Vrijdag 15/11/2019

‘Ik moet hier verdorie wel wérken, hoor!’

In 1980 bracht hij voor het eerst verslag uit van het Filmfestival van Cannes. De Gouden Palm werd dat jaar gedeeld door All That Jazz van Bob Fosse en Kagemusha van Akira Kurosawa, twee regisseurs die al een tijdje niet meer onder ons zijn. Vanavond tekent onze vaste filmjournalist Jan Temmerman present op zijn 30ste ‘Cannes’. ‘Als je twaalf dagen per festival rekent, heb ik straks een volledig jaar van mijn journalistieke leven op en rond de Croisette doorgebracht.’ Tijd voor een fragmentarische en hoogst persoonlijke terugblik.

Omzien in verwondering. Dat het allemaal zo snel verlopen is. En dat Cannes uiteindelijk niet zoveel veranderd is. Ik was jong, had nauwelijks ervaring en was totaal onvoorbereid, toen ik in mei 1980 voor het eerst in Cannes arriveerde.Geen idee wat mij daar te wachten stond. Deze krant moest haar tweede verjaardag nog vieren en op de redactie waren er geen oudere collega’s die mij bijvoorbeeld konden vertellen dat ik niet zo nodig mijn eigen typemachine moest meesleuren, omdat daar in een festivalstad als Cannes heus wel enkele winkels van kantoorbenodigheden waren waar men die dingen voor een redelijk prijsje kon huren.Dat heb ik dan maar het jaar nadien gedaan. Maar toen ik me aan een tafeltje in mijn hotelkamer had geïnstalleerd, moest ik vloekend constateren dat die Franse schrijfmachines met een qwerty-toetsenbord waren uitgerust.Kortom, ik moest het allemaal nog leren. Hoe het festival uit diverse secties bestond. Waar het Palais des Festivals zich bevond. Bij welke films je op vertoon van je accréditation al dan niet binnen mocht. Hoe de persdienst functioneerde, waar mijn getypte velletjes snel werden overgetikt. Via ponsband arriveerden ze daarna op de redactie, waar ze door letterzetters opnieuw moesten worden ingetikt.Het lijkt de prehistorie wel. Laptops en internet maken dat het vandaag een heel stuk vlotter gaat. Behalve als het dus niet vlot gaat. Omdat de wifi-installatie in het hotel nog maar eens tilt slaat, natuurlijk op het moment dat de deadline akelig dichtbij komt. Ach, het is altijd wel iets.

Palmares op het dak

Op de keper beschouwd is er gedurende die dertig jaar niet eens zoveel veranderd. Er zijn nog altijd de films, er zijn nog altijd de persconferenties en de interviews, er is nog altijd de stress. En er zijn nog altijd de feestjes. Het voornaamste verschil? De schaalvergroting! Want er is méér van alles: meer films, meer journalisten (van 2.762 in 1984 tot maar liefst 3.541 vorig jaar), meer bioscopen, meer sterren, meer feesten en recepties, meer stress.Mijn eerste jaren waren tegelijk de laatste van het oude Palais des Festivals, dat toen nog midden op de Croisette stond en waar op het dakterras het palmares aan de pers werd meegedeeld. Dat gebeurde toen in de loop van de namiddag, zodat we tijdig ons verslag persklaar konden maken voor de krant van ’s anderendaags - en nog dezelfde avond de trein naar huis konden nemen.Dat veranderde toen de televisie er zich mee ging bemoeien. De slotceremonie van het festival was belangrijk genoeg geworden voor een rechtstreekse uitzending, maar dan moest het palmares wel tot ’s avonds geheim blijven. Zo kon het gebeuren dat ik in 1985 op de laatste festivaldag samen met een collega de trein op moest zonder te weten wie gewonnen had. Toen we ’s ochtends in Brussel arriveerden, kochten we meteen een krant om de Gouden Palmwinnaar te kennen. Dat bleek Otac na sluzbenom putu(Papa est en voyage d'affaires) te zijn, van de toen nog nauwelijks bekende Joegoslavische regisseur Emir Kusturica. Ik was tevreden, want ik vond het een prachtige film. Mijn collega vloekte luidop. Vond hij die film misschien maar niets? “Ik zou het niet weten”, klonk het. “Ik heb hem niet gezien!”

Le bunker est arrivé

In 1983 werd het gloednieuwe en gigantische festivalcomplex, dichtbij de oude haven van Cannes, voor het eerst in gebruik genomen. Die betonnen constructie, die al meteen ‘le bunker’ als bijnaam meekreeg, werd in eerste instantie verwelkomd met luchtige krantentitels als ‘Le palais nouveau est arrivé’.Maar na de eerste kennismaking sloeg de sfeer helemaal om. ‘Kafka sur Croisette’, stond er bijvoorbeeld boven het verslag van een hevige discussie tussen de pompiers en de portiers, want de enen wilden de deuren open, terwijl de anderen die natuurlijk dicht wilden. Binnen liep er ook van alles mis: bij het begin van de projectie bleven de gordijnen dicht. Of de zaallichten bleven aan. Of de klank bleef achterwege. Of de ondertiteling verdween regelmatig in de bloembakken op het podium. Of alles tegelijk. Het zal wel geen toeval geweest zijn dat de man die verantwoordelijk was voor de technische omkadering amper vijftien dagen voor de opening van het festival aan een hartaanval overleden was.

Le palais ‘de la teknolozie’

De persconferenties deelden in de technische klappen. De Italiaanse regisseur Marco Ferreri was aan het woord over zijn film Storia di Piera, waarvoor de Fassbindermuze Hanna Schygulla dat jaar als beste actrice bekroond zou worden, toen plots de lichten doofden en de microfoons stil bleven. Geroep en gefluit. En dan de kalme, krakende stem van Ferreri, met zwaar accent: “Voilà, la teknolozie.” Uit de verduisterde zaal klonk de reactie: “C’est le palais!” Maar de repliek van Ferreri liet niet op zich wachten: “C’est le palais de la teknolozie.”Die groeipijnen zijn inmiddels voltooid verleden tijd. En dankzij enkele architecturale ingrepen begon het gebouw ook allengs minder op een bunker te lijken. Het enige wat sindsdien alleen maar stringenter is geworden, is de beveiliging.Hallucinant, hoe vaak elke festivalier zich, na het tonen van zijn onmisbare accreditatie met fotobadge, aan de toegangsdeuren van het paleis moet laten scannen en de inhoud van zijn of haar tas moet laten controleren. Het zorgde onvermijdelijk voor minifiles. De ‘scannende’ hostessen zijn wel altijd heel vriendelijk. Maar hoe heet zo'n zwart toestelletje eigenlijk waarmee ze de hele dag rond al die duizenden lichamen moeten lopen? “Ik weet het niet, meneer. C’est un truc à scanner” (spreek uit: skanee).Er zijn natuurlijk nog wel meer zaken veranderd. In het begin kon het me mateloos ergeren dat men mij, bij het vertrek naar Cannes, met een mengeling van afgunst en spot een ‘prettige vakantie’ toewenste. Wij gingen daar verdomme heen om te werken!Maar hen daarvan te overtuigen bleek vechten tegen de bierkaai. En dat heb ik dus maar opgegeven. Het is natuurlijk wel begrijpelijk. Iedereen kent Cannes. Of toch het glamour- en glitterimago dat foto’s en televisiebeelden daaraan verlenen. De zee, de zon, het strand, de schaars geklede starlets, de smokings en dure avondjurken op de rode loper. Tja, wat zou je anders moeten tonen? Dat enkele duizenden journalisten zich dagelijks, van ’s morgens vroeg tot ’s nachts, in donkere zalen verzamelen om naar voorlopig nog totaal onbekende films uit Paraguay, Roemenië of Mauritanië te kijken?

