Woensdag 24/04/2019

onderwijs

“Ik moest stewardess worden, omdat ik lange benen had”: de idiote studieadviezen van PMS en CLB

Advocaat Griet Cnudde. Beeld Stefaan Temmerman

Nadat Zuhal Demir (N-VA) in Die Huis op Eén had gezegd dat ‘het PMS’ in haar een naaister zag, werden op sociale media vernietigende PMS-verhalen gedeeld. “Fuck die klootzakken van het PMS!” Is er in de huidige Centra voor leerlingenbegeleiding meer vertrouwen?

In het Eén-programma Die Huis blikte staatssecretaris Zuhal Demir vorige week terug op leven en werk so far. Dat ze geluk heeft gehad, zei ze. Het PMS (Psycho-medisch-sociale centra) had haar op het einde van haar lagereschooltijd afgeraden om Latijn te studeren. “Ga maar iets technisch doen. Naaien of zo.” Toen ze wat later een leraar Latijn tegen het lijf liep, toonde ze hem het cijfer op haar laatste rapport: 87/100. De latinist ging met de prille Demir naar het secretariaat en sommeerde de pennenlikker van dienst om haar in te schrijven voor Latijn. Toeval bestaat niet, kun je dan denken, maar wat als die leraar Latijn niet naar de dienst inschrijvingen maar naar zijn thermoskan in de leraarskamer was gesloft?

Het verhaal van Zuhal Demir is bepaald geen eenakter. Als je mag afgaan op de vele PMS-getuigenissen die na haar verblijf in Die Huis gedeeld werden, hebben de voormalige PMS-centra meer getraumatiseerde adolescenten op hun geweten dan Chucky en Freddy Krueger samen.

Wanneer ik Patrick van Rosendaal, oprichter van het New Yorkse stadsgidsenbedrijf BE NY, aan de lijn krijg, luiden zijn eerste woorden: “Fuck die klootzakken van het PMS.” Een paar tellen later licht hij zijn gefoeter op beminnelijke wijze toe. “Toen ik zestien was, zei het PMS mij dat ik naar een technische school moest gaan. Dat had niks te maken met mijn capaciteiten, maar alles met mijn gedrag. Ik had in die periode wat moeilijkheden met mezelf en ­compenseerde dat met een rebelse houding. Vandaar dat PMS-advies: de school wilde gewoon van mij af.”

“Ik vind het nog altijd onrechtvaardig dat er toen zo hard over mij geoordeeld werd. Ik was in het derde middelbaar zeker niet de meest voorbeeldige versie van mezelf, maar was dat een reden om te zeggen: ‘Van Rosendaal, bol het maar af?’

“Ik heb daar lang onder geleden. Zelfs toen ik al in de financiële sector werkte, voelde ik me nog altijd minder bekwaam dan mijn collega’s. Want ‘ik was niet goed genoeg voor het aso’. Het goeie nieuws is dan weer dat het PMS mij zo hard heeft gekrenkt, dat ik er een levenslange strijdvaardigheid aan heb overgehouden. Om het met een oude Adidas-slogan te zeggen: ‘Impossible is nothing’.”

Ook advocaat Griet Cnudde wordt niet vrolijk als ze terugdenkt aan de PMS-interventies uit haar middelbareschooltijd. “Volgens het PMS had ik twee opties: kleuterleidster worden, omdat ik graag gekke gezichten trok, of als stewardess aan de slag gaan – omdat ik lange benen had en niet kon stilzitten. Dat waren platitudes in plaats van adviezen, natuurlijk, maar mijn moeder vond niettemin dat ik de raadgevingen van het PMS niet compleet kon negeren: in die tijd was het woord van een PMS-medewerker wet.

Griet Cnudde. Beeld Stefaan Temmerman

“Gelukkig won mijn koppigheid het van het PMS-advies: ik ben eerst communicatiewetenschappen gaan studeren en later rechten, wat ik eigenlijk al meteen na het middelbaar had willen doen. En die studies lagen mij ook: ik sloot mijn universitaire loopbaan af met grote onderscheiding.

“Moraal van het verhaal: als kinderen zélf geloven dat een bepaalde studierichting voor hen de juiste is, moet je hen ernstig nemen. Dat heeft het PMS bij mij en vele anderen niet gedaan. Integendeel: toen ik vertelde dat ik rechten wilde studeren, raadden ze mij dat ten zeerste af. Zonder redenen.

“Het moet zijn dat ook het PMS destijds doordrongen was van die typisch Vlaamse, katholieke slavenmoraal: ‘Wij zijn klein en nietig. Laten we maar niet te hoog mikken.’ Wat uiteraard onzin is. Wie een diploma van het middelbaar onderwijs behaalt en een zekere wilskracht heeft, kan in principe om het even welke hogere studie aan.”

