Vrijdag 02/12/2022

Ik voel me alleen zestig als ik in de spiegel kijk

DOOR BART STEENHAUT / FOTO ALEX VANHEEArno zit me, verborgen achter een Leffe, op te wachten in Café Du Parc, een chic etablissement waar de tafeltjes bevolkt worden door oudere dames, de obers keurig gekleed zijn en de whisky met ijs in een apart glas wordt geserveerd. ‘Le Plus Beau’ heeft samen met zijn vriend Jan Goossens van de Brusselse KVS de programmering van Theater Aan Zee op zich genomen, en een paar dagen voor de opening is hij al flink zenuwachtig. “Het is lang geleden dat ik nog eens zo hard heb moeten werken. Ik heb veel gepeinsd, de laatste tijd. Neem nu die ouverture met het werk van James Ensor. Dat idee komt van mi, maar de uitwerking gebeurt door anderen. Tegelijk sta ik er dus ook een beetje buiten. Ik ben een soort aannemer, eigenlijk. Ze hadden me al vaker gevraagd, maar ik had nooit goesting. Deze keer was er tit. De echte tournee is gedaan, en het enige wat ik nog doe is links en rechts een festivalletje. Dus ’t was het moment, nu. Ik ben blij dat ik veel hulp krijg van Serge Feys (keyboardspeler bij Arno, en voordien TC Matic, BS) en dat Jan het theaterluik voor zijn rekening neemt. Hij zorgt voor het ‘Theater’. En ik zit ‘Aan Zee’. (lacht) We hebben samen al veel dingen opgestart die we uit handen hebben gegeven: 0110, Belgavox..., maar dit wilden we toch zelf doen.”

Ben je tevreden over wat Theater Aan Zee geworden is?

“Ja, al heb ik het werk wreed onderschat. Kijk, ik woon in Brussel, de stad van Marietje, Fatima, Jean-Pol, Mohammed, Boris, John en Mustapha. Die multiculturele sfeer wilde ik graag overbrengen naar Oostende. Alleen had ik er geen rekening mee gehouden dat ze hier ook hun Mustapha’s hebben, intussen. Ik heb een boekje waarin staat dat in Oostende tweehonderdvijftig nationaliteiten samenwonen. Ik vloog op me gat toen ik dat las. En inderdaad: vroeger zag je hier vooral vreemdelingen in het toeristische seizoen, van Pasen tot september. Nu kom je ze ook tegen in de winter, dus die zijn hier komen wonen. Niet alleen Engelsen en Brusselaars, maar ook Mustapha’s en Mohammeds. Dat heeft me wel gefrappeerd.”

Zou je Brussel ooit de rug toekeren om je opnieuw te vestigen in de stad waar je bent opgegroeid?

“In Oostende? Nee, jong. Maar ik heb hier wel een appartement op de zeedijk, en net als Brussel is dit een stad waar Leopold II zijn sporen heeft nagelaten. Hij was wel een smeerlapke en ik ga niet akkoord met de manier waarop hij in Congo tekeer is gegaan, maar qua architectuur moet je toegeven dat hij toch schone dingen heeft gedaan. (denkt na) Eigenlijk kun je Oostende moeilijk een stad noemen, vind ik. Het is mossel noch vis. Je valt hier met je gat tussen twee stoelen. Kijk naar buiten: die straten, die winkels, die boulevards... dat is een dorp, hé? Terwijl: het café waar we hier nu zitten, dat heeft de grandeur van de Metropole in Brussel. Oostende, dat is vergane glorie.”

Brussel ook, intussen.

“Dat denk ik ook, maar ik durf dat niet hardop te zeggen. Neem nu Laken, waar ik zelf heb gewoond. De rue Marie-Christine, dat was vroeger een chique straat. Je had daar toen nog beenhouwers die Vlaams spraken. Nu hoor je er meer Arabisch spreken dan in Marrakech.”

En dat stoort je?

“(denkt lang na) Nee, ik observeer maar. Het is goed dat Brussel niet de banlieus heeft van Parijs, en dat hier geen slaapsteden zijn zoals in Nederland. Die mengeling van taal en nationaliteit is net heel verrijkend. Er komen ook meer Russen bij. En ik ben nog altijd graag in Brussel. Je hebt er nog cafés met echte garçons. Mensen die ‘alstublieft’ en ‘merci’ zeggen, en je soigneren als je een tas koffie vraagt. Allemaal voor dezelfde prijs. Want vriendelijk zijn, dat kost niks. Daarom kom ik zo graag in dit café hier in Oostende. Daar word je in de watten gelegd. En vergeet niet: Oostende is ooit een van de belangrijkste kunststeden in Europa geweest. Over Ensor hadden we het al, maar Karl Marx heeft hier twee straten verderop zijn belangrijkste werk geschreven. Alleen: ze doen hier niks met al die fantastische geschiedenis. Mochten Oostende en Brussel in Frankrijk of Duitsland hebben gelegen, er waren al honderdduizend boeken over geschreven.”

