Woensdag 21/08/2019

'Ik sta nogal goed met mezelf'

ommige dingen heb je in de hand, voor andere hangt het af van de dobbelstenen. Als je dat aanvaardt, is de vraag 'waar kom ik morgen terecht' niet zo dwingendk moet zeggen dat ik wel uitkijk naar de geboorte van onze kleine. Weet je dat ik er zelfs over gedacht heb om de meest complete huisman te worden?ensen die zich vanuit de politiek met de VRT bemoeien hebben een vreemdsoortige visie over opdrachten van de VRT. Dat blijft toch ruiken naar die 'programma's door derden', naar zwaar educatieve series, naar staatszenders en naar Rusland en zo

Marijke Libert

Foto Stephan Vanfleteren

Er zijn tv-makers die een met Pattex opgekleefd VRT-label dragen. Ben Crabbé bijvoorbeeld, na Jan Ceuleers dan, maar ook Herman Van Molle. Er zijn tv-makers die in weerwil van hun VRT-tattoo toch richting commerciële trokken: de bekendste heet Bart Peeters. Hij keerde terug. Ten slotte zijn er tv-lui die nooit voor de VRT werkten maar eens bij VTM van 'vuige overlopers' werden beschuldigd. Peter en Stany met name. Beiden zijn nu 'terug' bij de VRT, hoewel... terug?

Stany Crets: "Peter en ik waren er nooit in dienst. Typische vergissing was dat. We gingen naar de VTM om er wat humor te maken en kregen er prompt een exclusiviteitscontract. Na vijf jaar vertrokken we daar weer en tekenden we bij de openbare zender. Nu zijn we in volle voorbereiding van onze eerste Eén-reeks. Velen hadden het inderdaad over onze 'overstap' naar VTM jaren geleden, omdat het zo on-ons leek. Waarom gingen we? Omdat VTM ons toen kansen gaf, mogelijkheden die ze in die eerste jaren van onze samenwerking nooit hebben beknot. Het was pas tegen het einde dat er een soort wrevel ontstond. Wij wilden doorgaan, maar het lukte ons niet. Het was toen nogal aan het rommelen bij de VTM-top. Programmadirecties wisselden, Mike en Guido kwamen weer in the picture. Iedereen zat daar op den duur te kijken als koeien naar een trein: 'Wat komt hier weer langs'. De ene dag hoorde je iets verkondigen, de volgende dag werd met grote overtuiging precies het tegenovergestelde beweerd."

Dat ware pas een prachtig gegeven voor een sitcom.

"Amai nie. Het was soms echt hallucinant. Niemand had er op een bepaald moment nog een mening of kon een oordeel vellen. Programmamakers en verantwoordelijken zaten met de gigantische angst om samen met de kijkcijfers ten onder te gaan. In ons geval was dat: 'Ai, als we die mannen nog een tweede reeks Sketch à gogo geven en dat werkt niet ligt ons hoofd misschien ook op het kapblok'. Toen zijn we maar vertrokken. Stel dat men ons toch een tweede reeks had gegeven dan waren we gebleven. Zo simpel was dat voor ons."

De nieuwe programma-directeur, Jan Segers, heeft bij zijn aantreden nochtans gezegd: 'Stany en Peter hadden hier geen plaats, ze geloofden namelijk niet in ons project'.

"Dat klopt niet. Wij geloofden er wel in, we keken er zeker niet op neer. Hoe graag sommigen misschien gewenst hadden dat we zo zouden reageren. We dachten dat het humorsegment ook op VTM kon evolueren. Je kunt niet eeuwig in de jaren zeventig blijven hangen, toch?"

Of eeuwig het echt Antwaarps theater uitmelken.

"Inderdaad, maar ik heb het over meer dan dat. Wij dachten dat er nieuwe vormtalen waren, die de geijkte humorregels zachtjes konden doorbreken. Tot dan toe liet men het publiek geloven dat het iets grappig vond terwijl het gewoon de lachband was die zijn werk deed. Hoe dan ook, voor die evolutie was er geen plaats. We waren nochtans overtuigd van wel."

