Zondag 25/07/2021

'Ik snap nog steeds niet hoe hij verliefd op me kon worden' 'Ik moest gewoon altijd hard met jou lachen, keiplezant'

Zegt zij: 'Adriaan heeft mij getoond hoe ik me vrouwelijk kon kleden.' Waarop hij: 'Ik was sowieso al een stuk kleiner en dan ging zij plots nog hakken dragen ook.' Tine Embrechts (37) en Adriaan Van den Hoof (40), vanaf morgen 'wijsmakers' in de nieuwe zondagavondshow 'De neus van Pinokkio', over de schoonheid van samen spelen. 'Bij elkaar worden we altijd weer leeftijdloos.'

Een citaat als aanhef van een verhaal, vaak kan men het als zwaktebod beschouwen. Voorstel dat verraadt dat men niets beter te bieden heeft. Volgende zinnen, echter, zijn te treffend om in deze historie te verzwijgen.

'Als ik naar je kijk, heb ik zo nu en dan het gevoel dat ik naar een verre ster kijk. Hij ziet er heel helder uit. Maar het is licht dat wie weet hoeveel lichtjaren geleden is uitgezonden. Misschien is het wel licht van een hemellichaam dat niet meer bestaat. Maar toch ziet het er soms echter uit dan wat dan ook.''

(Uit Ten zuiden van de grens, van Haruki Murakami)

Gedachtesprong, nu, naar een zachte donderdagmiddag hartje Borgerhout. Onbevangen vraagt Emilio, de zesjarige zoon van Tine Embrechts, aan Adriaan Van den Hoof wat dat nu eigenlijk is, een carrière. Hij aanhoort het antwoord, kauwend op een boterham, kijkt op en zegt: "Later wil ik dubstepper worden. Of tester van videogames."

Van den Hoof lacht. Verderop in het gesprek zal hij zeggen: "Sinds ik vader ben, denk ik op een heel andere manier na over wat ik allemaal doe. Dat mijn kinderen straks naar De neus van Pinokkio zullen kijken, vind ik bijvoorbeeld een zeer rare ervaring."

Als hulpkrachten van Bart Peeters verschijnen Embrechts en Van den Hoof voortaan elke zondagavond op Eén. In de rol van 'wijsmakers', in het fonkelnieuwe spelprogramma De neus van Pinokkio. Na het op Canvas en OP12 vertoonde Magazinski is De neus van Pinokkio het eerste programma van Alaska TV, het nog jonge productiehuis van Stijn Peeters, voor Eén.

"Tine en ik hebben vooral heel veel oude televisiefragmenten nagespeeld", zegt Van den Hoof. "Uit Echo onder meer, en uit De wondere wereld van Chriet Titulaer, de gekke Hollandse wetenschapper die de raarste producten aan de man probeerde te brengen. Heel leuk, zeker omdat het zo lang geleden was dat we samen iets voor tv hadden opgenomen. En ook omdat het met Bart is, natuurlijk."

Onmiskenbaar is Bart Peeters de spil van jullie - we weten intussen wat de term betekent - carrière. Valt zijn waarde in woorden te vatten?

Embrechts: "Bart heeft ons ontdekt, hoe vreselijk dat woord ook klinkt. Toen we nog volop aan het studeren waren, heeft hij ons in een liveshow op zondagavond op VTM binnengehaald. Ik vind dat nog steeds geweldig. Destijds stond ik daar niet zo bij stil, maar eigenlijk heeft Bart toen een gigantisch risico genomen. En dat maakt hem ook net zo mooi. Als hij vertrouwen in je heeft, neemt hij het helemaal voor je op. Sinds De liegende doos kan hij voor mij dus niets meer fout doen. Af en toe kruisen onze wegen, zoals nu, en dan kan ik onmogelijk 'nee' zeggen."

