Maandag 18/10/2021

InterviewBas Heijne

‘Ik vind het leuker als mensen, net als ik, een beetje een buitenstaander zijn’

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

Schrijver en NRC-essayist Bas Heijne zoekt voortdurend naar nieuwe gezichtspunten. Ze zijn als eten en drinken voor hem. Zijn eigen zielenroerselen liggen wat minder aan de oppervlakte. ‘Ik vind emoties al vrij snel genant.’ Toch wordt dat zijn nieuwe uitdaging.

Bas Heijne (61) doet de deur naar de studeerkamer op de benedenetage maar even dicht. Zijn man, Peter Verduyn Lunel, solofluitist bij orkest Phion, is aan het spelen. Hij gaat voor naar de eerste verdieping van het huis dat vol staat met boekenkasten, met uitzicht op de Amsterdamse Keizersgracht. Zijn appartement in het 9de arrondissement van Parijs, waar hij een deel van het jaar woont, is niet veel anders ingericht: bed, tafel, twee stoelen, boekenkasten. Meer heeft de man, die sinds 1991 als essayist verbonden is aan NRC Handelsblad, er van 2001 tot 2018 wekelijks een column voor schreef, en daarnaast nog 36 boeken schreef en vertaalde, niet nodig om zijn gedachten over de wereld op papier te krijgen. In 2017 ontving hij de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza, voor zijn gehele oeuvre. ‘Heijnes werk geeft een vernieuwende impuls aan wat literatuur in maatschappelijke zin betekenen kan. Hij schrijft als een denker én denkt als een lezer’, oordeelde de jury.

‘Over zijn diepste zorgen spreekt hij zich daarentegen zelden hardop uit, en al helemaal niet in het openbaar,’ schreef zijn goede vriend, presentator en schrijver Cornald Maas in de laudatio die hij voordroeg tijdens de uitreiking. Maas herinnerde zich nog goed hoe zijn dierbare vriend aan een persoonlijk interview werd onderworpen, waarna de interviewer na afloop met de handen in het haar zat: ‘nog nooit had ze iemand met zoveel wezenloze afstand over zijn vroegste herinneringen horen spreken.’

Laatst twitterde je wel een persoonlijk bericht. Op een depressieve dag had je alle films uit de Naked Gun-serie achter elkaar gekeken. ‘Mijn reserves raken op’, schreef je.

“Ik heb een groot zwak voor de melige humor à la de Naked Gun-films, humor die zich zo van zijn eigen flauwheid bewust is dat het weer grappig wordt. Wat ik schreef was een grapje, maar er zit een kern van waarheid in. Ik ben bang om in apathie weg te zakken als ik niet werk, dan verlies ik het contact met de buitenwereld. Daar word ik rusteloos en paniekerig van. Dat gevoel had ik heel sterk toen de lockdown begon; ik hoorde van andere schrijvers dat er plotseling niets meer uit hun vingers kwam. Dat mag mij niet gebeuren, dacht ik, waardoor ik een soort overproductie ben gaan draaien. Daarbij kon ik me niet ontspannen als ik een week vrij had, dan zakte ik meteen in de put. Een stemmetje in mijn hoofd zei dan: jij kunt nu niet lekker ontspannen door in de zon te gaan liggen, iets wat ik normaal juist graag deed, je móét die lethargie op afstand houden, want dat voelt toch wel als een – depressie is misschien een groot woord – , maar ik word dan wel somber. Niet dat ik een fles whisky ga leegdrinken, maar ik moet dan iets doen. Waarom is de boekhandel niet open? Nou, dan ga ik maar weer naar de Jumbo.”

Angst voor de leegte?