Dacht Bart Peeters ook, hij is na de Vliegende doos in vliegende vaart teruggekeerd. Geen plaats voor experiment, luidde het toen.

"Bij ons heeft de eerste reeks van Raf en Ronny wel goed gescoord. Pas vanaf de tweede reeks zijn wij een beetje beginnen te flashen en flippen. De mensen zouden wel volgen, dachten we. Helaas, dat was een beetje buiten de kijkers gerekend."

VTM-kijkers zijn diesels?

"Diesels of niet, Debbie en Nancy hebben ook veel succes gekend, wat niet vanzelfsprekend is. VTM-kijkers hebben het gewoon moeilijker met het donkerder humorpalet."

Zijn Debbie en Nancy eigendom van VTM of mag u ze nog op de VRT opvoeren?

"Dat is een goede vraag. Ik durf het niet te zeggen, maar ik denk dat ze van ons zijn. Raf en Ronny niet, die zijn van de VTM. Nu, wij zullen nooit typetjes uitmelken. We zijn er nogal snel op uitgekeken. Debbie en Nancy hadden we heel graag, maar eigenlijk zijn dat vooral ook Stany en Peter. Idem voor het koppel dat we nu lanceren op de VRT. Frans en Claudine, dat zijn wij, dat is onze combinatie. Wij zijn altijd op zoek naar personages die wanneer er een bom naast hen zou vallen zichzelf zouden blijven, die als die personages zouden reageren op het vallen van de bom."

U draagt wel opnieuw de jurk in de nieuwe VRT-reeks.

"Ik heb het inderdaad weer aan mijn rekker."

De rokrekker...

"(onverstoord) Wij hebben twee figuren genomen die apart al eens in sketches waren opgedoken. We speelden die graag, dus we dachten: als we die nu eens koppelen aan elkaar. Hoe dan ook, ik speel Claudine. Maar het is echt wel de laatste keer dat ik een jurk aantrek. Het is genoeg geweest."

Hoe voelt dat, zo'n jurk over de behaarde mannenbenen?

"Niet zo speciaal. Ik vraag me al jaren niet meer af of dat nu raar is, of weird. Het is gewoon even een tweede huid, zoals bij een ridder zijn harnas. Ik weiger mezelf ook af te vragen of ik na een paar seizoenen vrouwen spelen naar de psychiater moet of zo."

Hebt u als man ooit een mannenrok gedragen?

"Nee, maar ik kan me wel voorstellen dat het zeer bevrijdend is. Moet een beetje hetzelfde zijn als op vakantie rond je middel een badhanddoek slaan. Bij momenten zeer comfortabel. Maar om echt zo'n rok aan te doen en daarmee naar buiten te komen, toch liever niet. (twijfelt) Hoewel. Een aantal jaren geleden kwam Johan Heldenbergh, pas terug van Sri Lanka of zo, op een feestje aan in sarong. In eerste instantie ging het van 'ja, zèg, wat krijgen we nu!' Later waren alle mannen jaloers op hem. Het was bloedheet op dat feest en Johan was de enige bij wie het lekker waaide, zeg maar."

Wat Peter en u doen op tv blijft altijd iets speels?

"Wij gaan voor het pure amusement. Ik heb ook altijd al de amuseur van het volk willen zijn."

Sprong u als kind al uit een doos?

"Ik was doos- noch tafelspringer, wel van kleinsaf bezig met shows organiseren, voor en met de kindjes uit de straat: zang en dans, toneel en veel sketches. Ik was degene die zich al eens opwierp om regieaanwijzingen te schreeuwen zoals 'En nu kom jij op' of 'We moeten de oorspronkelijk volgorde vergeten anders haakt ons publiek af'. Ik acteerde ook altijd binnen een bepaalde vorm. Het is er mij nooit om te doen geweest in gezelschap de mensen te doen schateren of duizend moppen te vertellen op café. Ik kan het enkel in select gezelschap, een grote mond opzetten. Bij wie ik niet goed of helemaal niet ken, kruip ik liever achter een paal."

Wil dat televisiepubliek nu net uit heel veel mensen bestaan die u niet zo goed of helemaal niet kent.

