Vrijdag 21/06/2019

Interview

"Ik moet altijd huilen als ik naar de supermarkt ga": deze 3 vrouwen strijden voor een betere wereld

V.l.n.r. Marieke Dilles (Dagen Zonder Vlees), Ineke Van Nieuwenhove (Mei Plasticvrij) en en Charlotte Scheerens (Climate Express). Beeld Karel Duerinckx

Op de klimaattop stond België dan al op de rem, toch was 2018 ook in ons land een goed jaar voor het klimaat, vinden Ineke Van Nieuwenhove (Mei Plasticvrij), Marieke Dilles (Dagen Zonder Vlees) en Charlotte Scheerens (Climate Express). “Kinderen namen hun ouders mee naar de Klimaatmars, niet omgekeerd.”

Vijf jaar. Zo lang hebben we volgens het laatste VN-rapport nog om onze uitstoot drastisch te verlagen, vooraleer de apocalyps losbarst. Somber nieuws dat u misschien meteen doet doorbladeren, maar niet deze drie vrouwen. Waar politici aan het klimaatthema dit jaar vooral een kater overhouden, ruilden zij grote woorden in voor kleine en tegelijk grootse daden. 

Marieke Dilles (32) deed dat als eerste, door sinds 2014 samen met theatermaker Alexia Leysen gangmaker te worden van Dagen Zonder Vlees. Na jaren inzet drong in 2018 een sabbatjaar zich op. Goed nieuws voor Ineke Van Nieuwenhove (51), die met Mei Plasticvrij van dat gat gebruikmaakte om ons massaal aan de glazen potten en meeneemdoosjes te krijgen. Maar 2018 werd pas écht het jaar van het klimaat dankzij de historische klimaatmars begin deze maand, met bezieler Charlotte Scheerens (29) op kop. 

Veel (fijn) stof tot optimisme dus want alledrie engageren ze zich wars van politiek, gewoon na de werkuren. Hoewel: net na de klimaattop in Polen is er weinig reden voor gejuich. De conservatieve houding van België, dat zich niet achter de meer ambitieuzere landen schaarde, ligt nog vers in het geheugen. “Ach, we zijn dat al gewend, het is al jaren zo.”

Kortom: jullie hebben op 2 december voor niets betoogd in de gietende regen?

Charlotte Scheerens: “Absoluut niet. Zelfs al zijn we nu teleurgesteld, we stonden daar wel, met 75.000. Er waren ook hoopgevende signalen, zoals premier Michel die van klimaat zijn prioriteit wilde maken. Maar eigenlijk was ik nauwelijks verrast. Iederéén daar op straat besefte wel dat we niet op één zondag de planeet gingen redden. Bovendien hadden politici op voorhand al beslist dat ze niet zouden tekenen.”

Ineke Van Nieuwenhove: “Hypocriet, want Marghem (Marie-Christine, minister van Energie voor de MR, EVL) heeft wel meegelopen in de mars. Volgens mij verandert het politieke kader pas als het water aan onze lippen staat. Letterlijk, in deze context.”

Charlotte: “Toch zullen we op die manier druk blijven zetten. En ja, soms voelt dat machteloos. Marghem wijst nu met het vingertje naar Vlaanderen, maar de afgelopen jaren heeft ook het federale niveau echt wel steken laten vallen. Het is een beetje belachelijk hoe politici iets als Dikke Truiendag naar voren blijven schuiven als dé actie voor het klimaat. In plaats van iets te doen aan de goedkope vliegtuigprijzen, of zelfs maar gewoon die transitvluchten af te schaffen. Voor 20 euro naar Barcelona, dat is toch absurd? Zeker voor mobiliteit duwen we al  jaren aan de kar, maar niets beweegt. Geen extra investeringen in de NMBS, geen ambitieuze fietsplannen.”

Marieke Dilles: “We mogen vooral niet vergeten benoemen wat wél goed gaat. Ik heb veel hoop in de jonge generatie.” Beeld Karel Duerinckx

Ineke: “I rest my case. Verandering komt vooral bottom-up, en niet van de politiek. Politici en lobbyisten zijn nu eenmaal twee handen op één buik. In de aanloop naar Mei Plasticvrij ben ik met heel wat politici gaan praten, tot in het Vlaams Parlement toe. Er zijn er met het hart op de juiste plaats, maar van hen hoorde ik ook dat ze al tien jaar worstelen, omdat het zo’n log apparaat is. Dat heeft mijn geloof in politiek wel gekelderd.”

