertig jaar in de weer te zijn geweest met deze bezigheid die acteren wordt genoemd, ben ik ervan overtuigd geraakt dat alles autobiografisch is. Vanuit een andere invalshoek vertel je uiteindelijk hetzelfde verhaal steeds opnieuw. Want dat is het enige wat je kent. Vooral de eerste jaren van je leven hebben volgens mij de sterkste invloed en laten wellicht een niet te wissen indruk op je persoonlijkheid. Ze zijn diepgeworteld en maken deel uit van ons onbewuste. We hebben er geen bewuste verbinding mee, want daarom noemen we het onbewuste juist 'het onbewuste'. (glimlacht) En toch geloof ik dat dit de sterkste kracht in ons is. Op een bewust niveau zijn er rationele redenen waarvan we denken dat die aan de basis liggen van de beslissingen die wij nemen, maar in feite zijn we ons niet bewust van die diepere kracht."

Maar wat heeft dat dan te maken met acteren als professionele bezigheid? Is het een manier om te ontsnappen aan de eigen - bewuste of onbewuste - beperkingen? Om dingen te doen die men in het echte leven niet mag of niet durft doen?

"Ik kan daar geen algemeen, maar alleen een persoonlijk antwoord op geven. Toen ik kind was, heb ik mij nooit 'verbonden' gevoeld. Ik had nooit het gevoel ergens bij te horen. Ik kan daar nu iets openlijker over spreken omdat mijn ouders en ook andere familieleden er niet meer zijn en ik hen niet in verlegenheid zou willen brengen. Ik zal dus geen telefoontjes meer krijgen (glimlacht). Ik heb mij altijd een soort aanhangsel gevoeld in mijn familie. Ik was zeven jaar jonger dan mijn broer en ik heb zo het vermoeden dat ik een ongelukje was. En ik denk ook niet dat mijn ouders erg geschikt waren om ouders te zijn. Ik voelde mij zo'n beetje genegeerd ten overstaan van mijn broer. Die had het ook niet makkelijk, maar hij was een uitstekend student en een goed atleet. Ik was zo'n beetje de loser van de familie."

Acteren moet voor dus een soort vlucht geweest zijn?

"Neen, ik heb op de universiteit gewoon voor acteerlessen gekozen om voldoende punten te halen, want ik was bijna niet door mijn middelbare school geraakt. Ik was niet lui, maar als de leraar iets vertelde, gingen mijn gedachten meteen hun eigen gang. Indertijd noemde men dat 'dagdromen', maar ik zou dat nu veeleer 'volledig dromen' noemen. (lacht) Kortom, ik heb toen de acteerklas gevolgd enkel en alleen om zeker te zijn dat ik voldoende 'credits' zou halen, want er werd verteld dat niemand daar ooit voor gebuisd werd.

"En er was nog iets. Ik stond niet op de eerste rij als het erop aankwam de interesse van meisjes te wekken. Maar plots was daar een of ander aantrekkelijk meisje dat aangeduid werd of dat zelf vroeg om samen met mij een bepaalde scène te spelen! Dan kwam zij bij mij of ik ging bij haar om te repeteren. En soms werd er dan ook 'geïmproviseerd'. Ik had toen zoiets van: 'I like this acting'. (lacht)

"Zo ben ik dus eigenlijk in dit vak verzeild geraakt. Het betekende ook dat ik niet voor het leger hoefde te kiezen of een echte job moest zoeken. Ik heb toen een verdere toneelopleiding gevolgd bij het Pasadena Playhouse, waar ik Gene Hackman leerde kennen. Die werd daar na drie maanden aan de deur gezet, omdat men vond dat hij geen talent had. Ik ben er zelf twee jaar gebleven en dan ben ik naar New York vertrokken, waar ik Hackman opnieuw tegen het lijf ben gelopen. Hij heeft mij toen een tijd in zijn flatje laten logeren."

Met andere woorden: acteren was geen onweerstaanbare drang waaraan u absoluut gevolg moest geven.

"In die beginperiode waren we voornamelijk werkloze acteurs. We kwamen jarenlang aan de kost als kelners, als verhuizers of wat dan ook. Pas veel later, eigenlijk nog niet zo lang geleden, heb ik door allerlei gesprekken met vrienden zoals Gene Hackman en Robert Duvall iets ontdekt dat ik mij toen niet gerealiseerd had, namelijk dat het zeker niet zo was dat wij onszelf zulke goede acteurs vonden, maar we wisten gewoon dat dit was wat we wilden doen. En eigenlijk verwachtten we dat het ons niet zou lukken. Maar we waren wel bereid ons hele leven te spenderen aan dat mislukken, met alleen de hoop om zo nu en dan een kleine acteerjob vast te krijgen. Ik wil hier niet beweren dat wij niet beroemd wilden worden, maar we vonden dat eigenlijk een soort waandroom. We zagen ook wel dat er acteurs waren die wij niet getalenteerd vonden, maar die wel de hele tijd aan de bak kwamen. Mooie blonde mannen die de ene job na de andere kregen. Wij hadden alleen onze koppigheid.