Waaraan merk je dat je roots hier liggen?

“Aan de geur van de zee. Dat klinkt onnozel, maar ik meen het. Die geur is me altijd bijgebleven. ’s Ochtends en ’s avonds ben ik hier het liefst. Aan de manier waarop de zon ondergaat, kan ik zeggen welk weer het morgen zal zijn: of het gaat regenen ofwel of er wind zal staan. Dat heb ik geleerd van de vissers. Hoe ik naar de wereld kijk, dat komt van hier. Ik zeg altijd: de Noordzee is een zwembad met boten in. Mijn muzikale roots liggen hier ook. Ik ben hier van kindsbeen geconfronteerd geweest met talen, vandaar dat ik in mijn nummers Frans, Oostends en Engels door elkaar gebruik. Ik ben ontmaagd door een Engels meisje, en de eerste keer dat ik getot heb was met Pierrette, een meisje uit Lille. Ik heb dus van in het begin een internationaal seksleven gehad. (lacht) Het is hier heel lang een progressieve stad geweest. Oostende had al een gayscene voor ze in San Francisco wisten wat homoseksualiteit betekende. Je had hier ook een cafe, De Noordster, waar veel Engelsen kwamen en waar singer-songwriters speelden. Daar heb ik de blues leren kennen, en dat heeft tot vandaag een invloed op mijn leven gehad. In Café Du Parc werd dan weer Frans gesproken. Ik ben opgegroeid tussen al die verschillende mensen, heb mijn talen allemaal op straat geleerd.”

Wanneer kom je naar Oostende?

“In de winter. Om te schrijven, en om na te denken. Mijn ideeën ontstaan in Brussel, in Oostende en op de trein. Ik heb lang tussen die twee steden gependeld. Thuis schrijf ik zinnen op, en op de trein kan ik die in vakjes onderverdelen, dan maak ik daar coupletten van.“Ik heb een serieus probleem de laatste tijd. Ik krijg hoe langer hoe meer flashbacks. Ik vecht daar wel tegen, maar ik begin er echt schrik voor te krijgen. Ik hou niet van nostalgie, maar ik zit wel met nostalgie in me kop. Ik voel me daar niet bij op mijn gemak. Dan zie ik soms dingen die ik heel lang verdrongen heb. Op tournee heb ik daar nooit last van, maar als ik weer thuiskom is het prijs. Niet dat ik onnozel aan het worden ben, hé. Ik weet perfect welke dag het vandaag is. Maar ik kan me nog moeilijk aanpassen in mijn hoofd. En soms weet ik niet meer waar ik ben.”

Er is net een verzamelbox uit met een bloemlezing uit je hele carrière. Vond je het belangrijk dat die er in deze fase van je leven zou komen?

“Ik zal eerlijk zijn: ik heb met die plaat niks te maken. In Frankrijk wilden ze een groot carrière-overzicht maken, zoals ze dat eerder al eens met Alain Bashung hadden gedaan. Zelf had ik daar geen tijd voor, en het was onbegonnen werk om nummers te kiezen uit veertig jaar repertoire. Dus toen heeft een vriend van de platenfirma er een dikke zestig verzameld. Ik heb veel respect voor die mens, maar ‘In My Bed’ staat er bijvoorbeeld niet op, terwijl dat wel voor vier films is gebruikt en ik het zelf een van mijn beste songs vind. Er staan ook wat te veel covers op. Maar goed, that’s me. Ik ben niet gemakkelijk content.”

Je bent onlangs zestig geworden, wat overigens de onmiddellijke aanleiding was voor die Best Of. Voor zover ik je ken, stond je zelf niet te springen om die verjaardag in de verf te zetten. Het mocht ook niet vermeld worden in het persbericht dat samen met de cd verspreid werd.

