Woensdag 24/07/2019

Ik volg koppig mijn eigen visie

‘The Next Great American Director.’ Zo werd de onafhankelijke Iraans-Amerikaanse filmmaker Ramin Bahrani onlangs gelabeld door de invloedrijke recensent Roger Eberts van de Chicago-Sun Times. Je zou voor minder gaan zweven maar Bahrani blijft er opvallend rustig en nuchter bij. Echt verwonderlijk is dat eigenlijk niet want de sterk humanistische films van Bahrani blinken uit door hun bescheiden realistische eenvoud. ‘Mijn films moeten zo echt mogelijk aanvoelen.’

Man Push Cart, Chop Shop en Goodbye Solo. Dat zijn de titels van de films van Bahrani (°1975), realistische films over het leven van outsiders en immigranten in de VS van vandaag. In Goodbye Solo volgt Bahrani de vreemde relatie en vriendschap tussen een nukkige oudere Amerikaan uit het Zuiden mét zelfmoordplannen en een jonge, altijd even optimistische Senegalese taxichauffeur. Precies als zijn vorige films is Goodbye Solo allesbehalve een miserabilistisch docudrama. Wel een mooie intieme en finaal emotioneel krachtige fabel die opvalt omwille van de heel zelfverzekerde regie van Bahrani.

U houdt niet van escapistische films en van films die de realiteit ontvluchten. Kunst moet het leven imiteren?

“Dat klopt. Ik houd van filmmakers als Luis Buñuel en Federico Fellini. Hun films komen niet overeen met de realiteit maar emotioneel doen ze dat wel. Emotioneel en psychologisch geloof je in de opzet van hun films. Ze doet je nadenken over de menselijke conditie op een manier dat een escapistische film dat niet kan. Dat is een meer accurate manier om te vertellen wat ik bedoelde.”

U bent duidelijk beïnvloed door de Iraanse film en het Italiaanse neorealisme. Voor Goodbye Solo heeft u zich vooral laten inspireren door Kiarostami’s De smaak van de kers. Wat sprak u zo aan in die film?

“De idee achter De smaak van de kers(een film over een man die zelfmoord wil plegen en die op zoek is naar iemand die zijn graf wil delven, LJ) is dat ik de kracht van die film erken, dat ik hem absorbeer maar ook dat ik hem wil aanvullen. In de Perzische traditie heb je het begrip tasmin. Dat is een historisch culturele en artistieke traditie waarbij een artiest een kunstwerk van een ander overneemt en er verder aan werkt. Vooral in de poëzie gebeurt dat. Grote dichters als Hafiz, Nezami en Roemi nemen een woord of versregel van een beroemde dichter als Ferdowsi en ze laten dat dan in een andere richting verder evolueren. Kiarostami gebruikt dezelfde techniek in zijn films. Zijn filmtitels refereren vaak naar de gedichten van Sohrab Sepehri, zijn favoriete dichter.”“Natuurlijk zijn er overeenkomsten. Maar de verschillen zijn groter dan de gelijkenissen. En Goodbye Solo is er ook gekomen door een ontmoeting die ik heb gehad met een taxichauffeur in mijn geboorteplaats Winston-Salem en als gevolg van persoonlijke verlangens. Ken je Francesco, giullare di Dio, de film van Rossellini over Franciscus van Assisi? Hij heeft die in 1950 na zijn antioorlogstrilogie Roma, città aperta, Paisà en Germania anno zero gedraaid. De meeste antioorlogsfilms zijn pro-oorlog. Hij vond dat de wereld op dat moment de geest van de Heilige Franciscus nodig had. En toen ik Chop Shop aan het monteren was, twijfelde ik of Goodbye Solo wel mijn volgende film zou moeten worden. Maar er gingen zo veel films over de oorlog in Irak aankomen. Hadden we wel een nieuwe oorlogsfilm nodig? Konden we niet eerder een film gebruiken in de geest van die van Rossellini? Dat heeft me aangemoedigd om verder te werken aan Goodbye Solo, want wat Solo op het einde van de film doet is een heel genereuze daad van liefde. Een onegoïstische daad, één waar ik er niet zeker van ben of ik het zou kunnen doen. Toen ik het idee van de film voorlegde, kreeg ik vaak de reactie dat het wel een goed idee was, maar men vroeg zich ook af waarom Solo zo vriendelijk was tegen een vreemdeling. Dát vond in nu een goede reden om de film te maken.”

