Zaterdag 15/08/2020

Ik sta op en ik ga slapen met Opel

Rudi Kennes (49) lacht schamper om het misverstand. Zeker, met zijn sandalen, bermudashort en zonnebril komt hij zomers voor de dag. Maar daaruit besluiten dat hij met vakantie is of een snipperdag heeft genomen? Recht uit een vergadering komt hij, over exact twee uur begint de volgende meeting. Vakantie, het woord ontlokt onze zomergast een diepe zucht. Wie zou dezer dagen in zijn sandalen willen staan? Hoofdafgevaardigde van de socialistische vakbond bij Opel Antwerpen en ondervoorzitter van de Europese Ondernemingsraad, het machtige overlegorgaan dat de werknemers van alle Europese Opelvestigingen vertegenwoordigt. Met zo’n visitekaartje speelt Kennes vanzelf een dragende rol in ‘Opel Antwerpen’, een sociaal drama dat zich nu al maandenlang van bedrijf naar bedrijf sleept. Iedere episode eindigt met dezelfde cliffhanger: gaat de autofabriek met haar 2.600 arbeiders dicht of blijft ze open? De rol valt hem zwaar, hij heeft er trouwens nooit auditie voor gedaan. Maar van de bühne stappen is nu geen optie. Normaal gesproken valt nog deze zomer het doek over Opel Antwerpen, hopelijk alleen in de metaforische betekenis. “Misschien kan ik er toch een weekje tussenuit knijpen met de familie”, zegt hij. “We zoeken iets in Noord-Italië. Verder weg kan in geen geval. Als er in de Europese Ondernemingsraad iets gebeurt, wil ik binnen de zes uur in Rüsselsheim staan.”

Is u dat ooit al overkomen?

Rudi Kennes: “In 2007 had ik het zelfs twee keer zitten. Eerst mijn wintervakantie afgebroken, daarna ook een citytrip. Ik ben dit jaar een weekje gaan skiën in Italië, vlak na de krokusvakantie. Je zou de foto’s van die reis moeten zien. Zit ik daar in zo’n skilift met de gsm aan mijn oor. We hebben een uitstap naar Venetië gemaakt. Wie zie je op het San Marcoplein lopen, alweer met een gsm en een oortje? De Rudi natuurlijk. De man met in de ene hand een sangria en in de andere een gsm, dat ben ik. Mijn vrouw wordt er gek van. Kunnen we nooit eens een foto van jou zonder gsm maken, moppert ze.”

Er zit nochtans een uitknop op die toestellen.

“Ik weet het, maar het lukt me niet om dat ding uit te zetten. Ik kan mijn werk niet loslaten, zeker niet tijdens deze crisis. Ik sta op en ik ga slapen met Opel.”

Dat klinkt niet gezond.

“Tegen wie zeg je het? Ik heb dit jaar al een paar serieuze patatten gekregen. Ik moet medicatie nemen voor maag en darmen, mijn bloeddruk schommelt als een jojo,’s nachts krijg ik aanvallen van hyperventilatie. Dat is geen pretje, het voelt alsof je iedere seconde een hartaanval kunt krijgen. Gevolg: de aanhechtingspezen van mijn borstspieren zijn constant ontstoken. Leg er een vinger op en ik vlieg in de lucht. Vanochtend heb ik nog maar eens bloed laten trekken. Ze vinden de oorzaak niet. Merkwaardig genoeg manifesteren de klachten zich vooral in het weekend. Zolang ik druk bezig ben, is er geen probleem. Maar uitgerekend op de momenten waarop ik tot rust zou moeten komen, is het koekenbak.”

De oorzaak ligt toch voor de hand? Stress.