"Tja, zodra er een camera is of een scène is het nogal lastig om achter die paal te blijven staan, besef ik. (lacht luid)"

Is tv voor de acteur, de schrijver en regisseur, wat u toch allemaal bent, niet te iel wegens de veranderlijkheid, het grillige, het consumerende. Sketches overleven zelden.

"Ik heb daar geen problemen mee. Ik weet dat het vluchtig is, dat programma's zoals wij ze maken hoogstens twee keer worden uitgezonden. Maar dat kan me eigenlijk niet schelen. Zolang er in dit land een economie bestaat die vindt dat er veel geld naar televisie mag gaan, wie ben ik dan om daar een probleem mee te hebben? Ik vind ook niet dat wat je voor tv maakt het etiket 'voor de eeuwigheid' moet krijgen. Laat maar komen, laat maar consumeren."

Op uw site las ik, en er stond net geen hoera bij: 'Maar in het najaar ga ik weer toneelspelen!' Hier voel je: hij heeft weer goesting, misschien is het toch even genoeg tv geweest?

"Het is zeker tien jaar geleden dat ik op de scène heb gestaan. In het najaar ga ik iets doen in HetPaleis en daar heb ik heel veel zin in. De voorbije tien jaar vroeg ik me bij elke toneelvoorstelling die ik zag af: had ik hier in willen zitten, ben ik hier jaloers op en, zou ik met deze voorstelling zestig tot zeventig keer rond willen reizen? Mijn antwoord was: niet echt."

Om wat u meemaakte bij de Blauwe Maandag Compagnie, vooral door de manier waarop u bent vertrokken? Het werd u zeer kwalijk genomen.

"Dat heeft er veel mee te maken. Van de ene dag op de andere was toen de verwondering en bewondering voor theater, het opkijken naar het vak, over. (pauzeert) Omdat... de keuken stonk gewoon. In het restaurant zaten mensen die zeiden dat ze het lekker vonden, en wij, de spelers, wisten dat dat niet klopte, dat de patatten rot waren. Toch bleef men zeggen dat het smaakte, maar dat was niet gemeend. Vandaar dat ik ruim een decennium nodig had om af te kicken en te verwerken. HetPaleis kan wél, omdat je er voor kinderen speelt. Van dat publiek krijg je een eerlijke reactie. Dat is geen 'het-hoort-zo-geleuter' van de theaterbobo's. Kinderen vinden iets slecht of goed, of ze begrijpen het niet. Je merkt het meteen aan hun appreciatie."

Zoals het brede publiek op tv, dat straft u ook meteen af.

"Klopt. Als zij het niet goed vinden, weet je het meteen via de cijfers. Wat niet steeds terecht is, maar het is wel de consequentie van tv en voor de rest is het vooral een bodemloze discussie over smaak."

Waarom blijft u het publiek nodig hebben, van kind in de wijk via het theater tot nu de televisie. Toch wel veel energie in gestopt voor iemand die zich graag achter palen verstopt.

"Tja, wat heet nodig? Een kindje dat een tekening kleurt en aan zijn ouders toont, wil ook weten wat mama of papa ervan denken. Ik heb hetzelfde: ik wil door zoveel mogelijk mensen graag gezien en goed bevonden worden. Ik heb tegelijk ook veel angst voor publiek. Na een opname moet men mij soms naar buiten duwen richting publieksbar. Ik ben bang voor wat de mensen over mij denken. Je weet dat ze zich een mening vormen over u. Hoewel ze u van haar noch pluim kennen, vinden ze u of een klootzak of een toffe pee. Als betrokkene weet je echter niet wie het ene en wie het andere denkt. Ik zie in mijn verbeelding vooral diegenen rondlopen die me een eikel of een loser vinden. Je wilt het liefste aan de borst worden gedrukt, liever applaus krijgen dan tomaten."

U bent deel van een duo. Hoe groeide dat? U ontmoet elkaar, het klikt, u bouwt samen ideeën en een geschiedenis uit, hoe ging dat?

