Zaterdag 06/03/2021

'Ik val in slaap als mensen over geld praten'

Wat drijft mensen? Hoe belangrijk zijn materieel gewin of diverse idealen? Filmmaker en journalist Marc Didden raakt niet wijs uit de terminologie van geld en moet het bij een spelletje Monopoly altijd afleggen tegen collega Dominique Deruddere.

Twee dingen hebben mijn ouders verzuimd me te leren: mijn tanden poetsen en sparen. Het eerste houdt verband met het tweede: we hadden immers geen badkamer. We hadden ook geen auto en gingen niet elk jaar op reis. Wij kwamen niet van honger om, maar er was ook geen geld voor extra's. Ik herinner me nog dat ik met mijn moeder naar de Delhaize ging - toen nog geen supermarkt, maar een winkel om de hoek - en hoe het ,vanaf de twintigste van de maand, wel eens voorkwam dat ze zei: 'Schrijf het maar op'. Dat er, met andere woorden, geen cash meer in voorraad was. Aan de andere kant: mijn vader werkte bij de staat, dus de groene kaart van de postcheque lag er wel elke maand.

"Ik heb een heel plezierige jeugd gehad, typisch voor de jaren vijftig, zonder televisie, zonder ijskast, zonder badkamer, en ik heb dat nooit als een gemis ervaren. We hadden niks tekort, maar er was ook niks over. Geld voor een bandopnemer was er niet, ook niet voor een lp. Een singeltje kon nog net. Reken zelf maar uit: we kregen op zondag 20 frank zakgeld. Een singeltje kostte 66 frank, een lp 25O frank en de bioscoop 12 frank. Vraag je je nu nog af waarom het de cinema is geworden? In onze buurt waren drie wijkbioscopen: Rio, Rixy en Novelty. Als je daar naar de film ging, hield je dus van je zakgeld nog 8 frank over. Daarvan ging er 2 frank naar de ouvreuse en voor de rest kon je kiezen: friet met mayonaise kostte 6 frank - 5 voor de friet en 1 voor de mayonaise - of een frisco. Die kreeg je al voor 5 frank, en dan had je nog over. Als ik nu in de Fnac een jongen van veertien zonder verpinken vijf cd' s zie kopen, denk ik daar wel eens aan terug. Hoe ik met veel onvervuld verlangen en ook wel wat spijt naar de hoes van de plaat van Elvis in de etalage stond te staren. Nog een uitvloeisel van die tijd: als ik nu de tram neem, in mijn zak tast en daar vijf stukken van 20 vind, heb ik nog altijd het gevoel van 'hé, eigenlijk ben ik nog rijk'.

"Nostalgie is mijn ding niet, maar ik was natuurlijk wel het jongetje dat met grote ogen door de Expo van '58 liep. En op zomeravonden, als het wat langer licht bleef, ging mijn moeder met mij door het stadspark wandelen. En ja, ik heb toch de indruk dat de wereld toen minder gecompliceerd in elkaar zat. Stress bestond nog niet of er werd niet over gepraat, en er ging een zekere bekoring uit van spek met eieren eten en niet weten dat carpaccio bestaat. En natuurlijk waren de volwassenen blij dat de oorlog voorbij was, want dat was nog niet zo lang geleden. In '56, '57 zag ik in de bioscoop oorlogsfilms en het drong niet tot mij door dat het over vrij recente gebeurtenissen ging.

"Om het idyllische plaatje te vervolmaken: wij woonden op een appartement tegenover het Jubelpark, en mijn drie broers en ik beschouwden dat als ons persoonlijk speelterrein. Als kennissen uit Limburg soms meewarig zeiden: 'Ocharme, jullie hebben geen tuin', snapten wij niet waar ze het over hadden.