“Dat zegt iedereen. Het probleem is dat ze in mijn geval moeilijk een objectieve diagnose kunnen stellen. Ik ben onlangs van dokter veranderd. ‘Maar ik ken u’, was het eerste wat hij me zei. ‘Ik hoor u ’s morgens vroeg om 7 uur op de radio en ik zie u vlak voor middernacht nog in Phara zitten. Geen wonder dat u dan stress hebt.’ “Eerlijk gezegd, ik zie ook geen andere verklaring. Aan mijn conditie kan het niet liggen, want ik heb altijd veel sport gedaan. In de zomer marathons en halve marathons lopen, in de winter steeple en cross. Toen ik niet meer kon volgen, ben ik gaan basketballen, en toen ook dat te zwaar werd, ben ik beginnen te fitnessen. Door mijn gezondheidsproblemen kan ik voorlopig geen sport meer beoefenen. Dat is een groot gemis. Mijn vrienden zeggen dat het een wonder is dat ik het zo lang heb volgehouden. Ze hebben gelijk. Ik leef al vier jaar lang in de fast lane. Altijd beschikbaar, zeven dagen op zeven, 24 uur op een dag.”Vier jaar? Zo lang sleept deze crisis nu ook weer niet aan.“Alsof dit mijn eerste crisis is! Ik ben in september 2003 hoofdafgevaardigde geworden. Een half jaar later was het al zover. Er lagen zeven toekomstscenario’s voor GM Europe op tafel. In vier van de zeven moest Antwerpen dicht. Twee jaar geleden, op 16 maart 2007 als ik het goed heb, was het alweer prijs: de nieuwe Astra zou niet naar Antwerpen komen, een mededeling als een doodvonnis. Soms denk ik: ‘Was ik maar twintig jaar eerder hoofdgedelegeerde geworden.’ Want waar ging de syndicale strijd toen over: eisen we 10 frank opslag of vragen we meteen 15? Details, vergeleken met wat er vandaag op het spel staat. Maar eigenlijk mag ik niet klagen, voor onze arbeiders is het allemaal veel erger. “Ik weet wat er achter de schermen gebeurt. Als ondervoorzitter van de Ondernemingsraad zit ik in alle belangrijke vergaderingen. Ik heb een uitstekend contact met mijn voorzitter, Klaus Franz. Als ik een keertje niet op tijd in Rüsselsheim geraak, word ik binnen de vijf minuten gebrieft. Ik raak niet gauw in paniek, ook niet toen eind maart uitlekte dat Magna Antwerpen wilde sluiten. Ik wist meteen dat het om een voorbijgestreefd plan ging, maar op de werkvloer komen zulke geruchten hard aan. Alleen al daarom is het tijd dat deze cinema ophoudt. Niet alleen de arbeiders maar ook hun partners lijden eronder. Hun man is thuis een klootzak geworden, hun vrouw gedraagt zich als een bitch. En waarom? Omdat ze de onzekerheid over hun toekomst niet meer aankunnen en thuis hun frustraties uitwerken.”

Lang hoeft het lijden niet meer te duren. Op 15 juli moeten kandidaat-overnemers hun businessplan indienen. Is het lot van Opel Antwerpen binnen tien dagen beslecht?

“Dat lees ik in de kranten, maar zo heb ik het niet begrepen. 15 juli is geen echte deadline, het is slechts de datum waarop geïnteresseerden hun intenties formeel bekend moeten maken. Pas daarna kan er een echte kandidaat-overnemer worden aangewezen, en die moet vervolgens een businessplan opstellen. Dat zal er ten vroegste in september liggen, tot zolang zal ook de onzekerheid duren.”

Volgens alle waarnemers heeft het Canadees-Oostenrijkse toeleveringsbedrijf Magna de beste papieren om Opel in te lijven, maar de voorbije dagen gingen ook het op de Brusselse beurs genoteerde investeringsfonds RHJ International en de Chinese autobouwer BAIC over de tong. Hebt u zelf een voorkeur?

“Voorlopig zie ik maar één serieuze kandidaat, en dat is Magna. Er worden spelletjes gespeeld. GM laat die andere namen circuleren om de druk op Magna op te voeren. Maar als je het toch wilt weten: voor RHJI bedanken we in ieder scenario. Ze zeggen het zelf: wij zijn financiële jongens die van auto’s bouwen geen bal verstand hebben. Hun plan is dan ook simpel: het al bekende saneringsplan van GM Europe overnemen, waarin Antwerpen zonder pardon wordt gesloten. Neen, dan nog liever BAIC. Als het slimme Chinezen zijn, zullen ze vanzelf de troeven van Antwerpen inzien. Alleen al onze ligging in Europa, daar kan geen enkele andere Opelvestiging tegen op”.

