Woensdag 07/12/2022

GetuigenissenDe ergste zomerverhalen

‘Ik verbleef op een paradijselijk eiland, maar plots werd het de hel’: reizigers over hun ergste vakantieverhalen

Enkele waterbuffels op een camping.  Beeld EPA
Enkele waterbuffels op een camping.Beeld EPA

De Belg reist weer alsof er nooit een pandemie is geweest. Maar op vakantie gaan is niet altijd zo plezierig als het lijkt. U kunt een prijzige vlucht missen, uw huurauto in de prak rijden of Niels Destadsbader tegen het lijf lopen in Zuid-Frankrijk, maar sommige Vlamingen beleven nóg ergere nachtmerries. Enkele reizigers getuigen over hun heftigste en pijnlijkste vakantieverhalen.

Sam Ooghe

Annemiek reisde met haar toenmalige vriend naar Cambodja, onder meer om te relaxen en te duiken aan de kust van een klein eiland.

Annemiek: “Het was al een prachtige reis geweest toen ik op een ochtend uit de zee kwam na een frisse duik. Plots zag ik op het strand een waterbuffel staan. Ik had de dag ervoor ook al zo’n dier gezien: omdat ze zo enorm sterk zijn, gebruiken de Cambodjanen ze als trekdieren. Ik dacht: wat een gigant. Maar dat beest liep vrij rond, en toen ik wat beter keek, stopte mijn hart met kloppen: de buffel raasde recht op me af. Ik voelde de grond trillen. In enkele seconden had hij mij bereikt, hij leek wel bezeten. Hij zwiepte me met zijn hoorns de lucht in en ik belandde met een smak op de grond. Op enkele centimeters van mijn hoofd zag ik zijn hoeven. Ik dacht: verdomme, ik ga dood! Ik voelde de buffel naar mij staren, alsof hij checkte of ik zeker dood was. Daarna liep hij weg.

“Ik wilde om hulp roepen, want verderop was er een apotheek, maar er kwam geen geluid uit mijn mond. De buffel had met zijn hoorn mijn wang opengereten, van mijn mondhoek tot mijn oogkas. Maar ik voelde niets door de adrenaline, en ook doordat mijn zenuwen waren geraakt. Mijn hele gezicht was verlamd en ik dacht dat ik zou sterven.

Annemiek: ‘Door die buffel heb ik een litteken op mijn wang, dat ik met trots draag. Als ik in de spiegel kijk, besef ik hoeveel geluk ik heb gehad.’
 Beeld Humo
Annemiek: ‘Door die buffel heb ik een litteken op mijn wang, dat ik met trots draag. Als ik in de spiegel kijk, besef ik hoeveel geluk ik heb gehad.’Beeld Humo

“Gelukkig werd ik snel gevonden en naar het ziekenhuis gebracht, maar het was een lange reis – ik moest per boot naar het vasteland vervoerd worden. Ik vreesde dat het lokale ziekenhuis me niet goed zou kunnen helpen, maar ik had ongelofelijk veel geluk: de chirurg had in de Vietnamoorlog gewerkt en was vertrouwd met zware verwondingen. Ik ben daar fantastisch verzorgd. Iedereen zei me ook dat het een mirakel was dat ik de aanval had overleefd, want een buffel raast door tot zijn prooi dood is: volgens de chirurg rijten ze je buik open of ze mikken op je slaap.”

Hoe gaat het nu met je?

Annemiek: “Heel goed. Na een jaar intensieve therapie kon ik weer normaal praten en eten. Ik heb ook mijn beide ogen nog. Het litteken op mijn wang draag ik nu met trots. Telkens als ik in de spiegel kijk, besef ik hoeveel geluk ik heb gehad.”

“Die reis heeft me ook veranderd: omdat ik de dood in de ogen heb gekeken, weet ik nu dat het in een paar seconden afgelopen kan zijn. Ik ging op zoek naar een job waarin ik het verschil kon maken en ik ben nu aan de slag bij een organisatie die voluit voor CO2-reductie gaat.”

***

Van 2017 tot 2019 ondernam Liesbet Polspoel de reis van haar dromen: ze trok van Rio de Janeiro naar San Francisco. Nieuwjaar 2019 vierde ze op een Nicaraguaans eilandje in de Caraïbische Zee.

Liesbet Polspoel: “Na het nieuwjaarsfeest lag ik te slapen in een hotel op het eiland, maar rond drie uur ’s nachts kwam de nachtwaker van het hotel me plots wekken. Buiten stonden tien politieagenten met automatische geweren: ze wilden me dringend spreken. Volgens een familie in het hotel waren er merkkledij en gloednieuwe smartphones gestolen uit hun kamer en kon alleen de nachtwaker of ik de dader zijn.

