Donderdag 29/07/2021

'Ik was de bewaker, maar ook de gevangene van Rembrandt'

Enkel de nacht wachtte nog op Patrick Vialaneix. Zo diep depressief was deze man die in 1999 in Draguignan een schilderij van Rembrandt stal en dat vijftien jaar verborgen hield. Ook voor zijn vrouw. Maar twee maanden geleden gaf hij het terug. 'Ik mis 'Het kind' nog altijd, maar ik voel me herboren.'

Dit is het ongelooflijke maar waargebeurde verhaal van Patrick Vialaneix. Een man die, weliswaar met een wat opvallende familienaam, geboren was voor een gewoon leven in de zon van de Côte d'Azur. Dat geluk had hij wel.

Verder: niks. Technicus in alarmsystemen, getrouwd, nu 43, vader van twee zonen.

Toch wordt het leven van Patrick Vialaneix ooit een film. De aanbiedingen zijn er, zegt hij in een comfortabele zetel in de lobby van het Parijse Hôtel Beauchamps. Waar single rooms beginnen vanaf 660 euro per nacht, voor hem ongetwijfeld betaald door een van de tv-stations die hem vanuit zijn Marmande in de Lot-et-Garonne naar de hoofdstad hebben gelokt. Omdat Vialaneix nu hot is. De man die amper drie maanden geleden wegkwijnde in zijn zetel.

"Waar beginnen?" Zijn ogen zijn zacht, zijn manier van spreken is dat ook, dan gaat hij toch maar van start. Omdat hij het ondertussen al een beetje gewoon is om dit te vertellen en omdat elke journalist toch naar 1983 gaat. Het is de herfst van dat jaar, Patrick is 13 en met zijn mama is hij vanuit Saint-Raphaël aan de kust naar Draguignan gereden. Hij speelt er een voetbalmatch. Dan drinken ze een warme chocomelk en mama, die zelf schildert, neemt haar zoon mee naar het Musée de Draguignan. "Daar heb ik L'Enfant voor het eerst gezien. Het hing wat in het donker en kwam niet tot zijn recht. Het keek een beetje triest. Het trok me aan."

L'Enfant, zo zal hij dit schilderij de volgende twee uur altijd noemen, het is een werk dat sinds 1794 in het bezit van dit museum is en dat wordt toegewezen aan Rembrandt van Rijn. Jongen met zeepbel heet het. Of Kind met zeepbel. Voor Patrick Vialaneix zal het dat laatste wel zijn, L'Enfant dus, en nu gaat hij terug naar die dag in 1983.

"Wat er speelde, was dit", herinnert hij zich. "Mijn vader had een pacemaker en ik was daar als kind heel erg mee bezig. Ik lette voortdurend op het zachte getik dat je kon horen: klopt het nog? Altijd was ik bang. En toen ik Het kind met de zeepbel zag, was dat voor mij meer dan vriendschap of liefde. Het verbeeldde de vluchtigheid van het leven."

Het kan amper, maar terwijl deze kleine man van nu 43 vertelt over die eerste kennismaking met dat schilderij van Rembrandt, lijken zijn ogen nog wat zachter te worden. Hij kijkt wat verder in de lobby en er komt een glimlach bij. "Ik was een timide kind en maakte me zorgen over mijn vaders hart. Misschien had ik toen een psycholoog moeten opzoeken, ik weet het niet. Ik deed het in ieder geval niet, maar ik raakte wel in de ban van Het kind."

Het wordt 1987 en Patrick Vialaneix gaat nog eens kijken in Draguignan. "We leefden onze levens apart van elkaar en dat ging goed." Twee jaar later staat hij er nog eens: "De liefde voor dit schilderij was alleen toegenomen. Ik stond er voor en ik vertrouwde het mijn zorgen toe. Ik ging ermee praten." In 1994 sterft Vialaneix' vader: "Ik ben opnieuw naar Het kind gegaan en heb er troost gezocht zoals je bij een priester zou doen."

Voor deze Patrick Vialaneix vond iemand ooit de uitdrukking 'in de ban zijn van' uit. Het kind van Rembrandt laat hem niet meer los en als hij er in 1999 uiteindelijk nog eens naar gaat kijken, voelt hij alleen dit: "Ik wil het hebben."

Parade van helikopters

Nu begint de film. In het scenario zal dan staan wat echt gebeurde. Vialaneix, die technicus in alarmsystemen is, verlaat die dag het museum en beraamt in tien dagen tijd een plan om Kind met zeepbel uit het Musée de Draguignan te stelen. Op 13 juli 1999 - de datum is van tel - rijdt hij terug naar Draguignan. Hij parkeert zijn wagen vlakbij en gaat een koffie drinken. Eerder heeft hij bij het Office du Tourisme al informatie ingewonnen: het is de vooravond van de Nationale Feestdag in Frankrijk, om 22 uur vanavond zal er een parade van helikopters over de stad vliegen: dat zorgt voor veel lawaai. "Ze zouden tot op vijftig meter van het museum passeren."

