Maandag 25/05/2020

'Ik waarschuw bij deze iedere buitenlander die naar Sydney wil komen voor de Spelen. Kom niet. Tenzij u brandende auto's en gebouwen wilt zien.'

Op 15 september is het dan zover. 's Middags vindt een kleine demonstratie plaats in de stad, waarbij het aantal aborigines in het niet valt, vergeleken met de hoeveelheid journalisten die hen op de voet volgen

Charlie Perkins, aboriginal, 3 april 2000

Het olympisch record herrie schoppen kwam niet in gevaar

Het zou het meest memorabele protest ooit worden. Gehouden voor het oog van de wereld, op het grootste toneel denkbaar. Alles en iedereen in Australië hield in augustus het hart vast. Acties van aborigines tijdens de Olympische Spelen leken onafwendbaar. De enige vraag was nog: zal het erg of heel erg uit de hand lopen?

Jan Ligthart

Vroeg in het jaar zijn de voortekenen beroerd. De voorbereidingen op de Spelen zijn onder een slecht gesternte begonnen: tal van zaken deugen niet, en telkens weer moet de olympische organisatie in Australië met de billen bloot. Na alle corruptieschandalen binnen het IOC weet het Australische organisatiecomité het imago van de Spelen er niet beter op te maken. De ene organisatorische blunder volgt op de andere. De entreekaartjes, de relatie met sponsors en media, de transportsector in Sydney: acht maanden voor het grote moment is er niets waarvan zonder meer kan worden gezegd dat het deugt. Alleen: het betreft allemaal zaken waarvoor de organisatoren en de Australische overheid zelf verantwoordelijk zijn, en onder controle moeten kunnen krijgen. Voor één bron van zorgen geldt dat niet: de aborigines.

De oorspronkelijke bewoners van dit rode continent hadden in 1999 al gewaarschuwd het grootste evenement ter wereld als een ideaal podium te zien om internationale aandacht te verwerven voor hun problemen. En terwijl dat aanvankelijk nog notoire oproerkraaiers waren, beginnen zich in 2000 ook meer gematigde aborigines dreigend uit te laten.

En met reden. Sinds de blanken voet aan land zetten in Terra Australis, was het met het relatief rustige leventje van de aborigines afgelopen. Eigenlijk is pas sinds 1997 duidelijk wat de oorspronkelijke bevolking in de loop van twee eeuwen is aangedaan. De stammen die werden verdreven van hun land, of werden gedwongen tot slavernij kwamen nog goed weg. Op talloze andere stammen werd tot eind vorige eeuw een ander soort genocide gepleegd.

Massamoorden kwamen in de twintigste eeuw niet meer voor, maar in de plaats bedachten de 'moderne' regeringen een niet minder kwalijke politiek. Duizenden aboriginal kinderen werden bij hun families weggehaald om opgevoed te worden in blanke gezinnen, bij missies of in weeshuizen. Deze politiek van 'assimilatie', die tot in de jaren zeventig is bedreven en pas in 1997 aan het licht kwam, leidde tot wat nu 'de gestolen generatie' heet.

Pas begin jaren negentig werd door de toenmalige socialistische regering een onafhankelijke raad aangesteld die een verzoeningsdocument moest opstellen. Dat document, gemaakt door blank en zwart samen, moest een punt zetten achter het onverkwikkelijke verleden en het begin van de schone lei vormen.

In de lente van het olympische jaar is het dan eindelijk zover. Het document kan gepresenteerd worden. Niets mooier dan een verzoening aan de vooravond van het grootste evenement dat Australië ooit beleefde. Maar vrij snel lijken pais en vrede verder weg dan ooit. Eerste minister John Howard verklaart dat de verzoeningsprocedure voor onbepaalde tijd is opgeschort. Nog in dezelfde week ontkent de minister voor aborigineszaken John Herron het bestaan van gestolen generaties. "Het ging niet letterlijk om generaties, maar slechts om enkele tientallen procenten van de aboriginal kinderen", verklaart hij.

Ongeloof en woede onder de aboriginal bevolking. Charlie Perkins, een van de beroemdste aborigines en sinds de jaren zestig de grootste voorvechter van gelijke rechten voor zijn volk, vertolkt het gevoel van de hardliners: "Ik waarschuw bij deze iedere buitenlander die naar Sydney wil komen voor de Spelen. Kom niet. Tenzij u brandende auto's en gebouwen wilt zien. Because the streets will burn, baby, burn."

Perkins en veel andere aborigines hebben het op dat moment helemaal gehad met de aartsconservatieve regering-Howard. De uitspraak van minister Herron is slechts de druppel die de emmer doet overlopen. Al diverse malen heeft de regering duidelijk gemaakt de problemen van de aborigines "niet als een prioriteit" te zien. De discriminerende wetgeving in twee deelstaten wordt met de zachte hand toegedekt en kritiek van de VN weggewuifd. Ook op de uitlatingen van Perkins wordt van overheidswege nauwelijks gereageerd. Mogelijk omdat gedacht wordt dat de gemoederen vanzelf wel zullen bedaren.