“Ja, dat is het. Die is sowieso altijd sterk aanwezig bij mij, maar nu er geen afleiding is heb ik die helemaal. Het is de angst voor niksigheid, dat het leven betekenisloos aan je voorbij trekt. Als je dat wil psychologiseren, dan heb ik dat overgehouden aan het dorp waar ik ben opgegroeid, Zwanenburg. Thuis, bij mijn ouders en een zus had ik het fijn, mijn homoseksualiteit is ook nooit een issue geweest, dus daar lag het niet aan, maar ik had gewoon sterk het gevoel dat daar het echte leven niet was. Zo’n zondag die niet voorbij gaat, bij de buren zitten en niet weten wat je moest zeggen, dagen die een week leken te duren. En als ik door de bietenvelden naar mijn middelbare school in Badhoevedorp fietste, voelde ik me gewoon niet op mijn plek. Ik vluchtte in mijn hoofd. Omdat ik de werkelijkheid niet interessant genoeg vond, ging ik fantaseren, lezen en verhalen schrijven.”

Hoe kwam je die saaie zondagen door?

“Op zomerse dagen zat ik thuis met mijn neus in de boeken. Wat ik daarin las, was daar in Zwanenburg niet, maar ik wist dat het achter die horizon wel was. Ik richtte ook mijn eigen documentatiecentrum in, waarin ik de hele wereld in plaatjes wilde vastleggen. Daarvoor zette ik zelfs de schaar in een dure encyclopedie. Niemand die er ooit gebruik van maakte behalve ikzelf. Ik ben niet iemand die drie dagen naar een boom gaat kijken, dat hou ik nog geen uur vol, er moet iets prikkelen. En dat is wat ik mis nu je door corona niet meer overal naartoe kunt. De ontmoetingen met een onbekende, het onverwachte; die zuurstof begint op te raken. Dat bedoelde ik toen ik zei dat mijn reserves aan het opraken zijn.”

Je zucht naar nieuwe input en inzichten schijnt oneindig te zijn. Je goede vriend, Follow the money-journalist Eric Smit zei: ‘Bas is continue op zoek naar die persoon die hem verder brengt en verder laat denken.’ Je organiseert etentjes waarbij iedereen iemand mee mag nemen, alles om je geest te scherpen.

“Ja, want dan ontmoet je mensen uit een andere generatie, uit een andere wereld. Dat vind ik ook zo prettig aan mijn leven in Parijs. Opeens zit ik daar dan een hele avond aan de bar met een antiracistische activist, die in Niger is geboren en me vertelt over zijn jeugd in de Dordogne. Ik drink er wel twee keer zo veel dan hier in Nederland. Ik ben tien jaar niet dronken geweest en nu in één jaar drie keer. Maar dat soort avonden zorgen voor nieuwe geestelijke energie. Die hunkering naar een grote wereld, waarvoor ik als jongen in mijn hoofd vluchtte, is altijd gebleven.”

Vind jij jezelf een groot denker? Zo word je nogal eens aangekondigd, als dé denker des vaderlands.

“Nee, daar heb ik niks mee. Ik hoef ook geen eredoctoraat, dat interesseert me allemaal niks. Het gaat mij om de interactie, het instandhouden van contact, achterhalen wat er gaande is, betekenis geven. Het heeft niks te maken met dat ik mezelf een..., ik kan het niet eens uitspreken.”

Een groot denker vind?

“Ik ben ook niet iemand die even aan een pijp lurkt en vertelt hoe het zit. Dat is mij vroeger ook wel verweten. Waar staat Bas Heijne nou eigenlijk? Is hij conservatief of progressief? Dat is ook de beheersingsdrang die mensen hebben, die zie je nu ook in de coronacrisis. O, er is een grote crisis en nu moeten we meteen weten hoe onze wereld eruit gaat zien. Maar dat weet je dus juist niet, niemand kan nu overzien of de juiste beslissingen worden genomen. Mensen kunnen slecht met die onzekerheid omgaan.

“Ik wil me niet committeren aan een wereldbeeld, want dan ga je alles door die bril zien. En als ik alleen nog een progressieve bril op heb, kan het conservatisme mij niks meer leren. Ik blijf liever open, poreus.”

Dokter zonder recept, werd je genoemd.

“Ja, maar ik vind het een misverstand dat ik met een recept zou moeten komen. Je kunt niet voor alle spanningen in een samenleving één oplossing geven, en zeker niet op een A4’tje. Nederlanders willen altijd een A4’tje hebben met vier punten, zo voeren we het uit, maar dan verander je niks wezenlijk. Want dan ben je niet fundamenteel anders gaan kijken. Aan iedere verandering in een samenleving gaat een bewustzijnsverandering vooraf. Dat is mijn terrein.”

