Zaterdag 23/11/2019

'Ik vind het alleen jammer dat ik niet knapper was'

Het kan uiteraard alleen een acteur overkomen: in dezelfde week jarig zijn, op schokkende wijze vermoord worden én een Carrière Ster krijgen. Jo De Meyere (74) geniet nog met volle teugen van de waardering die hem dezer dagen te beurt valt. Tijd voor een emotionele terugblik op een prachtige loopbaan van bijna een halve eeuw. 'Ik heb nooit de illusie gehad dat ik internationaal kon doorbreken.'

Om half elf hadden we afgesproken. Op de eerste zonnige dag van het jaar. In brasserie 't Voske in Gent, vlak naast het NTG. Voor we elkaar groeten, tuurt hij nog nieuwsgierig door de ruiten van de statige schouwburg op het Sint-Baafsplein. "Hier is het voor mij allemaal begonnen, in 1965", mijmert hij. De toon is gezet. Dit wordt a trip down memory lane met een van Vlaanderens absolute topacteurs.

Vorige week werd hij 74. Officieel is hij al negen jaar met pensioen, maar van ophouden wil hij niet weten. De dag voordien heeft hij in Diest nog een matinee van Achter de wolken gespeeld; het toneelstuk van Michael De Cock waarmee hij nu al het tweede seizoen door Vlaanderen toert aan de zijde van Chris Lomme. De avond daarvoor bouwden ze samen een klein feestje in Boom. Daar werd hij verrast door Cath Luyten die hem met behulp van een straalverbinding live in de uitzending van de Vlaamse Televisiesterren bracht. De carrièreprijs die hem dit jaar te beurt valt, komt niks te vroeg.

Vlaanderen moet ook nog bekomen van de tiende aflevering van de Eén-reeks Salamander waarin De Meyere de zoveelste glansrol uit zijn carrière speelde. Procureur-generaal Persigal is net door een huurmoordenaar vermoord en het laatste beeld dat de kijker te zien krijgt, is er warempel een van een naakte (stand-in van) De Meyere in een compromitterende pose. De boekskes zullen weer weten wat ze moeten schrijven. "De boekskes", lacht hij spottend. "Ze hebben me vorige week natuurlijk weer aan Chris Lomme gekoppeld. Waar hálen ze het? Ik speel toneel met Chris, maar ik héb niks met haar."

Trager maar beter

Met cijfers kun je alles bewijzen, maar in het geval van Jo De Meyere zijn ze veelzeggend. Meer dan negentig theaterproducties, zeventig tv-producties waaronder 27 series en vijf films. Veel waardering kreeg hij daar in het verleden niet altijd voor, al is hij nog niet vergeten dat de lezers van De Morgen hem in 2005 tot Beste Vlaamse acteur verkozen.

"Voor ik naar hier kwam, bracht ik een bezoekje aan de Sint-Baafskathedraal. Dat doe ik altijd als ik in het centrum van Gent ben. Daar was ik misdienaar, de Gregoriaanse gezangen waren de soundtrack van mijn jeugd. Ik ben erg katholiek opgevoed. Daarnet kwam er een dame naar me toe die grapte: 'Het is toch jammer dat ze een van de beste acteurs van België hebben laten sterven.' Ze heeft gelijk, ik was graag wat langer in Salamander gebleven. Maar ik geef toe: er zijn zo veel goede acteurs in dit kleine landje. We moeten ons echt gelukkig prijzen."

De nabijheid van het NTG wekt de nostalgie in De Meyere. Hij begon hier te werken als stagiair, na vijf jaar werd hij derdeplansacteur. Hij moest kleine rollen spelen, assisteren, souffleren. "Ik heb toen gestolen met mijn ogen. Ik keek enorm op naar acteurs als Werner Kopers en Jef Demedts. Julien Schoenaerts mocht hier als jonge acteur 'brieven opbrengen'. Ik herkende in hem meteen een persoonlijkheid."

Daarna klom De Meyere op in het kastesysteem van het theater: tweedeplansacteur en - na tien jaar - eersteplans. "Het ging vroeger allemaal veel trager, maar je werd wel goed gevormd. Daar pluk ik nog steeds de vruchten van. Ik heb in alle grote stukken gespeeld: Molière, Shakespeare, Pinter, Beckett..."

Stage bij de BOB

Jo De Meyere staat in het collectieve geheugen van Vlaanderen vooral gegrift als de tv-acteur. Hij gaf gestalte aan legendarische personages: Herman Coene in Wij, heren van Zichem (1969-'72), kapelaan Erik Odekerke in Dagboek van een herdershond (1978-'80), Speeltie in Hard labeur (1985), Pol Sickx in Het pleintje (1986-'87), Constant Reynaert in De bossen van Vlaanderen (1991), Alexander Vorlat in Stille Waters (2001), John Nauwelaerts in Heterdaad (1996-'99) en Flikken (2002-'09) en Armand Persigal in Salamander.