Magna is met een achtkoppige delegatie op bezoek geweest in Antwerpen. Naar verluidt was de sfeer goed, maar het hoge gezelschap liet niet in zijn kaarten kijken. Misschien waren ze in gedachten de fabriek al aan het opdoeken. Hoe frustrerend is dat stilzwijgen voor een vakbondsafgevaardigde?

“Tja, dat moet je kunnen aanvaarden. We leven nu eenmaal in een kapitalistisch systeem en ik ben helaas niet de eigenaar van de productiemiddelen. Ik was vooral opgelucht na dat bezoek. De delegatie was met een grote scepsis naar hier afgezakt. Antwerpen, zo werd verteld, was al half ontmanteld, de arbeiders liepen er compleet gedemotiveerd bij. Hier konden ze vaststellen dat daar niks van aan was. Een van de delegatieleden, de vicevoorzitter van Magna, bleek een ancien van GM die in de jaren tachtig nog in Antwerpen heeft gewerkt. Hij zei dat er nog altijd dezelfde sfeer hing als in die gouden jaren. Kijk, ik beweer niet dat Magna weldoeners zijn. Ik heb mijn licht opgestoken bij collega’s in Oostenrijk en Canada. Ze zijn keihard, alleen cijfers tellen. Van vakbonden moeten ze niet weten. Magna heeft 70.000 arbeiders maar geen ondernemingsraad, dat zegt genoeg. Maar ze zijn wel eerlijk en dat kon je van GM niet beweren.”

Iedereen weet het bij Opel Antwerpen: niemand is beter geïnformeerd dan ‘de Rudi’. Kun jij je nog vertonen op de werkvloer zonder een oploop uit te lokken?

“Ik word inderdaad voortdurend aan de mouw getrokken. Ook dat is trouwens een bron van stress. De mensen houden zelfs mijn lichaamstaal in de gaten. Lacht hij of kijkt hij bedrukt? Daar worden conclusies uit getrokken. Onzin natuurlijk, want zoals iedereen heb ik weleens een mindere dag. Ik zweer het: als ik op zo’n dag toevallig op televisie kom, gaat het binnen de tien minuten de hele fabriek rond. Hebt ge dat gezien? De Rudi zag het precies niet meer zitten. Het gaat hier slecht aflopen.”

Eigenlijk vervul je dezelfde functie als de kanarie in de steenkoolmijn.

“(lacht) Ja, af en toe komen ze naar mij kijken om te zien of er niet te veel methaangas in de schacht hangt. Die functie heeft voor- en nadelen. In Antwerpen hebben ze een spreekwoord: de aap die het hoogst in de boom klimt, die zijn bloot gat kun je het best zien. Zolang het goed gaat, krijg je schouderklopjes bij de vleet. Maar o wee als het faliekant afloopt, dan zullen ze hier mijn kop eisen.”

Dat besef lijkt me verpletterend. Er staan tenslotte 2.600 rechtstreekse en nog eens 7.000 onrechtstreekse banen op de tocht. Wat als het toch fout gaat? Ligt u dan nog jarenlang te woelen in uw bed over wat u anders had moeten doen?

“Ik vrees van wel. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Pas op, van de meeste beslissingen ben ik honderd procent zeker. Maar er zijn onvermijdelijk zaken die ik achteraf bekeken anders had moeten aanpakken. Ik zie nu al één beslissing die ik mij bitter zal beklagen, mocht het op een sluiting uitdraaien.”

Vertel eens.