“De agenten namen me zonder veel uitleg mee in hun jeep. Ik begreep er niets van. In het politiekantoor duwden ze me in een cel bij enkele dronken vrouwen die van de straat waren geplukt. De cel was niet groter dan een eenpersoonskamer. Er waren twee bankjes en er hing een doordringende stank. Ik spreek vloeiend Spaans en vroeg de bewakers de hele tijd wanneer ze me zouden ondervragen, maar ik kreeg geen antwoord.”

Waaraan dacht je zoal in die cel?

Polspoel: “Naarmate de uren verstreken, werd ik steeds wanhopiger. Nicaragua is een dictatuur en het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken raadt reizen af, maar dat had ik genegeerd. Kort daarvoor had de Nicaraguaanse overheid een Belgische studente (Amaya Coppens, red.) opgesloten omdat ze tegen de regering had gedemonstreerd. Ik raakte in paniek: ik zou jaren vastzitten omdat ik per se naar Nicaragua had willen trekken. Ik was héél bang. Gelukkig had ik in het hotel mijn gsm en mijn paspoort in mijn beha kunnen stoppen.”

Dat was toch riskant?

Polspoel: “Inderdaad, maar de agenten hebben me nooit gefouilleerd. Toen niemand keek, stuurde ik een berichtje naar een vriendin in België, die magistrate is. Ik vroeg haar om de Belgische ambassade en mijn ouders te waarschuwen. Het moest snel gaan, want niemand mocht me zien sms’en en mijn batterij was bijna leeg.”

“De uren verstreken en mijn celgenoten werden één voor één vrijgelaten. Ik bleef alleen over. Het was warm en ik had veel dorst, maar als ik om water of eten vroeg, kreeg ik geen antwoord. Plots, om drie uur in de namiddag, deed een agent de celdeur open. Ik mocht beschikken, maar ik kreeg geen woord uitleg, zelfs geen bewijs dat ik had vastgezeten: ik werd er buitengeschopt. Toen ik terug in het hotel aankwam, was de bewuste familie die alarm had geslagen, al vertrokken.”

Liesbet Polspoel: ‘Ik verbleef op een paradijselijk eiland, maar plots werd het de hel.’ Beeld Humo
Liesbet Polspoel: ‘Ik verbleef op een paradijselijk eiland, maar plots werd het de hel.’Beeld Humo

Weet je intussen hoe de vork in de steel zit?

Polspoel: “Nee. Maar ik werkte als vrijwilliger in dat hotel, zonder werkvisum. Misschien viseerde de lokale overheid me daarom.

“Na mijn vrijlating hebben de Panamese en de Belgische overheid er alles aan gedaan om me daar zo snel mogelijk weg te krijgen, maar daar zijn amper boten en vliegtuigjes die je naar het vasteland brengen. Ik heb me dagenlang verstopt, want die agenten bleven me lastigvallen. Ze wilden me boetes geven en dreigden me opnieuw op te pakken. Ik moest ook voortdurend laten weten waar ik me bevond. Pas twee weken later kon ik een plaatsje in een klein vliegtuig bemachtigen en kon ik weg van dat eiland. Op het vasteland werd ik onder begeleiding van Belgisch ambassadepersoneel naar de grens met Honduras gebracht. Ik moest de ambassadeur ook elk uur een berichtje sturen waar ik precies was.”

Hebben diplomaten je vrijgekregen?

Polspoel: “Geen idee. De eigenaar van het hotel is een Nederlander die op dat moment niet op het eiland was. Ik hoorde via via dat hij bij een hoge politiefunctionaris in de Nicaraguaanse hoofdstad Managua druk heeft uitgeoefend om me vrij te laten. Maar het fijne van de zaak zal ik wellicht nooit te weten komen.”

***

Raphaël vertrok naar het Indonesische eiland Bali voor wat een droomreis moest worden, maar al snel liep het fout.

Raphaël: “Mijn vriendin en ik besloten na een zware ruzie om niet meer samen te reizen. Voor mij was dat geen probleem, want ik red me prima in mijn eentje. Ik genoot van de natuur en de contacten met de lokale bevolking. Mensen spraken me spontaan aan en vroegen of ik hulp nodig had.