Om halfdrie opent het museum. Vialaneix gaat naar binnen en verstopt zich in een Normandische kast die in een gang staat. Hij heeft een behangershamertje en een vuilniszak bij zich. Hij is klein, dat is een voordeel, hij past op een legger van de kast. Er is een klein gaatje in de deur: "Net genoeg om te kijken en net genoeg om te ademen."

Dan zakt de legger scheef, maar hij begeeft niet, en de volgende zes uur blijft Patrick Vialaneix in foetushouding in die kast. Wachtend tot het 21 uur is en de conservator het pand zal verlaten. Dat weet hij. En dat doet die man.

"Zodra hij weg was, ben ik uit de kast gekomen. Er was een metalen poort gesloten, dat had ik niet voorzien, even dacht ik dat het toen al over was." Maar de twee sloten kan hij van binnenuit gewoon over het metalen hek heffen. De poort gaat open en met zijn hamertje slaat hij ("met vier, vijf, slagen") een gat in een glazen deur. Geen alarm en Vialaneix steekt zijn hand erdoor: van binnen draait de klink zo open. "Sesam open u, zo voelde dat." Twee deuren verder komt hij in een ruimte die wel met een alarm beveiligd is. "Maar ik ben specialist", zegt hij.

Een lang verhaal wordt kort: hij kent de bewegingsfrequentie, hij weet dat hij twee seconden heeft om niet opgemerkt te worden. Dat lukt en even later haalt hij Kind met zeepbel gewoon van de muur. Helikopters vliegen nu boven Draguignan, het alarm gaat wél af, maar Vialaneix loopt terug naar zijn kast, stopt Het kind in de vuilniszak en stapt via een achterdeur naar buiten. Naar zijn auto. Naar huis.

Hij glimlacht. "Het alarm stond niet in verbinding met de politie. Wel met een beveiligingsfirma. Die had tien minuten nodig om daar te raken."

Dan: "Eigenlijk een schande dat een Rembrandt zo slecht bewaakt was. Het museum had ook werken van Renoir en Rubens. Maar ik kwam enkel voor deze Rembrandt. De politie heeft zich dan vergist. Ze dachten dat het een diefstal op bestelling was en ze waren ervan overtuigd dat het onmogelijk was dat iemand zelfs maar één minuut in die kast zou zitten. Ik zat er zes uur in."

Eindelijk thuis

Thuis woont Vialaneix dan alleen op een appartement en de volgende twee uur noemt hij de meest opwindende van zijn leven. Hij gebruikt het woord folie. "Het kind was eindelijk thuis. Ik zette het op mijn bureau en kon er gewoon naar kijken. Maar toen zakte ik in elkaar. Ik was ervan overtuigd dat de politie elk moment zou komen. En ik wachtte op hen. De hele nacht. De volgende dag. Nog twee dagen."

De politie kwam niet en dat deed de politie ook de volgende vijftien jaar niet: Patrick Vialaneix leek de perfecte kunstroof gepleegd te hebben.

In 'leek' zit twijfel. Het voorgeborchte van slecht nieuws. Het keerpunt in de film, dat stuk van het verhaal dat zo ergens halverwege zorgt voor een contrapunt: Kind met zeepbel werd eigenlijk op 13 juli 1999 het begin van een mooie droom en van een vreselijke nachtmerrie. "Ik werd een verschrikkelijk eenzame man."

Twee maanden na zijn roof leert hij Christelle kennen. "Ik wist al meteen na die dag dat mijn leven niet meer hetzelfde zou zijn", zegt hij. "Ik moest Het kind beschermen. Dat deed ik fysiek, met bubbeltjesplastic, een deken en plakband errond. Maar ik besloot het ook helemaal geheim te houden. Waardoor ik de bewaker van mijn Rembrandt werd, maar tegelijk ook de gevangene. Mijn Rembrandt was het kostbaarste bezit dat ik had en ik moest daar alleen voor zorgen."

Nog in zijn appartement in Grasse, de stad die een hoofdrol speelt in Patrick Süskinds succesroman Het parfum, wordt in 1999 ingebroken. "Mijn stereo-installatie werd gestolen, maar ik was zo gelukkig als wat: Het kind namen ze niet mee." Moeilijk te vinden ook in een kast met valse bodem. Later vertelt hij aan Christelle over dit pak alleen dat er een schilderij zit dat zijn overleden vader van zijn moeder had gekregen en dat hij dat koesterde. Zij toont respect en stelt geen vragen meer. "Maar ik volgde haar telkens als ze in de buurt kwam", zegt hij nu. "En dat begon te wegen. Eigenlijk leidde ik een dubbelleven met mijn vrouw en mijn schilderij. Dat schilderij was mijn maîtresse."

Die inbraak zorgt wel voor een ingrijpende beslissing: Vialaneix wantrouwt het departement Var en beslist om naar Fréchou in de Lot-et-Garonne te verhuizen. "Honderden kilometers verder. Ik dacht dat Het kind daar veiliger was."

Obsessie

Dat denkt hij twee jaar. Tot hij ziet dat het huis op een plek staat waar bijzonder veel insecten zitten. "Ik werd bang dat die beesten het schilderij zouden aantasten." Hij zegt zijn vrouw dat hij het huis niet mooi meer vindt en haalt haar over om te verhuizen naar Vianne. "De schrik bleef en ik werd stilaan depressief. En toen ik zag dat de dakgoten begonnen te roesten, door de vochtigheid, vreesde ik opnieuw voor mijn schilderij." Het gezin verhuist opnieuw, naar Casteljaloux nu. In bosrijk gebied. Opnieuw paniek: dit keer voor bosbranden. Ze verhuizen naar Marmande.

Hij zucht: "Ik zakte gewoon steeds dieper. Wat als een passie begon, werd een obsessie. En toen ik in 2007 zwaar ziek was en zelfs een tijdlang in een coma raakte, ging ik compleet onderuit."

Jaren van zware depressie volgen. Vialaneix verliest zijn job en komt zijn huis niet meer uit. Hij durft gewoon niet meer: "Als ik het al eens verliet en ik kwam een tegenligger tegen, keerde ik terug om te zien of hij niet op weg was om mijn schilderij te stelen. Ik kon niet meer leven. Bij al die verhuizen maakte ik overigens altijd zelf één extra rit om mijn schilderij (amper 60 bij 50 centimeter groot, RVP) te vervoeren. Maar het voordeel van vaak alleen thuis te zijn was dat ik mijn schilderij kon uitpakken, op een schildersezel zetten, en er uren kon naar kijken. Of ermee praten."

Even tussendoor: het is het chiaroscuro van de 17de-eeuwse Nederlandse meester dat Patrick Vialaneix zo aanspreekt. Het beetje licht in dat donker geheel. In de lobby van dit hotel valt zijn oog op een boek van Caravaggio, ook mooi, maar: "Rembrandt, hij is ontegensprekelijk de meester van het licht." Met Christelle is de huwelijksreis overigens naar Amsterdam gegaan. "Voor haar allicht niet zo'n droombestemming, voor mij de hemel." Hij heeft alles gelezen over Rembrandt en over dit kind, waarin hij misschien zichzelf herkent. "Wanneer Rembrandt het geschilderd heeft, weet niemand. Volgens mij beeldt het zijn zoon Titus af. Maar ook dat is voer voor studie." Soms lees je dat er twijfel bestaat of Rembrandt het wel zelf schilderde. Hij is wel zeker. "Het is precies een wat verborgen kind. Discreet en timide." Het kind dat Patrick Vialaneix, de enige zoon naast drie dochters, was?

Voor zijn depressie bezoekt Vialaneix al jaren een therapeut, de behandeling moet de depressieve en werkloze man van zijn paranoia afhelpen. Er is slechts één maar: over de reden van zijn depressie vertelt hij de therapeut niks. Zoals hij dat niet aan zijn vrouw doet. Ook niet aan zijn zonen Robin en Noah. Niemand. In Le Monde van vorig weekend, het interview dat alle andere in gang zette, zegt hij dat mooi: "Ik had de indruk herboren te worden toen ik dat schilderij had. Maar eigenlijk at het me beetje bij beetje op."

Oplichters

Het wordt 2012 en eindelijk neemt Vialaneix iemand in vertrouwen.

Het wordt 2014 en die man belt Vialaneix: hij heeft twee verzekeraars gevonden, in Nice, die het schilderij willen overnemen en dan zullen terugbezorgen aan de rechtmatige eigenaars.

Half maart stopt hij L'Enfant in een speciale zak, rijdt naar de afgesproken plek, een Axa-kantoor in Nice. Er wachten twee mannen op hem, zoals bevestigd ligt er een cheque van 40.000 euro op hem te wachten, hij geeft zijn schilderij af.

"Drie dagen later lees ik thuis op mijn computer dat twee mannen opgepakt zijn terwijl ze probeerden Kind met zeepbel van Rembrandt te verkopen. Dat waren geen verzekeraars, het waren oplichters, die in de val gelopen waren van het OCBC, een afdeling van de politie die de strijd aangaat met de trafiek van cultureel erfgoed."

Vialaneix belt zijn vrouw, die op het werk is, en vertelt haar de waarheid: hij was de dief van de Rembrandt. Er is ongeloof, er zijn tranen. Als zoon Robin om 13 uur van school terugkeert, vertellen ze het hem ook. Dan belt Vialaneix een advocaat. Die brengt later de politie op de hoogte. Dezelfde avond doet Vialaneix gedurende zes uur zijn verhaal. Hij moet de politiemensen overtuigen van zijn schuld. Dat kan aan de hand van foto's: na de inbraak in zijn appartement heeft hij, met een polaroidcamera, ooit een selfie van zichzelf met het schilderij gemaakt. "Ik had mijn zak met kleren mee naar het politiekantoor. Zo zeker was ik dat ik in de gevangenis zou belanden. Maar na het verhoor zeiden ze: 'We brengen je naar huis.' Ik wist niet wat ik hoorde."

Vialaneix' diefstal is verjaard en daarvoor lijkt hij op dit moment niet vervolgd te worden. De niet geïnde cheque van 40.000 euro geeft hij aan de politie. Wat volgt zijn weken van opbiechten. Aan zijn vrouw Christelle. "Als ik een echte maîtresse had gehad, dan had ik het makkelijker gezegd. Nu was het lastig. Natuurlijk is ze kwaad geweest, maar we zijn wel weer dichter naar elkaar toegegroeid. We blijven samen." Zijn zoon Robin is trots op zijn vader. "Dat wil ik nochtans niet. Ik heb een grote fout gemaakt. Hij mag dat niet als voorbeeld krijgen. Maar de politie heeft hem gezegd: 'Je vader was geen ordinaire dief, hij heeft voor dat schilderij gezorgd.'"

Renaissance zegt hij dan: "Ik voel me sinds mijn bekentenis herboren. Mijn psycholoog heeft wel met me gebroken. Dat begrijp ik. Ik ben jaren in behandeling geweest zonder dat ik hem de waarheid vertelde."

Maar wat is zijn les? "Een mens is niet gemaakt om een Rembrandt in huis te hebben. Dat hoort in het museum. Al is de les daar dat betere beveiliging van belang is. Maar voor mij is de paradox dat ik vijftien jaar het mooiste in huis had, maar tegelijk mijn leven en dat van mijn huisgenoten vergald heb. Er was continu stress, paranoia, ellende. Tegelijk kun je niet vechten tegen je lot. Iets zorgde ervoor dat ik het doek vijftien jaar geleden stal. En iets zorgde ervoor dat ik het nu teruggaf." Hij wil ooit suppoost in een museum worden. Al zal hij eerst proberen een zaakje op te zetten als chauffeur voor vips.

Kind met zeepbel is nu 'ergens in Draguignan'. Door jaren in een kast of in een gewone slaapkamer bewaard te zijn moet het volgens Vialaneix "afgezien" hebben. Zoals hij dat dus zelf deed, waarin hij alweer een metafoor ziet: "We zijn allemaal passanten in het leven. Zoals die zeepbel, Rembrandt had dat goed begrepen."

Maar straks - het Musée de Draguignan hoopt vanaf 13 juli - zal het werk weer aan de muur hangen. "Ik weet niet of ik uitgenodigd zal worden", zegt hij. "Ik zou graag gaan. Want ik mis Het kind. Het staat op mijn laptop en ik heb zeven polaroids die ik regelmatig bekijk. Maar ik heb er wel vrede mee. Het was mijn derde zoon en zo zie ik het: op een dag moet je je kind de wereld in laten gaan. Ik laat hem nu terug naar zijn adoptieouders en naar het huis waar hij op eigen benen kan staan. En Rembrandt heeft het geschilderd opdat het gezien zou worden. Niet om het te verstoppen." Toch blijft er angst voor zijn fascinatie. "In een kerkje in Le Mas-d'Agenais, een dorpje in mijn buurt, hangt een Christus aan het kruis van Rembrandt. Ik durf niet gaan kijken."

Patrick Vialaneix, schrijft hij nog eens op een papiertje. Met de naam van een nieuwe Facebookgroep ("daar deel ik mijn kennis over Rembrandt, want dat interesseert mij, niet het fait divers") en zijn adres. "Vanaf eind volgende maand wonen we daar", zegt hij. "Vorige week hebben we een mooi huis gevonden midden in de bossen. (glimlacht) We verhuizen nog één keer. Om de bladzijde om te draaien en zonder angst: er kan niks meer gebeuren. Bovendien was Het kind nooit daar. Nu ga ik soms nog in de kast kijken of het er nog ligt. Uit pure gewoonte. Daar kan echt een nieuw leven beginnen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234