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

Als je als dokter naar de wereld kijkt, wat is dan jouw diagnose van Nederland op dit moment?

“Het belangrijkste probleem waar Nederland mee kampt zijn de schuivende verhoudingen als gevolg van de globalisering en de immigratie. Dat heeft, zowel economisch als geestelijk, enorme gevolgen. Als we onze computer openslaan kunnen we met iemand uit Hongkong chatten. Dat verandert onze manier van kijken naar de werkelijkheid om ons heen. Ineens worden we ons bewust van het ‘slavenpaneel’ op de Gouden Koets. De koning gaat daar nu echt niet meer in rijden. Onze samenleving is diverser geworden doordat we geglobaliseerd zijn. Hetzelfde geldt voor Zwarte Piet. Zolang er niemand vanuit het buitenland naar jou kijkt, kan zoiets lang blijven bestaan. Totdat iemand zegt: what?! Blackface? Dat schudt je hele wereld door elkaar. Dat heeft allemaal gevolgen voor hoe jij je verhoudt tot je omgeving. Veel mensen zien het verdwijnen van Zwarte Piet als een verlies dat als een verrijking wordt gepresenteerd. Daardoor ontstaat er haat tegen de elite, want die is in de ogen van een aantal radicaal rechtse partijen alleen maar bezig het vertrouwde Nederland af te breken. En daardoor schuiven andere partijen nu ook meer die kant op.

“Kijk naar Frankrijk. Macron is nu erg naar rechts opgeschoven om Marine Le Pen de wind uit de zeilen te nemen. Dus Marine Le Pen heeft al veel invloed gehad, ook al wint ze de verkiezingen niet. Dat zie je hier in Nederland ook.

“Kijk naar het verkiezingsprogramma van de PVV, waarin fundamentele discriminatie zit: de partij behandelt sommige Nederlanders als mindere burgers. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van Wilders om mensen met een dubbele nationaliteit het kiesrecht af te nemen. Dat is de derde partij van het land, maar niemand gaat meer de straat op om ertegen te protesteren, we zijn eraan gewend geraakt. Op televisie mag hij uitgebreid over zijn katten Snoetje en Pluisje praten, terwijl hij aan de fundamenten van de rechtstaat zaagt. Nou denk ik niet dat de PVV Nederland gaat overnemen maar, net als bij het voorbeeld van Macron en Marine Le Pen, heeft het wel enorme invloed.”

Veel mensen denken mee over waar het heen moet met de wereld. Hun visie gooien ze vervolgens op sociale media. Snap jij de behoefte van die mensen?

“Ik denk dat het komt doordat mensen het gevoel hebben dat ze de regie over hun leven kwijt zijn. Ze waren altijd gewend om hun eigen ding te doen, politiek en commercie hebben ons almacht aangepraat. En plotseling staan ze onder een regime en zijn ze hun onafhankelijkheid kwijt. Daarom worden die Willem Engels helemaal gek, dat zijn van die vrije jongens die zichzelf ineens tot marionetten zien worden van een regering die ze dwang oplegt, autoriteit opeist. En in wezen geldt dat voor iedereen, je bent het initiatief kwijt. Ik kan me goed voorstellen dat je dat initiatief wil heroveren door driftig op Twitter foto’s te delen van mensen die zich in parken niet aan de regels houden of statistieken over Zweden te delen. Het helpt alleen zo weinig.”

Wat wel?

“Je kunt jezelf beter concentreren op de dingen waar het je echt om gaat. Probeer binnen de mogelijkheden die je wel geboden worden wezenlijke ervaringen op te zoeken. Ik heb dat zelf gedaan door in Parijs naar musea te gaan toen die nog open waren. Alle zalen waren leeg. Het was unheimisch. Tegelijkertijd kon ik voor het eerst van mijn leven in mijn eentje de Mona Lisa zien, want normaal stonden er vijfhonderd mensen met mobieltjes omheen. Dit ga ik echt nooit meer beleven, dacht ik. Natuurlijk is het tragisch voor mensen in de kunst, de horeca, et cetera, maar tegelijkertijd hoeft dat je niet te weerhouden die intense momenten op te zoeken. Kijk naar die schone luchten die je anders nooit ziet.

