Zondag 20/10/2019

"Ik moet knokken voor elke cent"

In Paradise Trips geeft Gene Bervoets (59) op een heerlijke manier gestalte aan de vunzige buschauffeur Mario. Toch associeert tv-kijkend Vlaanderen de acteur doorgaans met de gezapige kok uit Gentse waterzooi. 'Zet me naast toppers uit het filmvak, en ik hou me staande.'

Niet simpel, jezelf wissen en met alles wat je in je hebt een mens neerzetten die in de verste verte niet op je lijkt. Dat is wat Gene Bervoets doet in Paradise Trips. Een personage dat alleen op papier bestond, van vlees en bloed voorzien, en van veel menselijkheid. Geen karikatuur. Want zo'n karikatuur is vlug geschetst: Gene Bervoets? Is dat niet die tv-kok aan wiens schouder de ex-burgemeester van Antwerpen zijn snotneus afveegde?

Ja en neen. Geef hem tijd en ruimte, een personage zoals Mario, en hij levert je een mens die niet tot een flard, een schets, of wat emomomenten te herleiden valt. Zijn recentste vertolking herinnert er ons aan dat hij een topacteur is. Paradise Trips moet nog uitkomen, maar Gene is al genomineerd voor de Ensor voor beste acteur. Wat ons betreft, mogen ze zijn naam nu al op de trofee graveren.

Het heeft iets dubbels: hij is de hoofdreden waarom je Paradise Trips absoluut moet zien, en tegelijk wil je eigenlijk het liefst niet verklappen wie er achter die robuuste, besnorde kop van Mario zit, de sjofele, gepensioneerde buschauffeur waar het in het langspeelfilmdebuut van Raf Reyntjens allemaal om draait.

Eigenlijk moet je Gene Bervoets zelf kunnen ontdekken. Herontdekken. Maar zelfs als je weet dat hij het is, vergeet je het al weer snel. En reis je mee met die onverdraagzame, oude knar, die tijdens zijn laatste rit als buschauffeur misschien wel de trip van zijn leven beleeft. Een hallucinante ervaring die hem de ogen zal openen.

Bervoets was gelukkig weer helemaal zichzelf toen wij hem te spreken kregen.

Toen Reyntjens naar u toekwam, wist u toen al dat u uzelf zo zou moeten toetakelen?

Gene Bervoets: "Raf had van in het begin een heel duidelijk zicht op hoe die man er fysiek moest uitzien. Kaal, met een snor en een serieuze pens. Dat was eventjes slikken, maar tegelijkertijd is het echt wel heel plezant om als acteur een metamorfose te ondergaan. Toen mijn vrouw destijds op de set van SM-rechter kwam, sprak ze andere mensen aan die ze kende, en mij sprak ze aan met mijnheer. Het helpt me bij mijn vertolking om zo ver mogelijk weg te gaan van mezelf. Je hebt ook minder last van de vooringenomenheid van mensen. Gene zoals hij er dagelijks bij loopt, is niet interessant genoeg om keer op keer op het scherm te brengen."

Als je 15 kilo aankomt, word je daar een norse dikzak van? Een vadsige, vieze vent?

"Ik denk dat mijn vrouw er meer last van had. Voor zo'n onappetijtelijke gast heeft ze vijftien jaar geleden niet gekozen. (lacht) Als acteur had ik er zelf niet zo veel last van. Het droeg ertoe bij dat ik makkelijker in dat personage verdween. Raf noemde me constant 'Mario' toen we in Kroatië waren; 'de Gene' bestond niet meer. Veel van die jongeren die meegereisd waren als figuranten kenden me helemaal niet. Toen ze me terugzagen op het productiefeestje, de kilo's er weer af waren en er weer haar op mijn hoofd stond, vroegen ze zich eerst af wie ik was.

"Het was ook niet de eerste keer dat ik van gewicht veranderde. Destijds moesten Josse De Pauw en ik minstens 20 kilo afvallen voor Crazy Love, omdat we als dertigers twee 18-jarigen moesten spelen.

"Maar goed, je ondergaat dus een metamorfose om niet de Gene Bervoets te zijn die mensen al zo vaak gezien hebben in het leven.

De Gene die ze kennen uit series of Gentse waterzooi."

Het succes van uw tv-perikelen als kok heeft uw acteurscarrière geen deugd gedaan.