Uw film speelt duidelijk met een zwarte versus blanke set-up. Hoe belangrijk is die set-up voor u? Of bent u meer bekommerd om het thema van de relatie van de Amerikaan met de immigrant?

“Wat mij het meest interesseert is de relatie leven versus dood. Waarom is het personage van Solo een Senegalees? De meeste taxichauffeurs in Winston-Salem zijn Senegalezen. Dat is dus gewoon gebaseerd op de realiteit. Niet dat ze allemaal even vriendelijk en charmant als Solo zijn. Maar het feit dat Solo een Senegalees is leek me zinvoller. In zijn cultuur is er nog veel respect voor oudere mensen.”

Eigelijk is uw film dan een soort update van Umberto D, de prachtige neorealistische klassieker van Vittoria De Sica over een eenzame oude man.

“Ik werk aan een aantal projecten en één daarvan is er een met de blanke hoofdacteur uit Goodbye Solo in de rol van Umberto D. maar dan wel met een andere verhaallijn. Eerst ga ik een western draaien. Maar ik ben altijd al nieuwsgierig geweest naar verpleeghuizen. Ik heb nog schilderles gegeven in een verpleeginstelling voor bejaarden. En Umberto D. heeft altijd een sterke impact op me gehad. Men heeft het altijd over De fietsendief maar het is toch Umberto D. die als een vuistslag aankomt.”

Schildert u trouwens nog?

“Ik ben verveeld om het te zeggen maar het is al zes of zeven jaar geleden. Al mijn tijd en energie gaat in het maken van films. En schilderen in een klein appartement, ik weet het niet. Ik moest onlangs een portret van mezelf maken voor een cultureel-literair tijdschrift in New York. Het drong toen tot me door hoe mijn hand het niet meer gewoon was om te schilderen.”

Red West, de acteur die de rol van de blanke William speelt, doet denken aan Seymour Cassel, de acteur uit enkele films van John Cassavetes. Was Cassavetes een referentie voor Goodbye Solo?

“Red West is zijn eigen wereld. Ik bedoel, zijn gezicht zegt genoeg. Ik wilde per se iemand uit het Zuiden. Tijdens de casting had ook West een tape ingezonden. Toen ik vijf seconden van zijn tape gezien had, wist ik genoeg. Toen ben ik over hem beginnen te lezen en begreep ik dat zijn echte leven ook het verhaal verder zou helpen. Zijn gezicht, zijn grote kapotte handen, zijn manier van wandelen, van roken, het waren dingen die me zouden helpen met dat wat ik liever niet wilde doen: de zaken uitleggen. Toen ik hem vroeg of hij zijn schoenen ook voor de film ging aanhouden, vroeg hij me: ‘Wat bedoel je? Omdat er mest op zit?’ West heeft ook een boerderij, vandaar. Ik stond er op dat hij die schoenen zou dragen. Het zijn kleine details die je helpen om zijn personage beter te begrijpen, het leven dat hij achter zich heeft.”

Had u geen schrik dat de film zich teveel op Red West zou gaan concentreren? Zijn leven leest als een biopic.

“Niet echt. In de laatste scenarioversie hebben we ons een beetje meer verdiept in zijn personage. Je kwam meer over hem te weten. Maar die scènes leken compleet fout. Er is misschien één van de vijftien overgebleven. De rest heb ik weggegooid en ik ben teruggekeerd naar de oorspronkelijke structuur. Maar als ik de boze William of de boze Umberto D. verder ga exploreren dan zal het met Red West zijn. ”

U bent opgegroeid in Winston-Salem in North Carolina. Het lijk me een nogal anonieme plek. Hoe was het om er op te groeien?