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

“Het is goed om je zorgen te maken, want dat betekent dat je je engageert, en zonder een diepgevoelde emotie van onrecht, is er ook geen noodzaak om dingen te veranderen, maar als het alleen maar een paranoïde gebedsmolen vol nerveuze oprispingen wordt, kun je beter zelf een brood gaan bakken, zoals al die mensen op Instagram doen. Dat snap ik ook, alleen de behoefte om ieder zelfgebakken brood aan anderen te willen laten zien weer wat minder.”

Cornald Maas zei: ‘Zorgeloos zijn bestaan leiden is geen talent van Bas. Reflectie is er altijd.’ Heb je door al dat denken een soort derde oog ontwikkeld dat je behoedt voor dit soort banale neigingen?

“Ja, dat is zo. Ik vind emoties al vrij snel genant. Het is verlies van controle, je hebt jezelf niet meer in de hand. Dat heb ik in mijn relatie moeten leren. Toen ik Peter ontmoette was ik 26, en ik meende dat ik niemand nodig had in mijn leven. Ik vond Peter wel heel leuk, maar na drie maanden zei hij: ‘kom eens over de brug, zo ga ik er niet meer verder.’ Ik schrok me een hoedje want ik wilde hem niet kwijt, maar wist niet goed wat ik met emoties moest. Ik reageer ook vrij secundair. Als ik een slecht bericht krijg over mensen die ziek of dood zijn, raak ik eerst verlamd. Pas een paar uur erna komt het binnen. Als ik geconfronteerd word met heftige emoties is mijn eerste reactie om het een plek te geven waardoor het beheersbaar wordt – dat is ook de kern van mijn werk. ‘Het is verschrikkelijk, maar laten we kijken wat er aan te doen valt, bedenk wat je allemaal nog wel hebt’, zeg ik dan bijvoorbeeld. Ik probeer het altijd goed te maken voor mensen. Misschien heeft dat met mijn moeder te maken, zij was wel een emotioneel iemand. Ze had, net als veel vrouwen uit haar generatie, het gevoel dat er veel meer in had gezeten als ze dezelfde kansen had gekregen als mannen. Daar had ze zo’n last van dat ik het toch wel een depressie kan noemen. Ik denk dat het daar vandaan komt dat ik probeer te redderen. En dan ga je voorbij aan je eigen emoties.”

Je moeder was ook je steun en toeverlaat bij het scherpen van je geest. Je las je columns vóór publicatie aan haar voor. Tot zij alzheimer kreeg. Heb je door haar ziekte iets ontdekt over dat er meer is dan je hoofd?

“Ja, de alzheimer die mijn moeder in de laatste jaren van haar leven had, is wel een van de belangrijkste lessen die ik leerde. Ik had een sterke band met mijn moeder, we deelden onze passie voor taal. Zij was een enorm liefhebber van Reve en Wolkers, die vrat ze. Ook poëzie las ze, hele gedichten kende ze uit haar hoofd. Ze had een scherpe geest, was humoristisch, en vilein. Als ik mijn column aan haar voorlas, kon ze precies aangeven waar net een woord te veel stond. Maar op een gegeven moment merkte ik dat het minder werd. Ze herhaalde veel en sommige dingen kwamen niet goed aan. Maar daardoor ontdekte ik dat je op een gevoelsmatige manier juist dicht bij elkaar kunt zijn. Ik kan me veel waardevolle, emotionele momenten met mijn moeder herinneren, die ik echt niet had willen missen. Een aanraking, een innige omhelzing. Ik ben er ongewapender door geworden. Want als iemand alleen nog maar sensitief is, kun jij je niet meer verschuilen. En die neiging heb ik altijd gehad.”

Toen je moeder in het verpleeghuis met haar medebewoners Brandend zand zong liep je weg, begreep ik van Cornald Maas. Waarom?

