Maandag 16/05/2022

InterviewJoris Hessels

‘Ik vind het fijn om aan dat beeld van de zelfverzekerde luxecallgirl te krabben en iets kwetsbaars bloot te leggen’

null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

Er snort een uiterst hoffelijke taxichauffeur door het uitzendschema van Canvas: Joris Hessels (41) is het type dat de snelheidsovertreding schuwt, zijn passagiers alleen zijdezachte kussens onder de kont duwt, en de taximeter lang voor de bestemming bereikt is al uitknipt. In Taxi Joris doet Hessels wat hij ook al zo aardig en vaardig deed in Radio Gaga, De weekenden en Gentbrugge: mensen opblinken.

Jeroen Maris

Joris Hessels: “Ik wilde al lang een taxi als decor voor een programma. Maar het idee heeft wat jaren moeten rijpen. Het eerste plan – een echte Brusselse taxi overnemen en gewoon kijken wie er instapt – zat me niet zo lekker. We hebben dat getest en het was tof, maar ik vond het moeilijk om mensen te overvallen met een camera. Ik ben niet het type dat met een bulderend ‘Hallo, televisie!’ iemands leven binnenwalst, hè. Ik vind het fijn als mensen een beetje voorbereid zijn, als ze weten dat een camera straks hun kwetsbaarheid zal noteren. Dan ben ik zelf ook meer op m’n gemak.”

Ik heb een hekel aan auto’s, maar hou van taxiritten. Hoe zit dat bij jou?

“In mijn leven heeft de taxi lang niet bestaan. Het was een luxeding, iets van een verre wereld waar ik niet aan deelnam. Ik kom uit een gezin waarin soberheid een groot goed was, hè. Pas toen ik in het theater en voor de televisie begon te werken en wat centen verdiende, ontdekte ik de taxi. De vanzelfsprekendheid waarmee je er eentje neemt na een avond stappen met vrienden: dat was een revelatie voor mij.

“Ik vind het moment van instappen magisch, en al helemaal wanneer ik alleen ben. Dat wederzijdse taxeren, het besef dat de chauffeur en ik de volgende minuten tot elkaar veroordeeld zijn in een kleine blikken doos, afgesneden van de buitenwereld… Je voelt ook meteen wat het plan is, of de chauffeur wil praten dan wel zwijgen. Een middenweg is er doorgaans niet: het is de stilte of het royale gesprek.”

In dat tweede geval volgt er vaak een groot en roerig levensverhaal – dat is tenminste mijn ervaring.

“Het is een heel eenzame baan, hè, taxichauffeur zijn. Vaak zit daar een hele historie achter. En als je dan met z’n tweeën in die besloten ruimte zit, als gevolg van het toeval, volgt die geschiedenis als vanzelf. Hoe diep en persoonlijk zo’n gesprek snel wordt, dat verbaast me telkens weer.”

Het is net omdat je onderdeel bent van een tijdelijke, zakelijke transactie dat je heel persoonlijk kunt worden, denk ik. De ander verwacht niets van je, want je zult zo meteen uit zijn leven verdwijnen. Je hoeft je dus ook voor niets te schamen.

“Precies: de relatie bestaat alleen tussen vertrek en eindpunt. Daarna is er het afscheid, en zie je elkaar in principe niet meer terug. En net dat maakt het zo veilig om elkaar iets toe te vertrouwen, natuurlijk. Eerlijkheid is prachtig, maar zorgt ook altijd voor blessures. En in zo’n taxi kun je onbeschroomd eerlijk zijn zónder dat het consequenties heeft.

“En toch: iets in mij wil dat moment dan bestendigen, er een vervolg aan breien. Dat is een rode draad in mijn leven, vrees ik: hoe klein ook, ik verschrompel bij elk afscheid. In Taxi Joris heb ik dat handig kunnen oplossen. Met een aantal van de geportretteerden doe ik meerdere ritten.”

Zou je een goeie taxichauffeur zijn, denk je?

“Een heel slechte. Stiptheid is niet iets waarom ik geprezen word: ik zou overal te laat zijn. En ik zou blokjes om blijven rijden, gewoon omdat ik een gesprek te mooi vind om af te breken. Dat lijkt me toch wat te vloeken met de ambitie van een reiziger om zo snel mogelijk van punt A naar punt B te geraken. (lacht)

“Je hebt al wat afleveringen van Taxi Joris kunnen zien, toch? Wat denk je? Zullen de mensen het mooi vinden?”

Vreemd dat je daar nog aan twijfelt. Drie seizoenen Radio Gaga, twee jaargangen van De weekenden en één keer Gentbrugge hebben toch duidelijk gemaakt dat er veel appreciatie bestaat voor jouw soort timide televisie?

“Mja, je hebt allicht gelijk… Ik ben gewoon bang dat mensen dat soort televisie beu worden: ‘Met dat gebabbel altijd.’ Ik heb intussen ook Viervoeters gemaakt, met Dompi (Dominique Van Malder, red.). Dat was een al bij al vrij luchtig programma waarin we de geschikte baasjes zochten voor asielhonden. Het was waar ik op dat moment nood aan had. Iets anders dan de kleine empathie, een programma dat gewoon leuk en fijn was – bij een ander productiehuis en voor een andere zender. Ik heb daar nog altijd geen spijt van, ook al kreeg ik verbaasde reacties: ‘Wat ben jij nu aan het doen, Joris?’ Maar het is natuurlijk wel zo dat een programma als Taxi Joris me écht op de huid getatoeëerd staat. In die auto zitten en praten met iemand, dat doe ik graag, en dat doe ik goed. Dit soort televisie zit het dichtst bij wie ik ben.”

Canvas lijkt me ook een goede wei voor je programma’s. Je wordt er niet voortdurend geverbaliseerd door de kijkcijferpolitie.

“O ja, dat vind ik zelf ook. Ik zou alleen nog moeten leren om wat dover te worden voor de stemmetjes binnen de televisiewereld.”

Welke stemmetjes bedoel je?

“Mensen die me zeggen dat Canvas toch maar een klein theaterzaaltje is. Dat ik de grote, volle tribunes van Eén of een andere grote zender moet ambiëren. Ik weet wat ik daarop moet antwoorden: dat ik nergens anders zo hard mijn eigen ding kan doen als bij Canvas. Dat ik er met rust gelaten word, en dat de appreciatie voor mijn soort televisie er zo groot is. En toch begint het dan te malen in mijn hoofd: hebben ze gelijk? Moet ik iets anders ambiëren?”

Het lijkt alsof je voortdurend door de ogen van anderen naar jezelf kijkt.

“Ja, dat is een juiste analyse. Ik zou moeten leren om gewoon blij en trots te zijn. En om mezelf af en toe een medaille te geven. Misschien voel ik me nog te veel een Kuifje dat verbaasd de wereld ontdekt. Dat ik hier sta, dat ik die programma’s mag maken, is dankzij mezelf. Maar in mijn hoofd klinkt het anders: daar is het ondanks mezelf.”

Beschouw je jezelf, nu de focus verschoven is naar programma’s maken, nog altijd als een acteur?

“Toch wel. Dat rolletje in Albatros heeft me goed gedaan. Tegelijk besef ik wel dat het met elk programma dat ik maak moeilijker wordt om ook nog een acteur te zijn. Op een bepaald moment ben je voor het publiek een televisiemaker, hè, en kun je niet meer verdwijnen in een rol.

“Ik zou wel graag een fictiereeks schrijven. Er is een kant van mij die ik in mijn programma’s zo onzichtbaar mogelijk maak. Mijn hang naar melancholie, bedoel ik, het donkere en sombere dat in me leeft. In een fictiereeks zou ik die duivels wel kunnen laten dansen. Dat is dus mijn goed voornemen voor dit jaar: zo’n reeks schrijven. Maar daar is rust voor nodig in m’n hoofd, en laat net dat weleens een probleem zijn bij mij. (lacht)

Met luxe-escort Noa in ‘Taxi Joris’. Beeld VRT
Met luxe-escort Noa in ‘Taxi Joris’.Beeld VRT

KLEIN HANDGRANAATJE

In Taxi Joris kies je opnieuw voor een mozaïek: elke passagier heeft een ander verhaal.

“Thematelevisie – een specifiek onderwerp uitpuren in een reeks – ligt me niet zo. Ik hou van die mozaïekvorm: even meelopen met mensen, en zo heel veel verschillende verhalen verzamelen.

“In Taxi Joris ben ik onder meer op zoek gegaan naar mensen die me iets meer kunnen vertellen over onderwerpen die me fascineren. Er is bijvoorbeeld Inge, een huisarts die bij mensen thuis euthanasie voltrekt. Daar wil ik dan meer over weten: waarom zoekt iemand dat op? Want een dokter hóéft dat niet te doen, en er staat ook geen financieel voordeel tegenover. Maar Inge legt dat heel gloedvol uit: ze vindt het onbegrijpelijk dat we zoveel aandacht besteden aan de omstandigheden waarin mensen geboren worden, maar niet aan die waarin ze doodgaan. Ze ziet het als haar taak om ervoor te zorgen dat ook het sterven iets van schoonheid krijgt.

