Vrijdag 10/07/2020

'Ik verander graag van gezicht'

Het Duitse regietheater is een beetje zoals de seventiesmode: dat mag nooit verdwijnen

Marc Minkowski

Wie

Succesrijke dirigent die zich vanuit de oudemuziekwereld op het ereschavot hees

In het nieuws

Debuteert in de Munt met Rossini's 'Cenerentola'

De Franse Marc Minkowski dirigeert aan vele grote operahuizen en op de grote festivals zoals Salzburg en heeft een platencontract bij Deutsche Grammophon/Archiv. Maar telkens als hij naar België terugkomt, bij Bozar of zoals nu in de Munt, voelt hij dat 'de relatie met het Belgische publiek nog altijd sterk is'. Dat doet hem plezier.

Door Stephan Moens

BRUSSEL l Ja, hij komt graag terug naar België 'na al wat er gebeurd is', smoezelt Minkowski aan het eind van het gesprek. Dat is niet vanzelfsprekend, want zijn afscheid van ons land was niet echt rimpelloos verlopen.

Na een conflict met het orkest van de Vlaamse Opera, waarvan hij enkele jaren chef-dirigent was, vertrok Minkowski toen bleek dat intendant Marc Clémeur hem niet meer steunde.

Het lijkt wel een assepoesterverhaal. De vraag "Houdt u van sprookjes?" beantwoordt Minkowski dan ook met een volmondig "ja": "Ik houd ook veel van Cendrillon van Massenet of van Les Contes d'Hoffmann van Offenbach, al is dat misschien geen echt sprookje. Toen Peter de Caluwe mij voorstelde om deze productie te doen, heb ik de gelegenheid meteen waargenomen. Ik heb nog weinig Rossini gedirigeerd, maar ik vind het zalig."

Zowel Rossini als Minkowski krijgen al eens het verwijt te licht en te oppervlakkig te zijn. Minkowski weert zich tegen beide aantijgingen: "Wat Rossini betreft: ze zeggen maar. Hij is onweerstaanbaar. Er is iets waardoor je na twee of drie noten al verleid wordt. De manier waarop de melodie op het verloop van de tekst wordt geplaatst, dat is echt opmerkelijk, heel eenvoudig en efficiënt. Dat schijnbaar clichématige is diep Romaans. Rossini is een vakman van het cliché."

En Minkowski zelf? "Ik hou van zogenaamd lichte muziek. Ik heb net nog Kurt Weill gedirigeerd - de Zeven hoofdzonden en de tweede symfonie - en ook hij zei dat er geen lichte of zware muziek was maar enkel goede of slechte. Anderzijds was een van de belangrijkste producties voor mij de laatste tijd Pelléas et Mélisande met Olivier Py in Moskou. Pelléas is een van mijn fetisjstukken. In hetzelfde seizoen heb ik in Zürich Fidelio gedirigeerd. Het volgende wordt Die Feen van Wagner in het Théâtre du Châtelet, Idomeneo in Aix-en-Provence. En ik ben van plan meer Wagner en Verdi te dirigeren. Is dat allemaal te licht? Ik heb er evenveel plezier aan in de wolken van Pelléas te vertoeven als in het pikante van Offenbach of Rossini. Ik verander graag van gezicht."

Minkowski heeft altijd de verdediging van de negentiende-eeuwse Franse opera op zich genomen. In de Vlaamse Opera wilde hij per se La Juive van Halévy opvoeren, maar Clémeur was ertegen. Hij blijft bij dat standpunt: "De grand opéra van Meyerbeer en Halévy is overschaduwd door Verdi en Wagner en misschien ook wel door het feit dat men niet meer weet hoe het te zingen en te interpreteren. Maar er zit een wonderlijke wereld van idealisme in, misschien soms met dramaturgische dwaalsporen - politiek in 'Les Huguenots' of godsdienstwaanzinnig in 'Robert le diable'. Misschien zijn bepaalde stukken ook overdreven verafgood geweest."

Toch wil hij niet gereduceerd worden tot een ambassadeur. Hij heeft nog altijd niet verteerd dat hij geen directeur mocht worden van de Opéra Comique in Parijs. "Men zei dat ik te jong was en men mij nog nodig had om de uitstraling van Frankrijk in het buitenland te verzekeren. Dat kon ik moeilijk slikken."

De droom om ooit zelf een huis te leiden heeft hij nochtans niet opgegeven. "Ik ben op een moment van mijn leven gekomen waarop ik een synthese wil maken van mijn werk. Ik ken coproducenten, ik heb een waardevol adresboek. Er zijn mensen die zeggen dat ik een muzikant ben en geen manager. Wel, ik ben op alle vlak een selfmade man. Ik heb nauwelijks gestudeerd in conservatoria en dat heeft me altijd geluk gebracht. Ik heb vergissingen begaan, er zijn dingen die mislukt zijn, maar ik weet wat ik aankan. En ik geloof dat ik het heilig vuur in mij heb om een huis te leiden, met een goede ploeg uiteraard."

Misschien zal hij in dat huis ooit zelf regisseren: "Dat zou ik kunnen proberen met heel lichte stukken. Toch begrijp ik heel goed het gewicht en het belang van het regiewerk. Een goede operaregisseur, dat is voor mij iemand die de conventie aanvaardt en toch zo theatraal en zo geniaal mogelijk is. Opera is een conventie. Het feit dat men een tekst zingt, dat moet je accepteren als een zegening, omdat de dramaturgie al heel goed voorgegeven is door de componist. Je moet dus een sterke theatrale emotie scheppen die uitgaat van de muziek. Het sterkst heb ik dat gevonden in de producties van Strehler of Ponnelle en later bij Mnouchkine en Chéreau. Die zijn nog altijd actueel en ontroerend. Daarna werd er veel geëxperimenteerd, gelukkig heeft het publiek niet afgehaakt."

"Nu is er een jonge generatie regisseurs die, zonder conventioneel te zijn, begrepen heeft dat de sleutel ligt in een theatrale lezing van de muziek: Laurent Pelly, Olivier Py, Coline Serreau..." Dat betekent dus het einde van het Duitse regietheater? "Zo ver zijn we nog niet. Maar het Duitse regietheater is ook een beetje zoals de seventiesmode: dat mag nooit verdwijnen."

La Cenerentola van Rossini gaat vrijdagavond in première in de Munt. Rond die productie zijn er ook familieworkshops op 11 en 18 oktober en een familievoorstelling op 19 oktober: www.demunt.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234