Dinsdag 26/10/2021

Wetenschap

"Ik sluit niet uit dat we onsterfelijk worden"

Andrea Maier denkt dat we dankzij de wetenschap veel ouder kunnen worden.   Beeld Franky Verdickt
Andrea Maier denkt dat we dankzij de wetenschap veel ouder kunnen worden.Beeld Franky Verdickt

Volgens verouderingsonderzoeker Andrea Maier is een mens als een wagen. We verslijten als we stilstaan, maar een klein onderhoud kan dat verhelpen. Alleen moeten we om langer zonder slijtage te leven snel minder lui worden. Of wachten tot de wetenschap het oplost.

100. Zo oud wordt de helft van de mensen die in 2013 werden geboren. Voor zij die in 2040 worden geboren, is dat 110. “En dat is waarschijnlijk nog een onderschatting”, stelt verouderingsonderzoeker Andrea Maier. Zij verwacht dat sommige borelingen uit 2040 de 140 nog op hun teller zullen zien verschijnen. Waar de grens de decennia daarna ligt, kan ze niet zeggen. Een mooi vooruitzicht lijkt het toch niet als je weet dat we tegenwoordig al tussen ons 45ste en 50ste levensjaar een eerste chronische ziekte krijgen. “Op de leeftijd van 60 jaar heeft 60 procent ten minste twee chronische aandoeningen en krijgen mensen al twee tot vier medicijnen”, vult Maier aan. “We worden dus oud als patiënten, maar we weten hoe we het beter kunnen doen.”

In haar boek Eeuwig houdbaar legt Maier daarom uit hoe we al op jonge leeftijd de veroudering kunnen afremmen. “Kijk, we hebben er de afgelopen dertig jaar voor gekozen om mensen meestal niet te laten overlijden. Alleen doen we dat op dit moment op een heel inefficiënte manier. We reageren namelijk pas als er iets fout gaat. Bij onze wagen zouden we het niet zo ver laten komen”, denkt Maier. “We vervangen onze zomerbanden preventief door winterbanden en houden ons oliepeil in de gaten. Met ons lichaam wachten we tot er iets is, leggen dan alles in handen van de arts en die moet het maar opknappen.”

De smartwatch om Maiers pols is naar haar mening een eerste hulpmiddel om het anders te doen. Om de twintig minuten geeft die haar een stroomstootje, om haar eraan te herinneren dat ze moet blijven bewegen, zelfs al zit ze neer. “Het kost ons toch geen tijd of geld om onze benen op te heffen en onze buikspieren aan te spannen terwijl we hier zitten. Ons geheugen wordt er bovendien beter van omdat ons brein meer bloed krijgt als we fysiek actief zijn. Ik poets bijvoorbeeld ook mijn tanden op één been. Ik merk dat mijn balans daardoor beter wordt en mijn tanden zijn ook schoner. (lacht) Het is bewezen dat je bij ouderen zo bijvoorbeeld ook valpartijen voorkomt. Het is trouwens nooit te laat. Zelfs iemand die heel weinig beweging krijgt, kan door te trainen de cellen in het lichaam opnieuw actief maken.” Behalve meer bewegen, kan ook gezonder eten en voldoende sociaal contact onderhouden er volgens Maier voor zorgen dat mensen – veel – ouder worden. Nu al.

De zaken die u opnoemt, klinken logisch. Waarom doen we ze dan niet?

“Omdat we luie dieren zijn. Jonge luie dieren zien niet wat er binnen veertig jaar met hun lichaam zal gebeuren. Terwijl elke 20-jarige moet beseffen dat hij zelf in de hand heeft hoe hij er op zijn 70 of 80 zal uitzien, hoeveel pillen hij zal gebruiken en hoe goed hij nog zal kunnen lopen. Waarom laten we onze vitale functies daarom niet testen, zodat we zien hoe we achteruit gaan? Die testen kosten veel minder dan het behandelen van ziektes op latere leeftijd. Al houden artsen die testen nog wel wat tegen, omdat ze het moeilijk vinden dat de patiënt dan ook weet wat er aan de hand is.”

Vallen we niet sowieso ten prooi aan nieuwe ziektes zodra we langer leven? Vroeger werden veel mensen ook niet oud genoeg om kanker te krijgen.

“Er komen natuurlijk altijd nieuwe soorten kanker bij, maar voor de grote organen hebben we de afgelopen twintig jaar al alle ziektes benoemd. Voor de botten is dat osteoporose, voor het hart hartfalen, voor het brein dementie. In oktober 2016 kwam er nog een ziekte voor de spieren bij: sarcopenie. Wie eraan lijdt, heeft weinig spiermassa.”

Zijn al die ziektes niet het signaal dat het niet de bedoeling is om zo oud te worden?

“Dat is de vraag, maar mijn insteek is dat we niet moeten wachten tot die verouderings­verschijnselen optreden. Anders blijven we maar repareren. Daarom doe ik nu samen met enkele collega’s onderzoek naar de afvalcellen die in ons lichaam achterblijven. Die veroorzaken ontstekingen en beïnvloeden het hele weefsel op een negatieve manier. Bij onze testen op muizen is het al gelukt om die afvalcellen te verwijderen met een medicijn, een soort gentherapie. Daardoor worden de muizen opnieuw vitaler en krachtiger. Muizen die in een laboratioriumomgeving normaal gezien drie jaar oud worden, leven ook al 30 procent langer als ze het medicijn op 2-jarige leeftijd krijgen. Aangezien er heel veel overeenkomsten zijn tussen muizen en mensen kun je dus ook al berekenen hoe oud we zouden worden als we op 60-jarige leeftijd zelf zo’n medicijn zouden krijgen. Als we 30 procent langer leven dan de huidige gemiddelde sterfteleeftijd van 85, worden we 110 jaar oud.”

