Vrijdag 06/12/2019

'Ik vind alles interessant, dat is mijn probleem'

Niet Herman Van Molle, wel Sven Speybrouck gaat deze zomer op zoek naar de nieuwe Canvascrack. En zo worden het drukke tijden voor de televisie- en radiomaker. Volgende week gaat hij op Canvas in het vierde seizoen Publiek geheim weer op zoek naar verhalen achter lang vergeten plaatsen. En er is zijn wekelijkse radiotalkshow Interne keuken met radiogabber Koen Fillet. 'In dit vak weet je nooit wat je volgend jaar zal doen.'

Herman Van Molle kampt met gezondheidsproblemen en ziet het niet haalbaar om de intense draaiperiode van twintig dagen tot een goed einde te brengen. "De Canvascrack presenteren is een marathon", laat hij weten. "Daar moet je 100 procent voor in orde zijn en dat ben ik momenteel niet."

En dus wordt Sven Speybrouck de ring in gestuurd, over drie weken starten de opnames. In twintig dagen tijd moet Speybrouck 62 afleveringen van de populaire quiz inblikken. "De eerste paar dagen wordt me nog wat respijt gegund maar daarna wordt het tempo opgetrokken tot vier afleveringen per dag."

Of hij een waardig vervanger van Herman Van Molle zal blijken, durft de presentator nog niet te voorspellen. "Maar ik hou wel veel van weetjes. Ik vind zowat alles bijzonder interessant, dat is net mijn probleem." Fans van het programma hoeven trouwens niet te vrezen. Speybrouck is niet van plan grondig bij te sturen. "Herman en Karel Vereertbrugghen hadden de voorbereiding van het nieuwe seizoen zo goed als af. Alles wat op het scherm komt, is goedgekeurd door Herman zelf."

Speybrouck vindt alles interessant, maar heeft vooral iets met geschiedenis. Oude gebouwen, vergeten verhalen, hoe stoffiger hoe beter. Alleen blijkt niet iedereen die fascinatie te delen. "Ik heb heel lang rondgelopen met het idee dat de meeste mensen geschiedenis oude brol vinden", vertelt hij. "Ondertussen weet ik dat het vooral met de verpakking te maken heeft. Ook met een geschiedkundig verhaal kun je een breed publiek bereiken, maar je moet het wel goed vertellen."

Plotwendingen

Hoe dat moet, laat Speybrouck vanaf woensdag zien in Publiek geheim. Dat programma is ondertussen aan zijn vierde en meteen ook laatste seizoen toe. Al had Speybrouck een ander scenario voor ogen. "Het programma was nog niet op. We waren nog niet uitverteld, er stonden nog genoeg onderwerpen op onze lijst."

Om een plaatsje op die lijst te veroveren moet een onderwerp aan een aantal criteria voldoen. "We hebben bijvoorbeeld altijd een tastbaar overblijfsel nodig. Moeilijk is dat meestal niet. Er is altijd wel iets te vinden, al is het een half vergane gedenksteen. We trekken ook graag naar meerdere locaties, anders krijgt de kijker steeds hetzelfde te zien. Er is ook nog het verhaal zelf natuurlijk, ook wat dat betreft heb je variatie nodig. Een ziekenhuis dat alleen maar ziekenhuis is geweest, daar doe je het niet mee. Je hebt minstens een paar verrassende plotwendingen nodig. En dan moet je ook nog op zoek naar een verteller. Geschiedkundigen zijn er altijd, maar als je emotioneel betrokken getuigen kunt opsporen met een rechtstreekse link met het onderwerp, wordt zo'n verhaal veel concreter."

Het zijn die publieke geheimen die bij Speybrouck het meest blijven hangen. Het verhaal van het krankzinnigeninstituut van Rekem bijvoorbeeld. "Daar zijn we naartoe getrokken met Pierre, een man die er ook effectief een aantal jaar heeft gewoond. Wat die man heeft meegemaakt, is behoorlijk heftig. Je wilt daar niet gezeten hebben. Er was geen kennis over hoe je die patiënten moest behandelen, geen middelen ook en het personeel was absoluut niet opgeleid. Het waren vooral soldaten die terugkeerden van de Eerste Wereldoorlog die er als bewaker dienst deden."

Ook het verhaal van de Belgische vrijwilligers die naar Korea trokken om daar het communisme te bestrijden maakte indruk. "Ik dacht dat ik wist hoe die oorlog ongeveer verlopen is, tot ik de verhalen van die gasten hoorde. De Noord-Koreanen maakten gebruik van de macht van het getal. Eerst stuurden ze ongewapende en maar half in uniform gestopte soldaten op de vijand af. Pas na een aanvalsgolf of vijf kwamen de echte soldaten in actie. Maar ondertussen moesten die Belgen wel iedereen die op hen af kwam neerknallen, ongewapend of niet. Een hele nacht lang, om dan 's morgens lijken te zien liggen zover ze konden kijken. Pure waanzin. Maar ze hebben op die manier wel het verschil gemaakt. Kijk maar hoe het er nu aan toe gaat in Noord-Korea. Dat land heeft nog steeds concentratiekampen. Mensen worden geterroriseerd, gemarteld en afgemaakt. Alle gruwelen van de wereld zijn daar aan de gang. In Zuid-Korea zijn ze daar aan ontsnapt, mede dankzij de Belgen die er gingen vechten. Hoe zot is dat? Ik deed die hele oorlog vroeger altijd af als een zoveelste uiting van het Amerikaanse imperialisme, maar na het horen van die verhalen kan ik daar niet meer cynisch over doen."

Dat de reis met de Orient Express bleef hangen, had dan weer een andere reden. "Alles op die trein is ongegeneerd mooi, tot in het kleinste detail. Zo'n reis doet je even vergeten dat de wereld gebrekkig is. In mijn huis is er altijd wel ergens een kraan kapot, en als die gerepareerd is, springt ergens anders een lamp. Op de Orient Express is dat anders, daar is alles af."

Oostende

Gevraagd naar welke reportage hij graag nog had willen maken, hoeft Speybrouck niet lang na te denken. "Het beleg van Oostende, een fantastisch onderwerp. Over de val van Antwerpen heeft iedereen op een gegeven moment wel geleerd. De katholieke hertog van Alva komt in 1585 vanuit Spanje naar de Nederlanden om hier de protestanten een lesje te leren. Beide partijen raken slaags rond Antwerpen, de stad valt, de protestanten vluchten naar het Noorden en de scheiding van de Nederlanden is een feit. Maar wat ze daar in de geschiedenisles niet bij vertellen, is dat in Oostende een aantal protestanten zich veel langer heeft verzet. Bijna twintig jaar hebben ze standgehouden, als een soort dorp van Asterix in een zee van Spaanse katholieken. Uiteindelijk is de stad pas na drie jaar belegering door de knieën gegaan, na een bloedige strijd, waarbij aan beide zijden meer dan 75.000 doden vielen. Waarom heb ik dat nooit gehoord op school?"

Publiek geheim als leverancier van geschiedkundige weetjes. Maar het programma was voor Speybrouck veel meer dan dat. "Het heeft me geleerd om beter te kijken. Als ik nu eens vijf minuten over heb, dan wandel of rij ik wat rond, zomaar zonder doel. Ik kan dat iedereen aanraden, want bijna altijd levert het wat op. Zo weet ik sinds deze week dat er rond het vliegveld van Deurne volkstuintjes zijn. Heel vreemde lapjes grond waar de vliegtuigen akelig dicht bij komen en de lampen die de landingsbaan markeren tussen de kroppen sla staan."

Logisch dus dat de presentator rouwig is om het heengaan van zijn programma, al beseft hij dat dat er op televisie nu eenmaal bij hoort. "Je weet nooit wat je volgend jaar zal doen. Televisiegezichten zijn tegenwoordig ook een steeds korter leven beschoren. Wie per se met zijn kop op het scherm wil komen, gaat een ongelukkig leven tegemoet."

In het geval van Speybrouck lijkt dat wel mee te vallen. Straks is er De Canvascrack, en ook het televisieproject dat daarop volgt is al zo goed als ingeblikt. Een programma over eten moet het worden, zonder het over koken te hebben. "Een goede kok bezig zien is mooi, dat is vakmanschap, maar kookprogramma's hebben we nu wel gehad, toch? Dan vind ik het veel interessanter om het over de herkomst van ons voedsel te hebben. Ondertussen zijn alle acht afleveringen opgenomen, op een paar scènes na."

Speybrouck nam de voorbije maanden dus twee televisieprogramma's tegelijk op. Behoorlijk intensief, zeker als je dat ook nog eens met een wekelijks radioprogramma als Interne keuken moet zien te combineren. "Vooral de buitenlandse draaiperiodes waren moeilijk. Soms vertrok ik op zaterdagnamiddag, vlak na de uitzending van Interne keuken, om pas een week later op zaterdagochtend opnieuw op Zaventem te landen. Tijdens die weken stond ik met mijn laarzen aan in de modder ergens op een akker op mijn iPad nog snel het boek te lezen waarover het op zaterdag in Interne keuken zou gaan."

Werkzekerheid

Kiezen tussen radio en televisie doet hij liever niet, maar als het dan toch moet blijkt de liefde voor het gesproken woord het grootst. "Radio zal altijd de basis blijven. Het is een compagnon, niet alleen voor de luisteraar, ook voor jezelf. Je kunt er je leven rond bouwen. Bij televisie is dat veel minder het geval omdat het steeds om losse projecten gaat. Het is ook een totaal andere manier van werken. Televisie maken is vooral wachten en heel veel dingen opnieuw doen. De gesprekken voor Publiek geheim nemen we minstens drie keer op, telkens vanuit een andere hoek, om het visueel spannend te houden. Radio is veel directer. Je verzint iets en hop, het kan meteen op antenne."

Ondertussen is Speybrouck, met zijn partner in crime Koen Fillet, aan het vierde seizoen van Interne keuken toe. Even lang als Publiek geheim dus. Komt ook voor het zaterdagse middagprogramma het einde in zicht? "Dat weet je natuurlijk nooit. Het recente verleden heeft uitgewezen dat het soms heel snel kan gaan, maar ik heb niet het gevoel dat we stilaan moeten uitkijken naar iets anders. In Interne keuken draait het om een goed gesprek met iemand die gepassioneerd met een bepaald onderwerp bezig is. Ik zie dat concept nog niet meteen opdrogen. Maar als iemand daar anders over beslist, dan is dat maar zo. Zorgen maak ik me daar niet meer over. Werkzekerheid is wat mij betreft iets van de twintigste eeuw." Alweer geschiedenis dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234