"Wat voor ons belangrijk was, dat was het gevoel dat wij goed wisten waar we mee bezig waren, wat nog iets anders is dan het gevoel dat we goed waren. En we vonden bijvoorbeeld troost in de lectuur van de brieven van Vincent Van Gogh aan zijn broer Theo, met de gedachte: 'Hé, die heeft zich indertijd ook miskend gevoeld'." (lacht)

Maar bij Gene Hackman, Robert Duvall en uzelf is de roem er uiteindelijk toch wel gekomen.

"Weet je, het was niet zozeer dat wij toen niet verwachtten dat we het ooit zouden maken, wij wilden dat ook niet echt. Want dat leek een vorm van uitverkoop. Ja, het was toen de tijd van de beat-generation, met mensen als Jack Kerouac en Allen Ginsberg. En succes betekende dat je verkeerd bezig was. Succes impliceerde per definitie dat je het grote publiek wou behagen en dat je dus niet trouw aan jezelf kon blijven. Het zal inmiddels wel duidelijk zijn waarom ik indertijd niet zo'n goede leerling was op school, want met mijn antwoord op uw vraag over acteren heb ik een hele omweg gemaakt. Het komt dus hierop neer: ik wist toen iets op een onbewuste manier, waarvan ik mij slechts enkele jaren geleden bewust ben geworden, namelijk dat acteren mij een gevoel van identiteit zou geven dat ik nooit eerder had gehad. En de ironie is natuurlijk dat ik plots en voor het eerst dat gevoel van identiteit zou krijgen door iemand te portretteren die ik zelf niet was. Dat was de lont die mij in gang heeft gestoken."

Maar waarom zegt u dat bij acteren alles autobiografisch is?

"Omdat ik niet geloof dat er zoiets als een 'personage' bestaat. Ik weet dat sommige acteurs dat wel doen en dan zaken zeggen zoals: 'Dat is iets wat mijn personage niet zou doen.' Neen! Iemand schrijft iets, je krijgt dat in handen en dat zorgt voor een soort kader. Bijvoorbeeld: de man die je moet vertolken, praat met een Engels accent. En hij mankt. Hij heeft kinderen en hij is een lafaard enz. Dat is het kader dat je van de auteur krijgt. Bij sommige dingen zeg je: oké, dit ken ik en dat kan ik. Dat is makkelijk en daar moet ik mij dus geen zorgen over maken. Maar dan blijkt bijvoorbeeld dat die man een verkrachter is. Dát vraagt werk! Iemand wordt seksueel opgewonden als de andere persoon doodsbang is. (korte stilte) Dat valt buiten mijn bereik. En dan begin je na te denken: die man is zo onzeker of wat dan ook dat hij alleen een identiteit of de illusie daarvan voelt als hij dat bij iemand anders kan wegnemen of vernietigen. Hij gedraagt zich als Dracula die het bloed uit zijn slachtoffers wegzuigt. Dat zijn de gedachten en gevoelens waar je als acteur naar op zoek gaat. Dat is het werk.

"Maar zo moeilijk is het niet, want we hebben al die gedachten en gevoelens in onszelf. Het is alleen een kwestie van gradaties. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: 'Ja, ik herken dit. Ik heb mezelf wel eens machtig gevoeld door iemand anders machteloos te maken.' Als je die gedachten of gevoelens niet uit jezelf kunt halen, dan moet je deze job niet doen. Of dan moet je die rol niet aanvaarden. Tenzij je het geld nodig hebt." (lacht)

Hebt u wel eens rollen geweigerd omdat u dacht dat u ze niet uit uzelf kon halen? Of om andere redenen?

