Donderdag 24/06/2021

‘Ik voel mij als een koning die in ballingschap vertrekt’

Met het vertrek van baron Eric d’Huart, 23 jaar lang conservator van het pompeuze Vauxhallpaviljoen, verliest het Brusselse Warandepark zijn laatste bewoner. Of hoe toevallige banketten met le Duc de Brabant niet meer kunnen optornen tegende groeiende verloedering. ‘Het huwelijk tussen mij en het paviljoen verliep perfect, maar het park heeft ons gesaboteerd. Uit jaloezie.’

Moegetergd door het nachtlawaai verhuist baron Eric d’Huart uit het Brusselse Warandepark

Donderdagavond, iets voor vijf. In de Brusselse Wetstraat ontspint de traditionele avondspits zich volgens zijn aloude karakteristieken: chaotisch, koortsig en lawaaierig. Parmantig als altijd ligt het Warandepark ingebed tussen het politieke klokhuis van België en het plechtstatige koninklijk paleis. Het Vauxhallpaviljoen achter het Koninklijk Parktheater oogt desolaat. In de ontvangstruimte stapelen de verhuisdozen, reiskoffers en lukraak bij elkaar geplukte spullen zich op. “Ik vertrek, ik ben moe”, zegt baron Eric d’Huart (53) ter verwelkoming. “Deze week heb ik hier mijn laatste nacht gevierd. Na 30 jaar in de stad wil ik nog 30 jaar op het platteland wonen. Ik stel mijn pacht te koop.”

Retour à la nature, geïnspireerd door de steeds groeiende verloedering in d’Huarts langgerekte landerijen. “Sinds de poorten van het Warandepark ook ’s nachts openblijven, is het steeds lastiger om hier te wonen”, zucht d’Huart, een blikje tomatensap in de hand. “Laatst werd ik rond half twee ’s nachts gewekt door luidruchtige jongeren in het park. Toen ik opstond en - in mijn pyjama, stel u voor - hun vroeg wat stiller te zijn, riepen ze of ik er niet beter bij kon gaan zitten. (lacht) Toen wist ik dat het hoog tijd was om te vertrekken.” Luidruchtige djembéspelers, illegale technoraves, muziekconcerten in de zomermaanden: d’Huart voelt zich stilaan te oud voor het bruisende Warandepark. “Ik pas hier niet meer.”

Meer dan 23 jaar lang was de conservator van het Vauxhallpaviljoen nochtans de enige bewoner van het park. “In de periode dat ik hier woonde, heb ik meer dan 8.000 bezoekers over de vloer gehad”, vertelt d’Huart. Modedefilés, theatervoorstellingen, academische bijeenkomsten of kokette recepties: zijn paviljoen ontpopte zich slag om slinger tot een polyvalent podium voor protagonisten van diverse pluimage. “Zelfs le Duc de Brabant, prins Filip, is hier over de vloer geweest”, klinkt d’Huart plots enthousiast. “Par hasard eigenlijk. We kwamen elkaar tegen in het park en voor we het wisten, zaten we hier aan het banket. Het was de enige keer in mijn leven dat ik nerveus was om een conversatie te voeren. En Wilfried Martens heeft hier nog confidentiële politieke bijeenkomsten georganiseerd. Gedurende 23 jaar was dit mijn hoogsteigen magische universum. Ik heb me hier goed geamuseerd.“

Anno 2010 heerst de kilte in het Vauxhallpaviljoen. Het is leeg. Kaalgeplukt. “Enkel de spiegels en de decoratie blijven”, wijst d’Huart. Meubels en kunstwerken werden al weggehaald. Zijn stem weergalmt in de kubusvormige balzaal. “Ik voelde me hier steeds meer een element uit Jurassic Parc”, aldus de baron. “Het contrast tussen de gebruikers van het park en zijn enige bewoner was te zeer een grand canyon geworden. Er waait een volledig nieuwe mentaliteit door het park. Alsof ze zich voorbereiden op een apocalyptische toekomst, zoekt de jeugd zijn toevlucht in adrenaline en barbarij.”

Willens nillens wordt de baron de laatste tijd geconfronteerd met wat hij “quasi prehistorische driften” noemt. “’s Nachts is het Warandepark een geliefkoosde trekpleister voor mannen en vrouwen pour se rencontrer et s’exprimer, als u begrijpt wat ik bedoel. Daar, vlak voor mijn keukenraam”, wijst hij. “Pittoreske taferelen, zoals Brueghel ze graag schilderde.” Maar geen spek voor d’Huarts nochtans kunstminnende bek. “Het is tijd voor een nieuw avontuur, lieg ik mezelf voor. Het huwelijk tussen mij en het paviljoen verliep perfect, maar het park heeft ons gesaboteerd. Uit jaloezie.”

Het huwelijk tussen d’Huart, “né en Californie”, en het uit de belle époque stammende Vauxhallpaviljoen begint in 1987. Na een brand koopt de baron het paviljoen voor een symbolische frank op en restaureert het op eigen kosten. “Un projet fou”, mijmert d’Huart, zijn ogen vol melancholie en trots. “Maar het was un coup de foudre. De eerste keer dat ik hier kwam, deed het me meteen denken aan die volledig met lianen overwoekerde tempel in de jungle uit Apocalypse Now. Pure magie.” Meer dan 70 jaar had het paviljoen er verlaten bij gelegen. “Men wilde er een openluchttheater van maken”, zegt d’Huart, terwijl hij enkele foto’s uit de oude doos bovenhaalt. “Een openluchttheater in een land waar het altijd regent. Typiquement belge.”

Dolverliefd op zijn zelfverworven paradijs en voortgestuwd door zijn passie voor plechtstatige chique tovert d’Huart het geruïneerde Vauxhallpaviljoen in een mum van tijd om tot een pompeus altaar van pracht en praal. “Het was eerder reconstructie dan renovatie. En telkens ik een nieuw ornament aanbracht, was ik dolgelukkig”, aldus d’Huart. “Maar vergis u niet, alles hier is decor. De zuilen staan los, het goud op de kandelaren is vals en de wandschilderingen zijn eigenlijk slechts uitvergrote foto’s.” Een plastieken kunstgalerij annex intiem privéhuis. “Ik heb hier het ancien régime nog meegemaakt”, zegt de baron. “Mijn paviljoen als oase van rust, midden in alle grootstedelijke drukte. Hoeveel keer heb ik hier niet gezeten - alleen, met een kopje thee - terwijl buiten de sirenes loeiden, het verkeer voorbijraasde en de manifestaties voorbijschreden. Die herinneringen koester ik het meest.”

Als een doorgewinterde gids leidt d’Huart ons rond in zijn labyrintische woonst. Rastervormige, vochtige plekken op de wand van de tweede verdieping herinneren aan zijn ooit royaal gevulde boekenrekken. “Vooral boeken over kunst en architectuur”, zegt de gediplomeerde kunsthistoricus. “Maar ook veel stripverhalen. Le Baron Noir van de Franse tekenaar Yves Got en scenarist René Péttillon: je les adore.” De bibliotheek, het slaapvertrek, de badkamer: stuk voor stuk zijn ze kil en muf, als een ongepleisterde nieuwbouwwoning.

Nog een trap hoger, op het dakterras, ontvouwt zich een adembenemend uitzicht op Brussels by night. Baron d’Huart ademt diep in. Hij spreidt de armen, voor heel even. “Ik voel mij als een koning die in ballingschap vertrekt”, zucht hij. “Alles heb ik aan dit huis te danken. Een onderkomen. Een adres. Mijn naam. Mijn prestige. Maar zoals Oscar Wilde zei: men kan de droom maar beter verlaten voor hij helemaal ten einde is.”

Nochtans overweegt Bertin Mampaka (CDH), Brussels schepen van Groene Ruimtes, de poorten van het Warandepark ’s nachts opnieuw te sluiten. Maar voor de baron is het te laat. “Ik heb nog steeds een sleutel die past op alle toegangspoorten”, verklapt d’Huart. “Maar mijn besluit is definitief. Eerst verblijf ik een tijdje in Overijse, daarna ga ik in een oude boerderij in het Naamse Beauraing wonen. Strips, kruiswoordraadsels et mes poissons rouges: iets anders heb ik niet meer nodig. Ik was een provinciaal toen ik hier arriveerde, het is tijd om terug te keren naar de provincie. Maar het afscheid doet pijn. Adieu mon royaume.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234