Woensdag 19/02/2020

'Ik rook al 46 jaar, alleen pijpjes'

Niet zo lang geleden waren er nog zeven. Nu moeten we al helemaal naar Sint-Niklaas voor het op een na laatst overgebleven pijp- en tabaksmuseum. Absoluut pronkstuk is de grootste sigaar ter wereld.

Het is donker, een beetje bestoft ook. Alsof hier buiten conservator Richard Thiron (62) al een tijdje niemand meer is geweest. Het museum is zijn levenswerk, de vrucht van een kwarteeuw zorg, geduld en toewijding.

"Ik zit nu aan 1.700, misschien intussen al 1.800 pijpen", zegt hij. "Hoe gaat dat. Je begint te verzamelen en op een dag heb je geen plaats meer. Je komt op een punt waarop je voelt dat je dat graag zou willen delen. Ik had wat spaargeld, kon een stuk van dit gebouw kopen en heb niet geaarzeld. Dat was in 1992. Miet Smet heeft toen nog de plechtige opening verzorgd. De glazen kasten die u hier ziet, heb ik zelf gemaakt. Ik ben altijd elektricien geweest, maar nu ben ik met pensioen. Ik sta wat later op, drink mijn koffie en lees mijn krant. Tegen elf uur ben ik hier. En dan steek ik een pijpje op. Ik rook sinds mijn zestiende. Alleen pijpjes. Nooit sigaretten. En dan zit ik hier, en ben ik gelukkig. Af en toe verplaats ik iets."

Hangende pijpen

Het eerste waar het Historisch Pijp- en Tabaksmuseum je bij aankomst mee confronteert is 's werelds grootste sigaar. Ze ligt er als een aangespoelde boomstam. Het ding is in 1993 terwille van het Guinness Book of Records gerold door de Botermelkgilde van Onkerzele, bij Geraardsbergen. Wat die mensen precies met tabak hadden, weet ook de conservator niet zo direct meer. Hij kan wel vertellen dat er 10.000 tabaksbladeren in zitten, dat ze zes meter lang is en een diameter heeft van 47 centimeter. "Ze weegt vierhonderd kilo. Er waren zestien mannen nodig om ze binnen te dragen. Mocht er een reus bestaan en die hield van sigaren, dan zou die ze kunnen roken."

Eens het record was verbroken, lag de sigaar daar, in een loods bij de firma Van Honacker, die de tabak had geleverd. "Op een dag belt mijnheer Van Honacker: 'Richard, wilt gij die sigaar? Dan stel je je verder geen vragen." Hij toont de kast die is gereserveerd voor hangende en staande pijpen, voor kleipijpjes, voor Afrikaanse pijpen, voor oude Duitse Gesteck-pijpen. De Duitse pijpen zijn enorm, als porseleinen koffiekannen. Thiron toont zich hulpvaardig: "Zie u dit metalen dekseltje? Dat is om vonken te vermijden."

In een hoek hangt een affiche uit begin jaren 90: 'Tabak, 2.000 jaar geschiedenis en zeven musea om het u te vertellen.' De affiche verraadt het bestaan van een federatie van pijp- en tabaksmusea. Je had er naast Sint-Niklaas ook in Nimy, Geraardsbergen, Vresse-sur-Semois, Andenne, Wervik en Harelbeke. "Allemaal gestopt", zegt Thiron, tegelijk droef en trots. "Alleen Wervik bestaat nog, en ik. Mijn museum is het laatste private pijp- en tabaksmuseum van België."

Bierglazen

Ooit werkten er 6.000 mensen in de Sint-Niklase tabaksindustrie. Een oude foto van een fabriekshal toont rijen arbeidsters met witte rokken. "Vrouwen hebben meer feeling in hun handen", legt de conservator uit. "Ze zaten met honderden in grote zalen sigaren te rollen, zoals dat vandaag nog gebeurt in Cuba. Vooraan las iemand voor uit een boek."

Een oude kaart toont ons de zestien sigarenfabrieken die er in Sint-Niklaas tussen 1916 en 1929 waren, de gloriejaren. Het bekendste merk was Mercator, in de kleine kistjes die mensen vroeger met nieuwjaar schonken aan opa en die vervolgens een tweede leven kregen voor het opbergen van garen en naalden. Dat is ook het te wazige beeld dat Thiron heeft van zijn eigen grootouders, zijn jeugd. Het beeld dat hij met zijn museum tracht scherp te houden. Hij vindt het niet zo erg als er eens een dag, of desnoods een week, verstrijkt zonder bezoekers. "Ik heb hier mijn bezigheid."

Hij gaat ons voor naar het Reynaertsalon, met open haard en een grote tafel. Het is hier dat hij elke ochtend de tijd neemt voor zijn eerste pijpje. Hij toont ons zijn bierglazen, met erop gedrukt: 'Historisch Pijp- en Tabaksmuseum'. De glazen zijn als nieuw, en dat vindt de conservator op zich niet zo erg.

Hier staat nog een pronkstuk van het museum, een Chinese opiumpijp uit 1820, helemaal in zilver. Hij kende dit exemplaar vroeger enkel van een vermelding in een voor hem veel te dure catalogus van een onbereikbaar veilinghuis. "Ik heb deze pijp gekocht van een dame die niet beter wist en er tien euro voor vroeg."

Vredespijp

Bezoekers aan het Historisch Pijp- en Tabaksmuseum laten de conservator altijd achter met een voldaan gevoel. Ze zeggen hem dat ze er iets aan hebben gehad. Dat ze nu anders tegen pijpen en sigaren aankijken. En het interessant vinden dat creatieve geesten zoals Albert Einstein het liefst kromme pijpen rookten en politici over het algemeen rechte. Dat de vredespijp bij de indianen nooit heeft bestaan. "Dat is weer eens zo'n uitvinding geweest van Hollywood."

Een oud glasraam zegt: 'Het is geen man die niet roken kan.' Hij benadrukt dat het museum zeker niet bedoeld is als promotie voor tabak. Dat hij er inmiddels zelf ook wel achter is dat tabak niet goed voor je is. "Ik ben gestopt met het verzamelen van tabaksdoosjes zodra de boodschap 'roken is dodelijk' werd verplicht", zegt hij, lichtjes geërgerd. "Ik vind: we wéten het nu stilaan wel."

Het Historisch Pijp- en Tabaksmuseum, Regentiestraat 29 in Sint-Niklaas, is open op zaterdag en op zondag, of op afspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234