Dinsdag 15/06/2021

'Ik probeer een positief mens te zijn'Een interview met actrice Tania Van der Sanden

'Na de verkiezingen kunnen we het Blok niet negeren. We moeten proberen zoiets te begrijpen, in plaats van een aversie te kweken. We moeten inzien hoe zoiets kan, waarom mensen zo reageren. Dat is niet gemakkelijk' 'Voor mij is het allemaal begonnen als kind, toen ik thuis de conferences van Paul van Vliet en Toon Hermans uit het hoofd leerde. Die speelde ik dan na op feestjes'

Steven Heene

Foto Filip Claus

'Een staartje met een grote babbel.' Zo omschrijft Tania Van der Sanden (38) het meisje dat ze was toen ze uit een nonnenschool in Schoten naar Antwerpen trok om er toneel te studeren. Twintig jaar later heeft Van der Sanden nog steeds een flinke babbel, niet te verwarren met de vaak komische grootspraak van de personages die ze vertolkt: van de mammie in Vaneigens tot Eva Braun, de echtgenote voor enkele uren van Adolf Hitler. De rode draad in haar vertolkingen is liefde voor mensen, en dan vooral de wil om hen te begrijpen. 'Het zal misschien niet altijd lukken maar we moeten het wel blijven proberen, elkaar begrijpen. Denk je ook niet?'

Van der Sanden speelt Eva Braun in de nieuwe productie van Theater Malpertuis. Eva, Hitlers lief gaat volgende week in première en is een vertaling van een stuk van de Duitse scenarist Stefan Kolditz, het brein achter diverse Tatort-afleveringen. Hij schreef een monoloog die zich afspeelt in het Berlijn van 1945, meer bepaald in de bunker waar de Führer zich met zijn minnares heeft teruggetrokken. Voor Eva Braun gaat een zestien jaar oude droom in vervulling: haar liefde voor Adolf wordt geconsacreerd met een huwelijk en al lijkt hun toekomst zo goed als onbestaande, toch kan de 33-jarige would-be actrice het niet nalaten te dromen over een lang en gelukkig leven samen, met een overwinning voor de Duitsers en een verfilming van hun romance in Hollywood. Clark Gable bijvoorbeeld zou Adolf kunnen spelen, met Eva zelf als zijn tegenspeelster. In werkelijkheid vindt het kersverse echtpaar de dood in de bunker, een uitweg die ze gezamenlijk verkiezen boven gevangenschap, een tribunaal of het schavot.

Het is niet wat je noemt lichte kost voor een theatervoorstelling, maar als ik op een maandagnamiddag het repetitielokaal van Malpertuis in Tielt betreed, waait de gezellige ambiance mij tegemoet. Duitse ambiance welteverstaan: regisseur Sam Bogaerts, een oor tegen een telefoon, luistert met zijn acteurs Steve De Schepper, Mieke Dobbels en Tania Van der Sanden naar de liedjes van Zarah Leander. Wat blijkt? Eva, Hitlers lief zal niet echt als een monoloog worden opgevoerd; er zijn 'interventies' gepland van De Schepper als Hitler en van Dobbels, en het zal ook niet van een 'loodzware ernst' zijn, zo vertelt Van der Sanden even later.

"Ken je Zarah Leander? Héél mooie muziek vind ik dat. Ik heb haar leren kennen in het laatste jaar van het conservatorium, denk ik. Die lage stem. Geweldig. Ik heb net een film over haar gezien. We zijn nu naar die liedjes aan het luisteren omdat de tekst vol verwijzingen blijkt te zitten naar haar oeuvre. In de monoloog refereert Eva Braun ook heel vaak aan die film. Ze wou dan ook zelf dolgraag een film maken. Meer nog: ze wou dat haar leven verfilmd werd."

Herkent ze die drang om ooit op het grote doek te verschijnen?

"Och. Weet je, ik heb nooit echt het onderscheid gemaakt tussen theater, film of televisie. Spelen, dat is het belangrijkste. Voor mij is dat al begonnen als kind, toen ik thuis de conferences naspeelde van Paul van Vliet en Toon Hermans. We hadden die platen thuis, en ik leerde die uit het hoofd. De allereerste conference die ik nadeed, was er een van Theo Vandenbosch. Ken je die nog? Die had zo'n klein hoedje op. Hij deed zo'n scène over een vrouw en een man. Hij was duivenmelker en zij klaagde dat hij geen aandacht meer had voor haar. Dat speelde ik dan na op feestjes. Of die boer van Paul van Vliet: 'Dat zijn leuke dingen voor de mensen.' Misschien dat het toch meer het theater was dat mij aantrok, onbewust. Ik hield van het contact met de mensen.

"Toen ik nog echt klein was, wou ik dierenarts worden. Of kinderverzorgster, zoals zoveel meisjes. Ik was een heel actief kind: tennissen, paardrijden, de jeugdbeweging, enzovoorts. Mijn moeder zei op een bepaald moment: nu moet je kiezen want het wordt te veel. Ik deed toen ook voordracht, alweer naar aanleiding van een stukje dat ik op een feest had opgevoerd. Iemand zei toen: ze moet voordracht doen. Zo gaat dat dan. Wel, ik moest dus kiezen en ik heb voordracht gekozen. Later, toen ik achttien was, wist ik dat ik conservatorium wou doen. In Antwerpen. Veel meer dan dat wist ik niet, ik was zo'n jong, huppelend paardenstaartje. Vlak voor het toelatingsexamen heb ik zelfs nog eventjes gedacht: ik had beter in al die andere toneelscholen ook een examen gedaan. Want ik hoorde van andere mensen dat ze al daar en daar geweest waren. Ik was onder de indruk. Ik was nog nergens geweest! Maar ik werd direct aangenomen.

"Daarvoor zat ik op een kleine school in Schoten, een nonnenschooltje. Daar besteedde men veel aandacht aan elke leerling. Als ik dan Griekse les had - we speelden bijvoorbeeld Antigone - dan mocht ik tot mijn grote vreugde een kwartier vroeger weg om te gaan repeteren. Ze wisten dat ik actrice wou worden."

Ze schiet in de lach.

"Voor de toelatingsproef op het conservatorium moesten we iets met een laken doen, herinner ik me. Weet je wel: het idee dat een laken van alles kan zijn op het toneel. Daar moesten we dus mee improviseren. En ik heb ook een stukje van Medea gedaan, geloof ik. En een stukje dictie. Daarvoor heb ik mijn volle gewicht in de schaal moeten leggen, want ik kende de tekst voor die dictieproef niet goed uit het hoofd. Ik geloof dat ik zelfs gezegd heb dat ik niet inzag waarom we die tekst uit het hoofd moesten leren. Daarop stelde een van de leraars mij een vraag over mijn tanden. Over mijn 's', meer bepaald. Ik zei: 'Ja maar ik ben vroeger eens op mijn mond gevallen.' 'Neen, juffrouw Van der Sanden, u bent helemaal niet op uw mondje gevallen', klonk het. Toen dacht ik: oeioeioei, ik kan het hier vergeten. Maar ik was toch geslaagd.

"Mijn moeder vond het goed dat ik toneel deed, zij was zelf heel graag actrice geworden. Ook mijn vader was een goed verteller en entertainer, maar hij heeft nooit begrepen dat ik daar mijn beroep van maakte. Hij vond dat ik voor een zekerder bestaan moest kiezen, dat ik goed mijn boterham moest verdienen.

"Dat eerste jaar op het conservatorium was nogal ontnuchterend. Was dit nu het theaterleven? Je hebt daar voordien toch een ander idee over. Ik weet nog dat ik helemaal in het begin dacht: het gaat niet. Maar het ging wel en achteraf gezien was het toch wel een plezante tijd. Het tweede jaar heb ik wel moeten overdoen omdat ik... Ik was erg onvolwassen. Ik heb dus vier jaar over die drie jaar gedaan. Tijdens die periode wisselde het lerarenkorps ook drastisch. Eerst hadden we les van Bert André, Leo Madder en Herbert Flack. In hun plaats kwamen Lucas Vandervost, Warre Borgmans, Luk Perceval, Johan Van Assche. Zij hadden een totaal andere kijk op theater, maar de verandering ging mij nogal goed af, vond ik.

"In mijn tweede jaar mocht ik blijven op mijn eigen verantwoordelijkheid. Zo heette dat toen. Ik weet nog dat ik de situatie erg dramatisch had voorgesteld aan mijn moeder. Het mooiste bewijs: ik had gezegd hoe slecht ik wel bezig was en toen ze hoorde dat ik het tweede jaar opnieuw mocht doen, was ze ongelooflijk opgelucht. Spijtig genoeg heeft ze net niet meer meegemaakt dat ik afgestudeerd ben: ze is gestorven toen ik in het laatste jaar zat. Dat was een heel rare periode. Ik was enig kind, moet je weten, geen broers of zussen. Zelfs geen neven of nichten. We waren een heel kleine familie. Ik heb toen opnieuw contact gezocht met mijn vader, want mijn ouders waren ondertussen uit elkaar. Het was raar.

"Die laatste twee jaar heb ik enorm veel opgestoken. Voor mij begon het eigenlijk pas met de lessen van Lucas Vandervost. Die waren zo plezant. Dora was er toen ook nog. Ze was een enthousiaste lesgeefster, maar ik kan niet zeggen dat ik een hecht contact met haar had. Maar ja, wat is hecht? In het laatste jaar, toen mijn moeder was gestorven, kreeg ik een brief van Dora. Die brief was zo lief en zo open. Sinds dat moment is ze geen lerares meer voor mij, terwijl ik vroeger een beetje bang was voor haar, net als mijn medestudenten. Dora zegt wat ze denkt en slaat met de hamer als het moet. Dat maakte dat je je kleintjes voelde als je iets moest laten zien.

"Zelf les geven? Voorlopig niet. Ik ben wel al gevraagd en ik heb ook al eens 'ja' gezegd, aan het Rits. Maar ik was toen in verwachting van onze eerste dochter en realiseerde me dat er geen tijd meer overbleef. Plus: ik durfde niet zo goed. Moet ík dan zeggen hoe het moet? Ik sluit niet uit dat ik ooit nog eens les geef, maar ik zou moeten ervaren hoe het is."

Ik vraag haar of ze zich de NTG-productie Een ideale echtgenoot herinnert, een opvoering naar een stuk van Oscar Wilde in de jaren dat Hugo Van den Berghe nog artistiek directeur was. "Jaaa. Toen speelde ik die kip. Enfin, zo'n kakelende vrouw." Toen viel mij vooral de duidelijke stijlbreuk tussen haar en de andere acteurs in het stuk op.

"Mmm. Ik was bij het NTG verzeild geraakt door Sam (Bogaerts, SH). Ik zou bij Het Salon meedoen, dat was die experimentele 'beweging' binnen het NTG. Het jaar voordien, of daarna, heb ik in het NTG ook in Tante Euthanasie meegespeeld, dat stuk van Kamagurka. Ook dat was door Sam. Hij vormt zo'n beetje een rode draad door mijn carrière, als ik dat woord mag gebruiken. Na het conservatorium ging ik bij de Mannen van den Dam spelen. Dat was de kliek met Sam en Dirk Van Dyck en Chris Nietvelt. En met de Warre. We speelden Het park van Botho Strauss, mijn eerste voorstelling na het conservatorium. Daarna ben ik naar Eindhoven getrokken, naar Globe. Daarna naar Amsterdam. Daar heb ik vier jaar en een kletske bij de Toneelgroep gespeeld. Dan ben ik terug naar België gekomen, heb ik iets gespeeld met Paul Peyskens, dan bij het NTG, daarna naar De Tijd bij Lucas en nu bij Malpertuis. Dat is het zo ongeveer. Het ging zo'n beetje vanzelf, al naargelang wat er zich aandiende. Ik ben absoluut niet met carrièreplanning bezig. Ik vind dat je nu al zo lang op voorhand moet zeggen wanneer je vrij bent om dit en dat te doen. Ik streef ernaar om de dingen zo weinig mogelijk op voorhand vast te leggen. Maar Sam is dus wel een rode draad, een stevige rode draad. Hij was erbij in Globe, in Amsterdam, in Gent... En nu weer. Het blijft prettig."

En nu is er Eva, Hitlers lief. Zou ze haar personage kunnen omschrijven in vijf woorden?

"Goh, dat is moeilijk. Zoals ik haar nu zie om haar te spelen, bedoel je? (denkt na) Bij Jeroen Brouwers las ik dat ze eigenlijk heel vrolijk en opgewekt was. Iemand die graag veel praat. Een babbel, zoals ikzelf. En het is een vrouw die graag acteert. Ze leeft graag in haar fantasie. Ze zit altijd maar te wachten op haar geliefde Adolf en ondertussen wil ze zich toch een beetje amuseren. En voor de rest? IJdel? Jaaaa. Altijd met de nieuwste kleren. Ze was goed op de hoogte van de laatste mode. En van de laatste Hollywood-films, uiteraard. Ze was ook sportief, heb ik ergens gelezen. Naïef? Misschien wel. Ze wist eigenlijk helemaal niet wie dat was, Hitler. En ze was zeker naïef in de zin dat ze zich voortdurend inbeeldde hoe het zou zijn om met hem getrouwd te zijn en om naar Hollywood te trekken. Ze droomde haar leven van na de oorlog. Ze was ook een doorzetter. Op haar manier. Want ze heeft er toch voor gezorgd dat er uiteindelijk een huwelijk kwam met die man. Ze was in ieder geval ook ongelooflijk verliefd.

"In het stuk is Hitler aanwezig als een schaduw. Dat zegt zij ook: wat zit ik hier nu te praten met een schaduw? Hoe we dat op het toneel gaan tonen, daar zijn we nog niet uit. We willen het vooral mogelijk maken om te begrijpen wat er toen gebeurd is. Dat kan alleen door een mens te tonen, geen historisch personage. Sam zegt: het moet een pleidooi worden voor empathie. Eva en Adolf zitten in een bunker, ze zijn net getrouwd en het stuk eindigt dat ze allebei zelfmoord plegen. Je maakt dus hun laatste uren mee. Daarin krijgt je stapsgewijs te horen hoe haar leven is geweest, hoe zij zich voelt. Wat ze droomt. Je krijgt het allemaal kriskras door elkaar."

Eva Braun beleeft haar toekomstdromen met een cyanidecapsule tussen de lippen, zo kondigt Malpertuis aan.

"Ja, dat komt enkele keren terug. Ze weet toch dat ze gaat sterven, waarom droom ze dan over later? Ze zegt ook enkele keren: ik wil niet sterven, ik wil leven. Maar het is zoals ik net zei: ze gaat maar door in haar fantasie over hoe het zal zijn. Ze wil niet toegeven aan de realiteit. Ze gaat maar door. Ken je dat: zolang je blijft babbelen en fantaseren bestaat de realiteit niet."

Zag hij haar graag?

"(zacht) 't Is te hopen, hé. Ik ga ervan uit dat zij toch wel iets voor hem betekend moet hebben, maar wat precies? Hij heeft haar zestien jaar lang aan zijn zijde getolereerd. Ze moest dan wel soms meereizen als zijn secretaresse. Ze zegt: ik heb soms goesting gehad om te roepen: 'Ik ben het, zijn vriendin.' Dat heeft ze niet mogen doen, of hij had haar laten oppakken. Het is pas toen zij naar Berlijn kwam op het einde, dat hij haar aan de mensen heeft getoond. Tenminste, zo staat het in de tekst. Daar zou hij haar publiekelijk op de mond hebben gekust.

"Eva heeft als jong meisje twee keer een zelfmoordpoging ondernomen. Al die jonge vrouwen trouwens waar Hitler iets mee gehad heeft. Hij heeft ook nog een relatie gehad met zijn nichtje. Die heeft zich ook van het leven benomen. Eva heeft het een keer geprobeerd met een revolver: mislukt. Daarna met tabletten: opnieuw mislukt. Maar daarna heeft hij haar meer aandacht geschonken. Hij heeft haar een huis gegeven en ze moest daar op hem wachten, wat nog niet veel is, maar bon, dat had ze dan toch maar bereikt. En uiteindelijk zijn ze getrouwd.

"Hitler? Ik blijf die figuur ongrijpbaar vinden. Dat is zo. Ik wil er ook niet te veel mee bezig zijn, want je bent daar weinig mee om te spelen. Als actrice moet je een vrouw neerzetten die op dat moment, tijdens de voorstelling, bestaat. Als je te veel bezig bent met je visie op Hitler en op die tijd dan gaat dat in de weg zitten. Het mag ook geen geschiedenisles worden."

Hitler is larger than life, net zoals Dutroux voor velen de verpersoonlijking van het Kwaad is geworden.

"Absoluut, en er zullen zeker nog stukken over Dutroux volgen. Maar een van de redenen waarom ik van dit stuk hou, is dat het niet overladen is met zwaarte. Het is zelfs tot op zekere hoogte om te lachen: die Eva tettert maar door. Enfin, dat is nu mijn indruk. Maar het is niet zo dat er een loden ernst over hangt. Gelukkig."

Een van haar collega's, Wim Opbrouck, had het bijzonder moeilijk om in De broers Geboers een Vlaams Blokker te spelen. Herkent ze die twijfel? Zou ze zelf Hitler kunnen spelen?

"Ik heb daar niet zo'n probleem mee. Omdat je zo'n personage een eigen draai kunt geven. En omdat je als acteur het personage niet bént. Ik ben Eva Braun niet, ik speel haar alleen maar. Ik snap wel wat Wim bedoelt, maar we mogen dat soort personages of stukken niet laten liggen. Als je de verkiezingsuitslagen bekijkt, dan kunnen we het Vlaams Blok niet links laten liggen. 'Links' bij wijze van spreken dan. Wat we willen bereiken, is dat je die dingen kunt begrijpen, in plaats van een aversie te kweken. We moeten inzien hoe zoiets kan, waarom mensen zo reageren. Dat is niet gemakkelijk. Maar ik kan me wel in de wereld van Eva inleven. Als je iemand heel graag ziet, heb je daar heel veel voor over."

Het cordon sanitaire rond het Blok: vindt ze dat een goed idee of niet?

"Daar hebben we het hier ook al over gehad. Natuurlijk houdt dat een gevaar in, geen cordon sanitaire. Want je kunt alles uitleggen: ja maar die heeft een moeilijke jeugd gehad. Philip Dewinter zal zijn moeder ook wel graag zien, zeker? Maar dat is het nu net: het is niet omdat je iemand begrijpt dat je het automatisch met hem of haar eens bent. Om nu te zeggen: ik wil met die mensen niet in discussie gaan... Ik weet niet of dat een goede zaak is. Maar het is een heel ingewikkelde kwestie, hoor. Ik besef ook wel het gevaar. Maar ik denk dat je verder komt door te proberen elkaar te begrijpen dan door elkaar af te wijzen. Zeker op lange termijn. Denk ik."

Staat zo'n historisch personage als Eva Braun niet mijlenver van haar optreden als mammie in Vaneigens?

"Goh, natuurlijk ben ik hier een langere, intensere periode mee bezig. Als ik voor Vaneigens of In de gloria iets maak, is dat meer iets van het moment. Maar dat doet niets af aan de oprechtheid waarmee je die personages speelt. Uiteraard is mammie oppervlakkiger dan Eva Braun, maar op het moment dat ik ze speel, zijn ze beiden even belangrijk en echt.

"Spelen in In de gloria - de opnamen voor de tweede reeks zijn trouwens onlangs begonnen - is meer spelen à la carte. Aan In de gloria werken we ook echt met z'n allen. We geven elkaar voortdurend tips en het kan zeer snel gaan omdat het zo'n goede ploeg is.

"Die eerste serie was echt zalig om te doen. Ik hou ontzettend van dat soort humor: op het randje. Ik zoek dat randje ook in het theater op: ergens tussen tragedie en komedie, tussen net iets te veel en net iets te weinig. Het helpt mij ook om dan met pruiken en brillen te werken. Als ik iets op mijn hoofd heb, ben ik vertrokken, zeg maar. Dan word ik heel snel iemand anders. Zoals vroeger: mensen imiteren, conferences spelen. Liefst zonder mij te moeten houden aan een tekst. Typetjes? Dat is iets anders, vind ik. Je kunt zeggen: die figuren in In de gloria zijn typetjes, maar dat is niet wat ik beoog. Het mag niet karikaturaal zijn, je moet die figuren op straat kunnen tegenkomen. Terwijl je in werkelijkheid op straat soms mensen ziet van wie je denkt: als ik zo iemand zou spelen, iedereen zou het fel overdreven vinden. Maar goed.

"Mensen vragen me soms: wanneer doe je eens een echte conference? Een onewomanshow, stel je voor. Ik weet het niet, hoor. We zullen dat nog wel zien, het is niet uitgesloten. Die productie die ik samen met Arlette Weygers heb gemaakt, Klaar voor misbruik, dat ging in die richting. Dat was zonder onderwerp, zonder tekst. We hadden ons daarvoor getraind, met Jan Ritsema als coach. We hadden geoefend om alles wat in ons opkwam, te zeggen op het toneel. Och manneke, er zijn voorstellingen geweest... Het moeilijkste was zwijgen, natuurlijk. Maar er zijn voorstellingen geweest dat er niets in mij opkwam, en dat zei ik dan ook: er komt niets in mij op. In de eerste reeks voorstellingen spraken we het publiek nog aan, maar dat hebben we later veranderd. Het werd te veel conference, ik was op den duur niet meer te houden. Dan ging ik naar een meneer op de eerste rij en begon te babbelen en op de duur was dat te veel. Maar het is dus wel iets wat ik graag doe."

Sinds Vaneigens wordt ze ook steevast omschreven als een 'grappige vrouw'. "Jaaa. We zijn met vijf, zeker? Barbara Sarafian, Els De Schepper, Frieda Van Wijck, Tine Embrechts... Maar wat wil dat zeggen? Allez, ik ben vijftien jaar bezig, ik kom door Vaneigens op de televisie en ineens ben ik dan zogezegd een grappige vrouw. Ineens kennen de mensen u, maar er zijn ontelbaar veel grappige vrouwen! En waarom zouden mannen grappiger zijn? Ik zie het niet. Er worden mij vaak vragen over gesteld, maar ik kom er zelf niet achter, als 'komische vrouw'. Ach ja.

"Maar ik klaag niet, hoor. Over het algemeen merk ik trouwens niet zo veel van mijn 'televisiebekendheid'. Ik word bijvoorbeeld zelden aangesproken, in tegenstelling tot Adriaan Van den Hoof en Dimitri Leue, en ik vind het prima zo. Ik beschouw het veeleer als een compliment als mensen mij niet herkennen. Ze denken soms dat ik groter ben, of strenger, of dat ik deftiger gekleed ga. Bij Malpertuis speelde ik Knecht van twee meesters en na de voorstelling zei iemand tegen een van de acteurs: 'Achter u zit dat madammeke van Vaneigens.' 'Ha ja', zei Wouter, 'ze speelde mee.' Die vrouw kon dat niet geloven. Dat vind ik alleen maar heel plezant.

"We hebben Vaneigens ook bewust klein gehouden. Ze hebben Frank (Focketyn, de 'pappie', SH) en mij eens gevraagd voor een reclamespot. Daar zijn we niet op ingegaan. Ik denk dat het snel duidelijk was dat we daar niet in geïnteresseerd zijn."

Een verschil tussen Vaneigens en In de gloria is dat de makers in dat laatste programma de gevoelige thema's niet uit de weg gaan: euthanasie, zelfdoding, overspel, enzovoorts. Dat blijft zo in de tweede reeks?

"Tuurlijk. Waarom zouden we een onderwerp uit de weg moeten gaan? Wat dat filmpje over euthanasie betreft: ik merkte dat ook in mijn eigen familie de meningen daarover verdeeld waren. Mijn schoonmoeder had het er een beetje moeilijk mee, terwijl mijn schoonbroer dat juist het allerbeste filmpje vond. Toen zijn ze beginnen discussiëren en dat is goed."

Haalde ze voor Vaneigens eigenlijk inspiratie uit haar eigen moederschap?

"Verwar mij nu alsjeblieft niet met de mammie van Vaneigens. Dat is een heel erg foute mammie. Ze reageert op alles verkeerd. Voor mij heeft zij ook helemaal niks te maken met het moederschap. Voor mij betekent het moederschap, om maar een voorbeeld te geven, dat ik thuiskom van een repetitie en dat ik mijn gedachten over de repetitie van die namiddag moet loslaten. Want er zijn andere zorgen en dat doet deugd. Als je de dingen even loslaat, vullen ze zich naderhand opnieuw. Dat is belangrijk, vind ik. Maar of mijn acteren beïnvloed is door het moederschap? Ik zie dat mijn dochter zelf al graag mama speelt. Dan speel ik mee."

Kan ze tot slot vijf woorden opnoemen die Tania van der Sanden omschrijven?

"Oei. Euh... Een grote babbel, dat alleszins. En ik probeer een positief mens te zijn. Ben ik ijdel? Ja en nee. Ja, omdat ik op het toneel wil staan, maar neen wat mijn kledij en uiterlijk betreft. Dat soort zaken interesseert me nauwelijks. Sportief? Neen, ik ben nogal lui geworden op dat gebied. Erg, hoor. Vroeger ging ik zwemmen en wat nog allemaal. Naïef? Dat ben ik zeker geweest. En eigenlijk nog altijd. 't Is te zeggen: goedgelovig, zeker wat mensen betreft. Ik denk al snel: 't is toch ne goeie mens, terwijl ik begrepen heb dat er ook crapuul op de wereld rondloopt. Verliefd? Een fantastisch gevoel. Verliefd zijn op het leven bijvoorbeeld, al moet ik daar soms moeite voor doen. Verliefd zijn op het leven is dus iets waar ik naar streef. Genieten van het gewone. Ja, dat is een goed woord: 'gewoon', als tegengewicht voor al dat 'raar doen' op het toneel."

Eva, Hitlers lief: première op 3 november in Theater Malpertuis, Stationsstraat 25, Tielt.

Ook op 4 november en daarna op tournee.

Info op tel. 051/40.62.90.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234