"Er was vooral die grote vanzelfsprekendheid. Zo vanzelfsprekend is dit dat het niet uit te leggen valt. Wanneer weet je dat je vrienden bent? Wanneer het je opvalt dat je dagelijks in elkaars gezelschap vertoeft terwijl je niet hoeft te werken samen. Na een tijdje denk je: zou dit nu kameraadschap zijn? In het begin dachten wij vaak: wij zijn geen duo, niet de nieuwe Gaston en Leo of zo. Maar sinds een aantal jaren zijn we daarop teruggekomen. We kunnen er niet meer onderuit."

Wat hebt u van elkaar nodig?

"Het gaat niet om de zaken die je apart aanbrengt, wel wat je samen bedenkt. Als we niet samen hadden gewerkt had wat we tot hiertoe maakten nooit bestaan. Een vreemde gedachte is dat soms. Dus, wij hebben die vreemdsoortige aanvulling waarvan je soms denkt: wat wordt er hier nu precies aangevuld?"

U bent ook vaders samen. Peter Van den Begin werd het net en u wordt het binnenkort. Zijn de respectieve vriendinnen tegelijk met de pil gestopt?

"Bijlange niet. We hebben niets afgesproken."

U verloor uw vader toen u zeven was, maar besefte dat pas ten volle, zei u ooit, op zeventienjarige leeftijd. Hoe denkt u nu over dat verlies, op de vooravond van uw eigen vaderschap?

"Ik ben er enorm mee bezig geweest toen ik 39 werd. Omdat mijn vader maar 39 is geworden. Dat besef van 'ik heb hem overleefd'. Het was vreemd, ik heb mijn vader alleen gekend als de veel oudere man en daar stak ik hem ineens voorbij. Ik blijf echter nog altijd dat kindje tegenover hem, dat gaat niet weg."

Dit vaderschap was niet meteen uw keuze?

"Het lag inderdaad niet binnen mijn perspectieven. Ik heb nooit een kinderwens gehad, ik heb dat nog altijd niet."

U wou het uzelf of u wou het dat kind besparen?

"Vooral mijzelf. Ik dacht, heel egoïstisch: wat er niet is, kan ik niet missen. En omgekeerd. Ik dacht ook: ik heb een fantastisch leven, laat dat maar gewoon zo duren tot het gedaan is. Maar ach, je komt dan een madame tegen die het even anders wil. Mijn vriendin Haydee wou het wel nog even uitstellen, maar het was duidelijk dat het ooit móést voor haar. Ik dacht op een gegeven moment: dan moet het er maar van komen. Als het toch moet gebeuren en ik kan er mij bij neerleggen, kan ik me er misschien iets fijns bij leren voor te stellen. Daarom is het best niet te lang te wachten. Ik wil geen papa in een rolstoel zijn die door zijn zestienjarige zoon op de bedpan wordt geholpen. Kortom, ineens was het hier thuis de omgekeerde wereld. Ik porde mijn vriendin aan... euh, als we nu eens... je weet wel. Toen is het ineens gebeurd."

Bij Peter en Tine (Reymer, actrice/ML) is het intussen helemaal gebeurd. Hoe doet uw maat het als vader?

"Vrij goed. Er zijn nog geen grote malheuren gesignaleerd. Er is nog niemand met kind en al van de trap gevallen."

Is hij veranderd?

"Ik zie hem wel plichtsbewuster en verantwoordelijker vroeger naar huis gaan en zo. Ik hoor hem ook meer dan vroeger zeggen: ik moet dit nog voor Tine doen. En ik zie hem wel eens met wallen onder de ogen rondlopen, maar die hij daarvoor ook al. Die wallen zijn nu alleen nog groter geworden.

"Ik moet zeggen dat ik wel uitkijk naar de geboorte van onze kleine. Weet je dat ik er zelfs over gedacht heb om de meest complete huisman te worden? Als ik dat zeg tegen Peter antwoordt hij: 'Oh nee, hij heeft weer een graafdagje'. Blijkbaar kan ik momenteel soms uren lang in mijn putteke zitten krabben."

Bent u dan geen tevreden mens?

"Ik ben een heel tevreden mens. Altijd al geweest, eigenlijk. Ik sta nogal goed met mezelf, eerlijk gezegd."

Nochtans zijn veel van uw tv-programma's uit ontevredenheid ontstaan.