Van den Hoof: "Dat heb ik ook. Als Bart belt, kan ik onmogelijk weigeren. Soms duurt het een tijdje vooraleer hij mij heeft overtuigd, maar voor ik het weet zeg ik toch altijd: oké, ik doe mee (lacht). Het kost me ook weinig moeite om mee te gaan in zijn enthousiasme, en de taal die wij gebruiken is intussen ook zo gegroeid dat buitenstaanders ze onmogelijk kunnen verstaan. Tijdens de opnames van De neus van Pinokkio hoorde ik Bart een uitleg geven aan Jimmy (Dewit, ook bekend als dj Bobby Ewing, die de muziek bij het programma heeft gemaakt, red.) en wist ik meteen dat ik Jimmy achteraf de 'Bartelizer' zou moeten lenen om alles in de juiste volgorde te zetten, met de juiste structuur en nog wat uitleg erbij liefst."

De liegende doos is duidelijk jullie nulpunt, de plek waar alles plots in een stroomversnelling kwam.

Van den Hoof: "Dat was een waanzinnig programma. Alsof je het hoofd van Bart Peeters even kon openen en er elke zondagavond een paar uur in mocht stappen. Als Bart tegen ons zei dat wij de volgende week ridders zouden zijn en met paard en kar langs de vaart de studio binnen zouden rijden, was er niemand aan tafel die antwoordde dat het niet zou lukken. Veertien Kakkewieten die elke zondagavond de boel op stelten kwamen zetten, dat was ongelooflijk."

Hoe is die beginperiode van De Kakkewieten in jullie herinneringen gekerfd?

Embrechts: "Als ik aan het begin terugdenk, zie ik Dimitri (Leue, red.) in de Academie tegen het plafond kruipen, of zie ik alle kerstbomen van de Waalse Kaai weggesleurd worden, en meer van die fantastische herinneringen. De Kakkewieten waren ook allemaal jeugdvrienden, Adriaan is samen met Koen De Graeve,Bart Voet en Esmé Bos de enige die er pas later bij is gekomen."

Van den Hoof: "Op het Conservatorium zat ik samen met Dimi in de klas. Hij vertelde dat hij in een groepje speelde, De Rotzakken, en vroeg of ik eens mee wou doen. Ik kon niet zingen, maar dat groepje leek me wel leuk. Uit De Rotzakken zijn dan De Kakkewieten ontstaan, en sindsdien ben ik blijven meedoen."

Embrechts: "Elk weekend schuimden wij alle studentenfeesten van Antwerpen af, met grote zakken vol kleren. Achter het podium kieperden we die uit, verkleedden we ons en begonnen we gewoon te spelen."

Van den Hoof: "Een van de mooiste herinneringen vind ik nog altijd ons optreden bij de opening van de Velinx in Tongeren, waar we op een vijver de slag tussen Odysseus en Ambiorix hebben nagespeeld met twee surfplanken en een paar opblaaskrokodillen (lacht). Die ongebreidelde fantasie is wat ons altijd heeft gebonden."

Was het, in die dolle boel genaamd Kakkewieten, snel duidelijk dat jullie vrienden zouden worden?

Van den Hoof: "Ik ben op een bepaald moment van het Conservatorium naar De Studio verhuisd en toen zaten Tine en ik ineens in dezelfde klas en hadden we ineens samen een relatie en waren we ineens vijf jaar samen en hebben we ineens heel veel samen gespeeld. Op zich waren we dus direct vrienden (lacht)."

Embrechts: "Adriaan kwam bij ons in de klas en ik vond dat meteen super. Ik voelde direct dat wij elkaar op heel veel vlakken vonden. Op vlak van humor vooral, maar al snel ontdekten we ook hoe leuk het was om samen te spelen. Het klikte niet alleen buiten, maar ook op het podium, en natuurlijk kregen we dan allebei alleen maar meer goesting om van alles samen te gaan doen. Na een tijd waren we bijna vierentwintig uur per dag samen en beseften we dat we konden kiezen: ofwel elkaar beginnen te haten ofwel een koppel worden."

