Zondag 19/09/2021

'Ik voelde meteen dat er iets niet pluis was met die Muur'

Hartmut Richter (1948) is 13 als hij van de ene op de andere dag door de Muur van zijn West-Berlijnse familie wordt gescheiden. In 1967 slaagt hij erin zwemmend 'de overkant' te bereiken. In de jaren daarna smokkelt hij 33 'Ossies' naar het Westen. Tot het misgaat. De jaren van opsluiting die volgen, tekenen hem nog altijd.

Potsdam, middelgrote stad in de schaduw van de metropool Berlijn. Tot 25 jaar geleden lag Potsdam in de DDR. Het heeft de stad geen deugd gedaan. De zogenaamde 'Arbeiter- und Bauernstaat' is bepaald niet lief geweest voor Potsdam.

Om ideologische redenen gingen nogal wat historische gebouwen tegen de vlakte, om budgettaire redenen werden veel gebouwen verwaarloosd. Aan renovatie werd in de DDR-tijd nauwelijks gedaan.

Toen in 1989 het IJzeren Gordijn werd weggetrokken, kon ook de rest van de wereld de gevolgen zien. Het ooit zo elegante Potsdam was verworden tot een grauwe, vervallen en depri- merende plek.

Maar dat was 1989.

Vandaag is het 3 oktober 2014, de dag waarop Duitsland de Wiedervereinigung viert. De keurig opgepoetste Lindenstrasse ligt op deze feestdag te blinken in de zon. Toeristen drentelen in dikke drommen voorbij, of geven toe aan de verlokking van een halve liter schuimend bier op een van de vele terrassen.

Op zo'n terras praten we met Hartmut Richter (66), een man die zowel het nieuwe als het oude Potsdam zeer goed kent. Als kind zat Richter hier op internaat. Honderden keren is hij voorbij de statige meesterwoning gelopen, schuin tegenover ons terras.

Wat er in dat fraaie gebouw gebeurde, dat heeft hij als kind nooit zo precies geweten. Tot hij op achttienjarige leeftijd door een medewerker van de Stasi werd opgepakt. Zo kwam hij te weten dat achter de muren van de meesterwoning de 'onderzoeksgevangenis' van het ministerie voor Staatsveiligheid schuilging. "In de DDR was niets wat het leek", zegt Richter. Zijn lachje verraadt een diep misprijzen.

De Stasi en de kapper

De diepe afkeer van het DDR-regime was bij Richter zeker niet aangeboren. "Minstens tot mijn twaalfde heb ik met veel overtuiging in het DDR-verhaal geloofd. Ik was lid van deJungpioniere(de Oost-Duitse jeugdbeweging, JdP) en brulde de slogan uit volle borst mee. Seid bereit! Immer bereit!

"Ons werd verteld dat de DDR een vredelievende staat was die ons beschermde tegen de fascistische krachten in het Westen. We kregen te horen dat de Amerikanen de aardappelvelden van onze boeren probeerden te vernietigen door er coloradokevers op te droppen. Wij twijfelden niet aan die verhalen. Hoe zouden we ook? We kregen niets anders te horen."

Richters geloof gaat voor het eerst aan het wankelen als in de zomer van 1961 wordt begonnen met de bouw van de Muur. "Wij hadden familie in West-Berlijn. Neefjes en nichten, die ik van de ene op de andere dag niet meer kon bezoeken. Ons werd wijsgemaakt dat de Muur nodig was om ons tegen een aanval van het Westen te beschermen. Ik was dertien, dacht nog niet kritisch over zulke dingen na, maar voelde wel aan dat hier iets niet klopte.

"Bovendien waren mijn ouders niet bepaald trouwe partijsoldaten. Ze hadden een afkeer van het systeem. Net als veel andere Duitsers leefden wij in de overtuiging dat de Muur onder druk van de Amerikanen snel weer afgebroken zou worden."

In afwachting liet de jonge Richter het Westen alvast binnenkomen via Rias, een Amerikaans radiostation in West-Berlijn dat ook in het Oost-Duitse Potsdam te beluisteren was. "Officieel mocht dat natuurlijk niet. We moesten klasgenootjes of vrienden die naar Rias luisterden zelfs verklikken.

"Via Rias leerde ik de Beatles en de Stones kennen. Ik ging jeans dragen en liet mijn haar groeien. Door dat lange haar maakte ik voor het eerst kennis met de Stasi. Op een dag haalden ze me van de school weg om me te verhoren. Aan het eind van het gesprek pakten ze me plots vast, zodat een van de medewerkers mijn haar kon knippen. Het lijkt misschien een onschuldig voorval, maar die ervaring heeft me diep geraakt."