"Klopt. Geen ontevredenheid over het leven, wel over andere programma's. Ik mag graag in alle onbescheidenheid denken dat Raf en Ronny maken íéts teweeg heeft gebracht binnen het Vlaamse sitcomgebeuren. Uiteindelijk zijn er op het humorvlak evoluties gebeurd die lange tijd niet konden. Dat Het eiland op TV 1 werd gegooid was vroeger ondenkbaar."

Wat vindt u ervan dat de politiek momenteel de openbare zender op de vingers tikt en hem op zijn opdrachten wijst?

"Ik vind vooral dat je bij zo'n discussie een kat een kat moet noemen. Als je zegt: 'Mannen, jullie zijn te commercieel bezig' of 'Jullie moeten de opdracht vervullen' denk ik: 'Mogen we nu horen wat commercieel is, wat verstaan wordt onder opdracht en wat jullie visie is?'.

"Neem Fata morgana, wat is daar de opdracht? Uit onderzoek blijkt dat een maatschappelijk programma te zijn dat de cohesie bevordert binnen een gemeenschap, een dorp of gemeente. Ik heb daar ooit aan deelgenomen en ik kan u zeggen: dat klopt voor honderdduizend procent. Dit programma lijkt me dus perfect een opdracht te vervullen, in prime time nog wel. Ik vind dat mensen die zich vanuit de politiek met de VRT bemoeien een vreemdsoortige visie hebben over opdrachten van de VRT. Dat blijft toch ruiken naar die 'programma's door derden', naar zwaar educatieve series, naar staatszenders en naar Rusland en zo."

U komt van een commerciële zender en zit nu... weer bij een commerciële zender zegt men toch, de VRT. Welke vindt u de commercieelste?

"Commercieel is alles wat mensen kopen, via vraag en aanbod. Sinds de komst van VTM is commercieel een heel vies woord geworden. Dat staat nu voor slechte smaak. Voor mij is commercieel 'iets met nogal wat reclameblokken'. Voor de programma's op zo'n zender betekent dat dat ze doorgaans voor een breed publiek zijn bestemd. De vraag is: wat doen programmamakers en zenders om te kunnen scoren? Hoe laagdrempelig en diep gaan we met z'n allen om dat te doen?"

En welke zender gaat het diepst?

"Privé-zenders mogen doen wat ze willen. Er valt misschien even te discussiëren over hoeveel geld de openbare zenders in verhouding krijgen maar ook dat is uiteindelijk een triviale discussie. Er wordt jaarlijks ook heel veel in de landbouw gepompt en met overheidsgelden worden helikopters gekocht waarvan het brede publiek zich eveneens afvraagt waarom we ze nodig hebben. Voor de rest heb ik geen problemen met geen enkel programma. Ik kan daar soms enorm mee lachen en ik kan ook zeggen: 'Dit is je reinste flauwekul'."

U kijkt naar Nachtwacht maar kunt ook meepraten over beruchte afleveringen uit de eerste reeks van Big Brother.

"De allerbeste tv van het afgelopen jaar vond ik Niki's geheim: een slecht format, de mensen die eraan deelnamen, waren een voor een om op te kloppen, je geloofde gewoon je ogen niet. Maar wat ik fascinerend vond, was dat achter die Niki met zuchtende stem en al die flikflooiende deelnemers camera's stonden én een voltallig productieteam. Het idee dat mensen daar ernstig mee bezig zijn. Stel je voor, die hebben daar vergaderingen over! Fantastisch, echt waar, ik hou van trash."

Waarmee u ook zegt: it's only tv, niet belangrijk.

"Soms is het only tv, en soms ben ik heel ontroerd door dingen die ik daar zie. Het is beide. Televisie is waar een cameraploeg bij betrokken is. Dat lijkt me de enig mogelijke definitie. Duidelijke opsplitsingen tussen degelijk en minder degelijk zijn steeds moeilijk te maken, zelfs bij nieuwsprogramma's. Hoe beoordeel je mensen die je interviewt in ontwikkelings- of oorlogsgebieden? Ga hier straatinterviews doen en je zult het zien. De intelligentste mensen gaan daar doorgaans niet op in. Vooral die met een groot bakkes en onnozelaars verkondigen graag hun gelijk. Wie zegt dat de getuigen in het buitenland ook geen charlatans zijn? Waarmee ik alleen wil aanduiden dat ik absolute definities over wat wel of niet juist in beeld is gebracht niet zo kan smaken."

Hoe belangrijk hoort televisie vandaag de dag te zijn in ons leven?

"Zo belangrijk als de krant die je 's morgens leest en de radio die je in je auto opzet, zo belangrijk als de PlayStation waarmee je speelt en zo belangrijk als het gras dat je afrijdt. Zo belangrijk is televisie: dat het er wel en ook niet is. Je kunt die aan- en afzetten. Er zijn zelfs mensen die helemaal zonder tv kunnen leven. Het maakt als medium alleen zwaar onderdeel uit van onze cultuur, dus een belang heeft het uiteraard wel."

Welke evolutie hebt u in uw carrière gemaakt? Kijkt u al terug of blikt u nog altijd vooruit? Was het allemaal een groot spel?

"Het is deels een spel. Zoals heel mijn leven een beetje een spel is. Ik doe daarmee niet denigrerend over het leven of over het bestaan, of over dat leven van mij. Sommige dingen heb je in de hand en voor andere hangt het af van de dobbelstenen. Als je dat aanvaardt, is de vraag 'waar kom ik morgen terecht' niet zo dwingend. Dan kan het antwoord zijn: 'Ga naar de gevangenis en wacht nog twee beurten'. Het kan ook zijn: 'Ga weer langs start en ontvang honderd euro'. Is het niet elke dag zo? Bij elke beslissing of elke nieuwe ontmoeting? Niemand weet toch waar het finaal op uitdraait, je kunt sommige dingen hoogstens een beetje manipuleren of trachten te bestendigen. Bij andere heb je 'we'll see' en als je die ochtend met je bakkes tegen de muur loopt, heb je net daarvoor de verkeerde ogen gegooid. Dan win jij niet vandaag, dan wint een ander. Ik probeer me dingen dus niet te hard aan te trekken en zo snel mogelijk tegenvallers achter mij te laten. Idem voor successen. Gebeurd is gebeurd. Het is wel even euforie, maar daarna ga ik dimmen."

Geldt hetzelfde voor uw carrière: dobbelstenen gooien en kijken wat er uit uw handpalmen valt?

"Ik denk dat ik een soort symbiose ben van geluk hebben en geluk afdwingen. Van toen ik ging studeren en de toneelschool in zicht kwam, ben ik mijn leven vanuit dat besef gaan inrichten. Steeds wou ik zien hoe ver ik kon gaan om dat geluk van mij te maken. Op die manier ben ik op impulsen ingegaan. Zo ben ik in de Blauwe maandag Compagnie gerold en er weer weggegaan; zo ben ik bij regiewerk en bij de televisie aanbeland. Enerzijds is het op de juiste plaats op het juiste moment komen, anderzijds moet je iets van jezelf meebrengen dat dat een beetje mee forceert. Vooral nooit opgeven. Ik heb een natuurlijke impuls, 'dit zal me niet gebeuren', hier ga ik voor."

Zoals bij De slimste mens, twee seizoenen geleden: uw was totaal, u won ook.

"Ik dacht: ze zullen mij hier niet liggen hebben. Als ik zo ga redeneren, gebeurt het al eens dat ik krijg wat ik graag wil. Ik ben iemand die in tijden van nood een auto zou kunnen optillen. Op het moment dat mijn vrouw en kind eronder zouden liggen te stikken, zou ik misschien wel de fysieke of psychische kracht uit mezelf kunnen putten om hen te redden. Ik geef niet snel op, wat heb ik tenslotte te verliezen? Misschien is dat wel mijn motto. Ik kan het zitten denken als ik aan zo'n lange onderhandelingstafel zit met mannen in het zwart gekleed en met van die rare modieuze brillen op hun neus. Eerst kijk ik verschrikt rond. 'Wow, hier haal ik het nooit bij, lijkt me iets te cynisch.' Meteen daarna herpak ik me echter. Ik heb inderdaad niets te verliezen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden