Zaterdag 22/02/2020

'Ik voel dat ik stilaan een olifantenhuid kweek'

Samen met zijn groep gelijkgestemde zielen bij NTGent kan Wim Opbrouck terugblikken op een fraai seizoen. Dat hij zich door zijn drukke agenda als artistiek leider niet altijd ten volle kan geven, dat stoort hem wel eens. Net als die olifantenhuid, die hij altijd heeft willen vermijden. 'Ik wil blijven vertrekken vanuit kwetsbaarheid en onzekerheid'. Door Yves Desmet en Griet Op de Beeck / Foto Jelle Vermeersch

'Oei, 't is voor serieus, jullie zijn met zijn tweeën gekomen", zegt Wim Opbrouck. Hij lacht erbij, maar niet heel hard. Ondertussen haalt hij een stapel papieren boven, hij heeft zich voorbereid. "Als jullie bijvoorbeeld naar cijfers vragen, dan moet ik die even checken. Ik ben wel geïnteresseerd in beleid, maar cijfers ken ik niet uit het hoofd." We kunnen hem geruststellen, we willen van hem geen getallen horen. Schouders ontspannen zich. Wim Opbrouck blijft ook in deze nieuwe rol trouw aan zichzelf. Hij is niet de allesweter, niet de man van het grote gelijk en de pasklare oplossingen, hij is de dromer, de denker, de man die in de spiegel durft te kijken, de kunstenaar van veel grote goesting en nog meer enthousiasme.

Er was enige scepsis toen bekend werd dat jij, een speler, NTGent zou gaan leiden. Denk je dan na een artistiek sterk eerste seizoen: hèhè, 1-0?

Opbrouck: "Absoluut niet. Ik vind dat namelijk een terechte bedenking: zal een acteur dat wel aankunnen? Ik ben opgelucht dat we dit seizoen zonder kleerscheuren zijn doorgekomen, en ik ben blij met de producties die we gemaakt hebben, maar de rekening wordt pas vereffend na vier of acht seizoenen. Ondertussen blijf ik mezelf en de groep voortdurend evalueren. Dat zijn we aan onszelf verplicht."

Op welke productie van het voorbije seizoen ben je eigenlijk het trotst?

"Moeilijk om te kiezen tussen al mijn lievelingen. Ik ben heel trots op Bruid in de morgen.

"We zouden met de spelers een dansproductie maken, maar dat liep niet goed. Een voorstelling afgelasten, dat is sowieso de ergste aller vernederingen. Je pretendeert als acteur om op een scène te moeten gaan staan om iets te vertellen over de wereld, maar in je eigen kleine clubje geraak je er al niet uit. Bovendien is het onze verdomde plicht om een project dat al geld heeft gekost ook te laten doorgaan. Toen hebben we samen met Jan Bijvoet op een kleine maand dat stuk van Hugo Claus in mekaar gestoken. Een mooie productie, vond ik. Dat bewijst dat we er staan als groep, als huis.

"Dat bleek trouwens ook toen Eric De Volder stierf, tijdens de nacht van zijn première dan nog. Ik kreeg het nieuws na zelf de première te hebben gespeeld van Kinderen van de zon. De verbondenheid die ik toen heb gevoeld in ons huis... Bijzonder was dat."

Over Eric De Volders voorstelling Frans Woyzeck liepen de meningen uiteen. Doet een artistieke mening er op zo'n moment nog toe?

"We maken theater, het mag altijd over artistieke kwaliteit gaan, vind ik. Ik heb de voorstelling zelf pas na de dood van Eric kunnen zien, en ze heeft mij erg gegrepen. Toegegeven, ik heb een nog intensere versie gezien tijdens een repetitie, maar dat gebeurt wel vaker. Eric heeft altijd voor- en tegenstanders gehad. Sommigen mensen houden helemaal niet van dat groteske. Maar ik hou er wel van. Ondertussen is de voorstelling trouwens al uitgenodigd in het buitenland. Het is ook een heel fijne werkperiode geweest. Eric was een beetje bang voor de grote machine die zo'n huis kan zijn, maar het is hem hier bevallen. En na zijn dood hebben de spelers van Ceremonia nog een Clauskamp gedaan. Ze hebben daar het gevoel gekregen dat zij samen ook na Eric nog een verhaal te vertellen hebben, mooi toch dat zoiets dan bij ons gebeurt."

