Dinsdag 12/11/2019

Pedofilie

"Ik vond het opwindend en dacht dat die jongens het ook oké vonden. Pas later heb ik beseft dat ze geen nee kónden zeggen"

Beeld Stijn Felix

"Toen het schandaal rond seksueel misbruik in de kerk losbarstte, kende ik geen rust meer. Bij elk bericht in de media kromp mijn hart ineen van angst, en verging ik van spijt. Wat als mijn slachtoffers ook gingen praten? De dag van mijn arrestatie was een bevrijding." Mark werd veroordeeld voor zedenfeiten met pubers en is al jaren in therapie. Hij wil zijn verhaal vertellen om Stop it Now te steunen, de anonieme hulplijn voor pedofielen die nu één jaar bestaat. 

Die ochtend stond de politie plots voor de deur bij Mark*, een ingenieur.

"Ik was thuis met mijn twee kinderen, die toen nog heel jong waren. Voor de deur stond de wijkagent, met een patrouille", zegt hij.

Wist je waarvoor ze kwamen?

"Ik had een vermoeden, al had ik al meer dan tien jaar geen feiten meer gepleegd. Ze vroegen om me te spreken. Ik zei dat ik eerst de kinderen naar school zou brengen. Onderweg vroeg ik me af: wie is het? Heeft de ene jongen gesproken, of de andere? Toen bleek dat een slachtoffer over mij verteld had in therapie. De politie is alle jongeren gaan ondervragen waar ik in die periode contact mee had. Zo zijn ze ook bij het tweede slachtoffer terechtgekomen."

"Het was de laatste keer dat ik mijn kinderen heb gezien. Toen ik terugkwam, werd ik gearresteerd. Mijn ondervraging ervoer ik als een verademing. Ik kon eindelijk vertellen wat ik had gedaan. De angst die zich jarenlang in mij had opgebouwd, vond een uitweg, ik was bevrijd van het geheim dat loodzwaar op me woog."

"Die avond ben ik naar de gevangenis gegaan. Ik ben daar gebleven tot aan mijn proces, een jaar later. Ik werd veroordeeld tot zeven jaar, waarvan ik vier jaar in de gevangenis heb gezeten. Daarna heb ik twee jaar therapie gevolgd in een instelling. Nu woon ik alleen op een appartementje en ben ik op zoek naar werk. Als ik naar een interimkantoor stap, vertel ik altijd dat ik een veroordeling heb voor zedenfeiten. Dat maakt het nog moeilijker om werk te vinden, maar ik vind dat ik het mijn slachtoffers verschuldigd ben om te erkennen wat ik heb gedaan."

"Ik heb gezworen dat ik geen nieuwe feiten ga plegen, en daar blijf ik me tegen wapenen. Ik blijf therapieën volgen en ik mijd plekken waar veel jongeren komen. Het Chinese lichtfestival in de Zoo van Antwerpen bijvoorbeeld, daar was ik graag naar gaan kijken, maar ik doe het niet. Ik zal nooit naar de kermis gaan of voor een klas staan. Niet dat ik in de verleiding zou komen om opnieuw te beginnen, maar ik wil alert blijven. In de therapie formuleerde de psycholoog het heel treffend: 'Boven verdenking, buiten gevaar.' Dat is mijn motto geworden."

"Dit interview is voor mij een vorm van sorry zeggen tegen mijn slachtoffers. Ik heb zoveel spijt van wat ik heb gedaan, maar ik kan het niet ongedaan maken. Door mijn verhaal te doen, wil ik helpen voorkomen dat andere mensen dezelfde fouten maken. Toen ik mijn eerste feiten pleegde, bestond Stop it Now nog niet. Had ik tóén naar zo’n hulplijn kunnen bellen, dan was ik er misschien niet mee doorgegaan en had ik veel minder mensen pijn gedaan."

Lees hieronder verder

hulplijn pedofilie Beeld Stijn Felix

Geen monsters

Ze waren er een jaar geleden niet helemaal gerust in, bij de lancering van Stop it Now, de gratis en anonieme hulplijn voor mensen die worstelen met pedofiele gevoelens. "Iedereen was bloednerveus en bang voor de reacties", vertelt projectverantwoordelijke Minne De Boeck, criminologe bij het Universitair Forensisch Centrum aan het UZ Antwerpen.