"Ja, en ik denk nu dat dit mijn grootste vergissingen geweest zijn. Als ik mijn leven kon overdoen, dan zou ik mijn keuze door andere criteria laten bepalen, zoals ik dat trouwens enkele jaren geleden op aanraden van mijn vrouw ben beginnen te doen. Ze heeft toen gesuggereerd om al die oude criteria overboord te gooien. Ik was erg veeleisend. Het moest altijd de juiste regisseur zijn en het moest de juiste cast zijn en het moest het juiste budget zijn en meer van die dingen. Enkele jaren geleden kreeg ik het scenario voor Finding Neverland, de film van Marc Forster, in handen. Na Sphere en Wag the Dog was ik een aantal jaren gestopt met acteren, omdat ik wou schrijven. Ik ben toen aan twee scenario's begonnen en ik ben daar trouwens nog steeds mee bezig. Ik heb daardoor ook veel meer begrip gekregen voor schrijvers. (lacht)

"Maar goed, ik vond Finding Neverland een interessant project en ik wist dat Johnny Depp de hoofdrol zou spelen. Ik had ook Monster's Ball, de vorige film van Forster, gezien en ik hield van zijn werk, vooral toen ik hoorde dat hij die film in achttien dagen of zoiets gedraaid had. Maar toch aarzelde ik, want ze wilden mij voor een bijrol in Finding Neverland en (speelt een verongelijkt kind) ik was toch ooit een grote ster geweest! En veel geld zou er ook al niet aan vasthangen. Maar mijn vrouw zei toen: 'Wil je met Marc Forster werken? En vind je Johnny Depp een goed acteur? Doe het dan toch gewoon'. Voor mij was dat een soort doorbraak en sindsdien werk ik op die manier."

Welke films hebt u in het verleden zo allemaal aan u voorbij laten gaan?

"Ach, het is zo beschamend. Ik heb neen gezegd tegen Fellini. Ik heb tweemaal Ingmar Bergman afgewezen en Spielberg zelfs drie keer. En zo zijn er nog wel een paar anderen. Ik had daar telkens wel mijn redenen voor. De eerste keer dat ik Bergman afgewezen heb, kwam omdat mijn eerste vrouw toen hoogzwanger was. Maar het project van Bergman kon niet wachten en daarom stelde hij voor dat mijn vrouw in Zweden zou gaan bevallen. 'Wij zijn het thuisland van Lamaze (een bepaald soort zwangerschapscursus, JT). Wij hebben hem uitgevonden', zei hij toen. (lacht) Maar mijn vrouw wou toch liever in New York bevallen. Elliott Gould heeft die rol toen gespeeld (in The Touch, de eerste Engelstalige film van Bergman uit 1971, JT). Jaren later heeft Bergman opnieuw contact met mij opgenomen voor The Serpent's Egg. Hij is toen naar New York gekomen en dat was een zeer emotioneel moment. Bergman lag op dat moment zwaar overhoop met de Zweedse fiscus en ik denk zelfs dat die problemen toen voor hem de aanzet waren geweest om dat scenario te schrijven, als een soort katharsis.

"Hoe dan ook, ik ging naar zijn hotelkamer en Bergman nam mij in zijn armen en hield mij zo'n tijdje vast. Heel emotioneel. We hebben over het project gepraat en over zijn problemen. En op een bepaald moment zei ik: 'Maar u bent toch Ingmar Bergman! U staat aan het hoofd van het Nationaal Theater! Het kan toch niet dat men u zo behandelt!' of iets van die strekking. En toen is hij ingestort. Echt ingestort. Tranen. Hij heeft zich toen verontschuldigd en hij heeft de kamer verlaten. Zijn vrouw, die hem geen seconde uit het oog was verloren, kwam toen naar mij en zei dat dit hem nog nooit overkomen was. Ik vertel dit nu allemaal omdat ik toen binnenin iets voelde van: 'Werk met deze man. Er is hier sprake van een echt contact.' Maar uiteindelijk heb ik het toch niet gedaan."

En daar hebt u nu nog altijd spijt van?

"Oh, my God! Oh, my God!" n

'Na veertig jaar acteren ben ik ervan overtuigd dat alles autobiografisch is. Vanuit een andere invalshoek vertel je steeds opnieuw hetzelfde verhaal. Want dat is het enige wat je kent''We wilden gewoon acteren. We verwachtten niet dat het ons zou lukken maar waren wel bereid ons hele leven te spenderen aan dat mislukken' 'Het is zo beschamend. Ik heb neen gezegd tegen Fellini. Ik heb tweemaal Ingmar Bergman afgewezen en Spielberg zelfs drie keer'

Oscar-palmares van Dustin Hoffman

1967 Oscar-nominatie en Bafta als beste nieuwkomer voor The Graduate

1969 Oscar-nominatie en Bafta als beste acteur voor Midnight Cowboy

1974 Oscar-nominatie voor Lenny 1976 Bafta-nominatie voor All the President's Men 1976 Bafta-nominatie en Golden Globe-nominatie voor Marathon Man 1979 Oscar en Golden Globe als beste acteur voor Kramer vs. Kramer 1982 Oscar-nominatie, Golden Globe en Bafta als beste acteur voor Tootsie

1988 Oscar en Golden Globe als beste acteur voor Rain Man

1997 Oscar-nominatie voor Wag the Dog

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234