Marieke Dilles: “Er was onlangs nochtans een onderzoek waaruit bleek dat 85 procent van de Belgen vindt dat er iets voor het klimaat moet gebeuren. Dan snap ik niet dat je als regering niet meegaat in die High Ambition Coalition.”

Is de burger dan al even hypocriet? Want intussen nemen we wel nog altijd het vliegtuig naar Barcelona.

Ineke: “Er zijn veel burgers met een goede inborst, die hun consumptiegedrag echt willen veranderen. Maar het is wél de bedoeling dat producenten en overheden meegaan in dat verhaal. De druk op de doorsneeburger is al loodzwaar. We kregen dat ook in ons gezicht: we mogen al geen vlees meer eten, geen alcohol drinken en nu geen plastic meer. Ik begrijp die verzuchting. Voor ons is Mei Plasticvrij dus eerder een drukkingsmiddel.”

Marieke: “Daarom zijn we ook gestopt met Dagen Zonder Vlees: mensen wisten intussen wel dat vlees niet goed is voor het milieu, en geraken die boodschap van ‘begin bij jezelf’ ook beu. Sowieso was ons doel nooit om iedereen vegetariër te maken. Je kunt zulke acties voeren om hen wakker te schudden, maar op den duur is dat vermoeiend. Zelf ben ik een burger die oprecht bezorgd is om het klimaat, en neem ook nog altijd het vliegtuig. Maar als er van hogerhand iets wordt gedaan aan het verschil tussen de trein- en vliegtuigprijzen, teken ik er meteen voor. Het moet eens echt goedkoper worden zonder plastic, of met de trein.”

Charlotte: “Klimaat is ook een moeilijk thema om mensen echt rond te engageren. Lang was het een ver-van-ons-bedshow, want in België worden we nu eenmaal nog niet opgejaagd door bosbranden of orkanen. Maar de klimaatmars van 2018 was wél een duidelijk signaal dat de Belg het begint te beseffen. Drie jaar geleden daagden 14.000 mensen op tijdens de mars in Oostende, nochtans voor het historisch akkoord van Parijs. De publieke opinie is dus duidelijk gekeerd. Laatst zei iemand me zelfs dat de klimaatmars té mainstream was geworden!”

Het geitenwollensokkentijdperk is dus voorgoed voorbij?

Marieke: “Toen wij begonnen met Dagen Zonder Vlees, was het een serieuze uitdaging om niet in dat cliché te vervallen. Mensen waren niet zo bezig met het klimaat, en de berichtgeving bestond hoogstens uit een saai, klein artikeltje in de krant. Zelf dacht ik ook niet na over waar mijn appels vandaan kwamen. Intussen spelen zelfs winkels daarop in. Soms enkel voor hun imago, maar soms ook wel echt met groenere producten.”

Ineke: “Tijdens Mei Plasticvrij kwamen veel mensen ons zelfs bedanken. ‘We worden niet meer als freak aanzien, als we met onze eigen potjes en zakjes komen aanzetten.’ Veggie is ook geen vies woord meer. Heel wat mensen vonden het fijn om daar hun karretje aan te hangen. Zo creëerden we een wij-gevoel.”

Charlotte: “Dat vind ik zo leuk aan jullie campagnes: je focust op één onderwerp, maar kaart iets veel groter aan. Daar denken wij nu ook over na. Fijnstof is bijvoorbeeld een thema dat mensen beter vatten, omdat het een directe impact heeft. Scholen en ouders zijn erom bezorgd en voerden massaal actie. Zelfs Bart De Wever kon dit jaar niet anders dan over luchtkwaliteit spreken, terwijl hij daar vroeger nooit een woord over repte.”