Liever geen pinguïn

Het blijft moeilijk om uit te leggen dat ik in al die jaren nog nooit verkleed als pinguïn de beroemde trappen ben opgelopen voor een of andere galavoorstelling in de reusachtige Salle Lumière van het Palais des Festivals. Ik heb dus nog nooit een smoking in mijn bagage moeten meenemen. De reden is eenvoudig: op het moment dat in de Salle Lumière de galavoorstelling van film A begint, zit het verzamelde journaille, zonder vestimentaire plichtplegingen, in de nabijgelegen Salle Debussy al naar film B te kijken. Altijd net een stapje voor.Maar soms is er toch sprake van een ‘gemengd’ publiek. Dat was bijvoorbeeld enkele jaren geleden het geval bij de vertoning van de Cubaanse muziekfilm Habana Blues van regisseur Benito Zambrano, die als slotfilm voor de ‘Un Certain Regard’-sectie was gekozen. Voor de projectie begon, kondigde de presentator aan dat er ook enkele ‘speciale’ gasten aanwezig waren. Plots zat ik in de schijnwerpers, maar het licht was wel degelijk voor de rij achter mij bestemd: daar bleek niemand minder dan de Spaanse actrice Penelope Cruz te zitten. Applaus op alle banken.Maar er was een nog grotere verrassing op komst: enkele rijen verder had de Argentijnse voetbalster Diego Maradona plaatsgenomen! Er volgden nog meer kreten van verbazing en een veel luider applaus. En alle fotografen die hun camera’s nog maar net op ‘La Cruz’ gericht hadden, renden meteen naar hun nieuwe prooi.

Liever Juliette dan Lars

Een deel van de festivalstress heeft uiteraard te maken met de interviewplanning. Gelet op de massale aanwezigheid van journalisten is de vraag altijd veel groter dan het aanbod. En zelfs als men theoretisch tot de gelukkigen behoort, blijft de praktische regeling een hele klus. Een soort aparte dagtaak. Met zijn eigen wetten en logica. In 2005 wilde de excentrieke Deense filmmaker Lars von Trier, die zijn film Manderlay kwam voorstellen, alleen maar geïnterviewd worden in het zeer exclusieve Hotel du Cap, dat in Cap d’Antibes en dus een heel eind buiten Cannes gelegen is.Tja, er zijn van die supersterren - of film die zich als dusdanig gedragen - die de luxehotels van Cannes (zoals de Carlton, de Majestic of de Martinez) blijkbaar te min vinden en zich tijdens hun verblijf op het filmfestival graag afzonderen, al was het maar om een beetje uit de buurt van de paparazzi te kunnen blijven. Want die raken het goed afgeschermde domein van Hotel du Cap niet zomaar binnen.Natuurlijk zijn filmjournalisten niet te beroerd om verre verplaatsingen te maken om een of andere beroemde regisseur of filmster te kunnen interviewen. Maar tijdens een festival als dat van Cannes betekent een tocht heen en terug naar ‘Le Cap’, het onvermijdelijke wachten én de duur van het interview zelf, dat je meteen een halve dag kwijt bent.Terug naar 2005. Dan maar geen Lars. De Franse acteur Daniel Auteuil blijft wel in Cannes en is beschikbaar om te praten over Caché, maar dat moet dan wel om 11.00 uur gebeuren. En dat is net het moment dat Batalla en el cielo, de Mexicaanse film in competitie, waar al een schandaalsfeertje omheen hangt en die we dus niet zomaar kunnen negeren, aan de pers getoond wordt. Auteuil zal dus ook voor een andere keer zijn, te meer daar Juliette Binoche in dezelfde film speelt en in de namiddag geïnterviewd kan worden. Juliette rules! Later die dag heeft de ongemeen getalenteerde en bijzonder intelligente acteur Edward Norton even tijd om ons tekst en uitleg te geven over zijn film Down in the Valley, maar dat is wel op hetzelfde moment als de grote persconferentie voor Star Wars: Episode III. Ik kies voor Norton, want als er op de persconferentie van George Lucas, die ik enkele jaren eerder toch al voorThe Phantom Menace heb kunnen interviewen, echt iets wereldschokkends zal worden verteld, dan kan ik dat later nog wel opvissen via de herhalingen op TV Cannes, de festivalzender die in zowat elk hotel op de kabel zit.‘Van onze verslaggever voor zijn televisietoestel op zijn hotelkamer’!Op de persconferentie van Lucas werden inderdaad geen potten gebroken en het interview met Norton was zeer interessant. Wel jammer dat Down in the Valley nooit de Belgische bioscopen heeft gehaald. En het interview dus nooit de krant...