“Vorig jaar, nog voor het uitbreken van de huidige crisis, hebben ze de hypermoderne Astraperslijn ontmanteld en naar de zusterfabriek in Polen overgebracht. Dat hadden we nooit mogen toelaten. Maar ja, het verhaal begint al tijdens de crisis van 2007. We zijn er toen in geslaagd een alternatief voor de nieuwe Astra uit de brand te slepen: Antwerpen mocht enkele SUV-modellen bouwen, op voorwaarde dat we in de fabriek een structurele besparing van 50 miljoen euro zouden realiseren. Waarom die perslijn niet verkopen, dachten we. Ze was nog geen twee jaar in gebruik, een miljardeninvestering in Belgische frank uitgedrukt. Zonde, maar zonder de Astra stond ze hier toch maar stof te vergaren. De Polen hebben er nog 5 miljoen voor gegeven, een tiende van de beoogde besparing. Net toen ze begonnen waren met de ontmanteling, rezen er ineens twijfels over de toezegging van de SUV’s. Onze bond heeft daarop de fabriek onmiddellijk geblokkeerd, geen bout van de perslijn ging de deur nog uit. De anderen stonden ermee te lachen, maar onze actie had wel resultaat. De Antwerpse directie heeft garanties gegeven voor werkzekerheid in de pressshop tot 2016, voor ons voldoende reden om de blokkade op te heffen en de perslijn te laten vertrekken. Dat zou weleens een dodelijke vergissing kunnen blijken.”

Het verband is me niet duidelijk.

“(onverstoorbaar) Ik hoor nu bij GM zeggen dat sommige fabrieken moeten openblijven omdat de afschrijvingskosten te hoog oplopen, waardoor een sluiting onbetaalbaar wordt. Met andere woorden: hadden we die perslijn nog, dan was ook Antwerpen te duur om te sluiten. Ook bij Magna vonden ze het waanzin. Een gloednieuwe perslijn demonteren en elders heropbouwen, van een megaverspilling gesproken.”

Tijd voor een nieuwsflash: op dit eigenste ogenblik leggen in het Vlaams Parlement de nieuwe mandatarissen de eed af. U had er zelf bij kunnen zijn: sp.a heeft u de zesde plaats op de Antwerpse lijst aangeboden. Waarom hebt u die geweigerd?

“Uit onvrede. Die zesde plaats was geen verkiesbare plaats. Om een zetel te behalen, moest ik meer voorkeurstemmen verzamelen dan Kathleen Van Brempt, een minister nota bene die de lijst mocht duwen. Ga maar na: meer dan vijf zetels in Antwerpen heeft er nooit in gezeten. Caroline Gennez en Patrick Janssens stonden één en twee, de nummers drie en vier waren vanzelf verkozen. Zelfs al behaalden ze nul stemmen, ze aten uit de pot met lijststemmen. In die omstandigheden had ik er geen zin in. Stemmen ronselen om anderen te helpen verkiezen, om dan op de fabriek ook nog te moeten horen dat ik het zinkende schip probeer te verlaten. “Ik heb al veel mensen gehoord die de partijstrategie niet snappen. Ze hebben de Inge Vervotte van Opel in hun rangen en ze doen er niks mee. Weet je, ik heb zo mijn bedenkingen bij ons kiessysteem met zijn lijststemmen en opvolgers. Het is een illusie te denken dat het de kiezers zijn die hun volksvertegenwoordigers aanwijzen. Dat doen de pollcommissies in hun plaats. Het resultaat kun je vandaag in het Vlaams Parlement gaan bewonderen. 124 mandatarissen en niet één arbeider. Mooie afspiegeling van de maatschappij is dat.”

Stel dat u een verkiesbare plaats had gekregen. Zou u Opel verlaten om naar het parlement te verkassen?

“Nee, ik laat mijn mensen niet in de steek. Niet als het schip zinkt, en ook niet als het blijft drijven. Tussen haakjes, ik zou wel dom zijn om zo’n stap te overwegen. GM mag dan onzeker zijn als werkgever, voor politiek geldt dat nog tien keer meer. Maar ik had het wel graag gecombineerd. Ik zie in het parlement veel mandatarissen die er voor bloempot bij zitten. Zonde, ik zou meer putten uit mijn mandaat.”

Waar hebt u dat syndicale vuur vandaan?

