Dinsdag 20/04/2021

InterviewHerman Goossens

‘Ik sprong een gat in de lucht toen Frank Vandenbroucke de nieuwe minister van Volksgezondheid werd’

Herman Goossens. Beeld Marco Mertens
Herman Goossens.Beeld Marco Mertens

Het rijk der vrijheid blijkt een fata morgana die telkens verder van ons wegschuift. Als voor­zitter van de Taskforce Testing wil micro­bioloog Herman Goossens (64) onze tocht door de covidwoestijn korter en aangenamer maken met sneltests, die binnenkort bij de apotheker en in de supermarkt liggen. Maar hij waarschuwt voor overdreven optimisme.

Waaraan hebben we deze derde golf te danken?

Herman Goossens: “Sinds begin februari wezen alle statistische modellen aan dat er deze lente onvermijdelijk een derde golf aankwam. Onze maatregelen werkten goed tegen het oude virus, maar volstonden niet meer tegen de Britse variant, die 50 procent besmettelijker is. De experts hebben daar herhaaldelijk voor gewaarschuwd. Toch koos de politiek voor ver­soepelingen. Ik begrijp dat de druk zeer groot werd, maar zo zijn we weer in de patatten beland.”

Hebben onze regeringen even zwaar geblunderd als in september, toen de regering-Wilmès forse versoepelingen doorvoerde?

“Niet helemaal. Die versoepelingen waren een kapitale blunder die de tweede golf deed losbarsten. Het argument was toen dat er geen draagvlak meer was bij de bevolking, maar men heeft zich verkeken op die besmette­lijkere varianten.

“De heropstart van de ­contactberoepen in februari, zonder regelmatige tests, was een vergissing. Je kunt dat alleen doen als je die mensen systematisch test. In Hongkong worden taxichauffeurs, rij-instructeurs en horeca­personeel twee keer per week getest. Wij hadden dat ook perfect kunnen organiseren.”

Waarom gebeurde dat niet?

“Geen idee. Maar als we straks uit deze derde lockdown willen raken, zullen sneltests een belangrijke rol moeten krijgen. Ik heb er goede hoop op dat dat zal gebeuren.”

Denkt u dat mensen nog bereid zijn om de regels te volgen?

“De cijfers en de alarmkreten uit de zieken­huizen zijn toch duidelijk? Het was goed dat de premier enkele weken geleden de verschillende scenario’s voor de derde golf heeft getoond: zo kon iedereen zien wat eraan kwam. In Nederland doen ze dat vaker.

“Ik snap dat mensen goed nieuws willen horen, maar de kans zat er altijd in dat we nog eens moesten ­verstrengen. Die boodschap is te weinig gebracht, waardoor deze paaspauze nu dubbel zo hard aankomt. Ook nu moeten we mensen waarschuwen dat dit langer dan vier weken kan duren. Dit kan een golfje worden, maar ook een hoge, lange golf.”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Heeft u het advies van gezondheidspsychologe Elke Van Hoof gemist? Zij vindt dat experts moeten stoppen met hun doemscenario’s en onheilsberichten: ‘De mensen kunnen dat niet meer aan.’

“Elke crisismanager zegt dat je het worstcase­scenario ook moet vertellen. Dat is niet hetzelfde als paniek zaaien. Weet je hoe je mensen demotiveert? Door een eindmeet te trekken die je wellicht niet haalt. Door de Britse variant, de versoepelingen, de haperende vaccinaties en de verslapte discipline bij de bevolking is de finishlijn een stuk opgeschoven. We moeten de mensen uitleggen dat er geen vaste eindmeet ís, en dat ze die met hun gedrag zelf dichter­bij of verder weg leggen.

“Ik ben wel degelijk be­kommerd om het mentaal welzijn. Daarom ga ik ook niet elke week in een tv-studio zitten om de cijfers te becommentariëren. Mensen hebben daar de buik van vol. We ­moeten ook ruimte maken voor gedrags- en motivatiepsychologen, armoedespecialisten en onderwijsdeskundigen. Zeker in de eerste golf kwamen die te weinig aan bod.”

Veel mensen zijn razend op de overheid vanwege de trage vaccinaties.

(zucht) Om sneller te vaccineren, moet je die vaccins eerst hebben. Mensen mogen niet vergeten welke topprestatie de farma-­industrie heeft geleverd door zo snel zulke goede vaccins te ontwikkelen – ik had voorspeld dat ze ten vroegste tegen deze lente klaar zouden zijn. Dat alle rusthuisbewoners en zorgverleners al ingeënt zijn, is een immense meevaller. Bedrijven als AstraZeneca hadden geen enkele ervaring met het maken van vaccins. Dan begrijp ik dat er leveringsproblemen opduiken. We zijn te streng voor die producenten.”

Europa vaccineert veel trager dan de Britten en Amerikanen, en in het Europese peloton zit België bij de slechtste leerlingen.

“Daar zijn de mensen terecht boos over, maar inmiddels is ­België opgeschoven naar de midden­moot. We komen stilaan op dreef, de logistieke problemen en kinderziektes raken opgelost. Maar het is duidelijk dat onze complexe staatsstructuur niet heeft geholpen.”

Eind december pleitte u voor een éénprikbeleid, zoals in Groot-Brittannië.

“Men heeft beslist om dat hier niet te doen, omdat de fabrikanten twee prikken aanbevelen. Dat biedt extra bescherming, ook tegen nieuwe varianten. Ik heb daar begrip voor.”

Johan Vande Lanotte vindt dat het onvoorzichtig is om zo voorzichtig te zijn. Het kost tijd en mensenlevens.

“De Britten, Amerikanen en Israëli’s hebben razendsnel contracten afgesloten, zich minder gestoord aan de prijs en zo veel mogelijk mensen alvast één prik gegeven. Maar ik vind het onterecht dat de ­Europese Commissie nu alle schuld krijgt. Wie bepaalt het gezondheidsbeleid in Europa? De lidstaten!

“Ik zie dat vaak op mijn domein: de Commissie wil verder gaan, maar bij elke stap wordt ze op de ­vingers getikt door de lidstaten. Ook bij de vaccins. Regeringen die nu roepen dat Europa faalt, moeten beseffen dat zíj ­Europa voortdurend gijzelen. En elke keer gebruiken ze de ­Commissie als zondebok. Als het niet populair is, is het de schuld van Europa, en alles wat goed gaat, is hun eigen verdienste. Ik gruw daarvan.”

Test jezelf

De sluiting van de scholen hakt er zwaar in bij ouders en kinderen. Was het onderwijs dan toch een motor van het virus?

“Nee, maar besmette kinderen zonder symptomen spelen wel een belangrijkere rol dan we lang dachten. Door de hogere besmettelijkheid van de Britse variant komt dat nu boven water. Ik heb er altijd voor gepleit om lagereschoolkinderen vaker te testen, maar dat werd afgeblokt. Waarom weet ik niet.”

Misschien wílde minister van Onderwijs Ben Weyts het niet weten, omdat hij zijn nek had uitgestoken om de scholen open te houden?

“Het ­percentage van scholen met uitbraken bleef ook relatief beperkt, al namen de aantallen de laatste weken wel serieus toe (afgelopen week waren 52 Vlaamse scholen, of 1,3 procent, volledig gesloten, in 129 andere zat minstens één klas thuis, red.). Als je dan niet ingrijpt, dreig je de controle helemaal te verliezen.

“Ik besef zeer goed wat voor een zware dobber die extra week paasvakantie is voor het mentale welzijn van kinderen en ouders. Ik heb veel mails ontvangen van mensen die knettergek werden omdat ze met drie kinderen in een klein appartement zitten. Bij mijn kinderen zie ik ook hoe moeilijk het is om een job te combineren met thuisonderwijs. Daarom was ik altijd voorstander om de scholen zo lang mogelijk open te houden. Maar nu hebben we dat even moeten lossen.”

U pleitte vorige zomer al voor speekseltests in de scholen, omdat de neus­­wissers ‘te traumatiserend zijn’. Waarom kwam daar niets van terecht?