"Het Jubelpark was helemaal van ons en ik moet bekennen dat mijn broers daarbij soms regelrechte maffiapraktijken hanteerden: van bepaalde mensen vonden we dat zij het park niet binnen mochten. We speelden cowboy en indiaan -wij waren altijd de indianen, nooit de cowboys - en we namen dat zeer au sérieux. In de biblioteek zochten wij informatie over de oorlogskleuren of verschillende soorten veren, want dat moest kloppen. Wij wilden niet het risico lopen dat wij in de tooi van Apachen als Sioux poseerden.

"Ik heb altijd gevonden dat mijn vader de juiste prioriteiten had: hij had een echte biblioteek, las de klassiekers en nam ons mee naar toneel, opera en diverse musea. Hij had respect voor cultuur, en niet alleen voor wat er in Brussel te vinden was. Mijn moeder was een zeer ethische vrouw die het belangrijk vond dat je eerlijk was en andere mensen niet bedroog of schade toebracht. Ze nam er ook haar tijd voor om het daar met ons over te hebben, en als je haar een probleem voorlegde, steunde zij altijd de meest ethische keuze. Ze was het soort vrouw dat, als ze een reep chocolade aangeboden kreeg, er nog niet aan dacht om die in haar eentje te verorberen, maar die onmiddellijk in vier stukken brak voor haar kinderen. Ik betrap mezelf erop dat, als ik nu een moreel probleem heb, ik me nog wel eens de vraag stel: 'Wat zou ons moeder hiervan gedacht hebben?'.

"Ze was een huisvrouw die haar taak met liefde vervulde en zich zeker niet als een slachtoffer beschouwde, maar ze vond toch dat het niet klopte dat je als huisvrouw, die toch een serieuze economische bijdrage leverde, toch nog aan je man 100 frank moest gaan vragen als je iets nodig had. Mijn beide ouders hebben me geleerd om hoofd- en bijzaken te onderscheiden, en ik ben ze daar dankbaar voor. Zoiets is natuurlijk selectief: als je opgroeit in een gezin van overtuigde VLD'ers zullen de prioriteiten wel enigszins anders liggen.

"Geld was thuis geen gespreksonderwerp, en ik heb die cultuur overgenomen. Ik praat niet over geld, ik heb geen bezittingen en ik heb in mijn leven nog nooit iets voor het geld gedaan. Dankzij de journalistiek heb ik wel veel van de wereld gezien en ben ik op plekken geweest waar je anders alleen maar van kunt dromen: Jamaica, L.A. Ik heb een plezierig leven: een beetje schrijven, films maken, alles waar ik altijd van gedroomd heb.

"Pas op, ik ben geen naïeve hippie, en ik heb absoluut niets tegen geld en de armslag die je dat verleent. De vrijheid van: ik stap morgen in het vliegtuig naar Barcelona, of het boek dat je zag liggen in het uitstalraam van Tropismes (befaamde, helaas uitsluitend Franstalige boekhandel in Brussel, hs) gewoon kopen in plaats van erover te praten. Ik verkwist geen geld, maar als er iets extra's uit de lucht valt, heb ik daar snel een bestemming voor. Ik ben bijvoorbeeld dol op kleine reisjes. Ik weet het, het is een slechte investering, want het brengt niets op, maar je komt wel terug met verhalen en beelden in je hoofd.

"Ik gebruik geld als middel om het allemaal wat aangenamer te maken. Schoenen zijn in dat opzicht mijn achilleshiel: ik geef makkelijker geld uit aan schoenen dan aan iets anders. Voor een bijzonder hotel wil ik ook nog wel eens in mijn beurs tasten: het hoeft daarom niet per se de grote luxe te zijn, maar zo'n hotel met een bijzondere sfeer of geschiedenis, waarvan je denkt als je er 's avonds aankomt: 'Ik ben toch blij dat ik hier logeer'. En ik kan ook geld uitgeven aan duur schrijfgerief, een bijzonder fraaie pen of zo. Over het algemeen heb ik absoluut geen luxueuze smaak: als mensen dromen over een huis in het zuiden, hebben ze daarbij al gauw een villa met zwembad voor ogen, terwijl het voor mij ook een hutje in de bergen mag zijn. "Ik heb periodes gehad waarin ik me vanalles moest ontzeggen en ik heb die niet ervaren als de donkerste uit mijn leven. Een vijftal jaren geleden was ik zwaar ziek, en dan moet je natuurlijk een aantal opdrachten afslaan, maar zwaar heb ik daar niet van afgezien.