Door in Aïda alle medewerkers op de scène te zetten om als koor te fungeren, heb je bij de start van het seizoen heel veel exposure gekregen. Dan denken wij: de West-Vlaamse zakenman in Wim Opbrouck heeft dat goed gezien.

"Ik had daar een beetje op gehoopt, ja. (lacht) Anderzijds krijg je altijd veel aandacht voor een eerste productie, dat was met De asielzoeker van Johan Simons niet anders. Maar ik heb Aïda natuurlijk niet om die reden gemaakt. Ik wou iets doen met klassieke muziek dat je nooit ofte nimmer in de opera zou zien. We gaan trouwens op die lijn verder. Volgend seizoen maak ik samen met Christoph Homberger Hans en Grietje, een sprookjesopera van Engelbert Humperdinck. Ik vind trouwens niet dat onze keuzes zo crowd pleasing waren. We hebben bijvoorbeeld ook een tekst van Peter Verhelst op de affiche gezet. Ik vind net die mix belangrijk."

Oorspronkelijk zouden jij en Johan Simons samen Aïda maken. Dat is niet doorgegaan.

"Dat bleek met ons beider drukke agenda's maar moeilijk te realiseren. En toen hebben we samen beslist dat het ook maar beter was zo. Het nieuwe huis moest een frisse start kunnen maken.

"Ik ben blij dat we die twee jaar voor Johan feitelijk vertrok goed overbrugd hebben. Dat was geen makkelijke tijd. Johan stond al met één been in München, en ik begon aan de andere kant toch een beetje te duwen. Twee bazen aan het roer, twee vrienden dan nog, dan moet je echt goed met mekaar blijven praten of het loopt mis."

Heb je een vadermoord moeten plegen?

"Nee. Ik wil me die moeite besparen. Ik heb nooit toegestaan dat Johan, of Luk Perceval indertijd (Wim Opbrouck was een tijdlang lid van het vast ensemble van Het Toneelhuis, toen onder leiding van Luk Perceval, RED), mijn vader werden.

"Veel mensen waren kwaad toen ze hoorden dat Johan een stuk sneller dan verwacht zou opstappen. Ik heb dat pas veel later voelen opkomen. Maar de vriendschap is intact gebleven, daar ben ik blij om. Hij komt in de toekomst ook nog regisseren bij ons."

Er werd vooraf ook gezegd: Wim Opbrouck is met zo veel dingen bezig, hij zal zich nooit voldoende kunnen focussen op dat artistiek leiderschap.

"Ik ben vaker in huis dan regisseurs als Johan Simons en Luk Perceval dat waren. Maar ik geef toe: ook ik schiet nog tekort. Het kan niet dat medewerkers zeggen: we hebben je niet willen lastigvallen, je hebt het al zo druk. En dat gebeurt wel. Ik heb er zelf ook last van. Toen ik Nero repeteerde, moest ik bijna elke dag vooraf nog lunchen met de een, nadien vergaderen met de ander. En overal moest ik zeggen: 'Jongens, sorry, maar ik heb maar een half uurtje'. Dat irriteerde me geweldig. Wat doe je op den duur nog ten volle?

"Anderzijds helpt het ook dat ik speler ben. Ik sta echt tussen die groep, ik ken iedereen door en door, en zo kan ik problemen goed aanpakken als ze zich aandienen. Dat is het voorbije seizoen wel bewezen."

Om de periodes wanneer je speelt en elders bezig bent op te vangen is er in het NTGent ook een algemeen directeur, een actieve artistiek coördinator en een spelersgroep die zegt mee het beleid te bepalen. Is zo'n veelkoppige leiding niet problematisch?