“Die wissers van 8 à 9 centimeter diep schrikken veel kinderen en zelfs volwassenen af om zich te laten testen, terwijl er betrouw­bare alternatieven waren. Het verhaal van die speekseltests was echt een processie van Echternach. Ik ben voorzitter geweest van een werkgroep daarrond, maar sommige experts geloofden er niet in. Nochtans gaan die tests naar een lab en zijn de resultaten zeer betrouwbaar. Op een bepaald moment moet je stoppen met palaveren. Dus heb ik gedaan wat je in België in zo’n geval moet doen: een proefproject opstarten. Het rapport zal deze week klaar zijn.”

De grootste broeihaarden zijn nog steeds de bedrijven, met 40 procent van alle bevestigde clusters. Waarom zijn die nog altijd niet massaal aan het testen?

“Dát is een ­perfect voorbeeld van hoe absurd, complex en traag ons land werkt. In juni, na de uitbraken in de vleesverwerkende bedrijven, heb ik gezegd dat we systematisch moesten testen in zulke sectoren. Er kwam niets van in huis. In oktober hebben we testprotocols opgezet voor grootschalige sneltests in bedrijven. Maar dan begint het. Eerst moet je het advies vragen van de Risk Assessment Group, de Taskforce Testing, de Interministeriële Conferentie, het Interfederaal Comité en de regio’s. En daarna moet je nog langs de werkgevers, vakbonden en de Hoge Gezondheidsraad passeren. Hoorndol word ik daarvan. Het zou onverantwoord, zelfs crimineel zijn als we na deze crisis onze staatsstructuur niet vereenvoudigen. Iedereen klaagt erover, ook de ministers zelf.

“Het testen in bedrijven is pas onlangs in een stroom­versnelling gekomen, omdat premier De Croo en Frank Vandenbroucke zeiden dat de bedrijven ermee moeten beginnen. Pas als de politici op tafel slaan, gaat het vooruit. Dan moeten al die adviesorganen volgen. En terecht. Zés maanden geleden heeft de overheid meer dan een miljoen sneltests gekocht, en pas nu zijn er proefprojecten bij Bpost gestart om enkele duizenden mensen per week te testen.”

Waarom begonnen de privébedrijven er niet sneller mee?

“Aha! Het is inderdaad te makkelijk om alles op de politiek te steken. Ook de werkgevers stonden op de rem. Sommige bedrijven hadden geen zin om breed te testen, uit schrik om te veel werknemers te verliezen door besmettingen en ­quarantaines. Een aantal is er wel mee gestart, zonder het aan de grote klok te hangen.

“De huisartsen hadden maanden geleden al massaal sneltests kunnen inzetten. Die zijn relatief goedkoop, makkelijk af te nemen en erg betrouwbaar bij mensen met verkoudheidsklachten. Ook dat is niet gebeurd. Een klassieke PCR-test neemt de huisarts af in twee minuutjes, daarna moet hij zich daar niks meer van aantrekken: die gaat naar het labo. Een sneltest moet je zelf nog klaarmaken voor je het resultaat krijgt, wat een halfuurtje kan duren. Met twintig man in de wachtzaal is dat niet evident. Maar er zijn praktijken met verpleegkundigen die zo’n test eenvoudig kunnen uitvoeren.”

U wil zelftests niet in de supermarkten?

“Dat kan later. Het is belangrijk dat apothekers mensen eerst de juiste informatie kunnen meegeven. We moeten de zelftests vooral gebruiken om de superverspreiders te detecteren. Het zou goed zijn als mensen – zeker horeca­personeel – zich één of twee keer per week testen. Als een vrijwillige routine, als déél van de maat­regelen. Test je negatief? Dan blijf je voorzichtig. Het geeft je geen extra voordelen. Test je positief? Dan neem je snel een PCR-test en blijf je intussen thuis. Niet op café, niet naar de klas. Zo kunnen we heel wat clusters voorkomen.

“Zelftests mogen geen vrijgeleide worden, want ze zijn niet helemaal waterdicht: ook als je negatief test, kun je diezelfde avond nog mensen besmetten. Ook als je over enkele maanden op restaurant gaat met twee andere koppels is het dus niet verstandig om die allemaal een kus te geven, ook al heb je een uur voordien negatief getest.”

In Nederland, in Spanje, en straks ook in België worden proefevents met sneltests georganiseerd voor honderden feestvierders. Is dat de voorbode van een feestzomer?