"Het stigma rond pedofilie is enorm. Minister Jo Vandeurzen steunde het project financieel, ook al ligt zoiets politiek gevoelig. De reacties vielen gelukkig mee. Men begreep dat het ons om preventie te doen was. Een moeder van een slachtoffer belde ons die eerste dag om ons te feliciteren. In het afgelopen jaar namen 454 mensen contact op met de lijn, telefonisch of per mail, gemiddeld meer dan één per dag dus. Dat betekent dat we aan een echte nood beantwoorden. Het grootste deel van de bellers en mailers – 60 procent – was bezorgd over z’n seksuele gevoelens voor kinderen of minderjarigen. Een derde daarvan had ook al kinderporno bekeken. In een jaar tijd zijn 58 mensen doorverwezen naar de hulpverlening, en 25 mensen zijn effectief met therapie begonnen. Dat zijn 25 mensen die anders de weg naar gepaste hulp misschien niet hadden gevonden en misschien slachtoffers hadden gemaakt. Dat is meer dan we zelf in eerste instantie hadden verwacht."

Wat doen jullie als er mensen bellen die wel al kinderen of jongeren hebben misbruikt?

"Zo zijn er enkele geweest. Sommigen hadden al een gevangenisstraf uitgezeten, maar belden omdat ze behoefte hadden aan een luisterend oor. Maar als er concrete aanwijzingen zijn dat er een potentieel slachtoffer in gevaar is, kunnen we dat aan het parket melden. Dat beslist of het de zaak verder onderzoekt. We hebben het afgelopen jaar één keer advies moeten inwinnen bij hen."

"Het merendeel van de bellers heeft geen feiten gepleegd, en zoekt hulp om dat zo te houden. Daarnaast willen we er ook zijn voor de familie en de naaste omgeving van pedofielen, voor wie het vaak ook erg moeilijk is."

Het grootste misverstand rond pedofielen is dat ze allemaal kinderen misbruiken. Dat beeld willen jullie bijsturen.

"Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 1 tot 4 procent van de mannen pedofiel is. Het gaat dus om een maatschappelijk probleem. In België gaat het om minstens 44.000 mannen, en dan ga je nog maar uit van 1 procent. Dat is niet weinig."

"Een kwart van hen zou tot handelen overgaan. Dat betekent dat de meerderheid van de pedofielen nooit tot actie overgaat. Ze ontwikkelen strategieën om hun seksuele gevoelens voor kinderen of jongeren te temperen."

"Er zijn pedofielen die zich enkel aangetrokken voelen tot kinderen. Anderen voelen zich ook tot andere leeftijdsgroepen aangetrokken. Ik sprak onlangs met zo iemand: hij is vandaag al wat ouder, en heeft al sinds zijn jonge jaren een waardevolle relatie met een vrouw, die van in het begin op de hoogte was van zijn voorkeur voor kinderen. Ook aan enkele vrienden heeft hij het verteld. Die man lijdt sterk onder zijn pedofiele gevoelens, want hij mag en kan er niks mee. Voor hem is het belangrijk dat hij daar met zijn vrouw en vrienden over kan praten. Dat houdt hem recht en zorgt ervoor dat hij nooit zal toegeven aan zijn verlangens. ‘Ik weet perfect hoe ik die gevoelens moet beheersen, maar ze zijn er wel,’ zei hij."

"Voor pedofielen die zich alleen tot kinderen aangetrokken voelen, moet het nog veel moeilijker zijn. Want zij kunnen nooit in hun leven seks beleven. Bij sommige mensen is het aangewezen om libidoremmers te nemen, zodat ze er niet meer zo obsessief mee bezig zijn."

"Er zijn ook pedofielen die zich aangetrokken voelen tot pubers. Strikt genomen is dat geen pedofilie, we spreken dan over efebofilie. Dan hebben we het over een exclusieve voorkeur, niet over volwassenen die zich weleens aangetrokken voelen tot meisjes of jongens van 15, 16 jaar. Dat is niet zo uitzonderlijk: volgens onderzoek overkomt dat 80 tot 90 procent van de volwassenen."

Is pedofilie aangeboren?

"Volgens de DSM (het standaardhandboek in de psychiatrie, red.) is het een psychiatrische stoornis. Maar de meeste pedofielen omschrijven het zelf als een geaardheid, iets waar je niet voor kiest."