Het is niet zo moeilijk om twee constanten te vinden in deze lijst. Een reeks priesters en een reeks autoritaire personages, échte karakterrollen. Die vergen ook een typische acteertechniek - method acting - waarbij de acteur geheel in zijn rol kruipt. "Ik probeer mezelf uit te schakelen en helemaal te transformeren in het personage dat ik speel."

Soms dompelt hij zich ook onder in het milieu waar zijn personage vertoeft. "Voor John Nauwelaerts heb ik drie maanden stage gelopen bij de BOB in Brussel. Ze belden me soms 's nachts op als ze een inval gingen doen. Ik mocht altijd als laatste mee binnen, met - zoals een echte agent - een rode band om mijn bovenarm. Ook voor Flikken ging ik me documenteren bij de politie van Gent. Ik heb veel respect gekregen voor de politie. Ze werken hard, verdienen weinig en zijn meestal echt begaan met de samenleving. Wanneer ze na geduldig speurwerk eindelijk een dader kunnen klissen, zijn ze erg gefrustreerd dat hij soms al dezelfde dag weer wordt vrijgelaten.

"De rol van Alexander Vorlat in Stille waters vind ik nog altijd mijn beste, maar ook die van Speeltie zal ik niet snel vergeten. Ik heb toen zelfs powertraining gedaan. Ik liep rond met zwart haar om er virieler uit te zien. Ze kleefden haar op mijn borst dat na elke opname moest worden verwijderd. Pijnlijk...

"Ik ben opgeleid voor het theater. Daar speel je meer met grote gebaren, letterlijk theatraler. Voor televisie moet het altijd wat eenvoudiger, meer verinnerlijkt. In de begindagen van de BRT waren het ook theaterregisseurs als Maurice Balfoort of Dré Poppe die drama maakten voor de televisie. Balfoort speelde de scènes gewoon voor. De generatie die daarop volgde, zoals Frank Van Mechelen (Stille waters) of Vincent Rouffaer (Hard labeur) pakte het anders aan: 'Een beetje dimmen', zeiden ze voortdurend tegen mij. Ik heb moeten leren om me wat in te houden als de camera loopt."

'Welkom in Nederland'

Of hij ooit een dag zonder werk gezeten heeft? De Meyere glundert en vertelt het strafste verhaal van zijn carrière: hoe hij, in 1977, kapelaan Odekerke werd. "Normaal gezien zou Luk De Koninck de hoofdrol spelen in Dagboek van een herdershond. Op de valreep haakte hij af. Ik weet nog altijd niet waarom. Naar verluidt is hij in Utrecht, op weg naar de auditie in Amsterdam voor producent Joop van den Ende en regisseur Willy van Hemert, uit de trein gestapt met de tekstbrochure in zijn hand.

"Was het faalangst? Feit is dat ik diezelfde dag, in Merelbeke, voor de eerste keer moest gaan stempelen. Ik had na elf jaar mijn ontslag ingediend bij het NTG. Het was een mooie tijd, maar het samenwerken met twintig andere acteurs gaf soms spanningen. Het was tijd voor iets anders. Ik ging dus freelancen, maar dat betekende dat ik in de zomer geen werk had. Een uur voor ik naar het stempellokaal moest vertrekken, kreeg ik telefoon uit Nederland. Bob Storm, die in Wij, heren van Zichem had gespeeld, had ook een rol in Dagboek van een herdershond. Toen bleek dat Luk De Koninck niet kwam opdagen, liet hij mijn naam vallen bij Van Hemert en die liet me onmiddellijk komen.

"Ik zie me daar nog staan. Van Hemert gaf me een uurtje om de Bergrede voor te bereiden. Ik heb toen de kalk van het plafond gespeeld en was onmiddellijk aangenomen. Een paar dagen later stond ik al in het kerkje van Eijsden. De eerste scène was diezelfde Bergrede. Ik stond op dat spreekgestoelte en zag al die grote acteurs zitten: Ko van Dijk, Rudi Falkenhagen, Joop Doderer, Jan Teulings. Ze wilden wel eens weten wat die jonge Vlaming in zijn mars had. Na afloop bleef het ijzig stil. De legendarische Ko van Dijk stond op en nam me bij de arm: 'Jo, welkom in Nederland', zei hij. 'Je gaat het hier helemaal maken.'"

Het was een ander schouderklopje, meer dan tien jaar eerder, dat de carrière van De Meyere een eerste keer had gelanceerd. Hij kan het na een halve eeuw nog steeds niet droog houden wanneer hij het verhaal vertelt.

"Mijn ouders waren schatten van mensen. Ze waren zelfs artistiek: hij speelde viool en zij piano. Ze leerden elkaar kennen in de bioscoop waar ze de muziek speelden bij stomme films. Toch wilden ze niet dat ik acteur zou worden. Ik moest een diploma halen en heb mijn studie maatschappelijk assistent afgemaakt. Daarna ging ik aan de universiteit werken: statistieken maken over de mentaliteit van de dienstplichtigen in het Belgische leger. Oersaai. Ik besloot om me in te schrijven aan het Conservatorium van Gent."

De Meyere kreeg daar les van de legendarische voordrachtkunstenaar Ast Fonteyne, een monument van het Vlaamse theater; de man die zijn volk ABN leerde spreken. "Ast Fonteyne was streng en imponerend. Hij kneep me in de arm bij elke lettergreep die ik moest zeggen. 'Zó moet je dat uitspreken, jongen', verkondigde hij dan. Ik deed het blijkbaar beter dan de anderen, want ik mocht al na twee in plaats van drie jaar mijn eindexamen afleggen. Voor mijn eindwerk toneel speelde ik Ruben uit Joseph in Dothan van Vondel. Ik moest zelfs een valse baard opkleven! Ik haalde de eerste prijs. Mijn vader had stiekem een dag vrijaf genomen om naar mij te komen kijken. (slikt, krijgt het moeilijk) In de gangen van het NTG kwamen we elkaar tegen. Hij zei niet veel, maar hij heeft toen zijn arm op mijn schouder gelegd. (ontroerd) Daar is mijn carrière begonnen. Ja, ik word nog altijd emotioneel als ik daaraan terugdenk."

Laaiende kritieken

En dan is er Julien Schoenaerts. De naam kan niet ontbreken in een gesprek met Jo De Meyere. Beide theatergrootheden beleefden hun grootste triomfen in de jaren tachtig in Eindspel en Wachten op Godot van Samuel Beckett in een regie van Walter Tillemans. "Dat waren de mooiste jaren van mijn theaterleven", glundert De Meyere. "We speelden op erg hoog niveau en kregen laaiende kritieken. Julien was toen al ziek en nukkig, maar hij was een warme, zachte en introverte man. Overgevoelig ook. Op het podium kon hij wonderen verrichten. Ik ben zijn weduwe nog altijd dankbaar dat ik op zijn begrafenis een stuk uit de Apologie van Socrates heb mogen uitspreken."

Lijkt Matthias Schoenaerts op zijn vader? De Meyere pauzeert. "Daar kan ik niets zinnigs over zeggen. Ik heb Matthias nog niet op de scène gezien. Ik kan een acteur pas inschatten als ik hem in een toneelstuk van anderhalf uur op de planken heb zien staan. Film is zo gefragmenteerd. Je kunt er veel faken en je hoeft ook geen vrachten tekst uit het hoofd te leren."

Het gesprek komt op de nieuwe generatie acteurs. De Meyere wikt zijn woorden, maar twijfelt. "Ik heb de indruk dat veel jongeren een paar stadia hebben overgeslagen. Hun opleiding is minder strikt dan de onze; ze mogen zelf hun ding doen, maar ze leren niet meer hoe ze zich een tekst eigen moeten maken. Ze spreken ook slordig, verkavelingsvlaams. Er zijn acteurs die afstuderen en dan meteen in een soap duiken zonder ooit in het theater te werken. Dat wreekt zich op den duur. Je voelt dat ze niet die vorming hebben die wij wel hebben gehad."

Lelijk van magerte

Heeft Jo De Meyere zelf wel alles uit zijn carrière gehaald? Waarom keerde hij in 1979, na de triomf van Dagboek van een herdershond, terug naar Vlaanderen? Het programma had de prestigieuze Gouden Televisier-Ring gekregen en werd in zestien landen uitgezonden. Toch koos De Meyere voor een vaste betrekking bij het dramatisch gezelschap van de BRT. Hij werd ambtenaar en ging in 2004 met pensioen; al is hij ook daarna verwoed blijven werken: voor tv, film, theater en musical.

"Ik kon in Nederland blijven werken en - wie weet - nog in andere landen. Normaal moest Odekerke sterven na acht afleveringen, maar ik werd zo populair dat ze het scenario hebben aangepast. Daarna is er nog een tweede reeks gekomen. Ik prentte mezelf echter al die tijd in dat succes vergankelijk is. Het kan even snel gedaan zijn als het begint. Mijn vrouw en ik hebben daar lang over gepraat. Ik koos uiteindelijk voor de zekerheid. Ik moest mijn gezin en mijn twee kinderen onderhouden.

"Kijk", klinkt het dan plots vertrouwelijk. "Ik ga iets vertellen wat ik nog nooit heb verteld. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik er fysiek niet beter uitzag, dat ik geen knappere man was. Het zijn de mannen met blauwe ogen, zoals Rutger Hauer, of met een groot charisma, zoals Matthias Schoenaerts, die het maken in de filmwereld. Mijn moeder zei altijd: 'Jo, ge moet meer eten. Ge ziet er lelijk uit van magerte.' Dat is bij mij heel diep blijven hangen. Ik heb nooit de illusie gehad dat ik internationaal kon doorbreken. In het theater kreeg ik ook nooit de grote rollen van de jeunes premiers zoals Don Juan of de mooie jongens in de stukken van Molière. Ik kwam terecht in rollen van antiheld of underdog."

Aan stoppen denkt hij niet. "Ik ben nog niet uitgespeeld. Ik heb nog veel ambitie."

Achter de wolken toert nog tot de zomer en tussendoor speelt De Meyere in Het vonnis van Jan Verheyen. Vanaf januari 2014 speelt hij de hoofdrol in het nieuwe stuk Petrus en den dodendraad dat Guido Van Meir schreef voor theatergezelschap Het Gevolg. "Een immense opdracht", zegt hij. "Vroeger kon ik een rol in zes weken in mijn hoofd prenten, maar nu gaat dat allemaal veel trager. Op mijn leeftijd heb ik daar vier tot vijf maanden voor nodig.

"Weet je wat ik nog zou willen doen?", veert hij plots op. "Ik zou nog een paar komische rollen willen spelen. Het zou prettig zijn als ze me daarvoor zouden vragen. Liefst in het dialect. Ik heb altijd in het ABN moeten spelen. Maar zo'n rol in het Beschaafd Gents van Daniël Termont, dát zou ik nog graag doen."

Doemdenker

Tien jaar geleden overleed De Meyeres echtgenote Arlette Teys. Ze was amper 63. "Ze werkte op het secretariaat van het NTG en af en toe bleef ik wat langer aan haar typemachine staan. Zo zijn we een koppel geworden. Ze was de vrouw van mijn leven." (mijmert) "Ik mis haar nog elke dag. Ik ben van nature een doemdenker. Dat heb ik van mijn vader. Die zag de toekomst ook altijd erg zwart in. Mijn hele leven heb ik daar tegen moeten vechten. Dat gevecht is misschien wel de grote drijfveer van mijn acteercarrière. Stel je voor dat mijn vader een flierefluiter was geweest, die alles goed had gevonden wat ik wilde. Dan had ik nooit zo diep moeten gaan om te bereiken wat ik nu bereikt heb. Het klinkt paradoxaal, maar eigenlijk heb ik mijn succes misschien wel aan mijn vader te danken. Ik wilde bewijzen dat ik het wel kon maken als acteur.

"Ik heb twee kinderen en vier kleinkinderen. Ze spelen alle vier voetbal: bij Deinze, Merelbeke, AA Gent. Ik mis geen enkele wedstrijd, ze zijn mijn lang leven en geven zin aan mijn bestaan.

"Op mijn nachtkastje ligt het Verzameld werk van Hendrik Marsman. Ik ken zijn gedichten bijna allemaal uit het hoofd. (citeert foutloos 'Lex barbarorum'): 'Geef mij een mes / ik wil deze zwarte zieke plek / uit mijn lichaam wegsnijden. / ik heb mij langzaam recht overeind gezet. / ik heb gehoord, dat ik heb gezegd / in een huiverend, donker beven: / ik erken maar éen wet: / léven. / allen, die wegkwijnen aan een verdriet / verraden het en dat wìl ik niet.' Ondanks alle troosteloosheid en alle miserie toch blijven doorgaan. Dat is het vitalisme dat Marsman mij heeft geleerd. Ik voel me zo verwant met die man."

Jo De Meyere heeft wat knipsels bij zich. "Ik heb alles wat ooit over mij verschenen is netjes bijgehouden", zegt hij. "Kijk: een recensie uit 't Pallieterke over Een pond op zicht, mijn eerste keer op tv, in 1964. En ook toen speelde ik al een politieman. 'Jo De Meyere speelde een politieagent zoals ik die in mijn jeugd in ons patronagetoneel (parochietoneel, KvdB) al veel beter heb zien spelen', schreef de recensent van dienst. Geef toe: het is later toch nog een beetje goed gekomen met mij." (glimlacht)

Momenteel speelt Jo De Meyere met Chris Lomme in Achter de wolken van Michael De Cock. Speeldata: www.tarsenaal.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234