Dinsdag 13/04/2021

'Ik verafschuw inspiratie'

Van de drie Nederlandse schilders in de CoBrA-beweging is alleen hij nog over. Meer zelfs: Corneille schildert weer, na een kwetsbare periode. 'Ik heb mezelf altijd als literaire schilder gezien. Mijn werken zijn fabels.' Het CoBrA-museum in Heerenveen viert Corneille's 85ste verjaardag met een flamboyante overzichtstentoonstelling.

DOOR ROB GOLLIN

Altijd waren er dezelfde beschrijvingen: Karel Appel (1921-2006) was 'het schildersbeest', Constant Nieuwenhuis (1920-2005) de 'theoreticus', en hij, Guillaume Cornelis van Beverloo (Luik, 1922) de fijngevoelige 'poëet' die met een op kindertekeningen geïnspireerde stijl zijn verbeelding met vooral vogels en vrouwenfiguren vormgeeft. Heldere, opgewekte kunst. Met zijn baard, alpinopet en Parijse ateliers groeide hij welhaast uit tot het archetype van de kunstenaar.

Hij heeft vrede met de rolverdeling.

"Ik heb mezelf altijd als literaire schilder gezien. Mijn werken zijn fabels."

Hij leidt een teruggetrokken bestaan in het Maison du Cedres, in het departement Val-d'Oise. De gevels en zelfs de witte luiken van het 18de-eeuwse landhuis gaan goeddeels schuil achter weelderige klimop. In de met muren omsloten tuin staan enkele van zijn bronzen beelden tussen de struiken - een kat, een vogel. Een trapje leidt naar beneden, naar zijn atelier op de helling: een mobilhome, met zicht op de velden. Tussen verfattributen en kunstboeken staan tientallen beelden uit Afrika, aan de wand hangen maskers. "Je kunt ze daar nog wel krijgen, maar de innerlijke kracht ontbreekt. Ze worden nu in serie geproduceerd."

Vorige week heeft hij er in Parijs ruim 150 van laten veilen. Collection Corneille. Het blijkt een voorschot op wat komen gaat. "De successierechten hier zijn absurd."

Hij schildert weer. "Poëtische beeltenissen. Sprookjes. Wolkjes, Straatjes. Mensen. Vogels, ja natuurlijk vogels." Er ligt wat werk op de vloer. "Zie het rood. Het vibreert."

Ook zijn hand trilt, lichtjes.

Er zijn weer dagen dat hij zich goed voelt, ook dankzij medicamenten.

"Als je van ver terugkomt, lukt het je een sterker mens te worden. Dat zie je in de natuur ook."

Corneille was ver, twee jaar geleden.

Manisch depressief. Hij verbleef wekenlang in de Clinique du Château in Garches bij Parijs. Wat moet hij erover vertellen? "Ik zat opgesloten in een krankzinnigengesticht. Dat zegt toch alles? Daar ga ik niet over uitweiden." Zijn vrouw Natacha: "Heb je One flew over the cuckoo's nest gezien? Zo dus." Corneille: "Het zit in je hoofd. Te veel emoties, denk ik. Je kunt er moeilijk de vinger op leggen. En ineens, boem, vliegt het deksel van de pan, en ben je geestesziek." Het is hem al eens eerder overkomen in 1992.

Zijn opname leidde tot speculaties onder vrienden en kennissen in Amsterdam.

Zijn vrouw zou hem afschermen van de buitenwereld. Ze zou op zijn geld azen. Ze liet tijdens zijn verblijf in de kliniek zijn pied-à-terre in Amsterdam leeghalen. Natacha, van Frans-Russische komaf, 26 jaar jonger dan haar echtgenoot, is nogal altijd woedend over de verdachtmakingen.

Volgens haar zijn de contacten beperkt op advies van de dokters, Corneille was zo labiel dat zij zijn curator is geworden.

"En het was míjn huis, hè, in Amsterdam. Er was ingebroken, er zijn tekeningen weggehaald. Er zijn vrouwen, maîtresses, modellen, die de sleutel hadden. Corneille was te goedgelovig. Hij dacht dat ze kwamen schoonmaken."

Corneille: "Er zijn toen grove leugens verspreid." Er zijn inmiddels banden met Amsterdam verbroken.

De schilder zelf concentreert zich liever op een komende gongslag in zijn artistieke loopbaan: het CoBrA-museum in Amstelveen viert deze zomer zijn 85ste verjaardag met een expositie, Some of these days. Veertig werken, met het accent op zijn vroege jaren, de jaren veertig, de CoBrA-jaren 1948-1951 én een uitloop naar de jaren zestig.

Hij schuift zijn omelet opzij om het meegebrachte paarse affiche te bekijken, waarop hij staat afgebeeld met zwierige hoed, een trui losjes over de schouders, een Franse krant onder de arm. "Bravo! Ik hoorde dat er al een geveldoek hangt, van vijf bij vijf meter. Dat is groot hoor, vijf bij vijf!"

In 1948 zou hij met Karel Appel, die hij al in de oorlog op de Rijksacademie voor de Beeldende Kunsten in Amsterdam had leren kennen, en met Constant en Deense (Asger Jorn) en Belgische (Christian Dotremont) schilders de oorlog verklaren aan de burgerlijkheid en het stramien, en de liefde aan het experiment. Ongebreidelde fantasie en energie, spontaniteit en naïviteit dienden aan de basis van de creativiteit te staan. Van de drie is hij de beginselen het meest nabij gebleven. "Waarom ook niet? Het was een formidabel avontuur."