“(blaast) Ik vind het ver-schrik-ke-lijk om zestig te zijn. Ik ben gestopt met roken, en ik drink minder omdat ik niet meer tegen de katers kan. Niet dat ik pijn in mijn hoofd heb, maar er is een periode geweest dat ik met mijn katers echt in de twilightzone terechtkwam. Ik kan dat niet meer verdragen.”

Denk je dat je in staat bent om mettertijd te stoppen met drinken, mocht het nodig zijn?

“Vandaag niet (hij roert wat ijsblokjes in zijn single malt whisky). Maar ik ben er vast van overtuigd dat het er nog van zal komen, ja. Al bij al heeft het me weinig moeite gekost om te stoppen met roken. Weet je dat ik op dat vlak een voorbeeld ben geweest voor veel mensen? Zelfs in mijn eigen groep is bijna iedereen gestopt, intussen. Ik voel me fysiek veel beter. Mocht ik nog roken en evenveel drinken als vroeger, dan zou ik vandaag niet meer op een podium kunnen doen wat ik nu wel nog kan.”

Hoe erg zou dan zijn?

“Erg? Dat zou een rámp zijn. Optreden, dat is mijn leven. De dag dat ik dat niet meer kan, zie ik het heel slecht aflopen. Kijk naar B.B. King: een stuk in de tachtig, maar hij stapt nog altijd het podium op.”

Zie je jezelf à la BB King nog optreden op je drieëntachtigste?

“Ik ben al bezig. (lacht) In vergelijking met hem heb ik nog wel een tijdje te gaan, maar ik zou sterven zonder concerten. Omdat ik verslaafd ben aan de adrenaline. Dat is een drug. Ik zie ongelooflijk af wanneer ik niet op tournee ben. Daar hebt ge geen gedacht van. Ik kan een uur voor een concert nog steendood op een bank liggen, zeker als ik de dag voordien wat te lang in de drank heb gehangen. Maar op dat podium krijg ik dan toch een energieboost, dan ben ik na dertig seconden weer springlevend. Ik heb het daar wel eens met mijn dokter over gehad, en die vond dat niet abnormaal. Ik heb geen vrouw, hé? Ik heb enkel mijn kinderen.”

Een vrouw geeft je geen adrenalinekick?

“Ook. Ook. Maar ik denk dat het voor een madam heel moeilijk is om met mij samen te leven. Pas op: zelf vind ik dat ik altijd heel gemakkelijk ben geweest. Ik ben bovendien een stuk rustiger nu. Ik relativeer en aanvaard meer, voel meer verantwoordelijkheid dan vroeger. Met alles wat ik in de loop der jaren in mijn klak heb geslagen mag ik van geluk spreken dat ik nog leef. Dat is al een mirakel op zich. Mijn moeder was tweeënveertig toen ze stierf, en ze heeft nooit gerookt. Mijn vader is vijfentachtig, maar die heeft nooit gedronken zoals ik. Ik denk dat ik de genen van mijn grootmoeder heb. Die is zesennegentig geworden. Mijn vader moest elke donderdag zes flessen wijn bij haar afzetten, een voor iedere dag. Zaterdag dronk ze niet, of toch geen wijn. Dan was het tijd voor jenever en wodka. De lege flessen zette ze de dag nadien altijd bij de buren. She was a fuckin’ bitch. (lacht)”

Is het omdat je die adrenalinekick nodig hebt dat je nu veel meer optreedt dan vroeger?

“Natuurlijk. Tot voor een paar jaar stopte ik af en toe met spelen, zeker als er een nieuwe cd aan zat te komen. Maar nu loopt alles door. Ik ben een muzikant, dus ik moet spelen. Met marketing hou ik me niet meer bezig, dat is gedaan. Ik werk met muzikanten, en die mensen moeten leven. Op dat vlak ben ik een echte socialist: iedereen moet rond kunnen komen. Enfin, er zijn nog wel meer veranderingen op komst. Volgende week teken ik wellicht een nieuw contract bij de platenfirma van Carla Bruni.”

Voel je je met haar verwant?

“Met Carla? In Parijs hebben we ooit nog samen een nummer gezongen, en ze was een goeie vriendin, vroeger. Maar sinds ze met die Sarkozy getrouwd is, heeft ze een ander gsm-nummer. Daniel Lanois (U2-producer, BS) stond ook zot van haar. Onlangs belde hij me nog om een date met haar te regelen. Enfin, Lanois staat van veel vrouwen zot.”

Jij ook.