“Mijn moeder zat de laatste zes weken van haar leven op een gesloten afdeling, ze kon er amper aarden en toen ik haar daar op een dag opzocht deed ze iets wat ze in haar ‘vorige’ leven nooit zou hebben gedaan: onder muzikale begeleiding zong ze in de aula Brandend zand (van Anneke Grönloh, red.), samen met alle lotgenoten. Ik stond achterin de aula, zij zag mij niet. Ik vond het erg genant voor haar. Ik weet dat zij dat normaal nooit zou doen, ze was helemaal niet van de smartlap, meer van de Matthäus Passion. En zij was iemand die verlies van decorum vreselijk vond, waardigheid stond bij haar hoog in het vaandel. En dan zie je haar ineens volgzaam meezingen. Ik dacht: hier heeft ze mijn blik niet bij nodig. Dus toen ben ik stilletjes weggegaan.

“Ik heb haar voor mijn gevoel verraden door haar daar achter te laten. Mijn moeder zei: ‘Neem jij me mee?’ Toen ik uitlegde dat ik dat niet kon doen, zag ik echte wanhoop. ‘Ik hou haar wel tegen’, zei de verpleegster tegen mij. Dat is het ergste dat ik ooit heb gehoord. De laatste woorden van mijn moeder waren: ‘Ik wil bij jullie blijven’. Dat is een van de lastigste momenten in mijn leven geweest. Mijn vader was erbij. Hij kon de zorg voor mijn moeder niet meer aan. Het legt zo’n druk op een huwelijk als iemand steeds van crisis naar crisis gaat en ook agressie toont. Mijn moeder kon net als ik niet tegen controleverlies. Ze werd opstandig, ze kon het niet accepteren.

“Dus toen ik haar zag zingen, zag ik dat ze had gecapituleerd. Ze deed braaf mee omdat ze de weerstand niet meer had om er tegenin te gaan. Kort nadat haar verzet was gebroken is ze overleden. Niet veel later stierf mijn vader aan kanker.”

Heb jij dat ook, ergens niet in mee kunnen gaan? Je goede vriend en Volkskrant-journalist Hassan Bahara vertelde dat hij je niet voor zijn verjaardag uitnodigde. Hij zag je echt niet in een kringetje in zijn huiskamer zitten.

“Ik ben sociaal, maar niet in de vorm van sociale plichtplegingen. Ik heb niks met vormelijkheid waarbij de vorm in wezen toch een soort surrogaat is voor emoties. Ik kan mijn verjaardag vieren op de dag dat ik helemaal niet jarig ben. Ik ben getrouwd aan een stadsloket en we hebben geen feest gegeven. Het is de angst dat je je conformeert aan iets wat je eigenlijk zelf niet meer echt bent, maar waarmee je wel genoegen neemt. Dat zag ik bij mijn moeder in haar hulpeloosheid, maar dat zag ik ook vroeger in Zwanenburg.”

Toen ik Bahara aan de lijn had en hij nadacht over wat jij voor hem betekent, begon hij te huilen.

Heijne schiet zelf vol. “Oh echt? Hassan huilen... Zo ís onze vriendschap niet. We zien elkaar weinig, we appen veel, maar hij is echt een van mijn dierbare vrienden, hij was ook getuige op mijn huwelijk. Maar wij zijn helemaal niet zo emotioneel met elkaar, zoals eigenlijk bij al mijn vrienden. Die afstandelijkheid die ik heb, heeft Hassan ook in zijn persoonlijkheid, hij heeft hetzelfde ongemak. Daardoor raakt het me. Wij hebben het daar nooit over, maar het is wel fijn om te horen dat je iets voor iemand betekent.”

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

Zijn emotionele reactie verbaasde hem zelf ook. Later appte hij: ‘Ik denk dat praten over Bas mij zo aangreep omdat ik zoveel gehad heb aan zijn kalme empathie. Hij houdt niet van sentiment omdat hij ziet dat je je er ook in kunt verliezen.’ Hassan vertelde dat het veel voor hem betekende dat jij hem vroeg of hij je column wilde lezen voordat hij wordt gepubliceerd.

“Ik kan me geen betere meelezer indenken.”

