Maandag 18/10/2021

'Ik voel me net als Rocky Balboa'

In 1980 ging De Morgen met Freddy De Kerpel kijken naar de boksfilm Raging Bull. Vorige week mocht de Gentse ex- bokser nog eens mee naar de cinema. Naar 'Rocky Balboa', de nieuwe film van Sylvester Stallone. Het verrassende resultaat: De Kerpel herkende zich helemaal in de topbokser op zijn retour.

Door Kristof Windels

Brussel l 'Voor mij is dit de beste Rockyfilm tot nu toe. Weet je waarom? Omdat ik er veel van mezelf in teruggevonden heb.' Vanaf woensdag is de film in de zalen, maar een trotse De Kerpel mocht naar de avant-première.

Toen de bel ging voor de ultieme kamp schoof de ex-bokser tegen de leuning van zijn rode stoffen zitje in de Kinepolis van Brussel. Het leek wel of hij even - een paar seconden - elke spier in zijn lichaam trachtte op te spannen. Tijdens het gevecht balde hij ook nog eens de vuisten. De pupillen vernauwden en de wenkbrauwen kregen plotseling andere, gemene vormen. Een onopzettelijke mot-om-de-oren kregen we niet, maar gedurende de hele film sprak De Kerpel wel geen woord. Geconcentreerd. De passie voor de sport is nog niet verdwenen. Dat was er ook na de vertoning aan te zien, in een taverne recht over de bioscoop. Aan de manier waarop de Gentenaar er in zijn beste AN over zou praten. 'Kè der van genote', verklapte hij een onbestaand geheim.

Vooral 'de psychologie van het verhaal', zoals De Kerpel dat noemt, intrigeerde hem. De gelijkenissen met zichzelf waren zo treffend, dat hij er van onder de indruk is geraakt. Sylvester Stallone (60) is een generatiegenoot, en het verhaal van Rocky vandaag - de man die vroeger successen kende, maar nu in zijn eigen restaurant mensen onderhoudt door telkens dezelfde 'straffe' verhalen te vertellen - doet De Kerpel in de spiegel kijken. "De drang om terug te komen, het respect dat je stilaan verliest... Ik heb het allemaal teruggevonden in de film. Heel goed gedaan. De fierste mensen in de sportwereld zijn boksers, denk ik. Ik voel wat Rocky voelt. Ik zie vandaag ook vaak jonge gasten boksen van wie ik denk: in mijn tijd sloeg ik die makkelijk neer."

Het scenario van de nieuwe Rockyfilm eindigt bij een eenmalige comeback van de gewezen topper. Een tv-zender heeft een computergestuurde format bedacht om boksers van toen en nu de krachten te laten meten. Daarbij wordt de gewezen kampioen in de ring gebracht met de huidige wereldkampioen. Die laatste, Mason Dixon (vertolkt door profbokser Antonio Tarver), is zo onpopulair dat niemand nog zijn wedstrijden wil zien. Een generatiekamp moet hem redden: de zestigjarige tegen de dertigjarige. Alsof De Kerpel vandaag in de ring zou stappen tegen die andere Gentenaar, Ismail Abdoul. "Ja, zoiets." Toen hij onze vergelijking hoorde, raakte De Kerpel bijna enthousiast, maar het besef dat het nooit zover zal komen kwam snel.

Nu ja, de Gentenaar had zijn ultieme gevecht al. In 1999, tegen Jean-Pierre Coopman. Tijdens een promotietoer van de film Camping Cosmos van Jan Bucquoy boksten de twee sterren uit de jaren zeventig een paar showkampen, waarop ze dan maar besloten om een echt gevecht te organiseren. "Het Gentse Tolhuis had nog nooit zo vol gezeten, en dat gebeurde daarna ook niet meer", herinnert De Kerpel zich die dag in het middelpunt van de belangstelling. "We moesten beiden een officiële licentie aanvragen", weet de Gentenaar ook nog, een probleem waar Rocky in de laatste film ook mee te kampen krijgt. "Ik dacht dat we die nooit zouden krijgen, maar we zijn dan toch geslaagd voor de tests." De kamp zou uiteindelijk onbeslist eindigen, omdat de jury het niet unaniem eens was.

Voor De Kerpel was dat een deugddoende terugkeer naar de ring. In vorm was hij al. De Gentenaar mag dan 58 zijn, hij loopt nog vier keer per week rond de Watersportbaan (5 kilometer), fietst regelmatig en spendeert vele uren in de krachthonk. Maar die keer, in '99, kon dat nog eens met een duidelijk doel voor ogen. Een hemelsbreed verschil. "Als ik vandaag rond de Watersportbaan loop, hoor ik soms nog mijn manager van vroeger naast mij schreeuwen vanuit de auto. Vroeger werd ik voor een kamp ook vaak gevolgd door een cameraploeg terwijl ik ging lopen. Nu beeld ik me soms in dat ze daar opnieuw lopen, dat ik me aan het voorbereiden ben voor een grote kamp. Om maar te zeggen hoe moeilijk het is om afscheid te nemen."

Net als Coopman voelde De Kerpel in die dagen rond zijn comeback ook angst. Angst om een paar rake klappen om de oren te krijgen. "Iedere bokser heeft schrik. Ali had dat, Tyson ook. Waarom beet Mike in het oor van Holyfield, denk je? Hij had schrik om uit de ring te worden geslagen. Hij voelde dat hij zou verliezen en wilde eruit. Angst. Een bokser die zegt dat hij dat niet heeft, is zot, en vooral een leugenaar. Om die schrik te overwinnen zal een bokser ook proberen iemand te intimideren. Dat zie je in de film." De 'psychologie', weet u nog, heeft De Kerpel positief verrast, maar uiteraard zag hij ook fouten in de film. Zaken die in de (boks)realiteit ondenkbaar zijn.

Al in de eerste Rockyfilm werd een gigantische fout gemaakt, en die werd in zowat alle films herhaald. Ook in de laatste, Rocky Balboa. "Tien eieren achterover gieten, en dan gaan lopen? Ge moet da ne kier probere! Elke bokser, nee, iedereen die loopt, weet dat dat onmogelijk is. Dat kun je nooit binnenhouden. Nog iets: in Rocky I heeft hij een zwelling boven het hoofd en zijn trainer snijdt die open met een scheermesje om het bloed eruit te halen. Dat bestaat niet. Moar ja, da es cinema, ein. Mijn coach zei ooit: als je een wedstrijd organiseert, alleen voor kenners, dan zit er tien man in de zaal. Als je een film maakt voor de kenners, dan zal je ook niet veel volk naar de bioscoop lokken."

Erg vindt De Kerpel dat dus allemaal niet. En uiteindelijk vond hij het ultieme gevecht ook wel best geslaagd. "Zeker in de eerste ronde was het vrij realistisch. Wat natuurlijk niet kan is dat ze in de hoek zitten te roepen dat hij moet opstaan. Dat doen alleen de echte zotten. Trouwens, wie zoveel slagen incasseert, mag normaal gezien niet doorvechten van de scheidsrechter. Nu ja, er zijn films gemaakt die veel erger zijn dan dit. Raging Bull (met Robert De Niro in de hoofdrol) bijvoorbeeld was fel overdreven. De klappen die daar uitgedeeld werden, dat is echt onmogelijk. Als je zoveel kloppen op je kop krijgt, dan moeten ze je met een lijkwagen afvoeren. Ik heb het ooit zien gebeuren, ik weet waarover ik spreek."

Over de bokser in Stallone is De Kerpel lovend. "De man doet het bijzonder goed. Hij staat tamelijk goed op zijn benen, is technisch minder, maar kan het goed verbergen. Hij gaat vaak voor zware slagen en zo valt het minder op dat zijn techniek niet al te goed is. Hij heeft zich gebaseerd op Chuck Webner, ook een zwaargewicht. Geen goeie, maar ook geen slechte. Die heeft ooit tegen Ali gebokst en tegen Foreman; hij was de enige die tegenover beiden heeft gestaan. De man ging nooit neer, een levende stootzak. Hij is vijftien ronden rechtop blijven staan tegen Ali."

Rest nog de ultieme vraag. Wat als Freddy De Kerpel vandaag in de ring staat tegen Sylvester Stallone? "Hij maakt geen schijn van een kans. Een beetje realistisch blijven, hé." We hadden geen andere antwoord verwacht.

Nu nog beeld ik me soms in dat ik me op een grote kamp voorbereid. Afscheid nemen is zeer moeilijk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234