Van den Hoof: "Ik moest altijd hard lachen met jou, Tine, dat was keiplezant. Na de laatste aflevering van De liegende doos zijn we dan uiteindelijk ook verliefd geworden. Ik voerde jou naar huis en jij was zogezegd jouw sleutel vergeten. Hoe ik daar ingetrapt ben, ik begrijp het nog altijd niet. Maar ik weet wel dat ik op een bepaald moment gezegd heb: 'Tine, die salopette gaan we vanaf nu niet meer dragen, oké?'" (hilariteit)

Embrechts: "Ik snap nog altijd niet hoe hij verliefd is kunnen worden. Ik was nog een halve jongen, ik zag er niet uit. Adriaan heeft mij getoond hoe ik me vrouwelijk kon voelen. Hij nam me mee naar winkels waar ik nog nooit geweest was en toonde welke schoenen ik best kon kopen."

Van den Hoof: "Ik was sowieso al een stuk kleiner en dan ging zij plots nog hakken dragen ook (lacht)."

Ook na De liegende doos bundelen Embrechts en Van den Hoof gretig de geesten. Op theater en televisie, in bigbands en films. Het Peulengaleis, El Tattoo del Tigre, Nefast voor de feestvreugde, STAN, Kulderzipken, Dirty Mind, Mag ik u kussen?. Als een scoubidou is hun repertoire ineen gevlochten.

Van den Hoof: "Tine en ik hebben nooit een groot carrièreplan uitgestippeld. Maar we hebben wel het geluk gehad dat we nooit iets tegen ons goesting moesten doen en altijd op heel veel verschillende niveaus mochten spelen. Ernstige theaterstukken van Molière, series op tv, in de fantasie van Hugo Matthysen duiken, noem maar op. Dat is iets wonderlijks, vind ik, iets wat je nu nog maar zelden ziet. Tegenwoordig wil iedereen direct in een topserie spelen en slaat men vaak stappen over."

Embrechts: "Tegelijkertijd waren wij ook wel supergretig, denk ik. We wilden alles zien, alles doen, het was een heel volle periode. Wij zijn ook allebei vertrokken vanuit de Canvashoek, zeg maar. We waren heel streng voor onszelf, maar anderzijds ook heel nieuwsgierig naar de showbizzwereld. Het is een moeilijke zoektocht geweest om te beseffen wat goed voor ons was en wat niet en ik heb het gevoel dat wij die zoektocht op dezelfde manier hebben aangepakt."

Vriendschap is ook: trots kunnen zijn op elkaar. Hoe goed zijn jullie daarin?

Van den Hoof: "Ik ben nog nooit zo trots geweest als op Tine in Quiz Me Quick. Dat vond ik nu eens echt ongelooflijk straf. Net als die keer dat je met je broers op onze school speelde, als De Embryo's, en je met je contrabas een liedje aan het zingen was. Ik weet nog dat ik toen dacht: 'Wat een droom is dat, zeg.' Misschien ook omdat ik op dat moment vol liefde voor jou was."

Embrechts: "Ik had hetzelfde gevoel bij jouw eerste soloshow. Ik ben toen naar je laatste voorstelling komen kijken, in Het Depot, en ik was enorm onder de indruk. 'Den Ad' alleen op het podium, zoals ik hem al jaren kende, en de hele zaal die plat ging: ik vond dat een zeer ontroerend moment."

Van den Hoof: "Let op, wij kunnen ook ongelooflijk zwaar ruzie maken. Bij De Kakkewieten ontploft het soms zo hard dat we met stoelen naar elkaar smijten of roepen dat we elkaars kop eraf willen hakken. Maar wanneer we uit het repetitiekot stappen, geven we elkaar een hand en gaan we samen iets eten."

Embrechts: "We kennen elkaar al zo lang en zo goed... Intussen hebben we allebei kinderen en sleuren we een hoop bagarre en miserie mee, maar wanneer we samen spelen worden we altijd weer leeftijdloos. Achttien of veertig, het gevoel is eigenlijk juist hetzelfde. Het klinkt misschien klef, maar de grote vertrouwdheid tussen ons voelt enorm goed. IJkpunten zoals Adriaan, waarvan ik weet dat ik er altijd naar terug kan, ik heb dat nodig."

Van den Hoof: "Van die mensen accepteer je ook veel meer. Tine en ik zien elkaar nu minder dan vroeger, maar we weten wel dat we eender wat aan elkaar kunnen vragen. Het zal ook weer klef klinken, maar als er iets is, dan zijn we er altijd voor elkaar."

