Woensdag 04/08/2021

InterviewFrenetik

‘Ik rap al zes jaar over racisme. Het steekt dat de media nu pas aandacht hebben voor Black Lives Matter’

null Beeld Guy Kokken
Beeld Guy Kokken

Voor sommige muzikanten betekende corona juist de doorbraak. De Brusselse rapper Frenetik (echte naam David Elikya) loste helemaal in het begin van de pandemie het nummer ‘Virus BX-19’ en zag met iedere nieuwe release zijn aanhang groeien.

Zo fel hij is in zijn teksten, zo rustig en introvert is David Elikya (22) in het echt. We zitten in Vorst, bij het bureau dat zijn interviews regelt en ook de Brusselse wereldsterren Lous and the Yakuza en Angèle vertegenwoordigt. Als het afhangt van Elikya’s manager Robert Bagunda, die is meegekomen met zijn poulain, wordt Frenetik ook zo’n wereldster.

Liefst twéé platen bracht Frenetik al uit dit jaar, de titels maken duidelijk dat hij van woordgrapjes houdt: in januari was er Jeu de couleurs, in juni volgde Couleurs du jeu. Damso is fan, evenals de Franse rapper Booba. Hiphopkenner Lefto liet al optekenen: ‘Frenetik kan onze volgende grote rapper worden.’ U bent gewaarschuwd.

Helemaal in het begin van de pandemie nam je het nummer ‘Virus BX-19’ op. Wat volgde, was klaarblijkelijk een creatieve en vruchtbare periode voor je.

David Elikya: “Klopt. De lockdown was nog maar nét afgekondigd toen ik naar mijn producer belde: ‘Ik móét naar de studio.’ Ik heb dat nummer in één ruk opgenomen, als een gek. Daarna heb ik het metéén uitgebracht. En toen is het ontploft.”

De keerzijde is dat je bijna geen live-ervaring hebt kunnen opdoen – in april 2019 gaf je je allereerste concert, in de Tour à Plomb in Brussel. Hoe belangrijk is dat voor je, een goeie performer worden?

“Zeer belangrijk. Gelukkig heb ik in dat ene jaar tussen mijn allereerste concert en de uitbraak van de pandemie toch nog een paar concertjes kunnen geven.

“Eigenlijk zijn er twee momenten waarop je je muziek écht voelt: er is het moment dat je een song hebt geschreven en verrukt bent omdat het nummer af is. En er is het moment dat je die song live uitwisselt met een publiek, dat je hem déélt. Ik kan niet wachten om mijn muziek live te delen.”

Je prille succes blijkt ook al een bittere nasmaak te hebben. In ‘La Matrice’ uit 2019 rap je: ‘En route vers le succès sur la route j’ai croisé des traitres.’ Wie of wat zijn die ‘verraders’?

“Met die song wilde ik zeggen: ‘Frenetik is wakker geworden, uit The Matrix gekropen, en nu gaat hij nooit meer slapen.’ Ik ben levend. (gespeeld gevaarlijke blik) Plus que vivant.

“Een verrader is iemand die doet alsof hij jou de hand reikt, maar eigenlijk je arm neemt. Als je succesvol bent, krijg je nu eenmaal te maken met jaloezie. Ik omring me nu alleen nog met de mensen die me ondanks het succes nog altijd bekijken zoals voordien. Vaak zijn dat mensen die ik al mijn hele leven ken.”

Je hebt je prille jeugd doorgebracht in Evere. Met welke gevoelens blik je daarop terug?

“Ik heb een prachtige kindertijd gehad. Natuurlijk haalde ik soms stommiteiten uit, maar ik zou hier niet zitten zonder de goeie jeugd die mijn ouders me hebben gegeven.”

Klopt het dat je ooit je jongere broertje in een wasmachine hebt gestopt?

J’étais fou. Dat was zo’n stommiteit. Als mijn moeder dit maar niet leest. (lacht)

“Evere, dat zal altijd mijn thuis blijven. Ik voetbalde er op straat, zoals zoveel jongens. Maar ik heb er nooit van gedroomd om voetballer te worden. Nee, ik wilde dokter worden. Toen ik 7 à 8 was, zag ik op school een documentaire over zieke kinderen in Afrika. Ik kon maar niet begrijpen waarom zij moesten lijden. Met mij ging alles goed, waarom niet met hen? Ik vond dat zo onrechtvaardig.

“Ik denk nu graag dat ik tóch mijn best doe om mensen te genezen. Muziek is mijn medicijn.”

Een neef moedigde je aan om je eerste teksten te schrijven. Je was toen pas 11 jaar. Da’s jong.

“Ik was een kind dat graag las, maar ik ging niet zo graag naar school. School en ik: dat is altijd een moeilijke relatie geweest. Ik hield van lezen, maar niet van wiskunde. Van geschiedenis, maar niet van fysica. En ik hield natuurlijk van rapmuziek, maar ik had er nooit aan gedacht om zelf teksten te schrijven. Toen ik eraan begon, waren dat eerst nog onnozele, nietszeggende rapjes voor battles op de speelplaats. Ik liet ‘banane’ rijmen op ‘banale’. (lacht) Ach, we waren kinderen, des gamins. We gaven af op elkaars kapsel of kledij, zonder dat daar kwade bedoelingen achter zaten. Indruk maken hoort nu eenmaal bij rappen. Er was altijd een zekere vorm van verbaal geweld gemoeid met het genre – une bonne violence.

Een lyric uit ‘Chaos’ op Jeu de couleurs: ‘Je dois niquer le game avant sa ménopause.’ Rappen is nog altijd competitie voor je?

“Ja, maar in de eerste plaats met mezelf. Het doel is altijd: beter worden.”

Je kreeg muziek van thuis uit mee: je ouders lieten je als kind Amerikaanse rap van The Notorious B.I.G. en Tupac horen.

“Ik herinner me ‘I Get Around’ van Tupac, maar ook ‘Gangsta’s Paradise’ van Coolio. Mijn biologische vader heeft nooit deel uitgemaakt van mijn leven. Mijn stiefvader heeft me opgevoed, ik beschouw hem als mijn vader. Hij liet me al die hiphop horen in zijn auto, op weg naar school.

“Van mijn vier broers ben ik evenwel de enige die muziek maakt. Mijn jongere broertje – hij is nu 18 – vindt wat ik doe wel interessant en ik neem hem vaak mee naar Parijs of naar de studio, maar hij houdt meer van tekenen. Er zit dus nog creativiteit in ons gezin, maar ik ben de enige muzikale.”

Je moeder is een grote muziekfan, maar wilde aanvankelijk niet dat je muziek maakte. Is ze intussen bijgedraaid?

“Het was mijn moeders vurige wens dat ik mijn school zou afmaken, maar dat heb ik niet gedaan. Ze zag een diploma als hét certificaat dat ik zou slagen in het leven. Alles wat te maken heeft met kunst: dat is een wereld die ouders beangstigt, hè. Het is natuurlijk ook geen makkelijke weg: velen dromen ervan om artiest te worden, maar het is weinigen gegund. En die weg beangstigt zéker ouders die hun thuisland in Afrika hebben verlaten om hier te studeren of werk te vinden.

“Vandaag is mijn moeder de eerste om me te steunen. Ze is minstens even trots als wanneer ik universiteit had gedaan. Ze houdt nu ook alles in de gaten, mijn streamingcijfers en zo… Ze wil alles weten en komt me zelfs vertellen – of beter: commanderen – hoe ik mijn carrière moet aanpakken. (lacht)

In ‘Santa Maria’ rap je: ‘Elle voudrait être ma bitch devenir ma wife (…) / Tu risques d’être en danger si tu restes avec moi.’ Er is geen plaats voor een andere vrouw in je leven?

“Er is altijd plaats voor de liefde. Maar ik rap nu eenmaal niet over rooskleurige liefdesverhaaltjes. Dingen die pijn doen, bieden sterker songmateriaal dan de zaken die je gelukkig maken. Op dit moment ben ik getrouwd met de muziek.”

Een veeleisende echtgenote?

“Zéér jaloers, heb ik al gemerkt. (lacht)

(weer serieus) Het is God die dat zo heeft beslist. God kiest mijn pad, ik bewandel het – on verra.”

Ben je diep religieus?

“Ik geloof in God. Ik praat ook dikwijls met God – soms in mezelf, soms luidop. Bidden werkt altijd verzachtend, het heeft altijd deel uitgemaakt van mijn leven.”

‘Dans la street, je vends des grammes / Éviter de prendre le tram’, rap je in ‘Grammes’ uit 2020. Dat van die ‘grammen’ verkopen op straat, begrijpt iedereen. Maar wat bedoel je met dat ‘vermijden om de tram te nemen’?

“Iedereen die op straat rondhangt, droomt ervan om een groot huis te kunnen kopen, en een mooie auto. Nooit meer het openbaar vervoer moeten nemen, voor mij was dat een krachtige metafoor voor een ander leven willen. Op een exotisch eiland rijden er geen trams rond, hè. (lacht)

Maar heb je ooit drugs verkocht?

“Alles wat ik rap, maakt deel uit van mijn leven, of heeft er deel van uitgemaakt. Dat was vroeger. Ik heb daar geen spijt van. Spijt belemmert je alleen maar om vooruit te raken, om je dromen waar te maken.”

Na je kindertijd in Evere maakte je je puberteit door in Anneessens, een buurt met geen al te beste reputatie. Op oudejaarsnacht sneuvelt er al eens een winkelraam of worden er vuilnisbakken in brand gestoken.

“Evere, Schaarbeek, gelijk waar in Brussel: overal is het hetzelfde. Er zijn altijd twee kanten. Er is de kant waarover de buitenwereld hoort, en er is de andere waarheid – van mensen die lijden, die ziek zijn, die niks hebben. Mensen die zichzelf afbeulen, voor hun familie. Dat begrijpen te weinig mensen: dat er ook veel kwaadheid is, over het systeem, over het leven. Maar ik kan niet in de plaats van al die kwade mensen antwoorden, je zou het hun zelf moeten vragen. Voor mij is muziek hét ventiel gebleken voor mijn frustraties, maar ik weet ook niet wat er van me geworden was als ik alles had moeten opkroppen.”

‘La rue me rend malade / Et mes sentiments sont confinés’ rap je daarover in ‘Virus BX-19’. In dat nummer rap je eveneens: ‘Prise de conscience est un virus.’

“Ik zie het overal rond me: het virus van de bewustwording besmet steeds meer mensen, maar dan moet je wél je masker afzetten, natuurlijk. Je moet wíllen zien wat er allemaal misloopt in de wereld. Gelukkig is dat het geval, en leren steeds meer mensen zich in de plaats te stellen van wie het niet zo goed heeft.”

null Beeld Guy Kokken
Beeld Guy Kokken

POLITIEGEWELD

In verschillende oudere songs rapte je over een mysterieuze ‘Mia’. In de song ‘Au Noir sur Blanc’ maakte je een einde aan dat mysterie: ‘Mia (…) / Tout l’monde veut savoir qui tu es / Un jour je s’rais forcé de leur dire que tu n’es que ma conscience.’ Mia is dus je geweten?

“Iedereen dacht dat ik over een vrouw rapte, maar nee. Ik zag mezelf genoodzaakt om het mysterie te onthullen, té veel mensen vroegen me of ‘Mia’ echt bestond – ‘C’est qui, Mia?’ Het Spaanse woord mía betekent ‘mijn, van mij’, ik vond het een goede naam voor mijn geweten, want dat is mijn allerdiepste wezen.”

In ‘Mauvais Oeil’ beklaag je je over het feit dat er politieblunders nodig waren om te beseffen dat zwarte levens ertoe doen. Was je zelf bij het Black Lives Matter-protest in Brussel vorig jaar?

“Ja. Vandaag is het thema erg actueel, maar ik rap al een dikke zes jaar over racisme. Het steekt dat de media nu pas aandacht hebben voor die problematiek. Maar ik wil ook niet negatief zijn: dat al die mensen samenkwamen, is goed.

“Er zijn echter veel mensen, wit of zwart, die zich alleen achter Black Lives Matter schaarden vanwege de hype. Dat kaart ik aan in de song ‘Mauvais Oeil’. Ik ben zelf trouwens de eerste om de hand in eigen boezem te steken: vorig jaar waren we allemaal Black Lives Matter, nu zijn we allemaal pro-Palestina. We lijken elke week wel van ‘goeie zaak’ te wisselen. Als je het positief bekijkt, kun je zeggen dat we op z’n minst misstanden aankaarten, terwijl we tot voor kort zwegen. Maar ik zie nog te weinig concrete verandering.

“De pandemie, met sociale media als handlanger, heeft de mensen nog agressiever gemaakt, vrees ik. Ook dat is een virus dat in ons leven is geslopen.”

In ‘Trafic’ rap je: ‘Un policier meurt dans une bavure / C’est ce que j’appelle une remontada.’ Dat is evengoed agressieve taal. ‘Remontada’ betekent inhaalbeweging.

“Ik heb die term van de voetbalmatch tussen FC Barcelona en Paris Saint-Germain in 2017, bijgenaamd La Remontada. Barça moest een 4-0 nederlaag uit de heenwedstrijd ophalen. En ze hébben dat geflikt: ze wonnen met 6-1.

“De ‘remontada’ in mijn song is geen echte inhaalbeweging, laat staan wraak – dat is te cru. Maar je moet wel beseffen dat geweld tégen de politie het gevolg kan zijn van politiegeweld.”

Via het nummer ‘ICI C BX’ van Zwangere Guy heb je ook een Nederlandstalig publiek bereikt. Over die samenwerking zei je al dat een Franstalige Brusselaar een volledig andere visie heeft op zijn stad dan een Nederlandstalige.

“Neem nu mijn manager Bob. Het is pas door met hem op te trekken, dat ik heb beseft dat er véle Brussels zijn. Ik had ook al gehoord van Zwangere Guy, maar had geen idee van de reikwijdte van zijn publiek. Dat blijft de realiteit van ons land: er is te weinig cross-over over de taalgrens heen.”

Je werkt op Couleurs du jeu in de track ‘Blessings’ samen met Bryan MG, een Gentse rapper met Congolese roots die immens populair is in Nederland. Begreep jij iets van zijn Nederlandstalige teksten?

“We hadden vooraf al een beetje gepraat over de song – hij in het Nederlands en Engels, ik in het Frans. Op die manier begrepen we elkaar. Het belangrijkste is dat je op dezelfde vibe zit.

“We hebben veel gemeen, Bryan en ik: twee Belgische artiesten die het goed doen in het buitenland. Hij in Nederland, ik in Frankrijk. We zijn er als Belgen in geslaagd landsgrenzen te doorbreken. En we hebben allebei Congolese roots, we hebben van kleins af aan Congolese muziek gehoord: Papa Wemba, Zaïko Langa Langa, Koffi Olomide… Congolese muziek is een sterke kracht die muzikanten van Congolese afkomst beïnvloedt.”

Op welke manier?

“Het zit in ons ritme, in onze melodieën én in de gevoelens waarover we zingen. Lingala (één van de vier erkende nationale talen in Congo, red.): c’est la langue d’amour. Lingala is een simpele, geen al te gecompliceerde taal, perfect om de liefde te bezingen. Congolezen zingen feestend over hun tristesse, niet treurend. Zo zijn we: zelfs als we ons triest voelen, zullen we proberen het positieve te zien.

“Zelfs aan de klank van een gitaar kan ik meteen horen of die is gemaakt door mensen met Congolese roots. Neem nu de muziek van Naza, een Franse rapper: niet alleen de melodieën, maar ook de kleine gitaartjes die hij in zijn nummers steekt, zijn heel Congolees.”

Epic Records bood je een contract aan, Damso heeft je al publiekelijk complimenten gegeven, de Franse rapper Booba prees je track ‘Virus BX-19’, en Colors, het internationale YouTube-platform voor nieuwe talenten, nodigde je al uit voor een sessie. Wat was voor jou het mooiste compliment?

“Dat mijn moeder tevreden is. Echt waar, het is voor haar en mijn entourage dat ik het allemaal doe. Als je me vraagt waar ik over tien jaar wil staan, dan zeg ik: hoger en verder, maar omringd door dezelfde mensen als nu.

“Sorry Damso, maar mijn moeder is belangrijker. (lacht)

Frenetik speelt op vrijdag 27 augustus op Gate in Brussel. Info & tickets: gate.couleurcafe.be.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234