“Absoluut niet. De media hebben dat fout voorgesteld. Het doel was om het gedrag van mensen te onderzoeken op zulke activiteiten: wat zijn de risico­momenten? Waar moeten we op letten? Onderzoekers bestuderen nu aan de hand van de afstand die de deelnemers hielden welk risicogedrag mensen stellen. Die sneltests dienen vooral om dat onderzoek veilig te laten gebeuren.”

Dus Tomorrowland eind augustus…

“Dat wordt zeer moeilijk. Zelftests zijn geen oplossing voor zulke evenementen. Gaat iedereen die thuis positief test en 200 euro heeft betaald voor een ticket in zijn kot blijven? Nee, hè. En sneltests organiseren voor 80.000 bezoekers per dag: vergeet het.”

Wat denkt u van kleine festivals of fuiven voor duizend mensen?

“Dat kun je met sneltests misschien nog organiseren. Maar je krijgt sowieso wachtrijen, want het duurt een half uur voor het resultaat bekend is. Men moet dan ook consequent zijn: wie positief test, komt er niet in. Maar ook dan ben je niet safe, want de gevoeligheid van die sneltests is 80 procent. Mensen die negatief testen kunnen dus toch besmet zijn. Welke extra maatregelen nemen we dan om te voor­komen dat daar superverspreiders bij zijn?”

Zegt u het maar.

“Dat is te vroeg. In mei krijgen we de resultaten van de Nederlandse proef­events. Ik ben zeer benieuwd naar welke extra maatregelen de Nederlandse overheid zal aanbevelen voor feestjes, voetbalwedstrijden en theatervoorstellingen. Op basis daarvan zal onze taskforce een advies formuleren. Organisatoren die daar niet op kunnen wachten, raad ik aan om het risico niet te nemen. De zomer van 2021 zal meer lijken op die van 2020 dan op die van 2019.”

Er was ons wel beloofd dat het rijk der vrijheid zou aanbreken.

“Zo simpel is het helaas niet. In mei of juni zullen alle kwetsbare volwassenen gevaccineerd zijn en ligt het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames zeker een stuk lager. Dan kan de horeca weer open. Maar hoe meer de vaccinaties vorderen, hoe meer men zal versoepelen en hoe mínder de bevolking de overblijvende maatregelen – afstand bewaren, contacten beperken en maskers dragen – nog zal volgen. Zo zal het virus enorm blijven circuleren, met de jongeren als grote motor.

“In het najaar wacht ons een vierde golf. Massaal testen kan die enigszins temperen, maar niet voorkomen. En dan komt de vraag: welk aantal ziekenhuisopnames, blijvende gezondheidsschade en extra doden zijn we als maatschappij bereid om te aanvaarden? En zullen mensen dan nog verstrengingen accepteren?”

U gelooft toch niet dat de brede massa in het najaar nog maatregelen zal aanvaarden om de niet-gevaccineerden en jongeren te beschermen?

“Wellicht niet, een nieuwe lockdown is uit den boze. Maar vergeet niet dat de vaccins geen 100 procent bescherming bieden. Het risico op ernstige ziekte of sterfte wordt zeer miniem, maar je kunt nog altijd besmet raken en anderen besmetten. Daarnaast heb je de antivaxers en de jongeren die minder bereid zullen zijn om zich te laten inenten.

“Het virus zal nog minstens één à twee jaar woekeren. En door massaal te vaccineren zetten we het zwaar onder druk, waardoor er nieuwe varianten zullen opduiken. Dat kan de kwetsbare groepen wéér in gevaar brengen. Ik begrijp dat dat geen fijne boodschap is, maar we moeten eerlijk zijn en stoppen met mensen wijs te maken dat alles is opgelost door de vaccinaties. Dat is niet juist. We weten niet hoelang ze ons beschermen.”

Wanneer zijn we er dan helemaal vanaf?

“Nooit. Er zullen de komende jaren nog regelmatige vaccinaties nodig zijn voor de kwetsbare groepen. De vaccins zullen wel steeds beter worden dan de varianten. Pas rond 2025 zal dit het vijfde ‘onschadelijke’ coronavirus worden dat elke winter terugkeert en vooral ouderen en risicogroepen treft.”

Hondenstiel

Droomde u als kind al van de strijd tegen vieze beestjes?