Oog in oog met Natalie Portman

Een mens doet soms vreemde dingen in Cannes. Zoals beleefd maar resoluut het aanbod afslaan tot ‘samenwerking’ met een wereldberoemde Star Wars-actrice. Omdat er bijzonder veel interview- aanvragen waren voor de jonge Natalie Portman, die behalve Revenge of the Sith ook de film Free Zone van Amos Gitaï kwam voorstellen, had men besloten om er maar meteen een minipersconferentie van te maken.Met een vijftiental journalisten zat ik dus te wachten op haar komst, toen de persverantwoordelijke - waarschijnlijk licht wanhopig - naar me toekwam met de discrete vraag of ik in plaats van voor niet liever achter de tafel naast Natalie Portman wou gaan zitten om als moderator de vragen van mijn collega’s in goede banen te leiden. Het zou echt een makkelijke klus zijn: gewoon het gesprek in gang zetten en dan de andere journalisten aan het woord laten. Wat er met de moderator van dienst aan de hand was, werd er niet bij verteld.Ik heb bedankt voor de eer, want ik concentreerde me liever op mijn echte job: vragen stellen en antwoorden noteren. En ik keek Natalie Portman ook wel liever recht in de ogen dan van opzij. Tien minuten later had de persattaché gelukkig een andere interimaris gevonden. Het werd inderdaad een makkelijke klus. En Natalie Portman heeft erg mooie ogen.

Luistervinken in de toiletten

Behalve veel films zijn er in Cannes natuurlijk ook veel recepties, feestjes en regelrechte superfuiven. Zoals die party voor de Britse film Trainspotting uit 1996, waarop zoveel mensen aanwezig waren - ruim 2.000 genodigden - dat ik pas ’s anderendaags in een verslag van Cannes TV vernam dat ook Mick Jagger daar rondgelopen had. Niet eens gezien!Wie ik wél gezien had, was regisseur Danny Boyle. In de toiletten. Dat ging zo. Ik stond te doen waarvoor ik gekomen was, toen ik vanuit mijn ooghoek kon zien dat er naast mij een man kwam staan. Niets aan de hand. Maar die man ging met zijn rug tegen het pissijn staan! En meteen floepte een felle lamp aan! Wat bleek: omdat er in Trainspotting een nogal memorabele wc-scène zit, had een of andere televisiejournalist aan regisseur Danny Boyle voorgesteld om hem dan maar meteen op een dergelijke locatie te interviewen. Geen probleem voor Boyle.Ergens ter wereld moeten er dus in een of ander omroeparchief beelden bestaan van een interview met de regisseur van Trainspotting (en inmiddels ook van Slumdog Millionaire), waarop de achterkant van mijn linkerschouder te zien is. Want ik ben daar natuurlijk iets langer blijven staan luistervinken dan strikt noodzakelijk is voor een sanitaire stop.Ik heb die nacht de Trainspotting-fuif (min of meer) tijdig verlaten, want er stond voor de volgende ochtend een interview met hoofdrolspeler Ewan McGregor gepland. Ik was op de afspraak. Hij niet. Zonder verpinken legde de persattaché uit waarom: “Mister McEwan has a health problem.” Zelden zo’n mooie omschrijving voor een kater gehoord.Een ander memorabel feest was ‘La fête des Belges’ van enkele jaren geleden, toen niemand minder dan Emir Kusturica, die dat jaar juryvoorzitter was, het feest in een stampvolle, van zweet en ambiance dampende tent op het strand kwam opluisteren met zijn No Smoking Orchestra.Ook het gastoptreden van een ander jurylid, de Spaanse acteur Javier Bardem, als gelegenheidsdrummer viel bijzonder in de smaak, net als het podiumdansje van een vrouwelijk jurylid: de Mexicaanse schoonheid Salma Hayek. Die juryleden waren nochtans ook in Cannes om te werken. Maar zo af en toe leek het wel alsof ze daar met vakantie waren.Moet kunnen, in Cannes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234