“Erfelijk belast. Ik kom uit Noeveren, een wijk tussen Niel en Boom. De Rupelstreek, een rood bastion. Mijn ouders waren overtuigde BSP’ers, vooral mijn moeder was een hevige. In haar jeugd heeft ze vadertje Anseele nog horen speechen, tijdens de Spaanse burgeroorlog paste ze thuis op Baskische kinderen. Zelf was ik op mijn vierde al lid van de socialistische turnkring, Voor Geest en Lichaam Niel. Volksverheffing, zo ging dat in die tijd. “1 mei was een jaarlijks hoogtepunt. Ik mocht tijdens de optocht de vlag dragen, zo fier als een gieter. Iedere zomer ging ik naar de Rode Rupel, ons eigen vakantiecentrum in Koksijde. Op mijn veertiende, toen ik nog op het atheneum zat, was ik al bij de vakbond. Lang zou het niet meer duren voor ik mocht gaan werken. Ik heb nog een jaar sporthumaniora geprobeerd, maar er net iets te gretig met mijn pet naar gegooid. Ga jij maar werken, zei ons vader. “Zo ben ik als vijftienjarige bij de nv Franssen begonnen, een machinebouwer in Niel met 25 man personeel. Daar heb ik mijn eerste actie gevoerd. Het was de tijd van de vrijdagstakingen tegen de regering-Tindemans. Ik had in De Werker het ordewoord van Georges Debunne gelezen. Ik ga morgen staken, kondigde ik donderdag aan. ‘Zijt ge zot’, was de reactie, ‘als ge hier staakt, vliegt ge met uw kloten op straat.’ Toen ik dat thuis vertelde, is moeder uit haar slof geschoten. ‘Mijn zoon is geen rat’, riep ze, ‘jij gaat morgen niet werken, je zult wel iets anders vinden.’ Ik bleef dus thuis, ook de volgende maandag. ‘Waarom naar de fabriek gaan? Ik ben toch ontslagen’, dacht ik. Maar wie stond er dinsdag aan onze deur? De meestergast van Franssen. ‘Wat is er met de Rudi?’, vroeg hij aan moeder. ‘Is die ziek of zo?’ Bleek dat ze me helemaal niet hadden ontslagen. Ik ben nog dezelfde namiddag gaan werken.”

Moraal van het verhaal?

“Dat je nooit op voorhand de handdoek in de ring mag gooien. Waarom was er bij Franssen nog nooit gestaakt? Simpel, omdat niemand het ooit had geprobeerd.”

Je bent als achttienjarige aan de band van Opel Antwerpen begonnen. Vandaar naar de top van de Europese Ondernemingsraad is een heel eind. Hoe ben je zover geraakt?

“Er was een dosis geluk mee gemoeid. Ik heb mijn legerdienst in Duitsland gedaan, bij de brandweer op een kleine luchtmachtbasis nabij Aken. Ik was er de enige arbeider, alle andere miliciens waren studenten. Er slingerden cursussen rond over marketing en economie. Tiens, dacht ik, dat is allemaal best interessant. Met die studenten kon je ook boeiende gesprekken voeren. ‘Wat sta jij aan de lopende band te doen’, vroegen ze, ‘ga toch studeren man.’ “Na mijn dienstplicht ben ik weekendonderwijs beginnen te volgen, boekhouden en informatica. Dat viel op bij de vakbond, een arbeider die letters had gegeten. Maar ik liep ook op een andere manier in de kijker: ik was een gedreven militant. De acties tegen de volmachten van Martens, daar had ik een dagtaak aan. Eerst piket staan bij de fabriek, dan naar de Keyserlei om de vrachtwagens van De Post te blokkeren en tussendoor gaan betogen op het Astridplein. We lieten de lucht uit de remmen van trams ontsnappen, het hele net lag plat. Ik heb meer dan eens klappen gekregen van de ‘marsmannetjes’, zoals wij de Rijkswacht noemden. “En ja, van het een kwam het ander. Bij de volgende syndicale verkiezingen vroegen ze me als kandidaat. Ik was meteen verkozen. Ik heb in die periode veel geleerd. Het ABVV had behalve mezelf nog vier afgevaardigden: een BSP’er die eigenlijk communist was, een echte KP’er, een trotskist en dan nog een amadees. ’s Ochtends in ’t Kot was het persoverzicht: een uur lang discussiëren over politiek. Ik kan je verzekeren dat het er af en toe kletterde.”