Ineke: “Jij moet echt in de politiek gaan! Je bent duidelijk erg bezig met dat politieke spel. Ik denk eerder praktisch na. Ik kan inderdaad niet op m’n eentje de luchtvervuiling oplossen. Maar je begint bij jezelf, zoals je eigen vleesconsumptie. Dat is een druppel op een hete plaat. Maar het is toch die druppel.”

Marieke: Maar dat blijft ook niet bij een druppel. Na Dagen Zonder Vlees was nergens in Europa de vleesconsumptie zo hard gedaald als in België, dankzij Vlaanderen.

“Dat vond ik het fascinerende, dat je allerlei doelgroepen zo kan doordringen, echt veranderen hoe er over klimaat wordt gepraat. Van op Klara tot in de
Story.”

Ineke Van Nieuwenhove: “Ik veeg wat voor mijn eigen deur, akkoord, maar als je op je het wereldniveau focust, dan slaap je volgens mij niet meer.” Beeld Karel Duerinckx

Met BV’s als uithangbord. Zijn bekende koppen dé truc om mensen een geweten te schoppen?

Marieke: “Wij vroegen inderdaad bekende deelnemers, maar dan vooral mensen van wie je het minder verwacht – ‘zelfs Philippe Geubels kan al eens zijn biefstuk missen’. Al is hij er uiteindelijk amper één dag in geslaagd. (lacht) Ooit hadden we alle voorzitters van Vlaamse partijen aan boord. Het jaar erna deed van elke radio- en tv-zender wel een presentator mee. Op een bepaald moment vroeg een journalist ons zelfs welk communicatiebureau er achter Dagen Zonder Vlees zat. Terwijl wij vier gewone mensen zijn.”

Ineke: “Wij hebben dat ook heel pragmatisch aangepakt. Onze ambassadeurs moesten wel begaan zijn met het thema, maar verder: Hilde De Baerdemaeker – ideaal, want ze speelt in Thuis. En Sean Dhondt ligt goed bij de jonge vrouwen. Dat verhoogt de impact. Uiteindelijk hadden we 60.000 deelnemers, mede dankzij Dagen Zonder Vlees. We zijn een beetje hun baby.”

Marieke: “Ik vond het tof dat elementen die wij introduceerden, ook bij jullie terugkwamen. Zoals het groepensysteem, of de simpele opzet. Je doet mee, en zelfs als je maar een béétje meedoet, is het al goed. Ik denk ook dat het echt het juiste moment was voor een actie rond plastic. Wij dachten daaraan voor 2019, maar voelden dat het al in 2018 moest. In die zin ben ik blij dat wij er niet waren.”

Charlotte: “Wij hebben ook heel wat artiesten gevraagd, maar probeerden daarin verder te gaan dan de usual suspects die sowieso al overtuigd zijn. Moeilijk, want ons voorstel is wel een totale omslag van de maatschappij, nog wat anders dan veertig dagen geen vlees. Uiteindelijk hebben Stromae en Angèle reclame gemaakt, en maakten de broers Dardenne een ludiek filmpje. Op z’n Waals, want het duurde meer dan vijf minuten.”

Maar zodra Stromae ermee stopt, is de hype dan voorbij?

Ineke: “Die bedenking had ik ook. Het is natuurlijk fantastisch als je iemand als Stromae kunt strikken. Maar nog altijd moet ik bijna huilen als ik naar de supermarkt ga. Overal zie je karren met bergen plastic. Laatst zag ik een vrouw met maar één item in haar kar dat níét in plastic verpakt was, een pak inlegkruisjes. Ze was hoogzwanger, dus ik heb haar met rust gelaten. Dat is dus nog altijd de grote massa, mensen die zeggen ‘whatever’. Ik denk dat we het erover eens zijn dat het om langetermijnwerk gaat.

Charlotte: “Lange termijn? Het is nú echt nodig. Maar inderdaad, de meeste mensen willen gewoon rondkomen op het einde van de maand. Dat geldt ook voor de gele hesjes – die zijn niet tegen klimaatbeleid, hè. Maar het moet wel op een sociale manier gebeuren, want te vaak zijn juist fabriekswerkers de dupe. Je kunt autorijden duurder maken, maar dan moet iedereen er wel met het openbaar vervoer geraken. Anders krijg je echt revoltes.”