Behalve Bahara was ook Volkskrant-journalist Nadia Ezzeroili getuige op je huwelijk. Zij en Hassan hebben Marokkaanse roots en ervaren dat als je opklimt op de maatschappelijke ladder, je vanzelf terechtkomt in een steeds wittere omgeving. ‘Dan speelt je afkomst altijd op een of andere manier een rol’, zeiden ze. ‘Bij Bas is dat nooit het geval.’

“Ik weet dat zij dat vaak zo ervaren, maar ik voel dat niet, ze zijn gewoon mijn vrienden. Ze hebben allebei enorm veel humor, en zijn superslim, ze kunnen heel goed dingen doorzien.”

Voor Hassan ben je de vader die hij nooit heeft gehad, vertelde hij. Nadia had tijdens haar zwangerschap geen contact met haar moeder, waarna jij een subtiele moederrol aannam. Je kwam met taartjes aanzetten, niet zo goed wetende waar een baby behoefte aan heeft, maar je was er wel. Voor Eric Smit had je een belangrijke bijdrage in zijn ontwikkeling, dankzij jou leerde hij minder primair te reageren. Heb jij een zwak voor kwetsbare vogeltjes omdat je er iets van jezelf in herkent?, vroeg Hassan zich af.

“Oh echt? Ik wist dat niet, zo praten we niet met elkaar. Maar het zou kunnen dat ik in hun iets van mezelf in herken. Blijkbaar zoek ik mensen die er ook niet helemaal in passen, in het establishment, in de universitaire wereld, in de journalistiek, in de politiek. Je hebt mensen die samenvallen met het milieu waarin ze zich begeven, dat is meestal heel saai. Ik krijg het daar benauwd van. Ik vind het leuker als mensen, net als ik, een beetje een buitenstaander zijn.

“Ik had een tekst over Bach voor het programmaboekje van de Matthäus Passion in Naarden geschreven en werd toen uitgenodigd voor de opvoering. Daar komt het hele kabinet, maar ook de bestuurlijke elite. Hassan was meegegaan. Wat me opviel was de onzekerheid die je bij die elite ziet. Eigenlijk zijn er maar een paar mensen die iets van Bach weten, de rest is er erg onzeker over dat ze betrapt worden op hun onkunde. Maar ja, je moet er heen, je moet er gezien worden. Rutte was er ook, samen met Stef Blok, die zat de hele tijd naar het plafond te kijken. Dus men doet allemaal iets omdat men denkt dat het moet. Ik vond dat vermakelijk om te zien. Uiteindelijk is iedereen in Nederland omhooggevallen. En doordat mensen zo onzeker zijn is het conformisme groot; zo wil ik nooit worden. Want als je je vastlegt in iets wat je niet bent, raak je jezelf kwijt en haal je niet uit het leven wat er uit te halen valt. Dat gevoel heb ik heel sterk.”

Dan kom je weer in Zwanenburg.

“Ja, dan kom je uit bij het jongetje dat door die akker fietste. Ik heb er lang over gedaan om te denken: het maakt niet uit dat ik geen oplossingen bied en dat ik niet altijd een hapklaar profiel heb, juist dat zoekende is mijn stem. Maar ooit zei iemand tegen me: ‘Jij verschuilt je achter je onderwerpen.’ Dat kwam wel aan. Blijkbaar wordt het tijd om nu ook te laten zien wie ik ben. Om intiemer te gaan schrijven. Dat wordt mijn volgende etappe. Eindelijk wat minder over de wereld schrijven, maar vanuit de intiemere wereld in mezelf.”

CV Bas Heijne

9 januari 1960 Geboren in Nijmegen

1978–1984 Engelse taal- en letterkunde aan Universiteit van Amsterdam

1983 Debuteerde met roman Laatste woorden

1991–heden Essays voor NRC Handelsblad

1992 Tweede roman: Suez

2001–2018 Wekelijkse column voor NRC Handelsblad

2008 Presentatie Zomergasten

2014 J. Greshoff-prijs voor essay Angst en schoonheid

2017 P.C. Hooftprijs voor zijn beschouwend proza

2018 Vierdelige tv-serie Onbehagen

Heijne schreef vele essays en boeken, waarvan de nieuwste ­Leugen en ­Waarheid is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234