Hebt u dat vlotte Duits ook tijdens uw legerdienst geleerd?

“Ik heb er een goede basis gelegd, maar ik heb de taal pas echt geleerd in de DDR. Ik ging er twee, drie keer per jaar naartoe. Het was zowat mijn tweede vaderland. Hoe dat begonnen is? Op een keer kwam een Oost-Duitse vakbondsdelegatie bij Opel op bezoek. Ik werd uitgenodigd door iemand van de scheepsmotorenfabriek Karl Liebknecht uit Maagdenbrug. In het begin sliep ik in speciale toeristenhotels, maar op den duur kon ik via de vakbond bij mensen thuis logeren. “Ik ben heel vaak achter het IJzeren Gordijn geweest. Dat was trouwens veel goedkoper dan West-Europa. Op huwelijksreis naar Hongarije, twee keer per dag kaviaar eten voor minder dan 100 frank. Met mijn eerste vrouw ben ik achttien jaar lang in de zomer naar Joegoslavië getrokken. De 68ste verjaardag van de Russische Revolutie heb ik op het Rode Plein in Moskou meegemaakt. Breznjew, Ceausescu, Fidel, ik kon ze bijna aanraken, zo dicht stond ik erbij. Ik ben trouwens ook in Cuba geweest.”

Een echte fellowtraveller. Bezweken voor de charmes van het Sovjetmodel?

“Toch wel, ik ben trouwens voorzitter geweest van de Vereniging België-Sovjet-Unie, afdeling Rupel. Daar konden ze thuis niet om lachen. Als echte BSP’ers aten ze iedere morgen een communist tussen hun boterham. Maar ik was jong en idealistisch. Voor mij waren communisme en socialisme inwisselbare etiketten. Ik was nog altijd enthousiast na mijn bezoek aan de Sovjet-Unie. We werden daar natuurlijk gesoigneerd. Het bleef tenslotte propaganda. Eerst gingen we een paar dagen naar Leningrad, met een gids het hele Winterpaleis aflopen. Daarna met de trein naar Moskou voor de oktoberparade. “In België hadden ze me gewaarschuwd voor het militaristische gedoe, maar dat viel goed mee. Ik was vooral onder de indruk van de optocht die na de tanks volgde. Honderdduizenden mensen trokken voorbij, er kwam geen einde aan. Ze waren ingedeeld per fabriek, allemaal even enthousiast. Ik herkende die sfeer van onze eigen 1 mei-optochten. Dat was niet allemaal manipulatie. Die mensen liepen daar niet tegen hun zin met vlaggen te zwaaien. Ik heb natuurlijk niet alles gezien, maar de arbeiders van Leningrad en Moskou leefden niet slecht. Alleszins beter dan de armen van New York, waar ik een paar jaar eerder de marathon had gelopen. Dat was een afknapper, want mijn ouders aanbaden de Amerikanen als overwinnaars van de oorlog. In New York leefden de armen bij wijze van spreken in kartonnen dozen. Je kon over Broadway lopen en een half opgepeuzelde hamburger weggooien, hij kreeg de kans niet om de grond te raken.”

U moet ontroostbaar geweest zijn toen de Berlijnse Muur viel.

“Neen, ik ben nooit blind geweest voor de gebreken van het systeem. Economisch was dat niet houdbaar. Op den duur geloofden de mensen er zelf niet meer in. In landen zoals de Sovjet-Unie, Hongarije, Bulgarije en Roemenië zat de mot er allang in. Het falen van de DDR was voor mij wel een ontgoocheling. Niet dat er geen problemen waren. Het gebrek aan vrijheid, het gedoe met die pasjes, de rijen voor de winkels. Men zegt altijd dat de DDR een politiestaat is, maar mijn vrienden spaarden hun kritiek op het systeem niet. Toch bleven ze achter hun land staan. De DDR was dan ook het enige Oostblokland met een economie die min of meer functioneerde. Communisten of niet, het bleven Duitsers die weten wat organiseren betekent.”

Twintig jaar later is het nog altijd wachten op een nieuw alternatief voor het globale kapitalisme. Klopt het dat vakbonden steeds machtelozer staan in de strijd tussen arbeid en kapitaal?