"Hoe pedofilie ontstaat, weten we eigenlijk niet. Het zou een combinatie zijn van een aangeboren gevoeligheid, psychologische en sociale factoren, bepaalde gebeurtenissen in je leven. Er zijn ook mensen die een pedofiele voorkeur lijken te ontwikkelen als gevolg van hun eigen seksueel misbruik."

"Als pedofielen tot handelen overgaan, speelt er van alles mee: frustraties en kwaadheid, een slechte impulsbeheersing, een gebrekkig geweten, schaamte, maar vooral sociaal isolement. Pedofielen voelen dat de maatschappij hen verafschuwt, en dat helpt niet. Hoe eenzamer ze zijn, hoe groter het risico dat ze dit gevoel wegdrukken door seks met kinderen. Als je het gevoel hebt dat je alleen staat, en dat je geen aansluiting meer vindt bij de maatschappij, dan heb je veel minder te verliezen. Daarom is het zo belangrijk dat we die groep niet uitsluiten, en hen niet voortdurend afschilderen als monsters."

"In therapie leren pedofielen niet alleen strategieën om te vermijden dat ze kinderen misbruiken, maar ook hoe ze hun leven vorm kunnen geven. Ze zoeken andere dingen in het leven die hen voldoening geven – een goede job, hobby’s, een rijk sociaal leven. Je kunt de gevoelens niet wegnemen, maar je kunt er wel voor zorgen dat ze minder belangrijk worden in iemands leven. Weggaan doet het nooit. Je kunt de windsterkte doen afnemen, maar de windrichting verander je niet."

Op welke leeftijd ontdekken pedofielen hun geaardheid?

"Meestal vrij vroeg, sommigen geven aan rond hun 15 à 16 jaar: het moment dat ze uit hun puberteit groeien en merken dat hun seksuele interesse niet meegroeit. Als je 12 bent en je bent verliefd op een 10-jarig meisje, dan is dat normaal. Maar als je 18 bent, en je bent nog altijd verliefd op een 10-jarig meisje, dan stel je je vragen. Veel pedofielen vertellen over de verwarring en de enorme schaamte die ze voelen als ze die gevoelens ontdekken."

Is iedereen die kinderen seksueel misbruikt een pedofiel?

"Zeker niet. In meer dan de helft van de gevallen spelen er andere dingen, zoals machtsmisbruik of relationele en sociale problemen. Het merendeel van het seksueel misbruik van kinderen wordt dus níét gepleegd door pedofielen. Dat lijkt onze maatschappij weleens te vergeten als ze die mensen verketteren. Onze hulplijn richt zich naar iedereen die zich zorgen maakt over de seksuele gevoelens naar kinderen. Want als je écht aan preventie wilt doen, moet je je niet alleen richten tot pedofielen."

Nooit seks

Of hij zichzelf als een pedofiel zag? Niet op het moment van de feiten, vertelt Mark. Later wel, hoewel zijn interesse niet uitging naar kinderen, maar naar pubers.

Wat is er precies gebeurd?

«Toen ik 35 was, ben ik getrouwd. Ik was verliefd op mijn vrouw, maar er waren seksuele problemen. Ik kon geen erecties krijgen. In die periode had ik veel contact met jongeren via de sportvereniging. Eén van de jongens aan wie ik bijles gaf, heb ik seksueel misbruikt. Hij had het moeilijk met wiskunde, en ik kwam op zaterdag bij hem thuis om hem te helpen, boven op zijn kamer. Er groeide een intense vriendschap. We deden meer dan alleen studeren: ik ging met hem naar een voetbalmatch, of we bezochten musea. Voor mij was het een soort relatie. Ik voelde me goed bij jongeren, terwijl ik moeilijk contact legde met volwassenen. Volwassenen lieten nooit het achterste van hun tong zien, vond ik. Ik voelde me minderwaardig. Als ik een gesprek had met een volwassene, dan wist ik niet waar ik het over moest hebben. Met jongeren had ik dat probleem niet. Daar had ik een heel open, spontane en eerlijke band mee."

"Ik ging heel fysiek met hem om, raakte hem dikwijls aan. We praatten vaak over seks, over zijn veroveringen bij de meisjes waar hij graag mee uitpakte. Ik moedigde hem aan en creëerde een sfeer waarin elkaar aanraken normaal begon te lijken. Op een bepaald moment heb ik mijn hand op zijn kruis gelegd en heb ik hem gemasturbeerd. Hij liet het toe, dus dacht ik dat hij het goed vond."

"Anderhalf jaar heeft het geduurd. We hadden niet elke keer seks als we afspraken, maar de mogelijkheid zat altijd in mijn achterhoofd. Dan maakte ik mezelf wijs dat het goed was. Omdat ik hem in zekere zin de keuze gaf: ‘Gaan we een computerspel spelen of heb je er zin in?’ Ik bevredigde hem dan, hij heeft me nooit aangeraakt. Ik kreeg ook nooit een erectie, hoewel ik het heel opwindend vond."

"Het seksuele werd steeds belangrijker voor mij. Ik was niet verliefd op die jongen, het was meer een nood om een echte vriend te hebben, met wie ik alles kon delen. Het werd een soort obsessie, een verslaving. Eigenlijk wist ik dat het niet oké was, maar ik maakte wel telkens een nieuwe afspraak. Hij heeft nooit gezegd dat hij het niet fijn vond. Achteraf heb ik in zijn verklaring gelezen dat hij het er erg lastig mee had, maar dat hij het wel wilde toestaan omdat ik het was. Dat was voor mij een enorme schok. Pas later in therapie heb ik beseft dat hij in een situatie zat waarin hij geen nee kón zeggen."

Hoe oud was die jongen?

"Daar is een discussie over met het gerecht. Ik dacht dat hij 15 was, bijna 16. Hijzelf zegt dat hij 14 was, en de rechter is hem gevolgd."

"Het maakt eigenlijk niet uit, want mijn tweede slachtoffer was in ieder geval 14. Ook dat was een jongen aan wie ik bijles gaf, en met wie ik een innige band kreeg. Het is volgens hetzelfde stramien verlopen. De vriendschap, de schijnbaar onschuldige aanrakingen, de gesprekken over seks… Op een bepaald moment heeft die jongen gezegd dat hij het niet meer wilde, en dan ben ik er ook mee gestopt."

Je was zelf al 35. Voordien had je nooit zoiets gedaan. Waarom begon je er toen mee?

«Voor mijn 35ste had ik nog nooit seks gehad. Dat kwam door mijn puberteit: toen is er van alles misgelopen in mijn seksuele ontwikkeling. Ik had een fysieke afwijking waar ik liever geen details over geef omdat ik me er nog altijd voor schaam. Ik werd gepest, voelde me minderwaardig, het was zwaar om te dragen. Het heeft ervoor gezorgd dat ik me afsloot van anderen en een muur rond mij bouwde. Ik had geen vrienden, geen vriendinnen, ik sprak nooit af buiten de school, ik ging nooit uit. Met seks was ik niet bezig, ik kreeg ook nauwelijks erecties. Alleen ’s nachts gebeurde dat weleens spontaan, en als ik wakker werd, maakte ik er weleens gebruik van om te masturberen."

"Ik heb een paar vriendinnen gehad toen ik ouder was, maar ik had geen seks met hen. Ik herinner me een opmerking van een vriendin, toen ik eens bij haar thuis logeerde: ‘Ik had verwacht dat je ’s nachts naar mijn kamer zou komen.’ En ik viel uit de lucht: ‘Waarom?’ Ik was verliefd en ik wilde tederheid, maar seks was voor mij ‘voor later’. Bij ons thuis gold de regel: geen seks voor het huwelijk, en dat kwam me goed uit. Ik woonde tot mijn 35ste bij mijn ouders, ik was zogezegd ‘getrouwd met mijn werk'."

"Toen ik op mijn 35ste trouwde, had ik mijn eerste seksuele contact, met mijn vrouw. Dat ging heel moeilijk. Ik kon geen erectie krijgen. Ik was wel verliefd op haar, ik had vlinders in mijn buik. Daar lag het dus niet aan. We hebben het toch een paar keer gedaan omdat we kinderen wilden. Daar is wat medische hulp bij komen kijken. Ik wilde ook aan het verwachtingspatroon van mijn ouders voldoen: trouwen, kinderen, de familienaam doorgeven."