“Zo maakte ik op het einde van de reis kennis met drie vriendelijke jongens. Ze nodigden me uit om bij hen thuis een glas te drinken. Het was erg gezellig, maar plots merkte ik dat ik niet goed meer zag. Ik baat een café uit in Gent, en ik had al eens van klanten gehoord hoe het voelt als je verdoofd wordt. Ik besefte direct dat ik maar een paar minuten had om mijn leven te redden. Ik stond op en wilde vertrekken, maar de drie grepen me vast en trokken een mes. Ze eisten mijn gsm, mijn portefeuille en de pincode van mijn betaalkaart. Ik moest alles afgeven. Toen ze hadden wat ze wilden, lieten ze me even los. Ik spurtte naar buiten, sprong op mijn scooter en schoot het drukke verkeer in. Ik moest maken dat ik wegkwam, want ik voelde mijn krachten afnemen.

“Ik mag er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als ik het bewustzijn had verloren. Daar wordt af en toe een Europeaan gegijzeld: dan ben je een wandelende jackpot, want ze kunnen veel losgeld vragen. Of ze brengen je om het leven en verkopen je organen. Nog een geluk dat ik stevig gebouwd ben en geregeld sport, want anders had ik niet kunnen ontsnappen.”

Ben je daar heelhuids weggeraakt?

Raphaël: “Een paar kilometer verder werd het zwart voor mijn ogen: ik ben gevallen en ben dagenlang buiten bewustzijn geweest. Aan het thuisfront heerste grote paniek. Het is niet mijn gewoonte om zo lang niets van me te laten horen. Mijn ex en ik zouden ook samen terug naar België vliegen, maar ik daagde niet op aan de luchthaven. Zij en mijn familie sloegen alarm bij de politie en die waarschuwde Interpol.”

“Wat ik me nog herinner, is dat ik wakker werd in het huis van een echtpaar. Ze hadden me op straat gevonden en meegenomen. Wellicht ben ik overkop gegaan met mijn scooter en op mijn hoofd beland. Zodra ik me wat beter voelde, wilde ik meteen terug naar het hotel. Ik moest iedereen laten weten dat ik oké was. Toen ik mijn laptop opensloeg, zag ik dat ik een lawine aan berichtjes had ontvangen: ‘Waar bén je in godsnaam?’ Ik ging vervolgens naar het ziekenhuis voor een grondige controle, en daar bleek ik een hersenschudding te hebben. Gevolg: ik moest nog een week langer in Bali blijven.

“Ik heb veel geluk gehad, dat besef ik heel goed. Ik heb wel een financiële kater aan mijn reis overgehouden: die jongens hebben mijn bankrekening geplunderd, ik moest een stevige ziekenhuisrekening betalen, ik was mijn iPhone van 1.000 euro kwijt en ik had een dure vlucht gemist. Maar ik heb nu wel een héél goed verhaal om in mijn café te vertellen.”

***

Hilde bezocht met haar toenmalige echtgenoot Thailand. Hun vakantie nam een pijnlijke wending door een overhaaste kapitein.

Hilde: “We voeren van een eilandje terug naar het vasteland. We gingen erg snel, want er was onweer op komst. Daardoor vloog ik de lucht in – ik weeg echt niet veel. Ik viel keihard terug op mijn stoel en voelde een pijnscheut. Later zou blijken dat mijn rug was gebroken.”

“Met een slakkengangetje voeren we terug naar het vasteland, waar een ambulance me opwachtte. Met veel verbeelding kon je het een ziekenwagen noemen: het was een omgebouwde personenwagen waarin ik wel languit kon liggen. Het ziekenhuis was een gebouw zonder ramen en deuren, waar vogels en allerlei andere dieren door vlogen en kropen. Terwijl ik kreunend van de pijn op hulp lag te wachten, kropen de gekko’s over de muren. De wachtzaal liep naadloos over in de spoedafdeling: overal heerste chaos. Er kwamen onverzekerde mensen met gebroken armen of benen vragen hoeveel de zorg zou kosten, waarna ze afdropen.

“Uiteindelijk legden de dokters me twee keer onder een scanner. Het resultaat konden ze me niet meedelen, want de scanner bleek kapot te zijn. Ik was heel bang, maar gelukkig kon ik even later met een échte ambulance alsnog naar een privéziekenhuis. Ook leuk: de kapitein van onze boot kwam me bezoeken in het ziekenhuis. Hij had pruimensap meegebracht, wat blijkbaar een traditie is in Thailand.”

En toen: terug naar huis, met een gebroken rug?

Hilde: “Ik moest in eerste klasse vliegen zodat ik languit kon liggen, maar op onze geboekte vlucht waren geen plaatsen meer vrij. Mijn man en twee zonen vlogen dus een dag eerder terug naar Dubai, waar we toen woonden. Maar plots, enkele uren voor mijn vertrek, ontwikkelden zich uitzonderlijk vroeg moessonregens, waardoor er geen vliegtuigen meer konden landen of vertrekken. Ik zat dus gegijzeld in Thailand met een gebroken rug, terwijl de rest van mijn gezin al terug thuis was. Pas een week later kon ik eindelijk naar huis. Achteraf bleek dat ik in Thailand pijnstillers had gekregen die in het Midden-Oosten verboden zijn. Als ik in Dubai was gecontroleerd, was ik misschien met mijn gebroken rug in de cel gevlogen. Het kon dus nóg erger.” (lacht)

“Vandaag draag ik nog altijd de gevolgen van die reis. Zodra een last op mijn rug of schouders niet evenwichtig verdeeld is, krijg ik zware rugpijn. Zelfs een kleine handtas dragen of mijn smartphone in een zak van mijn jurk stoppen doet soms te veel pijn.”

“Maar wat ik nooit zal vergeten, is mijn rit in de ambulance van het ziekenhuis naar de luchthaven. De moessonregens hadden de huisjes en hutten van de Thai overspoeld, maar op straat heerste geen woede of verslagenheid: de mensen schepten het water weg en bouwden hun huizen weer op. Het verplichtte me om mijn ongeluk te relativeren.”

***

Niet elke mislukte vakantie eindigt in de cel of in het ziekenhuis. Daar kunnen reisverzekeraars een boompje over opzetten.

Danny Smagghe (Touring): “Een klant belde ons ooit in paniek vanuit Bretagne: zijn stuur was verdwenen. We horen wel vaker dat inbrekers airbags stelen, dus zo onwaarschijnlijk leek zijn verhaal niet. Toen onze wegenwachter ter plaatse kwam, hoorde hij de klant vanuit de auto roepen: ‘Ik heb geen stuur! Ik heb geen stuur!’ Maar er zat niemand vooraan: de man zat stomdronken op de achterbank. De wegenwachter heeft hem er fijntjes op gewezen dat hij niet op de juiste plaats zat en drukte hem op het hart om niet meteen door te rijden. Even later ging hij controleren of de automobilist geluisterd had. En ja, hoor: hij lag op de achterbank te knorren.”

Horen jullie wel vaker zulke verhalen?

Smagghe: “Ja, elke zomer toch een paar keer. Een jong koppel ging eens ’s avonds laat naar het strand in het zuiden van Griekenland. Ze lieten hun kleren achter in de wagen en gingen in bikini en zwembroek de zee in. Onder hun strandhanddoek hadden ze kuiltjes gegraven en daar hadden ze hun portefeuille en sleutels in verborgen. Na hun zwempartij merkten ze dat een dief niet alleen hun portefeuille en sleutels had gestolen, maar óók de huurauto. Ze hadden alleen nog hun gsm. We hebben een taxi naar hun hotel geregeld, maar het moet een meelijwekkend gezicht geweest zijn.”

Jan Cansse: (AXA Partners Benelux) “Na een skiongeval in het Franse Tignes werd een Belgische vrouw gehospitaliseerd in een stadje op een uur rijden van de skipiste. We stelden haar echtgenoot voor om een hotel te boeken in de buurt van het ziekenhuis. ‘Niet nodig,’ zei hij, ‘mijn vrouw gaat toch niet dood?’ Hij was naar Frankrijk gekomen om te skiën en hij zou zijn vrouw af en toe wel bellen. Ik weet niet of dat koppel nog samen is.”

Xavier Van Caneghem: (Europ Assistance) “Onze pechverhelpers moeten soms uitrukken omdat een automobilist frituurolie in plaats van motorolie in zijn motor heeft gegoten. Eén klant heeft een ongeval veroorzaakt omdat ze al rijdend een spin in de auto had ontdekt. En één keer had een oudere klant bij het braken haar kunstgebit verloren in het toilet. Ook dat hebben we opgelost. De lijst is eindeloos, maar we blijven altijd hoffelijk, wat er ook gebeurt.”

***

Elias Deschryvere: ‘Na enkele dagen schuilen in ons hostel moesten we uitgehongerd wel naar buiten. In de stad was het muisstil. We passeerden platgebrande huizen waar verkoolde lichamen in lagen.’
 Beeld Humo
Elias Deschryvere: ‘Na enkele dagen schuilen in ons hostel moesten we uitgehongerd wel naar buiten. In de stad was het muisstil. We passeerden platgebrande huizen waar verkoolde lichamen in lagen.’Beeld Humo

Toen Elias Deschryvere in 2018 tijdens een rondreis door Midden-Amerika in de Nicaraguaanse stad León verbleef, braken in het hele land protesten uit tegen het regime.

Elias Deschryvere: “Eerst leek er weinig aan de hand. Betogingen zijn daar vaak feestelijke gebeurtenissen: overal klinkt muziek en mensen dansen door de straten. Ik was mee aan het vieren op een strand in de buurt van León, tot mannen in pantserwagens plots riepen dat we daarmee moesten stoppen. Ze zouden ons naar de stad brengen, want er was een burgeroorlog uitgebroken. Op weg naar León hoorde ik overal geweerschoten en explosies. Het leek wel alsof de hele stad in brand stond.”

“Ik werd naar mijn hostel gebracht. In mijn straat werd niet gevochten, maar we hoorden wel knallen en schoten in de verte. De molotovcocktails vlogen in het rond en het hotel ging in lockdown: niemand mocht erin of eruit.”

Hoe beleefde je die dagen?

Deschryvere: “Er was amper eten, de regering sloot de elektriciteit soms af en het thuisfront bellen lukte vaker niet dan wel. In het begin was ik doodsbang, maar gek genoeg raakten we stilaan gewend aan de situatie. De hotelgasten speelden kaart, schaakten, dronken een glas en maakten het gezellig. Toen ik mijn moeder toch kon bereiken met een satelliettelefoon, zei ik vrolijk: ‘De geweerschoten klinken steeds verder weg!’ Voor mij was dat goed nieuws, maar zij werd doodongerust: ‘Geweerschoten?!’” (lacht)

“Na enkele dagen moesten we wel naar buiten, want het eten was op. In de stad was het muisstil. We passeerden platgebrande huizen waarin verkoolde lichamen lagen. De supermarkten waren leeggeplunderd en in de verte klonk af en toe nog een schot. Toen begon het ons te dagen: we moesten maken dat we zo snel mogelijk wegraakten, want anders zouden we écht honger lijden.”

Lukte dat?

Deschryvere: “Ja. Via via kwamen we in contact met een mensensmokkelaar. Je zou verwachten dat dat een kolos met tattoos is, zo’n typische latinomacho. Maar nee, het was een kleine, vriendelijke man, Carlos. In vredestijd reed hij rond met toeristen, en als er oorlog was, smokkelde hij mensen de grens over. Hij pikte ons op met een kleine pick-uptruck met een dubbele bodem. Ik en vier andere toeristen moesten vijf uur lang in die piepkleine ruimte liggen, zonder lawaai te maken. Door het slechte wegdek knalden we om de zoveel minuten met onze hoofden tegen de valse bodem, maar we moesten onze pijn verbijten.”

“Aan de grens met Costa Rica hoorde ik iemand roepen: ‘Policía!’ De agenten wilden de truck controleren en deden dat grondig: ze braken de dubbele bodem open en sleurden ons eruit. ‘Niet schieten! We zijn toeristen!’ smeekten we. Uiteindelijk mochten we de grens over, maar daarvoor moesten we eerst de grenswachten omkopen. Het is te zeggen: al het geld dat we nog hadden, moesten we afgeven.”

En je moeder was blij dat je naar huis kwam.

Deschryvere: “Nee, hoor: ik heb mijn reis door Midden-Amerika voortgezet (lacht). Als ik nu op reis vertrek, check ik wel eerst de politieke situatie in het land waar ik naartoe wil. En door mijn ervaring wil ik nu mensen helpen die hetzelfde meemaken en géén toeristenkaart kunnen voorleggen. Ik heb zelfs een vzw opgericht. Jaja, ik heb grote plannen.”

***

Jeremie Vaneeckhout: ‘Eén verkeerde stap en we waren in de kolkende zee gestort en tegen de rotsen geslagen. Ik voelde alleen nog adrenaline.’
 Beeld Humo
Jeremie Vaneeckhout: ‘Eén verkeerde stap en we waren in de kolkende zee gestort en tegen de rotsen geslagen. Ik voelde alleen nog adrenaline.’Beeld Humo

Jeremie Vaneeckhout, de kersverse covoorzitter van Groen, beleefde in 2014 een woelige huwelijksreis.

Jeremie Vaneeckhout: “Het was een mooie vakantie in Zuid-Afrika, het geboorteland van mijn vrouw. We maakten bij valavond nog een wandeling op een paadje langs de kliffen van de oceaan, in de buurt van ons hotel. Het werd steeds donkerder en de zee klotste almaar harder tegen de rotsen. Het was vloed en daarom besloten we toch maar rechtsomkeert te maken.”

“We stapten steeds sneller, maar we raakten ingesloten door het water. De schuimende zee had het pad verzwolgen: we konden geen kant meer op. Er restte ons maar één ontsnappingsroute: we moesten de steile rotswand beklimmen. Erg akelig, want één verkeerde stap en we zouden in het kolkende water storten en tegen de rotsen geslagen worden. Tijd om te panikeren was er niet: ik voelde alleen nog adrenaline. We klauterden tientallen meters tot we eindelijk boven op de klif stonden.”

“Nu hebben we drie kinderen, maar één misstap in 2014 en het was één van de kortste huwelijken in de geschiedenis geweest.”

***

Voor een internationaal kunstproject verbleef Hugo (niet zijn echte naam) samen met enkele andere artiesten in een onderzoekscentrum in Lapland. Op het drielandenpunt van Finland, Zweden en Noorwegen wandelden, schilderden en filosofeerden ze samen.

Hugo: “We maakten vaak trektochten door de ruwe natuur. Omdat ik best fit ben, ging ik vaak iets sneller dan de anderen. Daarom besliste ik op een ochtend om mijn tekening af te werken en een halfuurtje later te vertrekken. ‘Ik haal jullie wel in,’ zei ik.”

“Ik vertrok en begon vol goede moed en in een stevig tempo aan een steile klim. Verdwalen was onmogelijk, dacht ik: ik moest gewoon de houten palen met een rode markering volgen. Het was prachtig weer. Het was zomer in Lapland, dus de zon ging niet onder.”

“Ik wandelde een halfuur, een uur, twee uur, vier uur, en ik kreeg mijn reisgenoten maar niet in zicht: dat was niet pluis. Ik had nauwelijks nog belwaarde op mijn gsm, dus ik moest zuinig zijn met mijn telefoontjes. Ik belde onze begeleider. ‘Waar ben jij, Hugo?’ vroeg hij. ‘Je hebt toch de oranje paaltjes gevolgd, bergafwaarts?’ Niet dus. Ik was in de verkeerde richting gelopen, meer dan vier uur lang. De paaltjes die ik volgde, waren bedoeld voor sneeuwscooters in de winter, niet voor wandelaars. Ik was in een onherbergzaam gebied beland en wilde terugkeren, maar moest vaststellen dat ik verdwaald was. Ik wist niet meer welke kant ik op moest. Tot overmaat van ramp belde ik per ongeluk naar een vriendin in Nederland, waardoor al mijn belkrediet op was.”

“Het begon te regenen, waardoor er een dikke mist kwam opzetten. Ik raakte in paniek: welke kant moest ik op? Ik werd doodsbang. Plots gleed ik in een diepe schacht. Ik kon er nog uit klauteren, maar ik had een diepe snede in mijn hand. Ik verbond de wonde en ploeterde voort.”

“Ik bleef maar doorstappen, tot ik eindelijk een reisgenoot zag: Kachiri, die al de hele reis een bruine jas en een witte rugzak droeg. Ze stond aan de andere kant van het dal. ‘Kachiri!’ riep ik. ‘Kachiri, ik ben hier!’ Ze draaide zich om, maar het was Kachiri niet. Wel een rendier met een bruine vacht en een witte kont.”

“Ik dacht: als ik toch moet sterven, hoe cool is het dan dat het híér gebeurt? Ik besefte dat ik een unieke ervaring had. In België of Nederland kun je niet meer verdwalen in de wildernis: hier was ik overgeleverd aan de elementen.”

Hugo: ‘Ik was verdwaald in Lapland en helemaal overgeleverd aan de elementen. Maar tegelijkertijd is mijn tocht door de wildernis één van de mooiste herinneringen uit mijn leven.’ (Foto: een schilderij dat Hugo maakte tijdens zijn verblijf in Lapland.) Beeld Humo
Hugo: ‘Ik was verdwaald in Lapland en helemaal overgeleverd aan de elementen. Maar tegelijkertijd is mijn tocht door de wildernis één van de mooiste herinneringen uit mijn leven.’ (Foto: een schilderij dat Hugo maakte tijdens zijn verblijf in Lapland.)Beeld Humo

Je lijkt bijna heimwee te hebben.

Hugo: “Ja. Ik vind het nog altijd één van mijn mooiste herinneringen. Ik voelde me echt leven en had al bijna vrede met de dood.”