"Vergis je niet: NTGent is een geleid collectief. Ik heb het mandaat gekregen om ideeën en dromen te inventariseren. Die worden besproken, en zo stippelen we een parcours uit. We bediscussiëren namen en plannen tot we bij zeven producties uitkomen, en nog een aantal kleinere projecten daaromheen. Dat loopt behoorlijk vlot."

Het zou een scherp profiel in de weg kunnen staan.

"Ik vreesde oorspronkelijk ook dat het te versplinterd zou worden, en dat blijft een aandachtspunt. Maar tot mijn verrassing merk ik dat wij een heel helder verhaal vertellen. Wij zijn een huis van spelers, duidelijker kan niet. De acteurs zijn de smoel van het gezelschap.

"Het is nooit mijn ambitie geweest om artistiek leider te worden. Ik wil ook niet dat dit het huis van Wim Opbrouck is, NTGent moet het merk zijn. Onlangs las ik een fantastische recensie na de première van Gif in Duitsland. Die criticus schreef: 'NTGent zorgt altijd weer voor een verrassing in het theater.' Dat doet mij ongelooflijk deugd."

Is het niet zo dat een maker of een intendant vertrekt vanuit de dringende behoefte om een welbepaald verhaal te vertellen, terwijl acteurs - om het scherp te stellen - toch eerder op een podium gaan staan om een publiek te behagen?

"Spelers van vandaag willen veel meer dan een publiek behagen, het zijn ook een beetje makers. Zeker in ons gezelschap. Wij hebben samen een duidelijk plan ontwikkeld, vind ik. Het laat zich in vier punten vatten. Wij willen: één: een echt ensemble uitbouwen, twee: repertoire ontwikkelen voor de grote zaal, drie: een intense samenwerking met Nederland, en vier: jonge regisseurs ondersteunen. En per seizoen mikken we op één grote, internationale naam: Johan Simons, Luk Perceval, Christoph Marthaler, dat soort mensen, en inzetten we in op nieuwe namen, zoals Julie Van den Berghe of Jan Eelen."

Ivo van Hove, waar jullie het voorbije seizoen nog Kinderen van de zon mee gemaakt hebben, zet de samenwerking met NTGent stop en kiest voor Het Toneelhuis omdat jullie geen regisseur hebben van internationaal niveau.

"Als dat vorig jaar zou zijn gebeurd, was ik door de grond gezakt. Toen was ik bang dat ik niet genoeg goede namen bij elkaar zou krijgen om te kunnen overtuigen. Nu denk ik: zo gaat dat, vergelijkbare modellen trekken mekaar aan. Zowel Toneelgroep Amsterdam als Het Toneelhuis worden geleid door een regisseur. Ik weet inmiddels dat wij er staan als huis. Verder blijven we de coproducties doorspelen, en wij gaan volgend seizoen samenwerken met Theu Boermans, daar kijk ik erg naar uit."

Je noemt het NTGent het huis van de verbeelding. Nogal wat stemmen zouden zeggen: en het politieke dan?

"Politiek theater, dat is voor mij: Vuile Mon en de vieze gasten, met de vuist omhoog, en strijden. Dat hebben we toch achter ons gelaten. Johan Simons was ook de man van het politieke verhaal, maar als ik soms zag hoe dat politieke erin werd gemoffeld. Soms voelt het alsof wij ons moeten bewijzen om de keuzes die we maken. Alsof wij met zoveel woorden moeten zeggen: 'We doen wel meer dan liedjes zingen, hoor'. Nero was een heel politieke voorstelling, Frans Woyzeck ging over een maatschappelijke problematiek, we hebben Willy Claes en Wilfried Martens in ons theater Thyestes van Claus laten spelen, kun je nog politieker zijn? Verder vind ik ook dat mensen samen laten zingen, zoals in Aïda, een politiek statement is. Daar zit voor mij het antwoord: in het liedje, in de troost.

"Er zijn er ook die onze keuze voor een ensemble in vraag stellen: moet dat nog wel bestaan? Dat kost veel geld. Maar ook daar sta ik ongelooflijk achter. Ik droom van een gezelschap van twintig spelers, met mensen van alle leeftijden. Jammer genoeg totaal onhaalbaar met onze subsidie."