“Ik was erg geboeid door infectieziekten en wilde zoveel mogelijk kinderen genezen. Kinderinfectioloog leek de perfecte combinatie. In mijn laatste jaar geneeskunde kreeg ik een opleidingsplaats aangeboden in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis, en daar stelden ze me voor om eerst wetenschappelijk onderzoek te doen in het labo microbiologie. Daar ben ik tien jaar gebleven.

“Ik kom uit een zeer bescheiden milieu. Mijn ­moeder was huisvrouw, mijn vader buschauffeur. Ik mocht als eerste in mijn familie naar de ­universiteit. In ­Vlierzele betekende dat heel wat. Ik herinner me nog levendig hoeveel respect de mensen hadden voor de eerste universitair uit ons dorp. Mijn ouders hoefden me nooit te zeggen dat ik moest ­studeren.”

Het valt op dat u met veel passie over de politiek spreekt.

(lacht) Ik heb ooit overwogen om in de politiek te gaan. Als adolescent was ik een tijdje voorzitter van de Humanistische Jongeren in mijn streek. Na lang twijfelen koos ik toch voor geneeskunde, maar de politiek bleef me boeien. Een deel van mijn engagement heb ik kunnen invullen via mijn werk als expert. Ik stuur graag het beleid en heb altijd onderzoek gedaan dat een impact kon hebben op de volksgezondheid en de beleidskeuzes.”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Bij welke partij wilde u zich aansluiten?

“Ik was zeer links. Als je jong bent, moet je zo links mogelijk beginnen, want gaandeweg schuif je toch op naar het centrum, of zelfs naar rechts. Je wordt wat burgerlijker, sticht een familie, verwerft ­materiële welstand, en plots merk je dat je minder links bent. (lacht)

“Ik ben nooit lid geweest van een partij, ik ­koester mijn onafhankelijkheid. De voorbije twintig jaar heb ik goed samengewerkt met elke minister van Volks­gezondheid: Magda Aelvoet, Laurette Onkelinx, Rudy Demotte – alleen met ­Maggie De Block liep het wat minder. De allereerste met wie ik werkte, was Frank Vandenbroucke, eind jaren 90. Een fantastische ­ervaring! Hij steunde me enorm bij het opzetten van media­campagnes tegen het over­matig gebruik van antibiotica. Ik sprong een gat in de lucht toen hij in oktober de nieuwe minister van Volksgezondheid werd.”

U heeft nu een goed zicht op de interne keuken: was de politiek iets voor u geweest?

“Ik ben zeer blij dat ik die stap nooit heb gezet. Mijn respect voor ­toppolitici is het voorbije jaar nog gegroeid – het blijft toch echt een hondenstiel. Die ministers werken dag en nacht, maar kunnen nooit goeddoen. Als ik zie hoeveel stront ík al over me heen krijg op de ­sociale media, moet het bij hen ondraaglijk zijn.”

Raakt dat u?

“Ja. Vóór de zomer was ik daar echt door gekwetst. Ik zet mij met de beste bedoelingen in voor de maatschappij, en toch word ik overstelpt met smerige opmerkingen en zelfs bedreigingen.

“Ik heb weleens gereageerd op berichten, maar dat haalt toch niks uit. Nu lees ik ze zelfs niet meer. Ze kunnen de boom in.”

U bent te emotioneel voor de politiek.

“Ik ben een heel emotioneel mens, met veel passie en empathie. Voor de politiek moet je een olifanten­vel hebben, en een stuk ­cynisme. Ik neem de dingen soms te persoonlijk. Dat is niet slim, maar ik kan er niks aan doen.”

Bleef u daarom in mei en juni weg uit de media?

“Ik was stik­kapot, prikkelbaar, en wilde mezelf beschermen. Ik mijd de media nog altijd zoveel mogelijk, ook omdat ik van maandag­ochtend tot zondagavond werk. Het voorbije jaar heb ik maar één weekend niet gewerkt. Verlofdagen? Vier.”

Coronacommissaris Pedro Facon kreeg begin dit jaar een burn-out.

“Pedro is een mooi voorbeeld van een gepassioneerde ambtenaar die leeft voor zijn vak. Sinds enkele weken is hij terug en hij heeft geleerd om de zaken iets meer los te laten. Gelukkig, want we hebben hem hard nodig.”

MR-voorzitter Georges­-Louis Bouchez haalde begin februari uit naar Marc Van Ranst: ‘Experts die betaald worden door de regering moeten zich na hun advies schikken naar de politieke beslissingen, in plaats van te militeren.’ Van Ranst zei dat hij nog geen euro had ontvangen, en dat hij een eventuele vergoeding zou weigeren.

“Wat Bouchez zei, was absurd. Het is niet omdat experts een vergoeding zullen krijgen, dat wij de ­politici moeten verdedigen, of alleen adviezen mogen geven die hen goed uitkomen. Ik word ook niet betaald als voorzitter van de taskforce. Het ziekenhuis krijgt wel een compensatie, omdat het mij twee dagen per week moet missen, maar eigenlijk is dat voorzitterschap een voltijdse job naast mijn voltijdse job. Ik heb dus geen belangenconflict en zal naar niemands pijpen dansen.”

Waren er momenten waarop u wilde opstappen?

“Neen. Het is soms heel frustrerend om te zien hoeveel stationnetjes je moet passeren om iets gedaan te krijgen, maar ik wil daar niet te veel over zeuren. Toen Pedro Facon me in oktober vroeg om die taskforce te leiden, heb ik dat enthousiast aanvaard, omdat ik al lang aan de knoppen van het testbeleid wilde zitten. Ik wíst dat het een zware taak is, maar ik ben een kuitenbijter. Uit frustratie zal ik dus niet opstappen – er zitten ook zeer fijne mensen in de taskforce – maar het wordt fysiek en mentaal wel heel zwaar. Ik heb pas enkele grote Europese onderzoeksprojecten binnengehaald, van tien­tallen miljoenen euro’s. Vroeg of laat zal ik dus toch moeten stoppen als voorzitter.”

Hoe houdt u het vol?

“Ik loop drie keer per week 10 kilometer, en ik heb een heel fijne relatie met mijn vrouw. Ze is mijn tweede echtgenote en zij begrijpt heel goed waarom ik nu keihard werk – ze is zelf ook gepassioneerd door haar vak. Als je elkaar graag ziet en steunt, kun je bergen verzetten. Ik heb ook geweldige kinderen en kleinkinderen, al zie ik ze te weinig.

“In ruil voor die zeventig uren per week komt ook een stukje zelfrealisatie. Voor een wetenschapper is dit een ongelofelijk boeiende periode. Ik heb een sterke onderzoeksgroep en overleg wekelijks met mijn Europese collega’s. Sinds 2014 pleit ik bij Europa voor klinisch onderzoek bij pandemieën, en vorig jaar kregen we eindelijk 15 miljoen euro tijdens de tweede golf. Ge­­renommeerde vakbladen als The New England ­Journal of Medicine en The Lancet publiceren nu onze onderzoeken over covid. Dat bewijst dat we ons geld waard zijn, en het geeft een enorme voldoening.”

Uw vrouw is Zweedse: gaat het aan de keukentafel weleens over de Zweedse aanpak?

(lacht) Bijna dagelijks. De Zweden blijven vasthouden aan hun beleid dat gericht is op groepsimmuniteit, maar hun cijfers zijn archislecht, zeker tegenover vergelijkbare buurlanden als Noorwegen en Finland. Toch trekken ze hun beleid niet in twijfel. Ze hebben een immens geloof in de overheid en in viroloog Anders Tegnell.”

Het mentaal welzijn is er wellicht een stuk beter dan bij ons.

“Mogelijk wel. Zweden zijn over het algemeen gelukkige mensen.”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Waarom worden díé cijfers nooit vergeleken? Wij krijgen alleen coronacurves te zien, maar misschien blijkt over tien jaar dat de Zweden het bij het rechte eind hadden.

“De consequentie van dat beleid is dat je het virus bijna ongehinderd door je hele bevolking laat gaan, met veel meer ziekenhuisopnames, doden en crashende gezondheidssystemen tot gevolg. Willen we dat? De Zweden hebben daar al een hoge prijs voor betaald, en het land is veel minder dicht­bevolkt dan België. Ze hebben de woonzorgcentra en ouderen aan hun lot overgelaten. Ook in normale tijden wordt daar minder goed voor ouderen gezorgd dan bij ons. Ik zie dat bij mijn schoonouders: als je naar een woonzorg­centrum wilt, kom je op een lange wachtlijst terecht.”

