Dinsdag 02/03/2021

'Ik vond het een beetje te cliché om me dood te drinken'

De renaissance van Roland Van Campenhout

Roland is op tijd. En nuchter. Meteen twee vaststellingen die haaks staan op de reputatie die hem al een heel leven achtervolgt. Een gevuld leven, overigens. Met passages langs diepe dalen en de occasionele klim naar de top. Zoals nu bijvoorbeeld. Met Never Enough, een samenwerking met Admiral Freebee, heeft hij zopas de meest succesvolle cd in zijn carrière gemaakt. 'Ik hou niet langer de zot met mezelf.'

DOOR BART STEENHAUT / FOTO ALEX VANHEE

Je ziet het wanneer je hem recht in de ogen kijkt: Roland is een survivor. Een man die vele veldslagen overleefd heeft en er al bij al tamelijk ongeschonden uit is gekomen. Hij heeft er bovendien een nauwelijks in te tomen joie de vivre aan overgehouden. Tijdens ons gesprek in een druk Brussels café dat vooral door keurige oude dametjes wordt bezocht, heeft hij heel wat bekijks. "In België mag je niet te veel naast de lijntjes kleuren. Hier word je nog nageroepen omdat je lang haar hebt of een vreemde broek draagt. Maar dat stoort me niet. Ik ben wie ik ben. En wie daar moeite mee heeft: pech."

De naam Roland wordt in België haast automatisch met blues geassocieerd. Maar op het gevaar af de gezellige sfeer meteen om zeep te helpen: dat maak je al lang niet meer, vind ik.

"Wel, ik ben net blij dat je dat zegt. Het hangt stilaan mijn kloten uit dat ik altijd in dat vakje gestopt word. Omdat het, zeker muzikaal, veel te beperkend is. Paul van Ostaijen is in mijn ogen veel meer blues dan een neger die op een gitaar speelt. De enige afspraak die ik met Admiral Freebee, mijn producer, gemaakt heb, is dat we ons ver weg houden van wat het publiek onder blues verstaat. Op dat akkoordenschemaatje ben ik ondertussen wel uitgekeken. Goed, ik heb nu een leeftijd waarop ik zogenaamd het recht heb om blues te spelen. Maar hopelijk geeft die leeftijd me dan ook het recht om dat níét te doen."

Zou Admiral Freebee je zoon kunnen zijn? Hij heeft er alleszins de leeftijd voor.

"Nee. Eerder mijn grootvader. (schatert) In ons hoofd is dat leeftijdverschil er niet. Mentaal vind ik hem een stuk ouder dan zijn jaren suggereren, bij mij is het net andersom. Dus daar hebben we elkaar goed gevonden."

Je muziek klinkt dit keer behoorlijk donker. Heeft dat dan toch niet met ouder worden te maken?

"Er zit een naderend doodsgevoel in, dat klopt. Ik besef ook wel dat ik geen zeventig jaar meer te gaan heb. Dus tegenwoordig hou ik minder de zot met mezelf. Iedere dag kan de laatste zijn. Nu, iemand van veertien kan ook onder een vrachtwagen lopen of uit een venster vallen. Maar ik betrap mezelf er toch op dat er een zeker fatalisme in mijn nieuwe cd zit. Al ben ik absoluut geen doemdenker. Ik heb dit keer ook echt mijn best gedaan. Zelfs voor de teksten. Vroeger grabbelde ik even in mijn doos volgekrabbelde bierkaartjes en losse stukjes papier. Met wat knip- en plakwerk ontstond er op de duur wel iets dat ermee door kon. Dit keer ben ik een stuk gestructureerder te werk gegaan. Met computer en tekstverwerker. Ik ben meer dan eens om vijf uur opgestaan om aan een tekst te schaven. Anders lag ik toch maar in mijn bed te wroeten. Dat was een nieuwe ervaring, maar lang niet onaangenaam."

Kun je je voorstellen dat sommige mensen bang voor je zijn? Op de hoesfoto van je nieuwe cd zie je er behoorlijk gevaarlijk uit.

"(kijkt op) Bang? Voor mij? Ik ben nochtans geen straatvechter die met een baseball bat loopt te zwaaien, hé? Maar ik was vroeger ook bang van Ferre Grignard. Een lieve man, maar hij kon verschrikkelijk kwaad kijken. Dat heb ik zelf ook wel een beetje. Het zal wel met mijn looks te maken hebben. Met dat wilde haar dat ik nooit kam en mijn baard. Maar geloof me: agressie past niet bij mij. Vandaar dat ik het moeilijk heb met de vaststelling dat onze samenleving steeds rechtser wordt. Almaar grimmiger, ook. Aan dit tempo slaan Vlamingen en Walen elkaar hier straks weer de schedel in."

Je bent zelf meer een Oude Belg, hé?

"Meer Belg dan Vlaming, alleszins. Die regeringscrisis onlangs, dat vond ik echt beschamend. Egotripperij in een zandbak. België is al maar een scheet groot. En dan willen ze het nog eens in tweeën splitsen. Dat is te zot om los te lopen."

Mocht je een normaal leven hebben gehad met een reguliere nine to five...

"... dan was ik allang gestorven van verveling. Ik ben blij dat ik de moed gehad heb om van mijn gitaar te leven. Anders had ik nu wellicht nog in Boom gewoond. Daar zie ik mensen die nooit hun geboortegrond hebben verlaten. Uitgeblust op hun tweeëndertigste. Toen ik veertien was, waren al mijn helden oude jazzmuzikanten. En in muziek speelt leeftijd geen rol. Kijk naar Sonny Rollins. Of naar die bejaarden uit de Buena Vista Social Club, die met hun gat stonden te schudden en knipoogden naar de meisjes op de eerste rij. Dat leek me als tiener al een mooi toekomstbeeld. Ik heb tussen mijn veertiende en mijn achttiende in de fabriek gewerkt. En daar hoorde ik de mensen uitkijken naar de dag dat ze vierenzestig zouden zijn. Klaar om eindelijk van hun leven te genieten. Ik ben blij dat ik daaraan ben kunnen ontsnappen. En als ik lichamelijk nog uit de voeten kan, breng ik over twintig jaar nog platen uit."

Stoort het je dat je geen pensioen hebt en dus letterlijk tot je laatste dag zult blijven spelen? Met plezier misschien. Maar ook uit noodzaak. Omdat het moet.

"Het is een noodzaak omdat ik profiteer van het leven. Ik ga liever op restaurant dan een pak friet te kopen. En in Fnac koop ik alles wat ik hebben wil. Ik kom regelmatig thuis met een stapel cd's, om dan vast te stellen dat ik net voor de derde keer dezelfde plaat van Miles Davis in huis heb gehaald. Ik hou er graag een zekere levensstijl op na, maar dat wil uiteraard ook zeggen dat de machine moet blijven draaien. Nu, ik rijd niet met een Lexus rond, en ik hoef geen villa in Knokke. En als ik op reis ga heb ik overal wel wat vrienden die een hotel uitbaten. Dus daar treed ik dan een avond op, en blijf ik drie weken logeren. Het enige wat ik betaal is de drank. Dan maken ze nog winst. (lacht)"

Heb je een boekhouder die inkomsten en uitgaven een beetje in de gaten houdt?

"Ik moet wel, want financieel gezien ben ik mijn eigen grootste vijand. Daar ben ik zelf jarenlang de grootste dupe van geweest. Het is vroeger weleens gebeurd dat ik ergens ging spelen en achteraf mijn geld vergat te vragen. Dat is toch al vrij extreem, niet? Maar net zo goed heb ik voor een Harley Davidsonclub gespeeld die me twee keer uitbetaalde. Dan heb ik ook niet geklaagd. Zo ging dat in de sixties. Die gasten zagen er wel wreed uit, maar ze hadden een klein hartje. Het is trouwens een publiek geheim dat veel van die stoere bikers een I love my mommy-tatoeage op hun kont hebben staan."

Nog even over de drank: ik heb me laten vertellen dat je heel onaangenaam wordt als je een tijdje niet gedronken hebt.

"Dat sluit ik niet uit, maar zelf vind ik me alleszins een stuk aangenamer als ik nuchter ben. Alcohol is sowieso geen goeie raadgever, en sterke drank heb ik inmiddels afgezworen. Geen whisky meer. En geen wodka. Ik leef nu alleszins een stuk gezonder dan vroeger. Op aanraden van mijn dokter drink ik nu nog tien glazen wijn, in plaats van tien flessen. Ik ben ook gestopt met vlees eten. Sindsdien voel ik me een stuk beter. Het enige waar ik op moet letten, is dat ik geen suikerziekte krijg. Dat zit in de familie, en het schijnt erfelijk te zijn."

Je hebt altijd veel gereisd, en nu ben je pas terug uit Kenia. Heeft dat je kijk op België erg beïnvloed?

"Vroeger vond ik het vreselijk om na een paar weken buitenland weer in Zaventem te landen. Maar nu zie ik dat hier ook veel positieve dingen zijn. En goeie mensen, vooral. Natuurlijk: je kunt eindeloos blijven doordrammen over hoe koud het hier is, en je eraan ergeren dat haast iedereen hier met een scheve smoel rondloopt. In Afrika heb je dat niet. Het is geen toeval dat ik mijn hart daar verloren ben. De eerste keer, in Togo toen, heeft me echt geraakt. Daar stonden de zwarten te wenen toen ik vertrok. Mon frère, reste ici. Sindsdien ben ik gebeten. Het is de bakermat van de blues, hé. Als ik in Kenia 's nachts over straat loop, zie ik zevenduizend John Lee Hookers zitten. Zalig. En ook al hebben ze geen nagel om aan hun gat te krabben, en kopen ze hun sigaretten per stuk: die mensen zijn altijd goed gehumeurd."

Zou je in Afrika kunnen wonen?

"Dat is wel de bedoeling, alleszins. Ik hou van de mentaliteit daar, dat je er met iemand afspreekt die pas de dag nadien komt opdagen. Vous avez l'horloge, nous avons le temps. (lacht) En dat is nog waar ook, hé? In Togo heb ik ooit uren in een trein gezeten. Op de duur was iedereen weer uitgestapt, en begonnen de passagiers rustig een kippetje te braden. Want daar vertrekt de trein pas wanneer hij vol zit. Dat krijg je in België niet uitgelegd. Het liefst van al zou ik naar Kenia verhuizen. Daar is momenteel wel wat misère, want doordat er geen toerisme is zijn er geen inkomsten, en slaan de mensen daar uit pure frustratie winkelramen in. Maar toch: ik ben net terug en iedereen was er even vriendelijk en vrolijk als de vorige keren. Eerlijk gezegd: om vijf uur 's nachts ben ik veel banger aan het Noordstation in Brussel."

Je hebt nog een tijdje in Singapore gewoond. Had je daar ook zo'n band mee?

"Dat was toch anders. Singapore is het Zwitserland van Azië. Als het even kan willen ze daar een skyline optrekken die groter is dan die van New York. En dus zijn alle mooie wijken er stilaan verdwenen. Het ene jaar werd Chinatown van de kaart geveegd. Dan moest Little India eraan geloven. Alsof je in Brussel de Marollen zou slopen. Of het Patershol in Gent. Allemaal om het geld. Doe mij dan toch maar Afrika. Ten eerste omdat ik me sowieso een witte neger voel. Ten tweede omdat je daar voor de prijs van een garagebox al een mooi huis aan het strand hebt. Met een beetje geluk zitten er zelfs apen in de tuin. En iedereen maakt muziek."