Nog één kleffe vraag, dan. Welke eigenschap van de ander bewonderen jullie het meest?

Van den Hoof (meteen): "Haar doorzettingsvermogen. Ik ken weinig mensen die zo rechtuit zijn en die altijd opnieuw verder kunnen gaan."

Embrechts: "Oei, dat is snel. (denkt na) Ik ken niemand die zo'n uitgebreide fantasie heeft als hij. Adriaan is een intelligent persoon met een grote fantasie, dat vind ik bewonderenswaardig. Hij is op zijn best als je hem onvoorbereid loslaat op mensen die hij niet kent. Heel bijzonder. Dan merk ik pas hoe ik zelf soms tekortschiet."

Van den Hoof: "Jij hebt dat toch ook? Jij kunt als geen ander een mannelijk schaap nabootsen dat net een vrouwelijke mier is geworden (hilariteit). Tja, in onze fantasie zijn wij één."

Tot slot nog even terug naar zondag 10 oktober 2010, exact zeven dagen nadat Thor Hushovd in het Australische Geelong wereldkampioen wielrennen is geworden. In het Radio 1-programma Friedl schenkt Tine Embrechts aan Adriaan Van den Hoof Ten zuiden van de grens, van de Japanse woordmeester Huraki Murakami. Het boek waaruit het citaat bij de start van dit verhaal is geplukt. Met als opdracht:

'Lieve Adje,

Een boek vol liefde

Als troost

van je favoriete ex!

Heel veel liefs,

Tine'

Zei Embrechts toen, in de ether: "Ik vind Ten zuiden van de grens een ongelooflijk ontroerend liefdesverhaal." En, twee vragen verder: "Ik heb heel veel van Adriaan geleerd. Hij heeft mij Paul Auster leren kenen, en Tim Burton. Hij heeft mijn leven echt verrijkt. Ik weet dat het nu niet zo heel goed met hem gaat en dat hij een minder moment in zijn leven heeft, maar een goed boek kan troost geven."

Zegt Van den Hoof nu, aan tafel: "Ik zat op dat moment gewoon thuis en opeens hoorde ik de stem van Tine op de radio. 'Dit boek wil ik schenken aan Adriaan', zei ze plots, maar ik wist van niets. Tranen met tuiten, man. Zo schoon. Maar zeg, Tineke, nu ik eraan denk: heb ik jou eigenlijk ooit iets teruggegeven?"

Vijftien jaar geleden waren Embrechts en Van den Hoof een koppel,"eigenlijk ging dat keigoed, hè", zeggen ze in de finale van dit gesprek. Nog steeds heerst een diepe vriendschap.

Van den Hoof: "Het is straf hoe het tussen ons allemaal is gelopen."

Embrechts: "'Den Ad' was mijn eerste lief en hij stond naast mij in een zeer spannende periode, namelijk die tussen mijn twintigste en vijfentwintigste. We hebben samen gestudeerd, samengewoond en samen onze eerste theaterprojecten opgestart. Er is toen een grote gemeenschappelijke basis gelegd en ik vind het heel fijn dat we nog altijd zo goed overeenkomen."

Van den Hoof: "Een zeer mooi moment was toen je mij belde en zei dat je 'iets moest vertellen'. Nog voor je verteld had dat je zwanger was van je eerste kind, wist ik al wat je zou zeggen. Ik was door het dolle heen, echt waar. Dat je zoiets kunt hebben met iemand met wie je vijf jaar samen bent geweest, ik vind dat zeer straf. En ik ben er nog elke dag heel blij om."

Als een geest uit de hemel zweeft plots Emilio de ruimte binnen. Hij vraagt: "Mama, mag ik mijn dansje nog eens tonen?", trekt een zwarte capuchon over het hoofd, masseert de iPod en kronkelt zich een weg door de beats. "Jongens," lacht Tine Embrechts, "ik denk dat het dubsteptijd is."

De neus van Pinokkio, vanaf morgen elke zondagavond om 20u25 op Eén.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234