Zitten de cellen die u wil opruimen toch niet met een doel in het lichaam?

“De natuur heeft ingebouwd dat die beschadigde cellen volledig worden uitgeschakeld omdat ze anders de neiging hebben om een kankergezwel te worden. Vroeger was dat een goede oplossing, want je zou sowieso overlijden voor er te veel afvalcellen in je lichaam zaten. Ondertussen houden we ziektes en organen zo in bedwang dat we veel ouder worden en de afvalcellen dus de kans krijgen om zich op te hopen.”

Door dat in de toekomst te verhelpen, houdt u mensen toch lui? Wie niet goed voor zijn lichaam zorgt, laat daarna gewoon de afvalcellen weghalen.

“Ik heb hoop. (lacht) Het is natuurlijk niet de bedoeling dat mensen als een luiaard gaan rondhangen tot de dokter hen een injectie brengt. Ze moeten eerst een vijftigtal jaar of langer gezond willen leven zonder het medicijn. Er is nu al een percentage van de mensen die hun leven lang de juiste dingen doen. Als zij op hun 80 beslissen dat ze nog geen ziektes willen krijgen, vind ik het prima om hen te injecteren en gentherapie in gang te zetten. Wat mij betreft mogen zij 120 worden.”

Wie niet goed voor zijn lichaam zorgt niet?

“Ik kan me erin vinden om mensen op die manier een bepaald gedrag aan te leren, op voorwaarde dat er voldoende clausules zijn die ervoor zorgen dat wie pech heeft wel wordt geholpen. Al vind ik het ook een beetje tricky. We behandelen mensen die niet goed voor hun lichaam zorgen nu tenslotte ook al. Anders zou ik als arts bijvoorbeeld soms moeten zeggen dat ik iemand geen medicatie wil geven omdat hij niet is afgevallen. Dat ga ik natuurlijk niet doen. Ik wil met dit onderzoek gewoon een andere oplossing aanbieden voor een probleem.”

Die oplossing heeft ook veel maatschappelijke gevolgen. Houdt u daar voldoende rekening mee?

“Ja, maar ik kan niet alles oplossen. Neem nu het pensioendebat. We kunnen niet langer op 65 op pensioen als we 110 jaar oud worden. Alleen lijken veel mensen niet klaar om langer te werken. Er zijn natuurlijk beroepen die je niet tot je 90 kunt uitoefenen. Maar de vraag die we ons vooral moeten stellen, is waarom werken zo hard wordt gezien als iets negatiefs, als iets dat onze vrijheid beperkt. Terwijl werken ook betekent dat je sociaal contact hebt en misschien fysiek actief bent. Eigenlijk moeten mensen daar net blij om zijn, want een derde van wie met pensioen gaat, gaat gewoon op de bank zitten. Die groep is heel vatbaar voor ziektes. Daar moeten we dus op inspelen, bijvoorbeeld met iets zoals een deeltijds pensioen. Die bankzitters brengen namelijk kosten met zich meer voor het zorgstelsel.”

En dan zijn er nog zoveel andere - technologische - veranderingen in de loop van zo’n lang leven.

“Dat is toch heerlijk?”

Is het menselijk brein dan voldoende flexibel om zo lang om te gaan met een wereld die zo snel verandert?

“Daarvoor moet je kijken naar de definitie van wat oud is. Officieel is dat op je 65, maar er zijn evengoed 55-jarigen die al oud zijn. Net zoals er ouderen zijn die nog nieuwsgierig zijn en een twinkeling in hun ogen hebben. Zolang je meegaat met je omgeving, ben je in mijn ogen jong. Om te zorgen dat mensen dat nog kunnen, moeten we ze beter voorbereiden op de volgende fases in hun leven. Voor kleuters naar school gaan of twintigers gaan werken, worden zij wel nog voorbereid. Maar er is weinig transitie tussen bijvoorbeeld het werkleven en het niet-werkleven, terwijl je ook een andere levensfase ingaat. Daar moeten we als maatschappij beter op inspelen.”

Wordt u zelf toch nooit bang van een toekomst vol ouder wordende mensen?

“Zolang ik mee kan met de evoluties, ik begrijp hoe de iPhone nummer 200 of zo werkt en ik misschien wel met een luchtfiets naar Mars kan, vind ik dat allemaal prima. We groeien daar als mensen ook in. Vijftig jaar geleden dacht niemand dat iemand van 90 op de camping zou zitten. Ik durf dus ook niet voorspellen waar de grens ligt, ik kan niet zeggen dat ik bijvoorbeeld met een leeftijd van 800 jaar tevreden zou zijn.

En onsterfelijkheid?

“Dat hoef ik niet. Oneindigheid kan ik niet vatten, mijn brein kan er geen emotie aan verbinden. Ik hoef er dus ook geen onderzoek naar te doen of er geld aan te spenderen. Al sluit ik niet uit dat het technisch mogelijk is om onsterfelijk te worden. De kans op een ongeluk kunnen we waarschijnlijk niet verhelpen, maar verder hoef je alleen maar - nou ja - te verzinnen hoe je echt veroudering tegengaat of stopt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234