Pleiten jullie dan voor een totaal ander economisch model?

Ineke: “Ik vind inderdaad dat alles anders moet. Dit systeem, gebaseerd op winst en steeds groeiende koopkracht, werkt juist in de hand dat we ons een ongeluk consumeren. Er is een arrogantie in ons gedrag, hoe wij in het Westen in de wereld staan en op onze planeet leven. En ons systeem is de voeder van die arrogantie. We moeten weer wat nederiger worden. Heb ik elke dag die biefstuk nodig? Moet ik over en weer gaan voor een feestje in Berlijn?”

Charlotte: “Maar als je dat nederigheid noemt, is het weer ‘iets opgeven’. Eigenlijk is dat iets normaals doen. De lat van wat normaal is, is compleet uit proportie. Elke dag vlees eten was een paar decennia geleden pure decadentie. Mijn oma blijft haar oude kleren telkens herstellen. Maar dan moeten we ook af van de idee dat alles nieuw en perfect moet zijn.”

Marieke: “Anderzijds kunnen wij wel makkelijk beweren dat we moeten consuminderen, omdat we al de keuze hebben. Er zijn nog miljoenen mensen die dat ook eerst allemaal willen kopen, zodra ze het budget hebben. Die willen ook de wereld zien en hamburgers eten. Ik denk dat ze dat eerst gekund moeten hebben, om daarrond bewust te worden. Anders denk je toch: waarom jij wel en ik niet?”

Charlotte Scheerens: “De meeste mensen willen gewoon rondkomen iedere maand. Dat geldt ook voor de gele hesjes – die zijn niet tegen klimaatbeleid, hè.” Beeld Karel Duerinckx

Charlotte: “Ik vind dat een gevaarlijke theorie. Bovendien willen juist de ontwikkelingslanden de strengste maatregelen op de klimaatonderhandelingen, omdat ze het grootste slachtoffer zijn. Ze beseffen zelf dat ze de slinger niet zover kunnen laten doorslaan.”

Ineke: “Ik snap jullie bezorgdheid. Maar ik woon hier in België, in Gent. Dus laat ik eerst hier iets proberen. Dat gaat ook om mijn persoonlijk geweten: ik wil geen té rotte wereld voor mijn kinderen en kleinkinderen. Ik ben niet perfect, maar ik wil wel leven vanuit een bepaalde integriteit, zodat ik mezelf nog in de spiegel kan kijken. En vaak kaderen die kleine acties dan toch weer in een bredere golf in Europa. Zo kwamen de plastic attacks uit Bristol. Ik veeg wat voor mijn eigen deur, akkoord, maar als je op het wereldniveau focust, dan slaap je volgens mij niet meer.”

Kunnen we dan niet beter gewoon vertrouwen op een oplossing vanuit de wetenschap,  in plaats van in allerijl te consuminderen?

Charlotte: “Maar dan steek je alles op de wetenschap, die het maar even moet oplossen, en intussen doen wij aan je-m’en-foutisme. Dat is de verantwoordelijkheid afschuiven. Er moeten wel nog bepaalde technologieën verder ontwikkeld worden, zoals dat debat rond carbon capture utilization. Maar dat is zeker niet de enige verandering op tafel. Het is een en-enverhaal.”

Marieke: “Er is vooral moed en visie nodig. Kijk naar Rwanda: dat werd een van de eerste landen dat plastic zakjes verbood. Ik weet niet wat het politiek regime daar is, maar in ons land gaat het wel erg traag om die beslissingen erdoor te krijgen. Daarom moet Europa een belangrijkere rol spelen, ook als het gaat om geld en bedrijven.”

Op welk vlak swingt jullie eigen voetafdruk nog de pan uit?

