Dinsdag 29/09/2020

‘Ik verdwaal niet meer zo vaak in mijn eigen hoofd’

en krijgsgevangene in zijn eigen grijze cellen. Dat was de indruk die Gabriel Ríos wekte toen we hem eerder spraken. Twijfelend, rusteloos en hopeloos verdwaald in zijn donkere gedachten. “Wat wil ik nu echt zijn? Die vraag stelde ik me voortdurend”, klinkt het vandaag bij de Puerto Ricaanse Gentenaar. Dat fundamentele vraagstuk zorgde drie jaar geleden voor een kortsluiting: na een optreden in Vorst Nationaal brak hij drastisch met zijn groep en met producer Jo Bogaert, om vervolgens een plaat in Los Angeles op te nemen met Money Mark, bekend van zijn werk met de Beastie Boys en Beck. Die plaat werd bij thuiskomst echter meteen naar de prullenmand verwezen.

In Neve en Proesmans vond Ríos een nieuwe thuishaven. De songs op The Dangerous Return zijn door hem geschreven, maar in detail gerestaureerd door zijn twee nieuwe kompanen: “We hielden slechts één regel voor ogen: als een van ons drie niet enthousiast was, viel de song af.” Hoewel jazz, musical, cabaret en swingende pop het DNA vormen van The Dangerous Return, blijkt de plaat gelukkig geen hypergestileerd gedrocht. “Dit is de muziek die al zo lang in mijn vingers zat”, vertelt de zanger, die sinds enige tijd pendelt tussen De Pinte en Chinatown, Manhattan.

Je recentste teksten verwijzen vaak naar verwoesting, maar ook loutering. Moest je effectief alles tot op de grond afbranden om verder te kunnen?

Ríos: “Dat denk ik wel. Alle songs komen van een kalme, vredige plaats in mijn hoofd. De chaos die mijn hoofd vroeger in een bankschroef hield, was nog het best te vergelijken met een spelletje Tetris op volle snelheid. Onmogelijk om bij te houden, laat staan te overschouwen en analyseren. Ik moest mijn brein even heropstarten.”

Je bent ongeveer tezelfdertijd beginnen te boksen. Was dat omdat zwaargewicht Joe Frazier beweerde: ‘Boxing is the only sport that can get your brain shook’?

“God nee! Ik wilde mijn hersenen niet zomaar door elkaar laten klutsen. Ik ben een white collar bokser, ik ga niet eens de ring in. (grinnikt) Een gebroken neus zou me misschien nog een ‘je ne sais quoi’ kunnen opleveren. Alleen heb ik er de ballen niet voor om het tegen iets anders dan een boksbal op te nemen.”

Waarom beoefen je die sport dan?

“Boksen is als schaken. Je moet heel subtiel, ritmisch en weldoordacht te werk gaan. Alleen een smart ass kan de match winnen. Een sport met zoveel techniek intrigeert me als muzikant. Eigenlijk gelden er dezelfde regels. Verder is boksen de slechtste verdedigingssport die je je kunt voorstellen. Als ik echt wilde leren vechten, kon ik maar beter The Bourne Identity bekijken als instructievideo.”

Tijdens de opnames van Angelhead was je grootste vrees dat je de songs die in je hoofd zaten niet op band zou krijgen. Overheerste die angst ook nu?

“Die obsessie dat ik geen grip zou krijgen op de vluchtige ideeën in mijn hoofd deemsterde geleidelijk aan weg. Dat heb ik zonder twijfel ook te danken aan Jef en Kobe. Zij konden vaak perfect vertalen hoe een song in mijn hoofd klonk.”

En wat je andere muizenissen betreft?

“Die onzekerheden zijn tiny whiny motherfuckers geworden en hebben een geïsoleerd plaatsje gekregen tussen mijn borstelige wenkbrauwen. We leven zoveel mogelijk naast elkaar. Met hen reken ik af in ‘Gulliver’, genoemd naar de gigant die door piepkleine creatuurtjes wordt vastgebonden - daar zag ik mezelf soms in.”

‘Tidal Wave’ zou dan weer gaan over een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, vertelde je in de Botanique.

“(grijnst) Dat is hoe één van mij erover denkt. Eigenlijk gaat ‘Tidal Wave’ over alle onontgonnen plaatsjes in je geest. Daar waar leugenaars, minnaars, junkies en dieven samenhokken, klaar voor de aanval op je gestel. Nu, ik hoed me ervoor om er meer over te vertellen. Toen ik de song aan Jef en Kobe voorlegde, lagen ze een kwartier in een deuk. Tja, de tekst is misschien wat napoleonesk.”

Je vader is psychotherapeut. Pluist hij je teksten nieuwsgierig uit?