“Pater Kristiaan vind ik ook zo’n prachtige figuur. Hij is de pastoor van al wie onderweg is – de foorkramers, de circusartiesten, de leurders. De laatste der Mohikanen: hij is 92, en zal allicht niet opgevolgd worden. Het is geweldig om te zien hoe geliefd hij is in de wereld van de kermis. Hoe belangrijk dat voor hém is, ook: net bij diegenen die eeuwig onderweg zijn, heeft de pater zijn thuis gevonden. Op dat soort mensen word ik altijd weer verliefd: zij die de verbinding zoeken. Die het leven niet zien als een wedstrijd die je in je eentje loopt.”

Ik viel helemaal voor Rudy, een door en door aardige man die zijn leven op pauze heeft gezet zolang zijn vrouw in de gevangenis zit.

“Ja! Zolang zij daar zit, kan hij niet vrolijk aan het volle leven deelnemen, vindt hij. Een andere optie heeft hij zelfs niet overwogen. Elke dag maakt Rudy foto’s van de vogels in zijn volière, en tijdens het bezoekuur bezorgt hij die aan zijn vrouw. De liefde willen vieren, het fundamenteel góéd willen doen, en de eenzaamheid erbij nemen: het breekt mijn hart.”

Rudy is exemplarisch voor de types die je doorgaans portretteert, denk ik: mensen op wie je onmogelijk boos kunt worden.

“Ik zal inderdaad niet snel iemand opvoeren bij wie je weerzin voelt. Ik ben vooral op zoek naar schoonheid. Als ik iemand uitnodig in m’n taxi, wil ik ook dat die persoon zich veilig voelt, en niet op z’n hoede moet zijn voor conflict. Iemand als Eric Goens slaagt erin om in een gemoedelijk gesprek altijd weer ook een klein handgranaatje te gooien. Dat kan ik niet. Was ik de gastheer in Het huis, het zou een gezellige boel worden. Maar dat ene pinnige vraagje, dat zou ik altijd weer vergeten.”

Zou het toch niet interessant zijn om eens een programma te maken met mensen die net diametraal tegenover jou staan? Met een voetbalhooligan, een racist, een antivaxer?

“Goeie suggestie – ik schrijf het op. Nu, het is niet zo heel makkelijk om dat soort mensen te vinden. Of beter: om ze te overtuigen om mee te werken aan een televisieprogramma.

“In Taxi Joris stap ik ook al eens uit m’n eigen bubbel. De wereld van Noa, bijvoorbeeld, een luxe-escort, is volkomen onbekend terrein voor mij. En dan vind ik het fijn om aan dat beeld van de soevereine, zelfverzekerde, alles weglachende callgirl te krabben, en iets kwetsbaars bloot te leggen – iets wat ik herken.

“Ik werk nu ook aan de derde reeks van De weekenden. Twee mensen die we mogelijk zullen portretteren, gaven schoorvoetend toe dat ze niet gevaccineerd zijn. Of dat een probleem zou vormen, wilden ze weten? Ik vind dat een interessante kwestie, omdat het zo’n gevoelig, gepolariseerd debat is. Instinctief loop ik ervan weg: ik hou er niet van als de gemoederen hoog oplaaien, als mensen echt tegenover elkaar komen te staan. Evelien, mijn vriendin, is daar veel steviger in. Ze werkt in de zorg, en is heel categoriek: wie niet gevaccineerd is, komt er bij ons thuis niet in. Enfin, ik zit er al lang over na te denken, en ik denk toch dat ‘De weekenden’ zo’n heikel thema kan dragen. Net omdat het een programma is waarin de tijd genomen wordt, waarin mensen zichzelf niet haastig hoeven uit te leggen in één soundbyte. Er is een journalistieke grens, natuurlijk: we zullen nooit een podium verschaffen aan mensen die beweren dat corona een verzinsel is om de Grote Reset te forceren. Maar eens goed luisteren naar mensen die bang zijn, die zich onbehaaglijk voelen, misschien zou dat geen kwaad kunnen. Misschien vinden we zo de nuance terug.”

‘‘Viervoeters’ was een programma dat gewoon fijn was. Daar had ik op dat moment nood aan. Ik heb er nog altijd geen spijt van, al kreeg ik wel verbaasde reacties: ‘Wat doe je nu, Joris?’’ Beeld SBS
‘‘Viervoeters’ was een programma dat gewoon fijn was. Daar had ik op dat moment nood aan. Ik heb er nog altijd geen spijt van, al kreeg ik wel verbaasde reacties: ‘Wat doe je nu, Joris?’’Beeld SBS

DUN PAPIER

Je gaat altijd op zoek naar datgene wat mensen delen, niet naar wat ze uit elkaar drijft. Ik kan me voorstellen dat de coronacrisis een taaie hap is voor je: het collectief esprit van maart 2020 verkruimelde snel.

“Mja, maar je kunt toch net zo goed zeggen dat er veel schoonheid blootgelegd is? Die hoge vaccinatiegraad in Vlaanderen, bijvoorbeeld: daar spreekt naast pragmatisme toch ook zorgzaamheid uit?

“Ik vind het wel ontgoochelend dat politici er niet in slagen om een collectief verhaal uit te dragen. Ze maken dagelijks gebruik van tientallen communicatiespecialisten, en nog lukt het niet om iets te vertellen waar we met z’n allen achter kunnen staan.”

Moeten we dat verlangen wel op de overheid projecteren? Als we allemaal eilandjes zijn, hoe zouden politici ons dan kunnen verenigen?

“Ik begrijp wat je bedoelt, maar iedereen een eiland… Ik vind dat een wel heel strenge aanname. Ik snap dat een samenleving niet de hele tijd een euforische wei van Rock Werchter kan zijn, maar we verbinden ons toch met elkaar? We zoeken toch naar aansluiting? Bijna acht miljard mensen leiden heel uiteenlopende levens, maar we lopen met z’n allen wel elke dag op dezelfde dingen. We verlangen naar liefde, we zoeken naar geluk, we worstelen met sterfelijkheid. Ook met de voetbalhooligan, de racist en de antivaxer deel ik iets: voor mij is dat een geweldige bron van troost.

“Niet alleen zijn: dat is de grote drijfveer in alles wat ik doe. Ergens in mij zit een gevoel van verlatenheid, een somber sentiment dat ervoor zorgt dat ik me ook in een vrolijke vriendengroep of een groot gezin als het mijne plots heel alleen kan voelen. Ik detecteer het ook heel snel bij andere mensen. Alles waar ik troost uit haal – de muziek waar ik van hou, de films, de boeken – gaat in wezen daarover: de eenzaamheid verslaan.”

‘Mensen zijn gemaakt van dun papier’, zong Jonas Winterland in de eerste aflevering van Taxi Joris.

(knikt) Dat ene zinnetje vat mooi samen hoe ik naar de dingen kijk. Mensen zijn broos, en dus moet je mild zijn.

“De grote paradox in mijn leven is dat ik die mildheid heel makkelijk kan opbrengen voor andere mensen, maar voor mezelf net heel streng ben. Ik zie wat ik níét goed doe, waarin ik tekortschiet. En daar wil ik van af.”

Dat zeg je al lang.

(zucht) Ik weet het, ik weet het. Ik heb een prachtig gezin, maar ik heb het gevoel dat ik daarin niet altijd de beste versie van mezelf ben, en dat frustreert me. Vaak neem ik me ’s ochtends voor om rustig te blijven, en mijn eigen ruimte te bewaken. Om niet opgefokt door het leven te hollen. Op het einde van de dag blijkt dat dan mislukt te zijn, en word ik boos op mezelf. Terwijl dat eigenlijk perfect normaal is: niemand slaagt erin om altijd de beste versie van zichzelf te zijn.

“Evelien is heel geduldig met me. Praat, en spreek uit wat je nodig hebt, zegt ze. Ik vind dat een prachtige vorm van liefde. Ze weet ook dat ik dat uit mezelf niet zou doen. Dat de angst om te kwetsen er vaak voor zorgt dat ik m’n eigen verlangens niet uitspreek. Ik hoop op een punt te komen dat ik de kwetsbaarheid die ik in anderen zo stimuleer en bewonder aan mezelf kan toestaan.

“Tegelijk levert die vriendelijkheid van me, dat omzichtige omgaan met anderen, me ook veel op. Het is een troef die ik bewust en onbewust inzet. Ik moet er ook weinig moeite voor doen. Hetzelfde met die eeuwige excuses. Ik ga al sorry fluisterend door het leven: ik maak me zo klein mogelijk, in de hoop in niemands weg te staan. Maar dat zorgt er ook voor dat ik zowel privé als in mijn werk mensen in een mooi daglicht kan zetten, dat ik ze doe glanzen. Alleen moet ik er dus over waken dat het duidelijk is waar ik voor sta. Dat ik niet op alles ja zeg, alles toesta, totdat wie ik ben helemaal wazig en vaag wordt. Ik moet ook eens het licht durven op te eisen.”