“Dat is waar, maar Carla was toch mijn type niet. Ik zou er geen everzwijntje mee willen eten. Jane Birkin, dat vind ik een chique madam. Maar dat is mijn zuster, en met je zuster ga je niet naar bed. Enfin, nu toch niet meer. We komen heel goed overeen, en ik heb al eens gedacht dat we later, als we nog wat ouder zijn, samen nog een schoon koppeltje zouden kunnen zijn. Iedereen zegt dat, trouwens. We lijken ook wel wat op elkaar: als ze niet kan werken wordt ze ziek. En ze is enorm streetwise. Haar vader en de mijne zaten bovendien in hetzelfde Britse bataljon. Ik heb ooit eens zo’n streep gehad op de Franse ambassade, en zij was daar ook. Toen ik haar aan mijn vader voorstelde, ging er meteen een belletje rinkelen. Van Jane Birkin had hij nooit gehoord. Maar haar vader, die kende hij wel.”

Hoe zit dat eigenlijk tussen jou en je vader? Geen krant die nog nooit gevraagd heeft om jullie samen te interviewen. Maar het antwoord is altijd njet.

“Hij wil gewoon dat iedereen hem met rust laat. Van het ABVV hebben ze hem ooit eens een vlag willen geven uit erkentelijkheid voor alles wat hij voor het syndicaat gedaan heeft. Maar zelfs daar moet hij niet van weten. We komen goed overeen, maar hij is een koppigaard. Als mijn broer en ik met hem willen spreken over alle stakingen die hij vroeger georganiseerd heeft, doet hij alsof dat nooit gebeurd is. En dat heeft niks met leeftijd te maken, hoor. Het is gewoon een deel van zijn leven waar hij niet meer over wil praten.”

Herken je jezelf in hem?

“Hij is gestopt met een anarchist te zijn op zijn vijftigste. Toen mijn moeder stierf. Dat heeft een ander mens van hem gemaakt. Mijn vader is altijd smoorverliefd op mijn moeder geweest, en achteraf is hij heel lang alleen geweest. Maar nu heeft hij een fantastisch jong lief van zeventig, en valt hij opnieuw met zijn gat in de boter. Zo zou ik ook wel graag oud worden. Met Jane. Maar nu nog niet, ik ga nog te graag uit. (op dreef) Jane, die is ongelooflijk geëngageerd. Die schrijft brieven om politieke gevangenen in Birma vrij te krijgen. En het is haar niet om de bekendheid te doen, hé. Ze voelt zich daar gewoon emotioneel bij betrokken. Awel: respect. Jane en ik, dat blijft voor de rest van ons leven. Wij zijn broer en zus.”

Je bent al een tijd aan een nieuwe cd bezig. Schiet het wat op?

“Ik ben nog aan het zoeken. Ik heb twintig nummers, en tegen volgend jaar februari moet de cd klaar zijn. Maar het is niet gemakkelijk om iets te vinden wat ik nog niet gedaan heb, want in mijn carrière zit alles van rock tot blues, en ik heb daarnaast zelf een genre uitgevonde-n. Daar zit ik nu wel een beetje mee in mijn maag. Want ik wil niet zomaar iets doen omdat ik het nog niet eerder heb geprobeerd. Het moet ook nog mijn ding zijn. Dus het blijft speuren naar een kleur, naar een sfeer die nieuw is. Tegelijk wil ik niet klinken als iemand anders. Niet gemakkelijk, vint.”

Moet de muziek die je nu maakt bij je leeftijd passen?

“Nee. Ik wil dat niet. Ik weet wel dat ik geen vijfentwintig meer ben, maar ik voel me nog wel zo. Zolang ik niet in de spiegel kijk, zie ik mezelf niet als iemand van zestig. En in mijn hoofd ben ik altijd jong gebleven, zeker als ik met muziek bezig ben. Ik denk wel eens dat ik een Peter Pancomplex heb. Kijk, ik wil niet dat de mensen zeggen: daar is Arno weer met meer van hetzelfde. Pas op, ik aanvaard mijn leeftijd, maar niet in wat ik doe. Vaak sta ik naar gasten van veertig te kijken en denk ik: wat een oude zakken. Terwijl ze twintig jaar jonger zijn dan ik. (grinnikt) Ik ga nog altijd naar concerten in de Ancienne Belgique. Dan zet ik me in een hoekje met een kap op, zodat niemand me ziet. Maar zo weet ik wel wat er gebeurt. Arcade Fire, Animal Collective, Fleet Foxes, dat zijn mijn favoriete groepen. En in België The Blackbox Revolution en Jasper Erkens, al is die nog jong en zal hij goed begeleid moeten worden. Hij doet me een beetje aan Steve Winwood denken. Die was ook maar vijftien, zestien toen hij ‘Gimme Some Lovin’ schreef.”