“Ach nee. He’s not your typical shrink. Hij houdt van zijn werk, maar kon er thuis steeds afstand van nemen. Hij is in de eerste plaats een trotse vader die erg begaan is met zijn kinderen. Tot verregaande analyses is het nooit gekomen, maar hij wil mijn songteksten wel altijd nalezen. En nee, je moet nu niet zo triomfantelijk lachen, dat doet hij echt waar niet om me stiekem te ontleden. Wel omdat hij mijn dictie niet altijd even goed vindt en hij mijn teksten nauwelijks kan volgen. (lacht)”

Vaak trek je rookgordijnen op in je teksten. Doe je dat bewust?

“Die smoke and mirrors in mijn lyrics ontken ik niet. Maar dat doe ik alleen omdat ze een deel van de waarheid uitmaken. Niets is zwart of wit. De hele wereld is vaag. (denkt na) Al geef ik toe dat zo’n antwoord wel erg gemakkelijk is.”

Is die vaagheid in je teksten een soort veiligheid? Je wekt de indruk dat je je ziel blootlegt, terwijl je verdwijnt in een waas van mysterie.

“Mag ik de troefkaart van mijn roots tevoorschijn halen? Ik sta met één been in het Puerto Ricaanse magische-realisme. En dan zwijg ik nog over alle strange stuff die rondwaart in mijn gedachten. Maar met mijn andere been zou ik het liefst in de wereld staan van mijn goede vriend Flip (Kowlier, GVA). Die kan een duidelijk verhaal vertellen, zonder poespas, zonder in beeldspraak te verdwalen. Dat lijkt me het ultieme goed. Al ben ik nu toch ook al tevreden dat ik niet meer voortdurend in mijn hoofd verdwaal.”

Vind je The Dangerous Return je beste werk?

“Het zou raar zijn mocht ik dit níét mijn beste plaat noemen. Dan zou ik me ernstig zorgen maken.”

Ik vraag het maar omdat er zo’n calvarietocht aan voorafging. De release werd vaak opgeschoven en achter de schermen lag je in de clinch met je vroegere platenlabel.

“Het voelde niet aan als een calvarietocht. De songs waren in een ruk geschreven. De muziekbusiness is trouwens een totaal andere wereld dan die van mij. Een fantasiewereld waarin de strenge wetten van airplay, promotie en bindende contracten gelden. Soms kunnen beide werelden synchroon draaien, maar meestal is dat niet zo. Alleen door de wetten van de bizz heeft het zo lang geduurd voor deze plaat het daglicht zag. Maar hey, dat is karma zeker?”

Karma impliceert dat je je verdiende loon kreeg.

“Zo bedoel ik het niet. Wel is het zo dat ik plots de gevolgen gepresenteerd kreeg van mijn jeugdige naïviteit. Als jonge artiest teken je contracten, waar je later spijt van krijgt. Of ik cynischer ben geworden? Ach nee, ik koester geen wrok. Al zijn er momenten geweest waarop ik een paar mensen had kunnen vermoorden. (grijnst) Was jij niet aanwezig op dat concert in de Botanique in februari? Toen ik op mijn première niet eens een afgewerkte plaat kon presenteren, had ik links en rechts gerust iemand een kopje kleiner durven te maken.”

Echt? Je leek toen net in het reine met jezelf. ‘Natural Disaster’ kondigde je bijvoorbeeld aan als het verhaal van een ambitieuze songschrijver die door pech gekneveld wordt en uiteindelijk belandt waar hij begonnen is: aan het kampvuur. And that’s just fine, zei je.

“Tja. Dat meende ik toen ook. Wanhoop werkt gewoon niet. Als de wereld rondom je in elkaar stuikt, wat blijft er dan nog over? De pure essentie, niet? Passie, liefde voor muziek. Ik zag onlangs een rapper op MTV pochen met blingbling en bikinibabes. Ik dacht: wat moet er van die jongen worden als hij nergens meer aan de bak komt? Kan hij nog gelukkig zijn als hij alleen muziek voor zijn vrienden maakt? Ik werd op slag gelukkig toen ik besefte dat het mij wel zou lukken.”

Toch ben je ambitieus. Je verhuisde bijvoorbeeld naar New York. Geen vlucht uit België, weerlegde je met klem.

“Ik hou nog altijd van België. Het was meer een bewuste keuze om mezelf uit te dagen. Zou ik zo’n hele nieuwe wereld wel aankunnen? De confrontatie met een nieuw publiek heeft mijn blik weer frisser gemaakt. Als ik in een New Yorkse club speel - waar Trixie Whitley ook vaker staat - moet ik me plots bewijzen tussen andere volstrekte nobody’s die bovendien verschrikkelijk getalenteerd zijn. Voor die spanning teken ik elke dag.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234