"Inderdaad, ik weet pertinent zeker dat ik een aantal rollen niet heb gekregen omdat ik gezien werd als een kok die ook een beetje acteerde. Maar al die tijd bleef ik volop films doen. Ik heb in alle films van Erik Van Looy meegespeeld, behalve de Amerikaanse Loft. En doordat ik in Spoorloos van George Sluizer zat - volgens regisseur Jonas Govaerts staat die film in Amerika nog altijd in de top-5 van de engste films aller tijden - ben ik in Nederland altijd aan de slag gebleven.

"Ik heb zes films met Jos Stelling gedaan, drie met Alex van Warmerdam, twee met Martin Koolhoven en twee met Eddie Terstall. Voor Jos Stelling was ik een beetje zijn muze. Elke keer als hij ging draaien, was het van: 'Doe je mee?' Ik zei: 'Natuurlijk, wie anders?' (lacht)

"Maar in Vlaanderen telt dat niet. We zijn één taalgebied, maar we kijken niet naar elkaars films. Ik ben ook trots op het werk dat ik hier de voorbije jaren heb gedaan. Alleen vind ik dat mensen soms te enggeestig kijken. Ik herinner me bepaalde scènes in Kinderen van Dewindt die zo straf waren dat op de set de ploeg begon te klappen. Dus neen, spijt van Gentse waterzooi heb ik niet, al ben ik wel blij dat ik met deze rol kan laten zien waartoe ik in staat ben. Iedere nieuwe rol is een nieuwe zoektocht in jezelf. Dat is spelen. Ik denk dat niemand vermoedt dat die Mario in Gene Bervoets kan zitten. Maar ja, wie is Gene Bervoets?

Ja, wie is Gene Bervoets?

"Wel, al die verschillende mensen."

Ook de Gene Bervoets die u speelde in DeBiker Boys van Bart De Pauw?

"Ik dacht dat het duidelijk was dat ik daar een rolletje speelde. Maar sommige mensen willen blijkbaar geloven dat ik die zuiplap ben uit de serie. Wellicht moet ik het als een compliment beschouwen. Dat ik zo goed was dat ze zich niet konden inbeelden dat ik aan het spelen was. Je hebt hoe dan ook geen controle over hoe en wat mensen van je denken."

Nooit Vlaanderen beu en zin om uw biezen te pakken? Misschien is het tijd om zoals Mario de bus te nemen. Of zoals De Biker Boys op de vlucht te slaan.

"Ik ben aan het uitkijken. Begin jaren 80 ben ik hier al eens vertrokken. (Bervoets woonde van 1981 tot 1985 op de Nederlandse Antillen in Sint-Maarten, red.) Goed om te zien dat de nulmeridaan niet door Antwerpen loopt, in tegenstelling tot wat heel veel Antwerpenaren denken. Ik was toen 23, 24 jaar. En opeens zit je in een deel van de wereld waar niet iedereen staat te applaudisseren voor elke scheet die je laat. Dat is een heel goeie leerschool geweest. Af en toe is het goed om eens afstand te nemen.

"Ik denk dat het voor Mario goed is om even weg te gaan uit dat dorp en van die dorpsmentaliteit, en te ondervinden dat er nog iets anders is dan het Centraal Station en de Groenpluts, de Kazerla en de Meir. (lacht) Zoals veel Antwerpenaren denkt hij dat Antwerpen de enige wereldstad is en Antwerps de enige wereldtaal. Antwerpen is mijn heimat en ik zal er altijd naar terugkeren, ik vind het een fantastische stad. Correctie: stadje. Want er hangt hier bijwijlen een echte dorpsmentaliteit."

U wilt dus weg?

"Goh, ik ben met mijn vriendin al geruime tijd aan het denken om iets in Spanje te zoeken. We zijn allebei grote fans. Zij heeft jaren flamencolessen gevolgd in het zuiden. Ze is ook Spaans gaan studeren. Ik ben een onwaarschijnlijke Barcelona-fan, mijn grootmoeder had Spaanse roots...

"Maar dat plan staat echt in zijn kinderschoenen. Het zou leuk zijn om daar een stekje te hebben, regelmatig eens het vliegtuig op te stappen. Het is gewoon een land waar we iets mee hebben. In alles: cultuur, kunst, het voetbal, het soort van leven dat de mensen er leiden.

"En het ligt in het verlengde van de sfeer die ik ken van de Caraïben. Al zou ik het wellicht niet meer uithouden op zo'n lap grond die omringd is door water. Toentertijd had je daar niets. Scary Monsters van David Bowie en Remain in Light van Talking Heads, dat waren de enige twee elpees die ik ginder had. En voor de rest was er alleen maar Bob Marley en Calypso, en koeien en geiten die op straat liepen en je kon er in je blootje op het strand zitten. Niets anders.

"Gelukkig was er een goeie bibliotheek waar ik toen Willem Frederik Hermans helemaal heb gelezen. Te veel boeken gelezen in korte tijd. Maar ik zeg het: geen spijt van. En dat soort keuzes achtervolgt je in je leven. Mijn dochter gaat waarschijnlijk terug naar daar en mijn zoon woont er. Ik weet dat het daar tot het eind van mijn dagen mijn tweede thuis zal zijn."

Sommige keuzes blijven u achtervolgen, sommige beelden blijven ook hangen. Zoals het beeld van Patrick Janssens die na zijn verkiezingsnederlaag op uw schouder uithuilde.

"Voor mij was het helemaal niet zo'n iconisch beeld. Ik was er gewoon voor Patrick. Ik kende hem als iemand die zijn emoties wel kan tonen, maar voor de mensen was hij een koele kikker, de ijsprins die nooit zijn gevoelens toonde.

"En opeens stond hij te huilen op de schouder van een acteur. Een kok. Hoe daarna de perceptie van mensen over mij veranderde, dat kun je niet geloven."

Was Mario u tegengekomen, hij zou gezegd hebben: 'Hier ze, het maatje van Patrick Janssens'.

"Ja, de schouder van Patrick Janssens. Dat krijg ik nog dikwijls op mijn brood, op sociale media en zo. In die tijd waren Patrick en ik al wel goeie vrienden, maar er was een duidelijke lijn. We hadden het nooit over politiek. We konden het gewoon goed met elkaar vinden als mensen. Als ik hem tegenkwam in zijn officiële functie, sprak ik hem aan met 'mijnheer de burgemeester', en als we met elkaar afspraken was het 'Patrick'. Nu zijn we veel closer.

"Onze vriendschap had niets te maken met zijn functie of mijn faam als mediafiguur. Zo zijn er meer mensen die ik van vroeger ken, van voor ze bekend waren. En waar ik nu nog steeds contact mee heb, doordat wij die geschiedenis hebben. Ik zeg maar iets, een Tom Lanoye bijvoorbeeld ken ik van lang voor hij een gevierd schrijver was."

Hij was toen nog een slagerszoon met een brilletje?

"Absoluut. En een heel raar brilletje toen. (lacht) Dus ja, het loopt zoals het loopt.

"Ik weet intussen wel dat ik te veel een open boek ben. Ik zou best wat mediatraining kunnen gebruiken. Ik praat heel graag en ik vind het fijn om met mensen te babbelen, maar ik haat interviews. Omdat ik weet wat voor een ravage ik kan aanrichten naar mezelf toe. Ik weet dat ik ongelooflijk mijn mond voorbij kan praten en dingen zeggen die anders kunnen geïnterpreteerd worden dan ik ze bedoeld heb.

"Ik ben niet makkelijk in een vakje te plaatsen, omdat ik tegelijkertijd een heel extraverte mens en een heel verlegen mens ben. Stefan Hertmans noemde mij 'de man van de spagaten'. Hij zei: 'Geen enkele mens die ik ken, kan tegelijkertijd op vrijdagavond in het Swingpaleis fun maken en op zaterdag voor 50 man een waanzinnig stuk van Peter Verhelst of Stefan Hertmans staan spelen in het Kaaitheater'. Ik weet dat ik zulke keuzes kan maken, omdat ik tot zo'n spreidstand in staat ben."

U hebt eigenlijk te veel talenten. U hebt gevoetbald met Ludo Coeck, u schildert, u kookt,...

"Ik denk dat het intussen wel duidelijk is dat ik de keuze heb gemaakt om van film mijn corebusiness te maken. Ik ben geen onaardige hobbykok, maar ik zal nooit Sergio Herman of Peter Goossens worden. En als schilder weet ik dat ik me nooit zal kunnen meten met een Thierry De Cordier of een Sam Dillemans. Maar zet me naast toppers uit het filmvak, en ik hou me staande.

"Dat is misschien niet bescheiden om te zeggen, maar ik weet dat wel van mezelf. Ik heb met een Pete Postlethwaite, Nino Manfredi en met een Mickey Rourke gewerkt, die totaal onhandelbaar was, maar met wie ik wel een goed contact mee had. Ik denk dat dat alles te maken heeft met de manier waarop je bent voorbereid, de manier waarop je iets aanpakt. Je voelde de erkenning van: oké, wij kunnen samenwerken. Voor mij was Mickey Rourke dan ook helemaal geen degoutante zak."

Ik mag hopen dat u uw schaapjes intussen op het droge hebt.

"Amai, ik wou dat het waar was! Acteurs in België, die verdienen dus echt geen kloten, hè, niets. Echt niets gewoon."

Een man met uw reputatie.

"Echt, dat kun je niet geloven. Hoe je nog moet knokken voor elke cent. Als je als acteur veel wilt verdienen dan moet je bandwerk doen: soaps en langlopende series voor een groot publiek. Met alle respect.

"Er zijn ongelooflijk veel goeie acteurs in Vlaanderen, maar velen hebben het moeilijk. Vooral als je niet goed genoeg begeleid wordt, dan word je gepluimd langs alle kanten. Dus dat moet echt eens de wereld worden uitgeholpen, dat iemand die met zijn kop op tv komt, een rijk mens is."

U stond eerder dit jaar nog op de set van Wat mannen willen van Filip Peeters. Stany heeft ook net geregisseerd. Heeft u geen ambitie in die richting?

"Ja, ik ben aan het schrijven met een maat van mij, die ik intussen 59 jaar ken, Roger Meeusen, 'de Gowie'. Gowie en ik gaan way back. We zijn in hetzelfde kraambed geboren in Antwerpen, hij een week na mij. We hebben samen school gelopen. Daarna Studio Herman Teirlinck. Maar hij heeft nooit gespeeld.

"We zijn al bijna 60 jaar vrienden. Hij heeft een fantastische pen, compleet gaga, echt maf, ongelooflijke fantasie. (lacht) We hebben op een gegeven moment besloten om samen een filmscenario te maken. Dat is nu af. In een eerste versie. En het is de bedoeling om onszelf op onze 60ste verjaardag te trakteren op onze debuutfilm."

Dat zal dan snel moeten gaan. Dat is volgend jaar.

"Ik weet dat er een aantal productiehuizen zijn die vragende partij zijn. Maar het is nog te vroeg: het moet nog wat bijgeschaafd worden.

"Maar eens het zover is? Ja, ik heb echt wel zin om op de set te staan en de touwtjes zelf in handen te nemen. Ik heb op de set al vaak gedacht: los dat toch anders op, maak toch eens wat sterkere keuzes. Hier krijg je al snel te horen: 'Dat is toch overdreven, dat kun je toch niet maken! Zo zou een mens toch niet reageren!' Dan denk ik: schijters, ge durft niet! Daarom wil ik er zelf eens gaan staan. En ik wil ook de titelrol spelen."

En kunt u er iets meer over verklappen?

"Het gaat over De Prins van het Kiel. Het verhaal speelt zich af in een wereld die we zelf geschapen hebben, in het ondergrondse Antwerpen, in alle gangen en tunnels die onder de stad liggen. Daar waar de premetrostations liggen en zo. Een heel rare wereld waar de Ratten van het Kiel huizen. Het hoofdpersonage is gevlucht nadat hij de grote bendeleider heeft vermoord, een man met wie hij een heel goed contact had. Als hij jaren later terugkeert, blijkt dat de zoon van het slachtoffer de plak zwaait en komt het tot een harde confrontatie.

"De wereld die wij proberen te scheppen, heb ik tot nu toe nog in geen enkele film gezien. Het wordt iets heel aparts. We hebben een aantal heel extreme keuzes gemaakt. Het heeft veel met onze eigen jeugd te maken, maar ook met hoe we nu tegen de wereld aankijken. Het is heavy, maar ook om te lachen. Er zit veel humor in.

"Nee, als je iets maakt, moet je durven je nek uit te steken. Het leven is niet één vakje. Het is een spreidstand, een grand écart, die je elke dag opnieuw moet maken."

BIO

Geboren op 26 maart 1956 in Antwerpen.

Film-, tv- en theateracteur, bekend van onder andere Windkracht 10, SM-rechter, Crazy Love, De zaak Alzheimer, Borgman, Loft, Spoorloos en Kinderen van Dewindt.

Ambassadeur voor Een hart voor ALS.

Sinds 2001 samen met actrice Tine Laureyns.

Paradise Trips, 19/8 in de bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234