Jullie waren vroeger heel erg tegen de grote ensemblegezelschappen. Ben je nooit bang dat jullie nu iets gelijkaardigs aan het installeren zijn?

"Wij waren niet tegen gezelschappen, maar tegen de burgerlijkheid van acteurs die als ambtenaren vastbenoemd en wel bleven zitten waren ze zaten tot aan hun pensioen. Ik ben altijd heel erg voor families geweest, theater maak je nu eenmaal in groep. En vergeet niet: STAN, De Roovers, de Koe, dat zijn ook ensembles, alleen kleiner."

Jullie hebben veruit de beste publieks- cijfers van de drie stadstheaters. Het Wim Opbrouck-effect, wordt gezegd.

"Ik geloof dat niet, mensen komen niet in groten getale naar al die producties kijken omdat ik toevallig de artistiek leider ben. Het Gentse publiek heeft dit huis en zijn spelers omarmd. We leveren daar ook grote inspanningen voor. Onlangs hebben we het nieuwe seizoen voorgesteld: makers en spelers zijn er, dramaturgen vertellen, er wordt muziek gemaakt. Voor dat evenement hadden we de zaal twee keer kunnen uitverkopen, dan denk ik: wat heerlijk."

Jullie hebben, meer dan de andere huizen, spelers met grote schermbekendheid, verhoogt ook dat de wervingskracht niet?

"Ik merk zelf alvast dat het wel helpt. Er gaan veel deuren open omdat ze weten wie ik ben en waar ik voor sta. Maar voor alle duidelijkheid: bekendheid speelt geen enkele rol als wij kiezen voor mensen. We gaan ook niet in de internationale vijver vissen naar wie het hotst is. Elk contact is er omwille van een bloedband, een oud verhaal, een grote vriendschap, een geprikkelde interesse. Daarom werkt het ook goed.

"Toen ik indertijd in het ensemble van Het Toneelhuis zat, was ik daar om met Luk Perceval te werken. Hij kon natuurlijk niet alle producties zelf regisseren, dus werd ik evengoed in producties gestopt van jonge regisseurs X en Y. Dan dacht ik: moet dat nu echt? Als Julie Van den Berghe bij ons komt regisseren is dat omdat Steven van Watermeulen doodgraag met haar wil werken, hij levert een gevecht om ervoor te zorgen dat ze dat ook in de best mogelijke omstandigheden kan doen.

"Ook dat pleit voor ons huis van spelers. Met alle respect, maar een groot regisseur aan het hoofd, dat is een zon die schijnt en daar omheen draaien de planeten, maar die komen best niet te dicht bij de zon. Bij ons is dat heel anders. De dag dat er iemand opstaat die dit huis beter kan leiden, dan zal ik blij zijn. Ik wil hier niet weg, maar het is ook niet mijn ambitie om tot aan mijn pensioen op deze stoel te zitten, zoals het evenmin mijn ambitie is om intendant te worden van de Salzburger Festspiele. Ik wil gaan voor dit huis, met deze mensen. Toen Johan vertrok was ons verhaal simpelweg nog niet uitverteld."

In Nederland wordt er drastisch gesnoeid in de overheidssteun voor de kunsten. Ook bij ons zal er minder geld zijn voor structureel gesubsidieerde gezelschappen. Maak jij je zorgen?

"Die frontale aanval op de kunst in Europa, Nederland op kop, dat is verontrustend. Ik vind dat er niet bespaard zou mogen worden op cultuur. Maar ik vind ook dat mijn kinderen gezond zouden moeten eten op school. En ik vind ook dat de medische sector onwaarschijnlijk goed zou moeten functioneren.

"Waar ik niet tegen kan is de redenering: niet met mijn belastinggeld. Ik betaal ook mee voor zaken waar ik niet in geloof: voor defensie, bijvoorbeeld, of voor zware beveiliging bij sportwedstrijden. Maar zo gaat dat in een democratie.

"Nog erger is het plat populistische discours: moet dat eigenlijk nog wel: kunst subsidiëren? En altijd met diezelfde holle argumenten: ze masturberen op scène, lopen rond in hun blote, en er komt geen kat naar kijken. Zelfs louter als toeschouwer voel ik mij daardoor beledigd. Dat is gewoon totaal niet waar."

In Nederland zeggen ze: wij geven Nederland terug aan de Nederlanders, en gaan in tegen onze vijanden: het profitariaat van de islamieten onderaan, en bovenaan: de elite. Volgens hen ben jij daarbij, beste Wim. Ontwikkel eens een tegendiscours.

"Ik maak graag deel uit van die elite, want in die zogenaamde elite zijn we met velen. En een tegendiscours, tja. Ik ben geen opinionleader, ik schrijf geen columns in de kranten, ik kan dat ook niet. Ik denk dat het tegendiscours alleen maar kan gegeven worden op die planken. De geschiedenis heeft ons al zo veel geleerd over het belang en de functie van kunst in onze maatschappij. Als ik daarop zou ingaan, kan ik alleen maar in clichés vervallen. Waar ik wél van overtuigd ben: al branden ze alles plat, al wordt er geen frank meer gegeven, dan nog zal er iemand opstaan die een verhaal gaat vertellen, dan nog zal ik met mijn trekzak op de Grote Markt in Brussel gaan staan om een lied te zingen, zal ik met krijt op straat een tekening maken, niet eens iets politieks, misschien gewoon van een bloem. En voor je het weet ontstaat er opnieuw een cultuurindustrie. Want dat schijnen die politici te vergeten: dat cultuur ook industrie is, werkgelegenheid. Theaters zorgen ervoor dat de restaurants draaien, de taxi's rijden en dat mensen een mooi pak gaan kopen om naar de schouwburg te komen.

"En natuurlijk is in principe alles mogelijk. Als er geen geld is, kan ik als vrij bekende mens nog in mijn eentje in het vrije circuit gaan rondtoeren. Ik draai een goed programma in mekaar, ik speel tien jaar voor volle zalen, en dan koop ik een huis in het zuiden van Frankrijk. Maar dan zal ik niet kunnen kiezen voor een tekst van Peter Verhelst. Dan zal ik mij geen prachtig decor kunnen permitteren. Dan zal ik geen vijf andere mensen mee op scène kunnen vragen, of ik zou honderd euro voor een ticket moeten vragen. In het NTGent betaal je tussen de elf en vijfentwintig euro. Laten we toch met zijn allen goed blijven nadenken. De kunsten zijn zo belangrijk."

Wat is het prettigst en het lastigst aan het artistiek leiderschap?

"Als je even stopt met zagen, kun je niet anders dan beseffen: je krijgt dat prachtige theater en de hele machine eromheen, en jij mag, samen met een groep gelijkgestemde zielen, beslissen wat daarin gebeurt. Wil je de hal schilderen? Dan doe je dat. Wil je een avond organiseren rond dit of gene thema? Het gebeurt. Dat is fantastisch.

"Het lastige is dat het mij nooit meer loslaat. Ik zou het liefst iedereen in dit huis altijd helemaal gelukkig zien, wat geen mens ooit in zijn eentje kan waarmaken natuurlijk. Ik voel dat ik een olifantenvel begin te kweken, iets waar ik me als acteur altijd tegen heb verzet. Ik wil proberen om een artistiek leider te blijven die vertrekt vanuit kwetsbaarheid en onzekerheid. Ik weet echt niet alles, ik maak soms goede keuzes, soms foute, maar de intentie was altijd geweldig oprecht. Meer kan ik niet doen."

Om af te ronden: naar welke productie van volgend seizoen kijk je zelf het meest uit?

"Naar Olifant Jezus. Ik zou er zelf doodgraag in hebben meegespeeld, maar planning was zoals zo vaak de grote vijand. Oscar van den Boogaerd schrijft een nieuwe tekst, Steven Van Watermeulen en Elsie de Brauw spelen. Julie Van den Berghe regisseert. Van a tot z binnenskamers ontwikkeld en gemaakt. Dat mag volgens mij niemand gemist hebben."

Volgende week in deel II: Jan Goossens, artistiek leider van de KVS

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234