Als een van je zonen morgen komt vertellen dat hij ook in de muziek stapt, zul je hem dan steunen? Of denk je: get a life?

“Ze zouden er toch maar beter hun dayjob niet voor opgeven. Ik heb dat wel gedaan, maar de tijden zijn anders nu. De wéreld is anders. Mijn kinders studeren nog. De oudste is heel erg in politiek geïnteresseerd en wil graag journalist worden. Kijk, ik zal me nooit bemoeien met wat mijn kinderen willen doen. Mijn moeder zei altijd: ‘Je moet de straten inslaan waar je je het best in voelt’. Dat probeer ik hen ook mee te geven. Alleen zou het niet verstandig zijn om als zoon van Arno muzikant te worden, want dan zullen ze geen eerlijke kans krijgen. Als mijn gasten me op televisie zien, zappen ze meteen naar een andere post. Vroeger ging de oudste in Laken naar een Franstalige school, en daar leerden ze in de muziekles ook nummers van mij zingen. Niet ‘Putain putain’ of ‘Mon sissoyen’ natuurlijk. Propere songs. De leraar zei dan: ‘Dat is een liedje van je vader’. Waarop mijn zoon: ‘Nee, da’s van Arno’. Ze hebben altijd het onderscheid gemaakt tussen papa en Arno. Dat is een pluspunt, vind ik. En een goede vorm van zelfbescherming.”

Ik loop wel eens met je over straat en dan word je door iedereen nagekeken. Je kunt geen honderd meter stappen zonder dat iemand je aanklampt of iets komt zeggen. Hoe bescherm je jezelf daar mentaal tegen?

“(denkt heel lang na) Ik ben lang een egoïstischemotherfucker geweest. Zeker in de jaren tachtig. Toen dacht ik alleen maar aan ikke ikke ikke ikke, en al de rest: fuck them. Dat was mijn karakter en ik ben er niet trots op. Maar het heeft me wel gered. Nu ben ik ouder en wijzer. In het begin van de jaren tachtig repeteerde ik met TC Matic in Oostende, en omdat Freddy Cousaert een gemeenschappelijke vriend van ons was kwam Marvin Gaye soms kijken. Ik had wel respect voor Marvin, maar tegelijk dacht ik toch: who the fuck is die vent? Ik merkte wel dat hij ons goed vond. Marvin kwam me vaak opzoeken met Odell Brown, de man die ‘Sexual Healing’ heeft geschreven. Nadien heb ik nog voor hem gezorgd in Brussel, want na de dood van Marvin had hij niets meer, zelfs geen kleren. Op een gegeven moment kon ik met Marvin Gaye blues gaan spelen, en Odell Brown stelde voor om bij TC Matic te komen. Maar ik had Serge Feys al, en Jean-Marie Aerts. Ik wilde ‘white ass’-soulmuziek spelen. Dat zat zo in me kop, en zo moest het zijn. Ik ging er niet mee akkoord dat Europeanen zogezegd geen muziek konden maken die losstond van de Amerikaanse traditie. Opnieuw: ikke ikke ikke.“Maar ik heb gelijk gekregen. Mijn nummers worden vandaag gecoverd door Italiaanse bands, Stephan Eicher heeft een song van me opgenomen en die zanger van Placebo zegt in interviews dat een concert van TC Matic hem destijds geïnspireerd heeft om muziek te gaan maken. Herman Veen (sic) zingt zelfs ‘Les yeux de ma mère’. Fantastisch, maar wel bizar. Eigenlijk wil ik daar niet bij stilstaan, want het ligt niet in mijn karakter om op het verleden te teren. Ik wil iets nieuws doen. Anderzijds: zonder geschiedenis geen toekomst. Want zo werkt het: je leert van het verleden en maakt er iets nieuws mee. Trouwens, nu ik eraan denk: mag ik je nog iets vragen?”

Vertel.

“Ik zou mijn nieuwe cd Onra willen noemen. Arno achterstevoren. Wat vind je daarvan?”

Ik ben er niet wild van, eerlijk gezegd.

“Shit, vint. Mijn manager ook niet. Hij was gechoqueerd, zelfs. Ik zal er misschien toch nog eens over moeten peinzen, dan.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234