"Ik weiger om geld als doel te zien, of gewoon als gespreksonderwerp. Ik val in slaap als ik tussen mensen zit die over geld praten. Ik heb een hekel aan mensen die hun leven in dienst van het materiële stellen, hun vriendenkring daarop selecteren en proberen elkaar te overtroeven met bewijzen van welstand. Ik kan bijvoorbeeld heel slecht tegen de sfeer van bepaalde sterrenrestaurants, omdat het daar vaak vol foute mensen zit: advocaten, notarissen, uitgevers van verkeerde bladen, die over de beurs lullen. Dan drink ik liever in een volkscafé een glas Stella met een boterham met gehakt. Ik heb een proletarische kant, ja.

"In de filmwereld wordt geld iets abstracts: een film maken kost ettelijke miljoenen, maar ik heb nog nooit een miljoen gezien. Tot nu toe heb ik vier langspeelfilms gedraaid en ik heb ze allevier in goede omstandigheden kunnen maken. De producer zorgde voor het geld en ik ben nooit moeten gaan bedelen. Ik maak persoonlijke films, ik word nooit ingehuurd, en het loon dat ik zou krijgen, investeer ik in het product: het is niet de bedoeling dat ik er geld voor een Mercedes aan overhoud. Ik ben er dan ook niet rijk van geworden, maar dat hoeft niet, want het zijn geen echte commerciële prenten. Ik vergelijk mezelf wel eens met iemand die een dichtbundel schrijft: die heeft de drang om zich te uiten, maar verwacht ook niet dat er in de Fnac een file staat voor zijn werk. Ik vind het wel belangrijk dat mensen mijn werk kunnen zien: doordat het op televisie komt, hebben toch een miljoen mensen het gezien.

"Weet je, ik ken de terminologie van het geld niet. Je weet dat ik soms scenario's schrijf samen met Dominique Deruddere. Dat doen we in een huis aan zee, en als afwisseling spelen we dan Monopoly. Dominique heeft in no time overal hotels staan, terwijl ik misschien een miezerig huisje, zo'n groen of rood blokje, het mijne kan noemen. Dominique wéét dat als hij daar investeert straks daar zijn slag kan slaan. Mijn begrip van geld en economie is zo goed als onbestaande. Om niet meteen roemloos verslagen te worden, ben ik zo goed als verplicht om bij de bank enkele biljetten van 10.000 te stelen terwijl Dominique naar het toilet gaat. "Ken je dat boek van Robert Musil, 'De man zonder eigenschappen'? Ik denk soms dat ik de man zonder ambitie ben, de slechtste carrièreplanner van de hele wereld. Ik maak ook nooit gebruik van netwerken van vrienden of contacten, integendeel, ik leg soms een hele weg af als een telefoontje zou volstaan. De rol van de eenzame wolf ligt mij wel. Niet dat ik een mensenhater ben, maar ik doe graag mij eigen ding.

"Mijn ultieme ambitie is proberen iets moois te maken: een film, een tekst die iets toevoegt aan de wereld. Ik streef daarbij geen persoonlijk succes na: de keren dat ik dicht langs het succes ben gekomen, voelde ik me bijzonder ongemakkelijk.

"Ik vind dat ik geluk heb: ik heb nog nooit iets tegen mijn zin gedaan. Ik kan ook heel goed nee zeggen tegen een aanbod dat op het eerste gezicht wel financieel aantrekkelijk lijkt. Ze hebben me bijvoorbeeld een paar keer gevraagd voor de regie van een televisieserie. Dan aarzel ik even, maar achteraf ben ik meestal blij dat ik het niet gedaan heb."

verkeerde bladen die over de beurs lullen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234