Het uit zich zeker in zijn werkwijze - niet veranderd in al die jaren.

"Als ik begin heb ik nog steeds geen idee. Ik verafschuw inspiratie. Ik ga gewoon aan het werk. Na het eerste streepje komt een tweede, van een vlek komt nog een vlek, en de vlek wordt een vogel, of een vrouwenlichaam. Het is de manier van een kind. Ook een kind begint maar. Ik hou ook niet van het woord inspiratie. Het heeft iets edels. Je plaatst een kroontje op het hoofd van een heilige. Nu ben je schilder. De inspiratie is je ten deel gevallen." Hij snuift.

"Ik schilder altijd met heel weinig verf. Ik hou van goede penselen. Machtig haar moeten ze hebben. Karel Appel was wel eens kwaad op mij: hoe kun jij met zulke zuinigheid zulke kleuren oproepen? Om het rood zo intens te krijgen heb ik een kilo verf nodig, en jij een paar gram."

Hij werkt tegenwoordig wel op een tafel, op doktersadvies na rugklachten.

Vroeger lag het werk op de grond. "Op de grond kun je om je werk heen wandelen. Je ziet alle plekken."

Hij was in de twintig in de CoBrA-tijd. "In de lente van mijn leven."

Mooi, jong, veel vrouwen en succes. En het werk doorstaat de tijd. Er zit eeuwigheidsgevoel in.

"Over honderd jaar zullen de doeken nog altijd tot de mensen spreken, dat weet ik zeker.

"Vaak wordt vergeten dat wij al eerder de Experimentelen hadden opgericht, schilders en dichters.

Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek. Het hing in de lucht. Het is een naoorlogs fenomeen. Je leeft niet meer onder druk. Je kunt overal naar binnen, er is van alles te koop. Nederland was een saai land voor de bezetting. Een ingeslapen bevolking, zonder veel ambities, zonder driften. De oorlog heeft veel driften losgemaakt."

In de eerste jaren na de bevrijding is zijn werk tamelijk somber, met veel grijs- en groentinten. "Het is eerder dramatisch. De oorlog zat nog in mijn geest. Ik zat ondergedoken, ik ben tien keer van plek veranderd. Ik at tulpenbollen in de hongerwinter. Ik woog 45 kilo toen ik uit de oorlog kwam. Het was een ramp, die oorlog. Maar ik heb me ontrukt aan die geestelijke ellende. Het werd snel vrolijker."

Ze vormden even een driemanschap, Appel, Constant en Corneille.

Ze zaten in november 1950 in dezelfde trein naar het Gare du Nord. Maar drie jaar na de oprichting bestond CoBrA niet meer. "Er is niets misgegaan, niets speciaals althans. CoBrA was een collectief. Maar er komt een tijd dat je je ook als individu wilt laten gelden. Dat zie je in de hele geschiedenis van de moderne kunst. De futuristen, de dadaïsten, de surrealisten: uiteindelijk gaan de leden uit elkaar."

Dat de Nederlandse kunstwereld zijn eigen latere werk minder welwillend heeft ontvangen - het vroegere werk van de zoekende kunstenaar was interessanter, de ontwikkeling is al jaren gestopt, altijd maar die vogels - stuit op onbegrip. "Hier in Frankrijk of in Italië of waar ook speelt het niet. Ik exposeer nog over de hele wereld. Ik heb net nog in China gehangen, in Peking. Waar hebben ze het nou over? Het zijn zuurpruimen, de Nederlanders."

De suggestie dat de huidige alomtegenwoordigheid van 'het product Corneille' - in motieven terug te vinden op attributen als koffiemok, kussensloop, stropdas en wijnetiket - een serieus artistiek oordeel belemmert, maakt een onverwachte boosheid in hem los.

"Met het product Corneille heb ik niks te maken. Er zijn boeven, schúrken, die mijn bekendheid, mijn roem, misbruiken om allerlei spullen op de markt te brengen zonder mijn toestemming te vragen, zonder mij te betalen. Ik ben het niet die die boel op de markt brengt." Hij beent naar een kast, grist er een kopje uit. "Mijn handtekening staat er zelfs onder. Ik weet van niets! Bedriegers zijn het. Hier worden er duizenden van verkocht."

Later, in de tuin, is de gramschap er nog: "Jakhalzen!"

Maar hij heeft toch ook zelf geregeld meegewerkt, aan ballpoints bijvoorbeeld?

"Daar heb ik een ontwerp voor gemaakt, en ik ben betaald. Niet veel, maar het was eerlijk geregeld. Er kwam kritiek op, ja. Typisch Nederlands om daarover te beginnen. Kleinzielig. Grote kunstenaars in het buitenland hebben ook dat soort dingen gedaan. Je hoort er niemand over."

Corneille, Some of these days. CoBrA-museum, Amstelveen, tot 30/9, www.cobra-museum.nl

Corneille: :

Karel Appel was wel eens kwaad op mij: hoe kun jij met zulke zuinigheid zulke kleuren oproepen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234