“Midden in de wildernis stootte ik plots op een hoog en stevig hekwerk: de grens tussen de Scandinavische landen. Als ik het bergafwaarts volgde, zou ik bij het drielandenpunt uitkomen. Ik stapte urenlang door, over rotsen en andere obstakels, tot ik eindelijk één van mijn reisgezellen zag. Zij waren samen met een reddingsteam naar mij op zoek gegaan. We huilden en vielen elkaar in de armen. Ik was zestien à twintig uur vermist geweest.”

Eind goed, al goed?

Hugo: “Nee. Die nacht sliep ik heel onrustig, en ik werd wakker met een half verlamd gezicht. Mijn toestand verergerde alleen maar tijdens de lange terugreis naar België.”

“Terug thuis moest ik onder de hersenscanner. Ze dachten eerst dat ik een tumor had, maar na verder onderzoek bleek ik aan de spierziekte MS te lijden. Wellicht sluimerde die al mijn hele leven in mijn lijf, maar door de angst en de extreme stress in de wildernis had ik symptomen gekregen. Die dwaaltocht heeft mijn leven dus helemaal veranderd.”

Hoe gaat het nu met je?

Hugo: “Best goed. Ik neem medicatie en heb nauwelijks last van de ziekte. Alleen sta ik nu anders in het leven. Als kunstenaar leidde ik een onzeker en soms stressvol bestaan, en dat moest ik vermijden. Ik heb sinds enkele jaren een job in de bedrijfswereld, zodat ik kan sparen en een vangnet kan weven voor slechtere tijden. Ik heb zelfs een huis gekocht.”

“Ik weet niet wat de toekomst brengt. Als ik voel dat ik te snel achteruitga en ik in een rolstoel zal belanden, hoeft het voor mij niet meer. Dan verkoop ik alles wat ik heb en trek ik opnieuw de wildernis in voor een laatste avontuur, tot het niet meer gaat. Dan liever zo.”

***

Niet elke crimineel in het buitenland is even goed in wat hij doet, zo weet Jelle Van Stappen uit ervaring.

Jelle Van Stappen: “Ik kwam met een vriendin met de bus aan in Managua, de hoofdstad van Nicaragua. Een man sprong in de bus en riep: ‘Wie heeft een taxi nodig?’ Wij hadden vervoer nodig, maar we voelden dat het niet pluis was. De chauffeur stelde een veel te lage prijs voor en duwde zelfs zijn autosleutels in mijn hand om te tonen dat hij te vertrouwen was. Normaal gezien heb ik uitstekende voelsprieten voor verdachte situaties op reis, maar die dag werkten ze niet goed.”

“Mijn vriendin en ik namen plaats op de achterbank. Het was een echte taxi, dus de man leek wel te vertrouwen. Tot er, net voor de chauffeur vertrok, nog een man in de wagen sprong, op de passagiersstoel. Hij en de chauffeur leken elkaar te kennen. Ik had snel door dat we niet naar onze bestemming reden, maar de stad verlieten. Ik kende de verhalen over Managua: we werden ontvoerd.”

Waren jullie in paniek?

Van Stappen: “Nee. De chauffeur was wel erg opgefokt. Ik kon zien dat hij stijf stond van de cocaïne. De andere man was veel kalmer. We zeiden tegen elkaar: ‘Rustig blijven en afwachten.’”

“De auto stopte op een afgelegen parkeerterrein. Er was niemand in de buurt. ‘Uitstappen,’ zeiden de mannen. We weigerden. De twee waren duidelijk uit het lood geslagen. ‘Geef ons jullie geld!’ ‘Nee,’ antwoordden we, ‘daar hebben we geen zin in. Breng ons maar terug naar de stad.’ Je zag ze zo denken: doe eens niet zo moeilijk. (lacht Het was heel onhandig. Uiteindelijk begonnen we te onderhandelen om vrijgelaten te worden.”

Jelle: ‘Toen we onze ontvoerders weigerden te betalen, zijn we beginnen te onderhandelen. We kwamen er goedkoop van af en kregen zelfs nog wisselgeld terug.' Beeld Humo
Jelle: ‘Toen we onze ontvoerders weigerden te betalen, zijn we beginnen te onderhandelen. We kwamen er goedkoop van af en kregen zelfs nog wisselgeld terug.'Beeld Humo

Wat? Je hebt onderhandeld met je eigen ontvoerders?

Van Stappen: “Ja. Ze wilden ons laten gaan voor 50 córdoba, toen omgerekend 3 à 4 dollar. Het grappige is dat mijn vriendin alleen een briefje van 100 córdoba had. Die ontvoerders hebben wisselgeld teruggegeven, in kleine munten. Ze hadden maar 43 córdoba, maar voor die laatste paar eurocenten hebben we gezegd: ‘Laat maar!’” (lacht)

Was dat achteraf gezien niet roekeloos?

Van Stappen: “Ja, pas achteraf heb ik beseft dat die mannen gewapend hadden kunnen zijn. Soms worden toeristen ook vermoord. Maar op dat moment hielden we daar geen rekening mee, wat wellicht niet zo slim was.”

“We hebben onze rugzakken uit de koffer gehaald en de mannen zijn weggescheurd. Na een tijdje vroegen we aan een voorbijganger om een echte taxi te bellen, die we deels hebben betaald met het wisselgeld van onze kidnapper.” (lacht)

***

Antoinette van Wijk trok enkele jaren geleden voor het eerst naar Afrika. In de Serengeti in Tanzania sliep ze samen met haar gezin in tenten om van dichtbij dieren in het wild te zien, zoals buffels. De aandachtige lezer van Annemieks avontuur in Cambodja weet dat zo’n ontmoeting fout kan lopen.

Antoinette van Wijk: “We stonden vroeg op omdat we een safaritocht met onze gids zouden maken. Ik stak mijn hoofd uit de tent en zocht één van de beveiligers die het terrein rond de tenten bewaakten tegen de wilde dieren. Maar op het afgesproken uur daagde er niemand op. We mochten onder geen beding de tent uit zonder bewaker, maar mijn broer en ik besloten toch op zoek te gaan – we hadden zoveel zin in die safari. Na nog geen 20 meter hoorde ik mijn broer zeggen: ‘Buffels!’”

“Voor ons stonden twee Afrikaanse buffels. Indrukwekkende beesten: de mannetjes wegen bijna een ton. Die zie je anders alleen in kuddes, dus deze buffels waren verstoten mannetjes. Naar het schijnt zijn die extra gefrustreerd en agressief. Eén van de twee kwam op volle snelheid op ons af. Hij had het duidelijk op mij gemunt en gooide me meerdere keren in de lucht. Ik viel telkens meters verder hard neer. Ik deed alsof ik dood was en hoopte dat de aanvallen zouden stoppen. Achteraf gezien ben ik vrij kalm gebleven. Ik wachtte mijn lot af: zijn hoorns zouden me doorboren en ik zou het niet kunnen navertellen. Vechten had geen zin. Ik wist zeker: ik word zo meteen gespietst, dit wordt mijn dood.”

“Nadat ik een kleine minuut lang aanvallen had geïncasseerd, lag ik roerloos op de grond. Mijn broer had de agressieve buffel weggejaagd, en de tweede was al weggerend. Ik opende mijn ogen en kon niet geloven dat ik nog leefde. Ik had zelfs nauwelijks pijn.”

“We reden drie uur naar de dichtstbijzijnde artsenpost, waar ik pas echt besefte hoeveel geluk ik had gehad. De Tanzaniaanse patiënten raakten me aan met hun vingertoppen. Ik was in hun ogen een soort godswonder, vertelde het ziekenhuispersoneel me: ik was niet alleen blank, een huidskleur die velen nog nooit gezien hadden, ik had ook een aanval van een buffel overleefd. Dat gebeurt bijna nooit.”

Heeft de aanval je leven veranderd?

Van Wijk: “Absoluut. Vroeger werkte ik bij het leger, maar door die aanval moest ik verder met een ander lijf. Zelfs na vier maanden revalideren kon ik het huis niet schoonmaken zonder pijnstillers. Het was heel lastig voor me om als jonge militair te aanvaarden dat ik veel minder kon dan vroeger. Ik dacht ook: wat als ik morgen niet meer wakker word? Wat maakt me écht gelukkig? Sindsdien ben ik steeds bewuster beginnen te leven: ik eet gezond, doe aan yoga en mindfulness, ik breng veel tijd in de natuur door… Mijn klachten verdwenen beetje bij beetje en ik werd een nieuw mens.”

“Gezondheid is mijn passie geworden. Samen met mijn partner heb ik een praktijk opgericht om mensen te begeleiden naar een zo gezond mogelijke levensstijl. Ik voel me ook helemaal geen slachtoffer van die ene buffel. Mijn horrorvakantie was in zekere zin positief: het was de wake-upcall die ik nodig had.”

© HUMO

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234