“Dat wordt vaak beweerd, maar ik ben het daar niet mee eens. De vakbonden hebben nu evenveel of even weinig macht als pakweg honderd jaar geleden. Het verschil is dat het toen letterlijk over leven en dood ging. Wie vandaag zijn baan verliest, zakt in het slechtste geval onder de armoedegrens, maar zelfs dat risico is relatief. Als je op televisie mensen met een kruik op hun hoofd ziet lopen, dan pas weet je wat armoede betekent. “Er is nog een verschil: in mijn jonge jaren werd er meer over ideologie gepraat. Niet dat de vakbond het kapitalisme frontaal aanviel, het was vooral retoriek. Dat is er intussen helemaal uit, pragmatisme is nu aan de orde. Iedereen aanvaardt de spelregels van het kapitalisme. Invloed is het wapen van de moderne vakbondsman. Je moet kunnen netwerken om beslissingen te sturen. Dat lukt niet onaardig. Bij Opel hebben we met het gemeenschappelijke vakbondsfront heel wat uit de brand gesleept waar onze voorgangers trots op zouden zijn. In de huidige crisis is nog niet één gedwongen ontslag gevallen. Wie kan dat zeggen? “In 2007 hebben we een fantastisch brugpensioen afgedwongen, plus een dijk van een ontslagvergoeding voor vrijwillige vertrekkers met minstens 25 jaar dienst. 144.000 euro, nooit eerder vertoond. Ik kan het je verzekeren, als ik een van de begunstigden op een terrasje tegenkom, dan hoef ik niks te trakteren. Ook voor de vierhonderd tijdelijken en de mensen van de nachtploeg, hoofdzakelijk migranten, hebben we een mooie regeling getroffen. Ik wil geen syndicale verdeeldheid zaaien, maar dat was vooral de verdienste van de roden. Wij staan bij Opel ook wel bekend als de migrantenbond.”

U bent zelf met een Marokkaanse getrouwd, een liaison die nog altijd niet vanzelfsprekend is. Is de liefde aan de lopende band ontloken?

“Neen, maar er is wel een link. Karima’s oudere zus werkte bij Opel, ik kende haar als militant. Als afgevaardigde organiseerde ik weleens een uitstap. Eerst naar het Weerstandsmuseum in Anderlecht of het Fort van Breendonk en daarna een hapje eten, want het mocht vooral niet vrijblijvend zijn. Maar op een keer dacht ik: ‘Waarom het niet gewoon leuk houden en een barbecue organiseren?’ Zo heb ik haar ontmoet. Ze was meegekomen met haar oudere zus. Bleek dat ze als verkoopster in een schoenwinkel werkte, lange dagen voor weinig geld. ‘Kom bij Opel’, zei ik, ‘daar moet je ook hard werken, maar je wordt tenminste fatsoenlijk betaald.’ Nu doet ze de coördinatie van het global manufacturing system, ontworpen om de eenvormigheid van de verschillende GM-fabrieken te bewaken. “Ik was verrast door de felle reacties toen we een relatie begonnen. Racisme, als kind kende ik het woord niet eens. De Rupel is de oudste migrantenstreek van Vlaanderen. Ik ben opgegroeid tussen Italianen en Spanjaarden, kinderen van gastarbeiders die in de glasfabriek van Boom kwamen werken. Het is pas hier, in Antwerpen, dat ik heb geleerd wat racisme betekent. Maar het kwam van twee kanten. Karima’s ouders hebben me vanaf de eerste dag aanvaard, maar de rest van de familie had het erg moeilijk met een Belgische schoonzoon. Intussen zijn ze fel geëvolueerd. Mijn schoonbroers zijn allemaal gescheiden. De meesten hebben inmiddels een Belgische vrouw.”

Een zuiver Opelkoppel dus, een van de velen in Antwerpen en omstreken. Wat als Opel toch sluit? Hebben jullie een alternatief achter de hand?

“Mijn vrouw zal wel werk vinden, maar voor mij ziet het er beroerd uit. Wie zou mij nog willen aanwerven? Die ambetanterik van Opel.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234