In Taxi Joris zitten al kleine glimpen van je eigen leven. Wanneer je ergens moet wachten, bel je met mensen die je dierbaar zijn. Je moeder, bijvoorbeeld.

“Die gesprekjes zijn an sich niet opzienbarend: het blijft allemaal luchtig en vrolijk. Het is niet dat de peilloze diepten van een moeder-zoonverhouding worden uitgespeld. Maar inderdaad: zo durf ik toch al iets meer van mezelf te laten zien.”

Wat me opvalt: we horen je nooit met je vader bellen.

“Daar is een heel prozaïsche reden voor: hij behoort tot de generatie mannen die de telefoon opneemt met ‘Ik zal uw moeder doorgeven’. (lacht)

“Zowel fysiek als qua persoonlijkheid lijk ik heel erg op mijn vader. Dat speelse, dat sociale, die hang naar contact met iedereen… En net als ik is hij een kameleon, iemand die zich aanpast aan wie hij ontmoet – en zelfs het dialect overneemt van de persoon met wie hij praat.

“Het was mijn vader die me als kind meenam naar theaterstukken en concerten. De grote gesprekken voerden we niet, maar als we samen naar pakweg Bram Vermeulen zaten te kijken, voelde ik een innige verwantschap. Ik geloof dat mijn vader heel blij is met wat ik nu doe, omdat het de dingen zijn die hij óók wilde, maar niet mocht.”

Waarin lijk je op je moeder?

“We zijn beiden te bezorgd, we verliezen ons soms in empathie. En ik vermoed dat ze mijn eeuwige verlangen om het perfecte kind te zijn ook wel herkent. Die zoektocht naar fijn bevonden worden, die angst om alleen te zijn: daarin lijken we op elkaar. Ze heeft het ook moeilijk met afscheid, blijft soms trekken aan een vriendschap die al lang verdronken is. Eigenlijk zou ik haar eens willen zeggen dat het goed is. Dat ze mild mag zijn voor zichzelf, dat ze de bezorgdheid mag loslaten. Precies wat ik mezelf probeer te vertellen, dus. (lacht)

In interviews heb je je al enkele keren laten ontvallen dat je graag ooit het grote, definitieve gesprek met je ouders wilt voeren.

“Waarop mijn moeder dan altijd zegt: ‘Vooruit, wanneer gaan we eens samen op een terras zitten?’ (lacht) Maar zo eenvoudig is dat niet. Je kunt zo’n moment niet organiseren, hè. En je wilt ook niets kapotmaken. Want dat is altijd het risico als je jezelf helemaal gaat uitleggen: dat je de ander kwetst, ook al is dat helemaal niet de bedoeling. Bovendien vind ik het moeilijk om mijn donkerste kant te laten zien aan de wereld – en dus zeker: aan mijn ouders. Ik zweet al peentjes bij de gedachte dat ze dit allemaal zullen lezen. (lacht)

“Het wringt wel een beetje dat ik bekendsta als iemand die met iedereen kan praten, maar dat ik toch een zekere schroom voel tegenover mijn eigen ouders. Maar wellicht is het logisch dat je makkelijker praat met iemand die geen verwachtingen koestert, en met wie je geen geschiedenis hebt. Zo zijn we weer bij de taxichauffeur, hè.”

Misschien is het ook niet nodig om in een persoonlijke relatie elkaar helemaal te kennen?

“Vind ik ook: leve de jardin secret. We wonen allemaal op een onderwereld van gedachten en gevoelens die niet aan het oppervlak hoeven te komen.

“Ik merk het bij mijn kinderen: die beslissen zelf wanneer ze iets willen delen. Ik had me voorgenomen om een vader te zijn die je álles kunt zeggen. Na mijn scheiding zat ik vaak op bed bij Oscar, mijn oudste zoon. ‘Vertel eens, jongen!’ Ik worstelde met een schuldgevoel en dacht dat ik nóg meer moest zorgen, nóg meer moest duidelijk maken dat hij met al zijn kwetsbaarheid bij mij terechtkon. Maar zo werkt dat niet. Kinderen zullen het wel vragen als ze iets nodig hebben, en je moet je eigen bezorgdheden vooral niet op hen projecteren. Nee, de ander gewoon laten bestaan: daarin zit de grootste liefde.”

Taxi Joris, woensdag om 21.20 uur op Canvas.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234