Over het kanaal

Hartmut Richter is net achttien geworden als hij een eerste vluchtpoging onderneemt. "In de winter van 1966 ben ik met de trein naar Tsjechoslowakije gereisd, een Oostblokland met een minder strikte reisregeling dan de DDR. Van daar wilde ik naar Oostenrijk trekken.

"Toegegeven, echt slim had ik het niet aangepakt. Ongetwijfeld werd ik toen al in de gaten gehouden. Met mijn lange haar en mijn jeans was ik ook niet zo moeilijk te herkennen. Ik had net zo goed een bordje 'vluchteling' om mijn nek kunnen hangen."

Richter wordt net voor de grens met Tsjechoslowakije aangehouden. Hij wordt overgebracht naar die statige meesterwoning, de Stasi-onderzoeksgevangenis in Potsdam. Na zes maanden 'onderzoek' krijgt hij een gevangenisstraf van tien maanden opgelegd. Vrijwel meteen na zijn vrijlating zint Richter op een tweede vluchtpoging. Dit keer wil hij het proberen via het Teltowkanal, tussen Potsdam en Berlijn.

Plaats en ogenblik kiest hij niet zomaar. Van een collega-gevangene had hij gehoord over een plek aan het kanaal die niet streng werd bewaakt. In de weken die aan zijn vluchtpoging voorafgaan, luistert hij aandachtig naar de weerberichten. Als er een donkere, regenachtige nacht wordt voorspeld, acht Richter zijn moment gekomen.

"De controle was er veel scherper dan ik had verwacht. Constant moest ik ineenduiken voor schijnwerpers en bewakers met honden. Later hoorde ik dat op ongeveer dezelfde plek een jaar eerder een verdwaalde West-Duitser was neergeschoten (Herman Döpler, JdP). Eigenlijk is het bijna niet te geloven dat ze me niet hebben gezien. Vandaag denk ik dat iemand mij de hand boven het hoofd heeft gehouden. Dat ze me wel hebben gezien, maar dat ze gewoon niet wilden schieten."

"In totaal heeft mijn oversteek vier uur geduurd. Zodra ik aan de overkant was, hield ik de eerste de beste auto tegen. In die auto zat een vrouw. Ik vroeg haar of ik in het Westen was. Ze begreep onmiddellijk wat er aan de hand was, pakte me vast, en zei: 'Welkom'. Op dat ogenblik ben ik ingestort. Ik was totaal onderkoeld."

Hartmut Richter begint een nieuw leven in havenstad Hamburg. Hij gaat er aan de slag als steward in de scheepvaart. De Oost-Duitser reist zo naar plekken waar hij vroeger alleen maar van kon dromen. Naar Antwerpen, bijvoorbeeld. Richter begint voor het eerst tijdens ons gesprek te stralen, als hij vertelt over de Piet Pot, een bierkelder in het hart van Antwerpen waar hij blijkbaar veel mooie uren heeft beleefd.

In zijn heimat heeft Richter ondertussen nog een oude rekening openstaan. Dankzij de relatieve dooi tussen West- en Oost-Duitsland in het begin van de jaren zeventig kan hij die ook al snel beginnen te vereffenen.

In 1971 kan Richter dankzij een amnestiemaatregel de West-Duitse nationaliteit verwerven. Nog datzelfde jaar versoepelt de DDR de reisvoorwaarden. West-Duitsers mogen onder voorwaarden op familiebezoek in Oost-Duitsland. Richter zal dit 'gat in de Muur' meer dan één keer gebruiken. Tussen 1971 en 1975 rijdt hij met zijn Ford tientallen keren naar de DDR. Daar pikt hij kandidaat-vluchtelingen op, verstopt ze in de kofferbak en rijdt over de grens. Zo helpt hij in totaal 33 Oost-Duitsers naar het Westen. Tot het, in het voorjaar van 1975, helemaal misgaat.

Aan GrenzübergangDrewitz onderwerpt een grenssoldaat de Ford aan een zeer grondige controle. Zijn speurhond wijst de weg naar de kofferbak, waar Richters jongere zus en haar vriend zich schuilhouden.

Opnieuw wordt hij in de Stasi-gevangenis van Potsdam ondergebracht. Dit keer duurt het onderzoek een jaar. Na een kort proces - Richter spreekt liever van "een theaterstuk" - wordt een gevangenisstraf van vijftien jaar uitgesproken wegens 'staatsvijandelijke mensenhandel'. Zijn zus en haar vriend komen ervan af met twee jaar.

In de gevangenis blijft Richter de dissident die hij sinds zijn bezoek aan de Stasi-kapper was geworden. Hij verspreidt er protestbrieven en gaat tot drie keer toe in hongerstaking. Spijt betuigt hij op geen enkel moment. In totaal brengt hij vier jaar in eenzame opsluiting door. Het is een mentale foltering die niet te beschrijven is, of het moet zijn door een enkel moment van geluk. "Ooit is er een mus door mijn celraampje gevlogen. Ik heb het vogeltje gevoederd, in mijn handen genomen, gekoesterd. Het was een gelukservaring waar ik dagenlang op kon teren."

Vrijgekocht

Richter zou zijn straf niet tot het einde uitzitten, met dank aan de penibele economische toestand in de DDR. Om de lege staatskas te spijzen, was de DDR al in 1963 gestart met de 'verkoop' van politieke gevangenen aan de Bondsrepubliek Duitsland (BRD).

Tussen 1963 en 1989 kocht de BRD in totaal meer dan 30.000 politieke gevangen in de DDR vrij. Een van hen was Hartmut Richter. In ruil voor een bedrag dat hij nooit precies heeft gekend, kan hij eind 1980 de gevangenis verlaten en naar het Westen vertrekken. Daar blijft zijn vrijheid relatief. Tijdens de jaren tachtig staat Richter op de eerste rij bij talloze protestmanifestaties. Later zal hij ontdekken dat de Stasi hem ook in de BRD nog in de gaten hield, en zelfs plannen ontwikkelde voor zijn 'fysieke liquidering'.

Uiteindelijk zou niet Richter maar de DDR worden geliquideerd. Als op 9 november 1989 de Muur valt, rijdt Hartmut Richter net als duizenden andere Oost- en West-Duitsers naar de Brandenburger Tor, hart van het gedeelde Berlijn. "Als ik terugdenk aan die eerste Trabanten die de grens over reden, springen de tranen me weer in de ogen. Het was de mooiste tijd van mijn leven. Kerstmis hebben we in 1989 gevierd met de hele familie. Voor het eerst in 29 jaar kon dat weer."

Met de val van de Muur start voor Richter ook het echte verwerkingsproces, dat soms moeizaam verloopt. Al op 27 december, twee dagen na die mooie kerst, reist hij samen met zijn zus naar de Stasi-gevangenis in Potsdam. Hij neemt een camera mee. "Ik wilde de omstandigheden vastleggen, voor alles in de doofpot zou verdwijnen. Het was een bizarre ervaring. We kwamen er in een gevangenis zonder gevangenen, er was enkel personeel. We werden er heel hartelijk ontvangen. Die mensen hadden ook niks meer te vrezen. Hun oversten, de grote jongens, waren nergens meer te bespeuren. Verdwenen met de noorderzon, om aan een nieuw leven te beginnen.

Veel rechters, advocaten en andere gezagsdragers van toen hebben tot op vandaag belangrijke functies. Ik ben niet uit op wraak. Ook die mensen hebben recht op een nieuw leven. Maar ik kan niet aanvaarden dat ze nog altijd hun macht over mij kunnen uitoefenen.

"Mijn leven is door hun regime beschadigd. Na de Wende ben ik door een diep dal gegaan. Ik probeerde mijn verleden te verdringen. Ging veel te veel drinken. Uiteindelijk ben ik in therapie gegaan. Het heeft me weer uit het dal geholpen.

"Begin jaren negentig had ik me voorgenomen die hele geschiedenis te vergeten. Maar dan kwam er een vraag van een oude vriend. Of ik mijn medewerking wilde verlenen aan de uitbouw van het Museum Checkpoint Charlie. Ik ben op dat aanbod ingegaan. Sindsdien doe ik wat ik tot vandaag doe. Lezingen geven. Mensen informeren."

Informeren doet hij ook vandaag. Naar aanleiding van het feest van de Duitse hereniging geeft Richter een rondleiding door de oude Stasi-gevangenis, de oude meesterwoning die vandaag dienst doet als een herdenkingsplaats.

"Ik doe dat niet altijd met plezier", zegt hij ons na afloop. "Misschien zou ik, zoals mijn vrouw zegt, beter wegblijven uit Berlijn. Maar op de een of andere manier lukt me dat niet. Ik denk dat mijn strijd nog altijd niet helemaal gestreden is."

Ongevraagd snijdt Richter een brandend actueel thema aan. Precies 25 jaar na de val van de Muur woedt in oostelijk Duitsland een discussie over de vraag of de DDR een 'Unrechtsstaat' mag worden genoemd. Met name bij Die Linke, de erfgenaam van de oude communistische partij, die vooral in het Oosten goed scoort, is niet iedereen het daarover eens.

Dat er over zoiets nu nog discussie kan bestaan, daar kan Richter met zijn verstand niet bij. "Ik kan het simpelweg niet verdragen, als de dictatuur die de DDR ontegensprekelijk was vandaag wordt weggezet als een dictatuurtje. Dus blijf ik maar vertellen, zolang het nog kan."

Maandag in aflevering 2

Het verzet groeit. Groene jongens en punkers schuilen in de kerk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234