Je vader is gestorven toen je vier was. Heb je nog herinneringen aan hem?

"Nauwelijks. Ik weet dat ik als kind op de stoep harmonica zat te spelen, en zag hoe hij thuis kwam van zijn werk met een aktetas waar eigenlijk alleen een thermos in zat. En hij speelde muziek. Eén keer per jaar haalde hij z'n hele saxofoon uit elkaar en lagen alle onderdeeltjes uitgespreid op de keukentafel. Dan mocht ik niet in de buurt komen. Er bestaan nog achtenzeventigtoerenplaten waar je hem op kunt horen. Daar zou ik trouwens echt eens naar op zoek moeten gaan. (denkt na) En ik herinner me de dag dat hij verdronken is, vooral omdat ik mijn moeder toen krijsend flauw heb zien vallen. Ze moest met vlugzout bij bewustzijn worden gebracht. Alleen: ik besefte nauwelijks wat er gebeurde. De dood, dat zei me niet zoveel. Het verdriet en het besef dat ik vaderloos ben, komen nu pas."

Zou je leven anders zijn verlopen mocht je hem niet zo vroeg verloren hebben?

"Natuurlijk. Wellicht was ik in dat geval niet eens muzikant geworden. Dan had ik wellicht pol en soc gedaan. Of rechten. Nu is het leven mijn leerschool geweest, en achteraf was dat beter dan de unief of het conservatorium. Uiteindelijk vind je toch altijd je eigen weg, hé. Bovendien: het is geen schande om stommiteiten te doen, zolang je er maar iets van opsteekt.

"Dat ik zo snel een halve wees ben geworden, verklaart wel waarom ik mijn hele leven naar surrogaatvaders heb gezocht. Om de ruimte te vullen die ik als kind niet met mijn echte vader heb gehad. Later is mijn moeder hertrouwd met een vent die ik absoluut niet moest. Op mijn veertiende ben ik van huis weggelopen, en het heeft jaren geduurd voor ik haar terug heb gezien. Nu denk ik dat ik wat sneller een teken van leven had moeten geven, er meer had moeten zijn. Ik heb zelf een dochter, en als die een dag niets van zich laat horen ben ik ook ongerust."

Nochtans ben je er in het begin ook niet altijd geweest voor je dochter.

"Dat is een stommiteit geweest, ja. Ik had een luxeleven in Singapore, en het was moeilijk om daar afstand van te nemen. Ik was er terechtgekomen bij een bende ouderwetse avonturiers. crapuul uit Marseille dat voor een bankoverval werd gezocht. Er werd met geld gegooid, en daar zat ik dan tussen. Een arbeiderszoontje uit Boom. Ik kon er elke dag spelen, dus ik had een vaste job. Eten en drank werden betaald, én ik kreeg een huis ter beschikking. Ze vonden dat ik ginds net zo goed een nieuw kind kon maken. Mooie Indonesische vrouwen genoeg. Maar daar ben ik nooit aan begonnen. Ik wilde geen vreemde man worden voor mijn dochter. Een gezicht op een foto. En dus ben ik toch teruggekeerd."

Op een van je vorige cd's heb je haar bedankt 'for keeping me alive'. Dat is niet niks.

"Toch is het zo. Zonder haar hadden drugs en alcohol het pleit gewonnen, zou ik nu wellicht niet meer bij mijn volle verstand zijn geweest. Dat roekeloze heeft stilaan plaatsgemaakt voor wat meer verantwoordelijkheidsgevoel. Dat is de leeftijd, ook. Maar een moraalridder zal ik nooit worden. Trouwens, als ik zie wat er nu allemaal te koop is op de speelplaats, vind ik dat wij in de sixties nog heel braaf waren. Ik heb nooit een naald in mijn arm gestoken. Maar ik heb wel mensen dood op het bed zien liggen. Met de heroïnespuit nog in de ader. En ik kan je verzekeren: mooi is dat niet. Nee, dan liever een likeurpraline."

Wat heb je dan wel uitgeprobeerd?

"Pfff. Niet zoveel, eigenlijk. Er zijn tijden geweest dat ik elke ochtend wakker werd en een joint opstak, maar dan was ik de rest van de dag te suf om nog creatief te zijn. En verder? Een paar lsd-trips. Wat speed en wat coke. Dingen die je vandaag op je veertien, vijftien doet. En ik ben niet het type dat iets zal verbieden. Ook niet aan mijn dochter. Iedereen heeft het recht om zelf fouten te maken. Trouwens: veel van de mensen die ik bewonder staan bloednuchter op het podium. Die gaan achteraf alleen naar hun hotelkamer, lezen een boek en staan 's ochtends al om zeven uur aan het ontbijt. Arno ook, hoor. Die dóét alsof hij dronken is. Ze noemen het niet voor niets showbusiness, hé. Dat moet allemaal mogen, vind ik."

Heb je het gevoel dat je verleden je vaak tegenwerkt, dat je roekeloze levensstijl van vroeger nog steeds bepaalt hoe mensen vandaag naar je kijken?

"Ja, maar daar lig ik niet langer wakker van. Kijk: ik wéét dat ik vroeger veel gedronken heb. In de sixties was het bon ton om dat te doen. Dan móést je zelfdestructief zijn, het noodlot uitdagen en veel te snel rijden. Liefst nog met een gestolen auto. Iedereen deed stoer om zijn maten te overtroeven. Het was een sport om zoveel te zuipen dat je de ochtend nadien niet meer wist waar je wakker werd. En bij wie. Maar er moet toch een zeker lijfsbehoud zijn. Pas op: je had er toen ook die voortdurend over hun grens gingen. Al zijn de meesten van hen inmiddels begraven. Ik heb geen zin om me dood te drinken. Dat is me net iets te cliché. Er zijn vandaag nog steeds mensen die voor de soundcheck met een fles whisky staan te zwaaien in de hoop dat ik die voor het optreden nog gauw even soldaat zal maken. Maar dat doe ik niet. Uit respect voor het publiek in de zaal. En ook omdat ik nu veel meer plezier beleef aan muziek maken dan vroeger. Tegenwoordig ben ik eerder te vroeg dan te laat."

Hoe komt dat, denk je?

"Ik ken mijn beperkingen nu. Weet wat ik kan en niet kan. En ik ben gewoon blij dat ik al zolang meedraai. Dat ik geen fatale hartaanval heb gehad of in een rolstoel zit met een verlamd lichaam. Want dat zijn allemaal reële gevaren. De momenten dat ik muziek maak zijn de beste momenten in mijn leven. (denkt na) Ik heb nooit een hoog zelfbeeld gehad, ben er de man niet naar die 's ochtends zijn spiegelbeeld feliciteert omdat het optreden gisteren in Zottegem of Erps-Kwerps weer fantastisch was. Vroeger haalde ik mezelf altijd naar beneden. Niet dat ik nu naast mijn schoenen loop, maar ik weet nu wel dat er muzikanten uit Engeland en Amerika zijn naast wie ik zonder blikken of blozen mag staan. En dat is een goed gevoel."

Ben je nu gelukkiger dan twintig jaar geleden?

"Ik was niet echt met geluk bezig, toen. Misschien ontbrak het me ook aan genoeg bagage om geluk te herkennen wanneer het zich aandiende. Maar nu zit ik goed in mijn vel. Het zou ook wat belachelijk zijn om op mijn leeftijd nog getourmenteerd rond te lopen. Als ik terugkijk op mijn leven is er één conclusie die overeind blijft: I'm a lucky bastard. Ik heb geen baas, zit niet in het nine to five-stramien, en doe zoveel mogelijk mijn zin. En ik heb me nooit in bochten moeten wringen om anderen te plezieren."

Mensen die je veel beter kennen dan ik zijn het erover eens dat je een fantastische mens bent. Maar er valt niet met jou onder één dak te leven.

"Dat heb ik al vaker gehoord, ja. Van ex-lieven, vooral. Kijk: ik ben in mijn leven lange periodes vrijgezel geweest. Dan moest ik met niemand rekening houden. Als ik een weeklang in dezelfde onderbroek rond wilde lopen, dan kon dat. En als ik vijf keer per dag een bad wilde nemen, was er ook niemand die dat raar vond. Ik woon nog altijd in een ongelofelijke wanorde, maar het is wel een wanorde waar ik alles in terugvind. Thuis liggen er stapels boeken, platen en cd's door elkaar. Je moet je een weg banen door tijdschriften, kledingstukken en souvenirs die ik van mijn reizen mee heb genomen. Ik leef zo, en wie daar moeite mee heeft moet maar wegblijven. Alleen: na jaren van omzwervingen heb ik eindelijk het pad gekruist van iemand die daar geen moeite mee heeft."

Ben je graag vrijgezel geweest, of was er toch een gemis, leefde je op de hoop dat er vroeg of laat een zielsverwant zou opduiken?

"Als je lang alleen blijft, word je zot. Dan word je een verstokte, zure azijnfles. Een ambetante vent die het uit zijn hoofd heeft gezet om nog een leven met iemand op te bouwen. Zo erg is het bij mij nooit geworden, al heeft het een paar keer niet veel gescheeld. Er zijn periodes geweest dat ik niet meer alleen op restaurant durfde. Dat ik met de auto honderd keer rondreed omdat er overal te veel volk zat. Op de duur eindig je dan met een pak friet, en ga je naar de nachtwinkel om beschuiten. Dus toen ik, na zoveel jaar alleen, weer de moed vond om iemand mee naar huis te nemen die bij het zien van al mijn rommel niet meteen weer naar buiten liep, was ik een gelukkige mens. (kijkt met pretoogjes naar zijn lege wijnglas) Zullen we er daar nog eentje op drinken?"

Als ik hoor wat je in je leven allemaal al hebt meegemaakt, denk ik: daar zit een spannende autobiografie in.

"Ja, dat is een plan waar ik al langer mee rondloop. Ik hou een dagboek bij, en neem notities. Want het geheugen is niet feilloos. Ik heb kartonnen dozen met duizenden foto's, en aan elk beeld hangt een verhaal, een herinnering vast. Ik neem ook altijd van alles mee uit hotels. Niet zozeer de zeepjes en de shampoo, maar wel de do not disturb-bordjes van het Hilton in Jakarta. Als ik die dingen zie kan ik er meteen dertig pagina's over op papier zetten. Dingen die ik anders meteen zou vergeten. Alleen: bij schrijven komt een enorme zelfdiscipline kijken. En het idee om me een paar maanden op te sluiten en in mijn eentje de confrontatie aan te gaan met een blanco computerscherm, schrikt me wat af. Het lijkt me een heel eenzaam bestaan. Maar de intentie is er dus. En het zal een goed boek zijn. Een gezonde mengeling van fictie en feiten. Want ik eigen me uiteraard het recht toe om de waarheid af en toe geweld aan te doen. Zoals Pietje de Leugenaar. Of Boerke Naas."

Terwijl je genoeg hebt meegemaakt om dat net niet te moeten doen.

"Dat is waar, maar dan nog kan het geen kwaad om er nog een schepje bovenop te doen. Er mag links en rechts wel wat peper en zout bij."

Never Enough van Roland is uit bij Capitol. Op 26 april treedt hij op in de Ancienne Belgique.

Ik leef veel gezonder dan vroeger. Op aanraden van mijn dokter drink ik nu nog tien glazen wijn, in plaats van tien flessenAls je lang alleen blijft, word je zot. Een zure, ambetante vent die het uit zijn hoofd heeft gezet om ooit nog een leven met iemand op te bouwen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234