Klopt het dat je daar per taxi een covidtest kunt bestellen?

“Dat hebben ze mooi georganiseerd. Mijn schoonbroer woont in Stockholm. Vorig jaar wilde hij zich laten testen. Een koerier leverde een neuswisser af, waarna hij in de badkamer de test deed. Een uur later kwam een andere taxi die wisser ophalen om hem naar een labo te brengen. Daar kunnen wij alleen maar van dromen.

“De dochters van mijn schoonbroer hebben het voorbije jaar geen dag school gemist. En ­besmettingen nemen ze erbij – ook de leraars. In Zweden bekijken ze het heel stoïcijns: ‘Als we besmet raken, is dat maar zo.’”

Wat was voor u het gelukkigste moment van het voorbije jaar?

“De dag dat ik werd gevaccineerd, was ik echt geëmotioneerd. Die vaccins zijn een enorme triomf van de wetenschap, zeker de mRNA-vaccins zoals Pfizer en Moderna, die we heel snel kunnen aanpassen aan nieuwe varianten. Mensen staan er niet bij stil hoeveel onderzoek er is gedaan en welke grote stappen we hebben gezet. Duizenden topwetenschappers hebben zich het voorbije jaar op covid gestort.

“Ook bij de diagnoses staan we voor een omwenteling. Veel bedrijven werken aan nieuwe technieken om heel snel virussen, bacteriën en andere kwalen te detecteren. Dat zal de komende jaren leiden tot een hoop nieuwe sneltests. Na de zomer komen er al snelle tests op de markt die aan je adem ruiken of je besmet bent. Men kan die massaal inzetten op lucht­havens.

“Als de pandemie voorbij is, zul je met griepverschijnselen ook niet meer altijd naar de dokter moeten. Na een digitale conversatie met je huisarts test je jezelf, en als je positief bent, kruip je in bed, zónder dat een arts je onnodige anti­biotica voorschrijft. Zo vermindert het risico dat je onderweg naar de dokter, of in de wachtzaal, nog mensen besmet.”

U waarschuwt al jaren voor resistente bacteriën. Wordt dat ook een pandemie?

“Dat is er al één! Er zijn twee soorten pandemieën: griepvirussen zoals covid en resistente ­bacteriën. De griepvirussen verspreiden zich sneller dan ooit: vroeger namen ze de boot, nu het vliegtuig. Bacteriën hebben twintig, dertig jaar nodig om zich te verspreiden, maar muteren om de strijd tegen de ­antibiotica te winnen. Wereldwijd kosten ze nu al het leven aan 700.000 mensen per jaar – tegen 2050 vrezen we dat het er 10 miljoen zullen zijn. Zonder nieuwe ­antibiotica wordt dat een ramp. En covid maakt het nog erger, omdat coronapatiënten massaal antibiotica krijgen om bijkomende infecties te voorkomen. Daar gaan we de komende jaren een­ ­zware prijs voor betalen, zeker in de ziekenhuizen. En door de enorme aandacht voor covid bestaat het risico dat de ­farma-industrie nog minder in nieuwe antibiotica zal investeren.”

Toch stapte u twee jaar geleden op als voorzitter van het nationale antibiotica­comité, waar u sinds 1999 in zit. Waarom?

“Ik had het gevoel dat ik er mijn tijd zat te verliezen. Daarom heb ik het die keer wél opgegeven”

U adviseerde Maggie De Block om huisartsen die te veel antibiotica voorschrijven aan te pakken. Zij koos ervoor om de patiënt iets meer te laten betalen voor antibiotica.

“En dat werkt van geen kanten, zoals wij hadden voorspeld. Je moet die veelvoorschrijvers treffen, maar dat was blijkbaar taboe.

“Nu heb ik dat gevoel niet meer. Ik overleg zeer goed met Pedro Facon en verschillende ministers. Zij beslissen soms ook zaken die niet helemaal stroken met mijn adviezen, maar ze staan tenminste open voor argumenten.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234