Donderdag 02/02/2023

'Ik moet acteren. al de rest is bijkomstig'

Histoire des larmes van Jan Fabre werd deze zomer op het festival van Avignon op gemengde gevoelens onthaald. Voor de voorstellingen in Antwerpen werd er geschaafd tot het goed zat. 'Nu zijn we er klaar voor', zegt François Beukelaers (67). Zijn huis in Brussel verraadt een grote liefde voor kunst en boeken. Het Franse dagblad krant Libération ligt opengeslagen op tafel, er speelt avant-gardemuziek waar hij helemaal in opgaat. Alert, op de hoogte, mee met de tijd. Geen wonder dat een veeleisende theatermaker als Fabre bij Beukelaers uitkomt.

Betty Mellaerts

Foto Stephan Vanfleteren

Is met Jan Fabre werken uiteindelijk een hel of een hemel?

"Een nieuw stuk heeft geen referentiekader omdat het nog niet eerder gespeeld werd. Het is dus zoeken en zwoegen, maar eigenlijk is dat voor elke productie zo. Maar Fabre is een heel ernstig mens. Hij zevert niet en werkt ongelooflijk hard, je gaat dus heel snel naar de essentie. Voor Avignon hadden we nog wat tijd moeten hebben, maar nu vind ik dat het een heel mooie voorstelling is geworden. Om in deze tijd van liberalistisch kapitalisme te durven spreken over het geloof in de mens, dat vind ik heel moedig. Wie nu twintig is, heeft geen enkele utopie. Nergens meer in de wereld. Er is alleen het kortzichtige winstbejag waarmee we veel kwaad berokkenen aan de toekomst van de volgende generaties. In deze context zeggen: jongens stop ermee, we moeten iets spiritueels in ons lijf steken, is een discours dat ik elders niet rond mij zie."

Hoe ervaart u het als het publiek het maar niks vindt wat u doet?

"Het publiek heeft altijd gelijk, maar dat wil niet zeggen dat ik geen gelijk heb. In het geval van Fabre weet ik bijvoorbeeld pertinent dat wij juist zijn. Theater is een dialoog die wel eens moeizaam op gang komt en soms heeft een artiest te vroeg gelijk. Maar hij moet altijd doen wat hij denkt te moeten doen en zich niet plooien naar de smaak van het publiek. Daar komt het publiek ook niet voor. Hét publiek bestaat trouwens niet, in Avignon waren duizend individuen aanwezig. Ik heb vaak meer twijfels over succes dan over een voorstelling die niet aanslaat. Als iedereen tevreden is, kan het best zijn dat je niet ver genoeg bent gegaan. Eigenlijk moet je je voortdurend vragen stellen. Dat vind ik ook in een relatie. Ik denk geregeld: ben ik wel aandachtig genoeg geweest? Heb ik wel de juiste woorden gezegd? De antwoorden komen vanzelf."

Wat was uw utopie toen u twintig was?

"Ik kom uit het socialisme. Ik heb Marx nog gelezen en ik vind dat het marxisme iets blijft om over na te denken. Dat de rijkdom in de wereld een beetje beter verdeeld moet worden, lijkt mij evident. Dat arbeid niet opgeslagen kan worden zoals geld en geen interest oplevert, is nog altijd een juiste analyse van de situatie waarin veel mensen zich bevinden. Spijtig genoeg werd de theorie nergens gerealiseerd, maar dat komt door de politici. Als zij zich ermee bemoeien, is het meestal vlug om zeep. Zij zijn alleen maar met macht bezig. Om te zien wat er rondom je gebeurt, moet je heel alert blijven en gevoelig. Dat gommen politici weg en bovendien zijn ze behoudsgezind. Eigenlijk is iedereen dat. We willen het liefst op onze plaats blijven en niet meer bewegen. Maar dat is het einde natuurlijk, dan ben je bij de dood."

Wat is het verband tussen uw aandacht voor de maatschappij en het theater?

"Het theater is altijd de stem van de polis geweest. In Hamlet zegt Shakespeare: 'To hold as 'twere the mirror up to nature.' We moeten naar onszelf leren kijken. Het theater - en dat zie ik heel breed, want een rock-'n-rollconcert is ook theater - is tegenwoordig de laatste plaats waar mensen elkaar ontmoeten. Daar kan de stem van de democratie ontstaan. Wat je op een podium ziet, roept vragen op over wie we zijn en waar we mee bezig zijn. Daarom moet theater altijd hedendaags zijn."

Hoe bent u te weten gekomen dat de theaterwereld aan het evolueren was?

"Ik studeerde architectuur in La Cambre. Eigenlijk wou ik schilder worden, maar mijn moeder was daar niet voor te vinden en architectuur was een compromis. Ik heb dat ook graag gestudeerd, toch tot in het derde jaar. Toen moesten we lastenboeken maken en opvolgen, dat was niets voor mij. La Cambre was een heel avant-gardistische kunstschool met buitengewoon interessante professoren, er werd enorm veel gediscussieerd. Teirlinck was er directeur en gaf Nederlands. We besloten studententoneel te maken en voerden Ionesco op en Beckett. Teirlinck kwam eens kijken en riep me bij zich. 'Si vous voulez faire du théâtre, il faut aller à mon école à Anvers', zei hij. Ik wist zelfs niet dat die school bestond. Toen ben ik toelatingsexamen gaan doen bij Studio."

Waarom wilde u schilder worden?

"Omdat ik dacht dat ik iets mee te delen had. Het kwam voort uit een enorm onbehagen. Ik ben geboren in 1938. Tijdens de oorlog hadden de Duitsers heel Europa artistiek lam gelegd en toen ik vijftien werd, was Amerika het enige wat me interesseerde. Daar hadden ze niet stilgestaan. Faulkner, jazz, de Amerikaanse film, Jackson Pollock. Toen ik ze ontdekte, was dat een schok. Daarmee vergeleken was Europa een continent van oude mensen. Ik dacht: ik moet met mijn energie iets doen om dat te veranderen. Velen van mijn generatie hadden toen de roeping om te schrijven en te schilderen."

Was u daarin ook opgevoed?

"Helemaal niet. Mijn ene grootvader maakte sierbanden voor plafonds en de Beukelaersen zaten in de voedingssector. Maar ik had vrienden in de kunstwereld en we ontmoetten elkaar veel. Naar jazz luisteren, nachten discussiëren over het existentialisme. Die dingen. De druk van de katholieke kerk was ook enorm, censuur bestond nog. Er was nog geen pil toen ik achttien was, wat de relatie met een vrouw erg ingewikkeld maakte. We hadden de indruk dat we in een vreemde, autoritaire, gesloten gemeenschap leefden waarin we amper konden ademen. Velen wilden eruit en we hadden voorbeelden. De tentoonstelling Vijftig jaar moderne kunst in Brussel was een revelatie, net als voor het eerst een opvoering meemaken van het Amerikaanse Living Theatre. Tillemans was hier met Brecht al wel humanistisch en geëngageerd bezig, maar hij gaf nog een vrij gehoorzame lezing van de teksten. Bij het Living Theatre gingen ze zichzelf niet meer uit de weg. Zij deden mijn ogen opengaan."

Schilder, architect, acteur, had u in het theater het gevoel eindelijk thuis te komen?

"Absoluut. Dat had ik in 1961 al gevoeld, toen ik met Charles Cornette Theater 61 had opgericht. Al de rest was van dan af duidelijk bijkomstig. Nog altijd vind ik de scène op mogen een geschenk. Spelen is bijna hetzelfde als ademen: ik kan niet zonder. Daarom hoop ik het te doen tot ik niet meer kan.

"Alleen helemaal in het begin, in de KNS in Antwerpen, waren er rollen die ik niet graag heb gespeeld. Theater was toen een vreemdsoortig gedoe waar men probeerde te doen alsof men gecultiveerd was, heel burgerlijk. Het moest mooi en succesvol zijn en ik haatte dat. Ik vond met Herman Teirlinck dat theater een veel belangrijker functie had. Maar naar Teirlinck werd niet geluisterd. Later hebben mensen als Walter Tillemans voorzichtig de weg geëffend, maar het is pas de generatie van de jaren tachtig die de gehoorzaamheid heeft afgelegd, met alle erkenning van dien. Op dit ogenblik hoort Vlaanderen bij het beste theater in Europa.

"Ik wilde zo snel mogelijk weg uit de KNS, maar een alternatief bleek niet zo gemakkelijk te vinden. De KVS in Brussel was geen optie. Men speelde zoals in Antwerpen en bovendien was het een Vlaams getto met strijdtoneel. Maar voor nationalisme of propaganda dient theater niet. Gent was een andere wereld. Ik ben toch heel erg van Brussel, niet van Vlaanderen. Eigenlijk waren er geen alternatieve Nederlandstalige gezelschappen in Brussel en dus ben ik gedurende vijftien jaar bij Varia gaan spelen, in het Frans. Heel boeiende tijden. Pas toen Jan Goossens en Danny Op de Beeck de KVS onder hun hoede namen, is alles veranderd. Het is een theater in de stad geworden dat speelt voor de mensen die hier leven, werken en wonen. Ik ga er nu met plezier aan de slag."

Hoe moeilijk is het om een onafhankelijk acteur te zijn?

"Het heeft met je talent te maken en met wat er op de markt nodig is. Soms zit je al eens in een gat, maar dat is tegenwoordig voor veel mensen zo. Wie is nog zeker van zijn job? Ik heb nooit echt zonder werk gezeten. Je kunt altijd zelf voorstellen doen en met mensen gaan praten. Je hebt tenslotte voor de vrijheid gekozen, misschien wel het belangrijkste dat een mens bezit. Dan moet je niet verwachten dat men alles voor jou zal doen. Maar het is af en toe best moeilijk om niet in de gehoorzaamheid te duiken om toch maar een levensstijl in stand te houden. Het cliché te vermijden, niet mee te huppelen in de rentabiliteit van ideeën, een enkeling durven te zijn. Ik heb het nodig om op mezelf te zijn en wat te ademen. Proberen te begrijpen waar het allemaal over gaat."

U bent geboren met een spierafwijking in uw nek die uw jeugd enorm belast heeft.

"Een torticolis de naissance noemen ze dat. Een spier die vastzit aan het sleutelbeen en die ze maar kunnen opereren wanneer je een jaar of acht bent en de spier volgroeid is. Na die operatie moest ik twee jaar een enorm zware en grote helm van gips rond mijn hoofd dragen. Ik kon er bijna niet mee lopen, ik kon alleen maar in bed zitten en lezen. Andere kinderen leren op die leeftijd met de knikkers spelen en voetballen. Ik kon dat niet en was op alles achter. Ik kon ook niet naar school. Eén keer ben ik mezelf gaan voorstellen aan mijn nieuwe klas. Mijn groottantes hadden een lange, brede sjaal gebreid om over die helm te leggen tegen de regen. Ik kom die klas binnen en iedereen schiet gewoon in de lach, ik leek een marsmannetje. Ik herinner het me niet, maar dat moet verschrikkelijk geweest zijn. Maar als je spreekt over een belasting in mijn jeugd: er was nog mijn vader die zelfmoord pleegde voor mijn geboorte. Dat is ook een slag. Ik heb dat pas vernomen toen ik al veertien was. Voordien had ik me geen vragen gesteld over wat er met hem was gebeurd. Hij was er gewoon niet."

Hebt u het uw vader kwalijk genomen?

"Dat doe ik nog. Ik heb niet over andere mensen te oordelen, maar een zoon moet de kans krijgen om zijn vader te vermoorden. Dat kan ik niet. Hij zal het niet meer aangekund hebben, zeker. Ik heb er een beetje onderzoek naar gedaan, maar niemand kan me zeggen waarom hij het gedaan heeft. Ik denk dat hij een beetje te veel schulden had. Hij had ook een zwaar motorongeluk gehad in Francorchamps, met een schedelbreuk waardoor ze een zilveren plaat in zijn hoofd hebben moeten zetten. Mijn moeder vertelde dat hij daar bij veranderend weer enorm veel pijn kon van hebben. Ik weet niet of dat zo is. Maar door zijn dood voelde ik me wel anders dan de anderen en op mijn achttiende, toen ik mijn persoonlijkheid begon te construeren, mystificeerde ik dat zelfs. Ik dacht: het zal mij ook overkomen. Je begint er een beetje mee te spelen en soms als het je uitkomt, gebruik je het."

In hoever heeft de oorlog waarin u bent opgegroeid een invloed op u gehad?

"Weinig. Ik heb nog beelden van de bevrijding. Toen zag ik voor het eerst de Belgische vlag en sinaasappels. Na 1945 was er enorm veel armoede. De mensen droegen overjassen die gemaakt waren van dekens. Pas toen ik een jaar of twaalf was, kwam alles weer op gang. Wij woonden toen in Vilvoorde. Goede herinneringen heb ik daar niet aan, maar we geraakten snel in Brussel, dat was al iets. En die stad was in de jaren vijftig enorm in beweging. In L'Hôtel du Grand Miroir, tegenover het centraal station, waar Baudelaire nog geslapen heeft, hadden veel artiesten een atelier. Corneille, Alechinsky, Reinhoud D'Haese. Ook het filmmuseum en het Paleis voor Schone Kunsten leefden volop en de kleine Beenhouwersstraat was een kunstenaarswijk, met het jazzcafé La Rose Noire. In de loop van de jaren evolueert de activiteitskern van zo'n stad, maar ik zou niet zonder Brussel kunnen. Ik heb maar één keer aan weggaan gedacht, toen ik een voorstel kreeg om in Parijs te werken. Het is er niet van gekomen omdat mijn dochter hier op school zat en omdat ik een tegenvoorstel kreeg van Maurice Béjart. Misschien was ik ook wel bang om te vertrekken. Parijs is toch enorm veel stress. Onbewust zal ik wel gekozen hebben voor de juiste oplossing."

Waar krijgt u dan stress van?

"Als het slecht gaat met mijn dochter. Omdat ik daar niks aan kan doen. Totaal afhankelijk zijn van een ander. Je weet hoe het zou moeten, maar je kunt niets doen."

U blijft enorm op de hoogte van politiek en cultuur. Hoe blijft u zo alert?

"Door vertrouwen te hebben in de mensen, ook in wie veertig jaar jonger is dan ik. Culturele bagage vind ik zever. Hoe meer je weet, hoe meer referenties je hebt, dat is zo. Maar The Beatles en Bob Dylan waren twintig jaar toen ze de wereld veranderden. Sommige wetenschappers hebben op die leeftijd grote inzichten. Mensen die zichzelf autoriteit geven of macht, vernietigen zichzelf. Je kunt niet aan je omgeving blijven bewijzen dat jij het allemaal beter weet en de beste bent. Er komt altijd iemand die beter is, anders zou de tijd stilstaan. In dat opzicht is de nieuwe raad van bestuur van Flagey een verschrikking. Daar zit geen enkele jonge mens tussen. Wat gaan die daar organiseren? Kaartavonden voor bejaarden? Maar dat ik vertrouwen heb in de mens komt ook omdat ik nogal een goed leven heb gehad en nog heb, een leven waarmee ik in harmonie ben. Daardoor ga je aan de positieve kant staan."

Als jonge mensen de wereld veranderen, hoe moeilijk is het dan om ouder te worden?

"De sleet, dat is erg. De mens is gemaakt om te sterven op zijn 36ste. Ik zal er nu 68 worden, dat is bijna belachelijk. Die machine is daar niet voor gemaakt. En dus ben je een beetje jaloers op wat de jeugd kan en wat jou niet meer lukt. Maar ik begrijp alles nog wel. De boeken die ik lees, de kunstwerken die ik zie. Ik voel me voorlopig nog niet uitgesloten uit de creatieve wereld."

Bent u ongerust dat de slijtage ook in uw geheugen zal toeslaan?

"Zeker. Ik moet daar nu voor de rest van mijn dagen 's ochtends voedingssupplementen voor nemen. Dat is niet erg. Je mag het alleen niet vergeten."

Heeft het ook een voordeel om een zekere leeftijd te hebben in het theater?

"Ik weet het niet. Vroeger was het theater een imitatie van het leven, alleen een beetje heftiger. Een oude man werd gespeeld door een oudere acteur en een vrouw door een actrice. Nu is de taal totaal veranderd. Iedereen kan om het even wat spelen. De leeftijd heeft geen belang meer, het gaat om persoonlijkheid. Dat is een enorme bevrijding. Men vraagt je om wie je bent, niet omdat je de juiste leeftijd of het juiste geslacht hebt.

"Maar de concentratie neemt af met de jaren. En concentratie is energie. Fabre kan twaalf uur geconcentreerd werken, die heeft een waanzinnige energie. Vroeger kon ik ook een dag en een nacht aan een stuk werken of tot vier uur uitgaan en om negen uur op de repetitie staan. Dat is allemaal verleden tijd."

Hebt u misbruik gemaakt van uw lijf?

"Na '68 stonden de sluizen toch allemaal open. Mijn generatie heeft in die jaren alles een beetje laten hangen, het kon niet op. We leefden heel slordig, van dag tot dag. Er was enorm veel zuurstof, een golf waarop iedereen zich liet meedrijven. Maar toen die voorbij was, zat iedereen op zijn gat en vroeg iedereen zich af wat er gebeurd was. Toen zijn de yuppies verschenen en zij wilden wat geld op tafel.

"Over geld had ik veel vroeger al een mooie les gekregen, van mijn grootvader met wie ik een enorm goede relatie had. Door het feit dat mijn vader gestorven was, had ik geërfd. Er werd een raad van voogden samengesteld, maar de vader van mijn moeder zat daar niet bij. Daar was hij heel kwaad om. Op een dag was er een vergadering met de voogden en toen ik buiten kwam, vroeg mijn grootvader: 'Wat hebben ze over geld gezegd?' Ik antwoordde: 'Dat ik voorzichtig moet zijn.' Hij liet niet af, stelde de vraag nog eens en ik gaf hetzelfde antwoord. Hij zei toen: 'Luister, geld heeft geen functie. Je moet er alleen voor zorgen dat je genoeg hebt om binnen te kunnen gaan waar je vrienden binnengaan.' Wel, dat vind ik nog altijd heel schoon."

Histoire des larmes van Jan Fabre, met onder meer François Beukelaers, is te zien in deSingel in Antwerpen op zaterdag 10, dinsdag 13, woensdag 14 en donderdag 15 december, telkens om 20 uur.

'Ik heb niet over andere mensen te oordelen, maar een zoon moet de kans krijgen om zijn vader te vermoorden'

'Culturele bagage vind ik zever. The Beatles en Bob Dylan waren twintig jaar toen ze de wereld veranderden'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234