Marieke: “Op welk vlak niet? Ik neem nog het vliegtuig, ik heb een auto en koop best nog veel plastic verpakkingen in de winkel. Thuis eet ik geen vlees of vis, maar bij iemand anders eet ik wat de pot schaft. Eigenlijk maak ik in alles vrij opportunistische keuzes. Ik doe aan wasbaar luieren, niet alleen omdat ik niet elke dag kilo’s chemicaliën wil weggooien, maar vooral omdat het goedkoper is. Hetzelfde met het aankopen van tweedehandsspullen. Als wij vroeger een zak kleren van iemand kregen, waren dat ‘afdankertjes’. Nu heeft de circulaire economie niet meer dat stigma, en bespaar je er veel geld mee. Ook vind ik het comfortabeler om de trein en de blue-bike te nemen, dan in de file te staan. Ik denk dat dat voor veel mensen geldt: ze leven enkel duurzamer als het hen ook een extra voordeel of comfort oplevert. En daarmee sus je je geweten.”

Ineke: “Maar daar gaat het ook om: als die eerste ‘duwers’ ervoor zorgen dat die blue-bikes er komen, is dat al een serieuze stap vooruit. Zelf ben ik alleenstaande moeder, dus als een verplaatsing 50 euro met het vliegtuig kost of 250 euro met de trein, is de beslissing snel gemaakt. Ik heb ook een auto. Anderzijds verdient  de economie aan mij niet veel. Ik koop heel weinig – ik kán het niet, voor de planeet. Ik eet amper vis en vlees. Ik maak zelf mijn verzorgingsproducten. De volgende stap is mijn eigen poetsproducten maken, vooral als uitdaging. Maar je hoeft dat zeker niet allemaal te doen om eraan te beginnen. Je kiest je eigen strijd.”

Charlotte:  “Inderdaad, anders moet je al bijna onder een steen leven om niets uit te stoten. Ik vind het vooral belangrijk om er bewust mee bezig te zijn, en de andere opties om ergens te geraken op z’n minst te checken. Ik kook thuis veganistisch, maar kijk ook niet met een vies gezicht naar het bord van wie wel vlees eet. Laatst gaf iemand toe dat hij me niet meer durfde uit te nodigen, omdat hij niet wist wat ik nog at. Dat wil ik absoluut vermijden.”

Verliezen jullie zelf nooit de moed, bijvoorbeeld als jullie die klimaatcijfers horen?

Charlotte: “Ik voel wel dat we nu in een sense of urgency zitten. Als de uitstoot nu niet drastisch daalt, komt er een overshoot en wordt het nog veel erger. We kunnen ons daar dan niet meer zomaar aan aanpassen, die bosbranden en orkanen zullen extreem veel mensenlevens eisen. Als we binnen vijf jaar geen ambitieus plan hebben, hou ik mijn hart vast.”

Ineke: “Maar dat is al sinds de jaren 80 zo. Ik ben nog gaan betogen tegen de kernraketten, toen sprak iedereen ook over
urgency.  En nu draait alles nog steeds op volle toeren. Iets wat me altijd is bijgebleven is wat Paul Watson van Sea Shepherd (non-profitorganisatie die het leven in zee beschermt, red.) me zei: we leven in een steeds meer vervuilde wereld, maar we beseffen het niet. We maken het kapot voor onszelf, maar de mens is ook een creatief wezen. Hij zal blijven oplossingen bedenken.”

Marieke: “We mogen vooral niet vergeten benoemen wat wél goed gaat. Ik heb veel hoop in de jonge generatie.”

Charlotte: “Natuurlijk! Die opkomst voor de klimaatmars was hallucinant. Het was na de Witte Mars de grootste burgermars in België. Kinderen namen hun ouders mee, niet omgekeerd. Ik krijg er kippenvel van nu ik er weer aan denk. Vrijwilligers spreken er nog over hoeveel energie ze daarvan kregen, daar teer je maanden op.”

Ineke: “Er beweegt van alles, maar die dingen hebben tijd nodig. Mijn liefde voor de burger is tijdens Mei Plasticvrij gigantisch gegroeid. Zoveel mensen zetten zich belangeloos in, zelfs al is het voor iets kleins als soep- en repaircafés, of babytheken. Zij zijn de samenleving, daar zit het hart. En helaas is dat langetermijnwerk. Maar net zo, door bottom-up te blijven stuwen en duwen, zullen ook anderen volgen. Eerst wat kleine bedrijfjes, dan misschien producenten en supermarkten. En tenslotte, als ze écht niet anders meer kunnen, ook de politiek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden