Zondag 25/10/2020

ColumnBregje Hofstede

Ik voel me schuldig omdat ik de mij toegeschreven honden zomaar laat ronddwalen langs de weg

Beeld Damon De Backer

Auteur Bregje Hofstede vertelt over haar leven.

Op een nazomerdag loopt ons hondje weg. Kepler volgt simpelweg twee wandelaars, die het wel vrolijk vinden, zo’n kwispelende pup. Pas na twaalf kilometer zijn ze hem zat, en laten hem achter bij een gîte. De eigenaresse geeft hem te eten, laat hem spelen met haar hond, en doopt hem ‘chaussette’, omdat hij haar sokken niet met rust laat. Kepler heeft een topdag.

Mijn vriend en ik zoeken intussen de wijde omgeving af, te voet, per fiets en in de auto. Onze buren bellen hun kennissen in de streek; het gemeentehuis plaatst een ­zoekertje; en de gendarmerie laat een nieuwsbericht ­uitgaan, vergezeld van een foto. Tegen de tijd dat het ­verlossende telefoontje komt, is ons hondje een beroemdheid.

De zoekmachinerie die in gang is gezet, blijkt moeilijk in te tomen. Terwijl Kep al hoog en breed weer thuis is, blijft mijn telefoon rinkelen. Ping: “Bonjour, ik heb uw hond gevonden, hij loopt in de bossen bij Chateau-Chinon.” Ping: “Hij ziet er heel angstig uit. Het lukt me niet om hem te ­vangen.” Ping: “Dag, het hondje loopt langs de autoweg bij Arleuf.”

De onbekenden die me bellen, zijn teleurgesteld wanneer blijkt dat ze me geen verlossend nieuws brengen; bovendien is de hond die zij hebben gezien, nog altijd kwijt.

Ping: ik begin me schuldig te ­voelen. Nalatig zelfs, dat ik de mij ­toegeschreven honden zomaar laat ronddwalen langs de weg. Van elke foto en elk bericht dat ik ontvang, word ik onrustiger. Verantwoordelijkheid trekt aan me als een opstekende rukwind.

Het is een gevoel dat ik wel ken van alle uit het nest gevallen vogeltjes die ik ooit in de tuin vond, en die ik als kind in leven probeerde te houden met dode vliegen uit de vensterbank. Zorg dragen voor zo’n wezentje maakte een reddingswoede in me los die allengs groeide. Al snel strekte hij zich ook uit naar, bijvoorbeeld, de versleten hommels die aan het einde van de zomer over de ­tuintegels kropen, waar ik huisjes voor maakte en die ik, als ze de geest gaven, ook nog zorgvuldig begroef.

Ping, doet mijn telefoon. Daar verschijnt nog een zwart-witte hond op het scherm. Hoeveel honden ­kunnen er tegelijk kwijt zijn? En dan heb ik nog geen weet van de poedels, de golden retrievers, en alle andere beesten die echt te weinig lijken op de foto om voor Kepler door te kunnen gaan.

Met elk nieuw bericht wordt mijn hart een paar gram zwaarder. Het is een gevaarlijke ontwikkeling: een groot verantwoordelijkheidsgevoel trekt wezens aan voor wie je die verantwoordelijkheid kunt dragen, zoals een ­grotere koffer onherroepelijk betekent dat je méér bagage meeneemt op reis.

Ik begrijp feilloos hoe het tandeloze mannetje van een paar dorpen verderop ertoe is gekomen zestig katten onder zijn hoede te nemen. Je ruikt de stank wanneer je zijn erf voorbijrijdt, en zijn pensioen gaat op aan brokjes, enkel omdat hij het nooit over zijn hart krijgt om nee te zeggen wanneer men hem een zwerfkat komt brengen.

Ik laat de laatst binnengekomen foto zien aan mijn vriend. Een labrador-mix. “Ook best een mooie hond”, zegt hij. Ik hoor de twijfel in zijn stem, en druk snel het scherm uit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234