“Veel van waar ik opgegroeid ben, zie je niet in de film. Eigenlijk was de film een soort herontdekken van een groot deel van de stad dat ik nog niet kende. Ik kom eerder uit de upper middleclass. Door de film ben ik in contact gekomen met een klasse die ik niet echt kende: de arme werkende klasse en hun buurten. Het zijn ook de mensen die een taxi nemen in Winston-Salem. Een rijke zal je er niet snel een taxi zien nemen. In het Zuiden zijn het vooral de armere mensen die een taxi nemen omdat ze zich geen wagen en verzekering kunnen veroorloven. Het publieke transport in de buitenwijken in het Zuiden is sowieso praktisch onmogelijk. Je hebt er een beperkt bussysteem. Of je moet eerst een heel eind wandelen om aan een bushalte te komen. En dan moet je nog een uur wachten op een de bus die er misschien nooit gaat komen. De buurt waar ik ben opgegroeid was er meer een met winkelcentra. Behoorlijk anoniem, ja. Het kon eender welke Amerikaanse buitenwijk zijn: identieke huizencomplexen, ver van de weg, en het soort winkelstrips die je eender waar in Amerika ziet.”

Voelde u zich een immigrant in Winston-Salem?

“Het is moeilijk om dat te ontkennen, want er waren vooral blanken, wat zwarten en een bruine persoon. En die bruine was ik. Natuurlijk was ik me daar van bewust. Maar het Zuiden is bekend omwille van zijn gastvrijheid. En dat klopt. De mensen zijn er extreem vriendelijk. Ik herinner me nog de gijzelingskwestie in Iran in 1979. De buren zijn me toen komen vragen of ik niets nodig had. Ik weet dat vele Iraniërs andere herinneringen hebben, maar die van mij was gelukkig een positieve.”

De meeste personages uit uw films leven in de schaduw van de Amerikaanse Droom. Waarom bent u zo in hun lot geïnteresseerd?

“Het hangt er van af hoe je de Amerikaanse Droom definieert. Op de koer van alle Amerikaanse scholen staat een enorme paal met aan de top een vlag en die vlag zegt succes. Alles wat zich daar tussenin situeert, tussen de top van de vlag en de bodem van de paal, wordt als falen beschouwd. Dat maakt ook deel uit van de Amerikaanse Droom en cultuur. Dat is niet gezond. En het zal imploderen. Het is al geïmplodeerd.”

De laatste scène van Goodbye Solo heeft ook iets spiritueels en mystiek. U citeert Robert Bresson als een van uw favoriete filmmakers, juist een cineast die nogal geobsedeerd was door dat spirituele humanisme in films.

“Waar ik van houd in de eindscène is de combinatie van leven en dood. Ze zijn helemaal door elkaar heen gevlochten. Door de mist heeft die scène iets spiritueel en atheïstisch tegelijk. Er zit iets mystieks in, maar tegelijk schuilt er ook iets nihilistisch in omdat de beelden uit het niets komen en in het niets verdwijnen. En dan heb je die uitbarsting van de kleuren van de herfst. Dat is ook leven, maar één dat gaat afsterven. Ik houd van die paradox. Dat landschap maakt de mensen nietszeggend. Het was er al voor ons en het zal er ook na ons zijn en het reageert totaal onverschillig op wat er met de mensen gebeurt. Het geeft er geen zier om. Binnen de Amerikaanse cultuur zijn dat abnormale dingen, dingen die waarschijnlijk dichter verbonden zijn met de Oosterse religie en filosofieën.”

U vertelde daarnet dat u aan een western werkt. Waarom kiest u juist voor een western, het meest Amerikaanse van alle filmgenres? Het is ook het genre met de meest mythische kijk op het ontstaan van de VS.

“Ik zou graag een periodefilm willen draaien die zich afspeelt in het westen van 1850. Met geweren en paarden, ja. Maar het gaat iets radicaal anders zijn, iets fris, een film zoals er voordien nog nooit een geweest is. Dat kan ik je garanderen, want ik heb ondertussen bijna alle belangrijke westerns gezien. Het gaat opnieuw een verhaal over outsiders worden. Maar ik zou de scoop van het project graag willen opentrekken naar een nieuwe sociale context. Het centrale thema is vrijheid en de vraag of iemand vrij kan zijn. En hoe iemand vrij kan zijn als hij geconfronteerd wordt met menselijke ideeën als lotsbestemming en goud. Het echte Wilde Westen was veel gewelddadiger dan eender welke film beschrijft.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden