Woensdag 22/01/2020

'Ik omarm de wereld van vandaag'

Volgende week exposeert hij op de groepstentoonstelling La Boîte à Gand op het stripfestival van Angoulême en volgende maand komt zijn stripdebuut White Cube uit. 2013 wordt het jaar van de doorbraak voor Brecht Vandenbroucke (26), illustrator voor onder meer De Morgen en The New York Times.

Was het niet zo'n lelijk woord, we zouden Brecht Vandenbroucke een hipster noemen. Hij deelt met twee andere jonge veulens een prachtig huisje in Borgerhout, draagt wanneer we hem ontmoeten een skinny jeans en trui met de afbeelding van een wolf op, en mixt in het gesprek dat volgt, haast achteloos Facebook met Gordon Matta-Clark. Hoge of lage cultuur: voor zijn generatie kunstenaars is de opdeling so five minutes ago.

Op de tafel ligt White Cube, het eerste uitgegeven stripalbum van zijn hand. Een woordenloos beeldverhaal is het, waarin hij een kale tweeling op een wonderlijke reis doorheen de kunstwereld stuurt. Art imitates life? Vandenbroucke keert het met een kwinkslag om. Haha-humor is het niet, eerder de gniffelvariant.

"Ik koos niet toevallig de kunstwereld uit", vertelt de jonge tekenaar. "Ik hou van die wereld, en van kunst. Met White Cube probeer ik niks onderuit te halen. Wel probeer ik nuchter naar de kunstwereld te kijken en er elementen uit te halen die ik grappig of vreemd vind. Geen enkele tekening in White Cube had ik kunnen maken over een kunstenaar die ik niet goed vind. Het is een liefdesbelijdenis aan artiesten als Gordon Matta-Clark, Marina Abramovic en Picasso."

Vandenbroucke koppelt ze in het album aan referenties uit videogames, populaire strips en de online wereld. Zo komt de 'like'-duim van Facebook steeds terug. Het is geen toeval. "We worden overspoeld door meningen. Ga naar eender welke krantensite en na zowat elk opvallend artikel lees je een resem commentaren. 'Wat maakt het uit?' denk ik dan. Alles is subjectief. Er wordt gepraat, gepraat, gepraat, maar uiteindelijk kan alleen jijzelf uitmaken wat je mening is."

En ja, zijn werk is kunst. Daar is hij complexloos in. "Ik heb altijd al getekend en vond het raar om te merken dat sommige mensen tekeningen en illustraties niet als 'echte kunst' zien. 'Het is maar illustratie.' 'Het zijn maar tekeningen.' Hoe vaak heb ik het niet gehoord? Opnieuw: het maakt niks uit. Niemand hoeft mij ervan te overtuigen dat mijn werk kunst is. Een strip of een abstract schilderij? Voor mij is het een en/en-verhaal. De laatste pagina van White Cube is in die zin een statement."

Hij bladert naar het eind van het boek. Op die laatste pagina moet de tweeling kiezen: volgen ze in de boekenwinkel de wegwijzer 'comics' of de wegwijzer 'art' ? Ze breken dwars door de muur, letterlijk. Boodschap duidelijk. "Vroeger frustreerde die opdeling in hokjes me", zegt Vandenbroucke, "nu trek ik me er niks meer van aan. Kijk naar wat er uit onze lichting afgestudeerden uit de afdeling illustratie aan het Sint-Lucas in Gent is voortgekomen: dat gaat alle richtingen uit. Daarom ben ik ook zo blij met La boîte à Gand, waarvoor Brecht Evens mij en drie studiegenoten van ons - Sarah Yu Zeebroek, Hannelore Van Dijck en Lotte Vandewalle - meevroeg. Zij zal tonen hoe vrij de kunst is die wij maken."

Niet meer eenzaam

Vrijheid: nooit eerder proefde Vandenbroucke er zo gretig van als op Sint-Lucas. "Onze docenten, mensen als Gerda Dendooven en Goele Dewanckel, stimuleerden die vrijheid. Ze leerden me te focussen op mijn eigen denk- en kijkwereld. Ze trainden niet alleen je hand, maar ook je blik. Het is de blik van een kind en je moet ervoor vechten die te behouden.

"Ik kan nu wel om met de eenzaamheid van mijn vak. Toen ik net afgestudeerd was, was dat anders. Ik ben toen aan het tekenen geslagen, maar had geen idee of ik wel mijn publiek zou vinden. Nu weet ik dat het werk dat ik maak, gezien zal worden. Daardoor is dat eenzame gevoel weg. Ik heb meer contact met de wereld."

En die wereld, die kwam zelf aankloppen. Nadat hij afstudeerde, stuurde Vandenbroucke zijn tekeningen niet op naar uitgeverijen. "Nieuw werk maken: dat was belangrijk. Elke tekening weer moest de beste zijn. En het werk dat ik maakte, zette ik op het internet. Zo werd ik opgepikt en al snel kon ik gaan tentoonstellen in Parijs. Sindsdien kwam van het een het ander."

Belangrijke mijlpaal in de carrière van de jonge illustrator: de dag dat Nobrow, een internationaal internetplatform voor grafische kunst, illustratie en comics en zowat de referentie voor stripfanaten, hem inlijfde. "Ik had gewoon tekeningen gezet op de fotowebsite Flickr, iemand van Nobrow zag die en contacteerde me. Ze nodigden me uit om te exposeren en namen mijn werk op in verschillende van hun boeken." Die boeken kwamen in handen van een artdirector bij The New York Times en ook zij belden de jonge illustrator. Of: hoe een virtuele bal aan het rollen kan gaan en kan leiden tot een voor een 26-jarige behoorlijk indrukwekkend parcours. "Het was schrikken, dat telefoontje van The New York Times. Ik blokkeerde voor zo'n twee minuten, maar daarna was wel duidelijk wat ik moest doen, namelijk wat ik altijd al gedaan had: de best mogelijke illustratie maken. Of het nu voor een klein zine is of The New York Times: het moet goed zijn."

"Mijn werk moet ook van nu zijn. Als kunstenaar leef je in een bepaalde tijd en moet je daarop reageren. Die hang naar nostalgie die tegenwoordig zo in is: ik heb er niks mee. Ik wil iets maken dat progressief is. Je moet vooruit. Ik wil te allen prijze vermijden dat mijn werk iets conservatiefs zou uitstralen, en nostalgie is voor mij conservatief. Er zijn nog zo veel mogelijkheden, nog zo veel richtingen die je uit kunt met esthetiek of vorm. Ik omarm de wereld van vandaag. Het is chaos, maar je kunt er wel uit plukken wat je wil."

Grootstad Ieper

En dan blikken we toch terug. Naar Vandenbrouckes jeugdjaren, op een boerderij in het West-Vlaamse dorp Alveringem. Niet meteen het ideale nest voor een kunstenaar in de dop. Of net wel? "Het is dubbel. We leefden met vier broers behoorlijk afgezonderd en hadden de tijd en de ruimte om te spelen en te knutselen. Tussen mijn zesde en mijn twaalfde moet ik een stuk of dertig strips getekend hebben. Ik heb ze nog allemaal. Heel slecht zijn ze. (lacht) Maar je ziet wel dat ik het toen al doodgraag deed. Ik had ook een eigen maandblad met verzonnen artikels, spelletjes, strips: de Tinkakrant, naar mijn zelf opgerichte, imaginaire uitgeverij Tinka. (lacht) Wat me toen dreef, drijft me nog steeds: de goesting om dingen te maken.

"Wel kwam ik pas rond mijn veertiende met zogenaamde echte kunst in aanraking. Toen ging ik beeldende kunst studeren in Ieper. Mijn ogen gingen open, ook omdat ik voor het eerst in contact kwam met iets wat op een stadsleven leek. Ieper was groot! (lacht)

"Ik ben opgegroeid met populaire cultuur, met strips, tekenfilms en games. Het is nog steeds de taal waarin ik mijn werk maak. Het betekent echter niet dat ik niet opensta voor nieuwe dingen. Integendeel. Al wat ik niet ken, probeer ik mezelf eigen te maken. Ik probeer met zo weinig mogelijk angst te leven. Van jongsaf wist ik dat ik nooit in West-Vlaanderen zou blijven. Ik moest er weg, de grote wereld in. De heersende mentaliteit daar was niet de mijne. 'Doe maar gewoon': waarom zou ik?"

White Cube, uit vanaf 22 februari bij uitgeverij Bries. Van dan af loopt in de Bries Space in Antwerpen ook een tentoonstelling met Vandenbrouckes werk. La Boîte à Gand, van 31 januari tot 3 februari, telkens van 10 tot 19 uur in de Espace Franquin, Salle Iribe, Angoulême.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234