"Maar ik werd voortdurend geplaagd door faalangst. Dat probleem had ik niet bij die jongeren. Tegenover hen moest ik me niet bewijzen, ze keken naar me op."

Die eerste keer is toch een drempel waar je over moet?

"Eigenlijk niet. Het gebeurde bijna als vanzelf. Ik voelde me super, het was opwindend, ik had nog nooit zoiets gevoeld. Het was na die eerste keer, dat ik dacht: ‘Wat nu? Gaan we hiermee verder?’ Dát was de drempel die ik over moest."

"Het was een innerlijke strijd. Ik snakte naar iemand met wie ik erover kon praten: had Stop it Now toen maar bestaan, dan had ik hulp kunnen zoeken, en was al de rest misschien niet gebeurd. Je zit gevangen in een kamer, er zijn deuren, maar je ziet ze niet. De enige deur die je ziet, is die naar het slachtoffer."

Het is je eerste slachtoffer achteraf niet zo goed vergaan.

"Toen ik dat hoorde – vele jaren later – voelde ik me heel schuldig. In therapie heeft hij verteld dat veel van zijn problemen te maken hadden met de dingen die ik met hem had gedaan. Dat hij daardoor is begonnen met drank en drugs. Dat is niet helemaal waar. Hij deed dat al voor de feiten, want ik heb me verschillende keren kwaad gemaakt over zijn drank- en druggebruik. Maar het doet er eigenlijk weinig toe. Het was een jongen die thuis weinig aandacht kreeg, zijn ouders waren niet met hem bezig. Het was een kwetsbare jongen, en dan kwam daar zo’n vaderfiguur als ik, die er nog een schep bovenop deed. Ik wist wel dat wat we deden niet oké was. Maar ik had nooit durven denken dat het zoveel problemen zou geven in zijn latere leven. Dat was voor mij de zwaarste schok."

De zaak-De Pauw

Hoe is het gestopt?

"Die jongen is op een bepaald moment naar het buitenland gegaan voor zijn studies. Toen heb ik de beslissing genomen om niet opnieuw te beginnen, want ik was ook wel een beetje bevrijd. Ik nam me voor om voor mijn huwelijk en voor mijn kinderen te kiezen. Eigenlijk was het ook een vorm van vreemdgaan."

"Daarna heb ik tien jaar niets meer gedaan. Omdat ik spijt had. Ik meed toen ook al jongeren. Ik ben uit de vereniging gestapt en heb me volledig op mijn gezin gericht. Seks met mijn vrouw ging nog altijd moeilijk. We deden het één keer per jaar, of zo. Toen ze hoorde waarom ik was gearresteerd, zei ze aan de politie: ‘Ah, dáárom ging het niet.’ Dat denk ik zelf niet, maar ik heb haar zoveel pijn gedaan dat ze van mij mag denken wat ze wil, ik neem haar niets kwalijk."

Heb je er ooit met iemand over gesproken?

"Nee, en dat was heel zwaar. Zeker toen het schandaal van het seksueel misbruik in de kerk losbarstte en het om de haverklap in het nieuws kwam. Elke keer kromp mijn hart ineen van angst, en verging ik van spijt om wat ik had gedaan. Wat als mijn slachtoffers ook naar de politie stapten? Het was het zwaard van Damocles dat boven mijn hoofd hing. Ik werd thuis prikkelbaar, maakte ruzie met mijn vrouw over onbenullige dingen, deed lastig tegen de kinderen… Bij het kleinste artikeltje in de krant zat ik al bijna tegen het plafond. Ik was kwaad op mezelf. En bang voor de toekomst van mijn gezin, want zij wisten van niets."

"Tegelijk wilde ik niets liever dan er met iemand over praten. Ik heb lange tijd getwijfeld om een priester in mijn parochie in vertrouwen te nemen, want ik ben gelovig en ik ging geregeld naar de mis. Maar door het schandaal rond Roger Vangheluwe vond ik dat te delicaat. Er bestonden toen ook al diensten die me hadden kunnen helpen, maar ik kende ze niet."

Zedenplegers en pedofielen krijgen ook in de hulpverlening nog vaak het deksel op de neus, zegt Minne De Boeck.

De Boeck: "Sommige van onze bellers hébben al eerder de stap naar een psycholoog, huisarts of vertrouwenspersoon proberen te zetten en kregen te horen dat ze er niet met hun probleem terecht konden. Als je één keer je moed bij elkaar raapt en dan een veroordelende reactie krijgt, probeer je het niet snel een tweede keer. Terwijl het leed soms groot is. Pedofielen krijgen vaak te kampen met depressies en zelfmoordgedachten. In 2017 hebben we veertien bellers gehad met zelfmoordgedachten. Dat is vrij veel en niet geruststellend, vooral omdat het geen specifieke hulplijn is voor zelfmoord."

"De zaak-Dutroux en de grote misbruikschandalen in de kerk en in de sport hebben het taboe natuurlijk nog vergroot. De oudere pedofiel over wie ik het daarnet had, vertelt dat men pedofielen in het Vlaanderen van de jaren 70 en 80 veel minder als monsters beschouwde. Toen hij zijn vrienden in zijn geheim inwijdde, hielden die niet meteen in paniek hun kinderen weg uit zijn buurt. Hij had hun verzekerd dat hij ze nooit schade zou berokkenen, en ze vertrouwden hem daarin. Maar stapsgewijs voelde hij de mensen verkrampen, bij elk schandaal een beetje meer. ‘Als ik vandaag 20 was, had ik het waarschijnlijk aan niemand verteld,’ zegt hij nu. Terwijl net de sociale omgeving zo belangrijk is om die mensen te ondersteunen en zo aan preventie te doen."

"Ook de #MeToo-beweging heeft iets teweeggebracht bij onze doelgroep. Op dagen dat het nieuws over Harvey Weinstein en een week later Kevin Spacey in het nieuws kwam, zagen we bij ons ook een opvallende piek in het aantal bellers en mailers. Bij de affaire rond Bart De Pauw zag je ook een piek, maar iets minder. Au fond hebben die zaken weinig te maken met misbruik van kinderen, maar het gaat natuurlijk ook over machtsmisbruik en grenzen die je overschrijdt."

Een relatietje

Toen je het misbruik pleegde, was de zaak-Dutroux al een paar jaar achter de rug, Mark.

Mark: "Ja, maar ze bleef wel door mijn hoofd spelen. In therapie heb ik beseft dat je jezelf als dader veel dingen wijsmaakt om je gedrag goed te praten. ‘Ik ben toch geen Dutroux, want ik heb niemand ontvoerd, ik heb niemand vermoord, ik ben wél lief voor die jongens, ik laat hún de keuze…’ Eigenlijk wist ik wel dat ik die jongens misbruikte, dat ik het vertrouwen van hun ouders beschaamde, dat ik mijn vrouw bedroog, dat ik veel mensen pijn zou doen als het zou uitkomen. En toch deed ik het."

"In therapie moet je je verhaal telkens weer zo gedetailleerd mogelijk vertellen, aan een groep dan nog wel. Dat maakt het nog spannender, want niemand is meedogenlozer dan lotgenoten. Ze voelen perfect aan wanneer je liegt. We kennen onze eigen smoezen en strategieën het best. En telkens wanneer er iemand nieuw bij de groep kwam, moest je opnieuw je verhaal vertellen, bij wijze van kennismaking. Het gebeurde dikwijls dat ik tranen in mijn ogen kreeg omdat ik de pijn van mijn slachtoffers voelde."

Zeg je dat nu niet omdat dat goed klinkt?

"Nee. Ik heb het nu soms nog, met al die berichten over misbruik in de sport. Ik herken hun pijn en leg meteen de link naar de pijn van mijn slachtoffers."

Bisschop Vangheluwe was de kampioen van het goedpraten. Heb je het interview gezien dat hij op televisie gaf?

"Ik heb het niet helemaal kunnen uitkijken, want het was té confronterend en té pijnlijk. Ik vond het verschrikkelijk om die man bezig te zien, omdat hij het blééf goedpraten en minimaliseren. ‘Geef nu eens toe dat je fout bezig was, man!’ dacht ik."

Vangheluwe zei – net als jij daarnet: ‘Het was een relatietje.’

"Ik heb ook over een soort relatie gesproken, maar ik praat het niet goed."

"Na mijn arrestatie kwam het groot in de krant. Iedereen in het dorp wist het. Ik zat toen in de gevangenis, en dat heeft me gespaard van heel wat pijnlijke confrontaties. Die hebben mijn vrouw en mijn familie moeten doorstaan. De meeste mensen behandelden hen als lepralijders."

Je kreeg zeven jaar. Vond je dat een zware straf?

"In het begin wel, ja. Die eerste tijd in de gevangenis vergeleek ik ook met andere seksueel delinquenten. Een vader die zijn zoon had verkracht werd onder voorwaarden vrijgelaten, een andere dader kwam er met twee jaar voorwaardelijk vanaf. Zodra ik met de therapie begon, ben ik gestopt met dat vergelijken. Ik zag in dat het ook een soort goedpraten was van mijn daden. Ik moest gewoon mijn straf aanvaarden, punt."

"Mijn vrouw is me nog een paar keer komen opzoeken in de gevangenis. Na de veroordeling heeft ze de scheiding aangevraagd en heb ik een contactverbod voor de kinderen gekregen. Dat is véél zwaarder dan zeven jaar cel. Maar ik begrijp dat mijn vrouw kwaad is. Ik heb haar dromen kapotgeslagen, onze dromen. En dus heb ik de scheiding aanvaard."

Hoe was het in de gevangenis? Daar zijn ze niet mals voor seksuele delinquenten.

"Moeilijk. Ik had vooral last van de cipiers. Er zijn er die correct zijn, maar anderen maken je belachelijk, slaan en vernederen je. De eerste dag in de gevangenis kreeg ik andere kleren en moest ik mij uitkleden. Toen hebben ze me naakt allerlei vernederende dingen laten doen: ‘Laat je penis zien, buk je eens, laat uw achterste zien… Nu voel je wat het is om door mensen gebruikt te worden.’ In Vorst zat ik in de zogenaamde pedofielenvleugel. Mijn grootste geluk is dat ik al na een maand werk had: ik poetste de bureaus van het personeel en de bezoekersruimte. Dat heeft mij door die vier jaar geholpen. Af en toe waren er pesterijen. Een dode muis bij het eten, of zo. Maar het had veel erger gekund."

Je zit in de gevangenis, je vrouw vraagt de scheiding aan, je ziet je kinderen niet meer, je wordt gepest door de cipiers, en je denkt: het kon erger.

"Ja, dat was mijn strategie om te overleven. Ik heb verhalen van andere gevangenen gehoord die in elkaar waren geslagen. In Amerikaanse films zie je dat gedetineerden verkracht worden. Dat heb ik allemaal niet moeten meemaken. Ik had gelukkig veel steun van mijn ouders. Hun eerste reactie was ongeloof en verdriet, maar ze zijn me wel blijven steunen. Dat heb je nodig."

"Ik heb drie jaar therapie gevolgd, en zit nu in een groep voor gevorderden. Sommige daders krijgen libidoremmers en medicatie om hun lustgevoelens te onderdrukken, maar bij mij is dat niet nodig, omdat ik zelden een erectie krijg. Dat is altijd het probleem geweest, al van in mijn jeugd. Het mechaniekje werkt wel, maar mijn hersenen geven niet de juiste informatie door."

"Naar mijn dorp ben ik nooit meer teruggekeerd. Mijn vrouw heeft gevraagd niet meer in de buurt te komen. Het huis is verkocht, de meeste spullen zijn weg. Ik hoor niets meer van mijn kinderen. Het is een geruststelling te weten dat mijn vrouw goed voor hen zorgt."

"Tijdens mijn therapie ben ik me vragen beginnen te stellen over mijn geaardheid. Ik denk dat ik geen hetero en geen homo ben, maar iets tussenin. Vandaag voel ik me vooral aangetrokken tot mannen. Ik woon nu alleen in een appartementje in de stad. Ik ben een eind in de vijftig, en ik hoop dat ik over een paar jaar niet meer alleen woon, want ik heb iemand naast mij nodig. Een mooie relatie, dat is mijn ultieme droom. Ik zoek geen vriendschappen met jongeren meer op. Ik heb genoeg pijn veroorzaakt: bij mijn slachtoffers en hun familie, bij mijn vrouw en mijn kinderen, mijn ouders, broers en zussen, mijn kameraden… Het is genoeg geweest."

*Mark is een schuilnaam.

Stop it Now is te bereiken op het nummer 0800 200 50

Copyright Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234