Een maand later laaien de emoties echter weer op. Op 28 mei, drieëneenhalve maand voor de openingsceremonie, lopen in Sydney naar schatting 250.000 mensen mee in een vreedzame demonstratie die in het teken staat van het dichter bij elkaar brengen van de aborigines en de blanke Australiërs.

Maar van echte verzoening is geen sprake. Premier Howard weigert ook op deze dag om officiële excuses aan te bieden voor het onrecht dat de inheemse bevolking is aangedaan. Veel pijnlijker nog is de opiniepeiling die aantoont dat veel blanke Australiërs de regering hierin steunen. Excuses zijn niet nodig, zo vinden zij, omdat het gaat om daden die door vorige generaties zijn gepleegd.

Wrang genoeg kan de aboriginal gemeenschap geen vuist maken. Sinds de vader van de verzoening, aboriginesleider Patrick Doodschop, in 1997 uit de onafhankelijke raad stapte, is de gemeenschap meer en meer verbrokkeld. Daardoor zijn de reacties van aborigines ook nu weer verdeeld. Sommigen huilen op 28 mei. Anderen roepen op tot gewelddadig verzet. En weer anderen, een typerende karaktertrek van het aboriginal volk, berusten. Niettemin: de overheid houdt stiekem ernstig rekening met ongeregeldheden tijdens de Spelen.

In de weken voorafgaand aan de Openingsceremonie blijft het echter opvallend rustig aan het aboriginal front. Er wordt weliswaar demonstratief een tentenkamp opgeslagen in Sydney, naar het voorbeeld van de gelijksoortige 'ambassade' in de hoofdstad Canberra, maar van een serieus of bedreigend protest is nauwelijks sprake. Ook Charles Perkins is in geen velden of wegen te bekennen. Het lijkt de stilte voor de storm en iedereen houdt dan ook de adem in.

Op 15 september is het zover. 's Middags vindt een kleine demonstratie plaats in de stad, waarbij het aantal aborigines in het niet valt, vergeleken met de hoeveelheid journalisten die hen op de voet volgen. Veel stelt het niet voor. Bovendien is alles en iedereen gericht op wat er 's avonds gebeuren zal.

En er gebeurt genoeg. Enkele miljarden mensen, het grootste televisiepubliek ooit, zijn getuige van de fraaiste openingsceremonie uit de olympische geschiedenis. In enkele uren wordt in een adembenemend spektakel de historie van Australië geschetst. Een spektakel waarin ruime aandacht is ingeruimd voor het aboriginal volk, dat voor dit 'programma' een gedeelde hoofdrol is toegewezen. En dan de slotnoot. Wie herinnert zich niet atlete Cathy Freeman die het olympisch vuur ontsteekt?

Het is een briljante ceremonie. In meer dan één opzicht. Wat politici, journalisten, welzijnswerkers en geestelijken nooit is gelukt, krijgt één vier uur durend feestje wel voor elkaar. Deze avond voelen blank en zwart zich trots op hun land, op hun culturele erfenis. Plotseling is sprake van één volk. De keuze voor Freeman is geniaal. Voor de hand liggend? Ja. En toch had niemand hierop gerekend.

De volgende dag blijkt hoe effectief de ceremonie was. Diverse aboriginal leiders laten weten zeer verguld te zijn met de aandacht die hun volk is geschonken en verklaren de Spelen tot een 'beschermd' evenement.

Vanaf dat moment is elke dreiging, elk protest van aboriginal zijde in de kiem gesmoord. Niemand wil dit 'momentum' nog verstoren. Geen ziel die nog profijt ziet in een demonstratie, laat staan in brandende straten. En met 10.000 journalisten in de stad was het toch gemakkelijk scoren geweest, zelfs voor een enkeling. Maar zelfs die enkeling is niet te vinden.

Het feest is compleet als Cathy Freeman ook nog eens goud wint op haar 400 meter. Het waren de beste Spelen ooit, zo luidt na afloop het eensgezinde antwoord van sporters, bestuurders, media en publiek. En de aborigines? Zijn zij er beter op geworden? Neen. Hun eigendunk heeft een broodnodige impuls gekregen. Maar van een beter vooruitzicht, een betere behandeling, een politieke koerswijziging is geen sprake.

Nog altijd weigert John Howard 'sorry' te zeggen. Nog altijd leeft een groot deel van dit volk in erbarmelijke omstandigheden. De strijd voor gelijkheid is na de Spelen weer opgepakt. Maar het oog van de wereld is niet meer op Australië gericht. De camera's klikken en snorren nu in Jeruzalem en in Washington, in Kosovo en Indonesië. En dus gaan de aborigines 2001 in zoals ze 1999 hebben afgesloten: als een volk dat nog een lange, lange weg te gaan heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234