Eens werkvolk, altijd werkvolk

Plus est en vous’, zei hertog Lodewijk van Gruuthuse al in de 15de eeuw. Het zijn woorden die schrijfster Ann De Craemer als elfjarige duts graag gehoord had. In een column voor deze krant schreef ze dat het PMS haar ooit meedeelde dat aso ‘voor een arbeiderskind als zij veel te moeilijk zou zijn’. Een staaltje van sociaal-economische profiling waar zelfs opper-Knokkenaar Leopold Lippens jaloers op zou zijn.

Harry Demey, CEO van het reclamebureau LDV United, herkent zich in het verhaal van De Craemer. “Ook mijn ouders waren arbeiders. Toen ik 14 was, adviseerde het PMS me om een technisch beroep te leren. Dat ik twee linkerhanden had maar wél erg goed was in talen, was hen ontgaan. Mijn ouders negeerden het PMS-advies, maar dat vonden mijn leraars dan weer niet goed. ‘Hier zie: het ventje dat zich te goed voelt voor de vakschool’, kreeg ik vaak te horen. Ik zou kunnen beweren dat die ervaring mij gehard heeft, maar de waarheid is dat ik ervan afgezien heb. Er werd gefocust op wat ik níét kon; mijn talenten werden genegeerd.”

Net als arbeiderskinderen kregen ook kinderen van vreemde origine vaak te horen dat het status quo voor hen het hoogst haalbare was. Meyrem Almaci, voorzitter van Groen: “Ik was de beste leerling van de klas. En toch raadde het PMS mij aan om in het middelbaar snit en naad te gaan doen. Vermoedelijk zelfs met de beste bedoelingen. Men ging er in die tijd van uit dat het bij de Turken de gewoonte was dat de meisjes huisvrouwen werden en de jongens handarbeiders. Het PMS wilde ons niet ontwrichten. (
lacht)

Meyrem Almaci (Groen): “Ik had andere dromen. Dus ik heb gebluft.” Beeld bob van mol

“Alleen: ik had andere dromen. En dus heb ik gebluft. Normaal gezien kwam de directrice bij migrantengezinnen langs om de meisjes persoonlijk in te schrijven. Ik loog dat dat bij mij geen zin had omdat mijn ouders in Turkije waren. Maar dat ze er wél op stonden dat ik aso zou doen. Ik heb geluk gehad dat de directrice toen niet geëist heeft om mijn mama te zien. En dat mijn vader later zei: ‘Je bent aan dat aso begonnen, maak het nu ook maar af’.”

Arrogante klojo’s

Het PMS werd in 1949 opgericht om meer leerlingen te laten doorstromen van het lager naar het middelbaar onderwijs. Dat ging een tijdlang goed, tot de PMS-centra in de jaren 60 en 70 uitbesteed werden aan zogenoemde ‘schoolexterne diensten’: de psychologen die bij het grote publiek bekend werden als ‘de testers’. Meer en meer ouders begonnen de PMS-medewerkers te zien als over het paard getilde klojo’s: wauwelaars die op basis van lachwekkende vragenlijsten een weinig gefundeerd oordeel velden over de toekomst van hun kinderen.

‘Uw zoon is een eenzaat. Hij moet kapitein op de lange omvaart worden.’ Hebben de in het jaar 2000 opgerichte Centra voor Leerlingenbegeleiding de kwalijke reputatie van hun voorgangers inmiddels van zich afgeschud?

Volgens Dries Vandermeersch, CLB-directeur van het gemeenschapsonderwijs in Brussel, is er veel veranderd. “Het PMS vertrok van de vraag: welke werkkrachten heeft de maatschappij nodig? Het CLB vertrekt van de interesses van de leerlingen: wat willen zíj met hun leven aanvangen? Ook al heeft de economie behoefte aan STEM-afgestudeerden (Science, Technology, Engineering, Mathematics, red.), als je eigen interesses elders liggen, zal het CLB niet zeggen: ‘Tut-tut, STEM is de toekomst, jij móét dat doen.

“Het PMS werkte volgens het specialistenmodel: één deskundige bepaalde op basis van testen welke richting een leerling het best kon uitgaan. Het CLB kiest voor een participatief model: we laten de leerlingen zélf een keuze maken en begeleiden hen daarbij. Door met hen te praten over hun interesses en capaciteiten, maar ook door hen zelftests aan te reiken en hen wegwijs te maken in het enorme aanbod van studierichtingen.

Een van de verwijten aan het adres van het PMS was dat het een knorrige, ambities fnuikende machine was: in PMS-adviezen lag de klemtoon meer op wat je níét kon dan op het potentieel dat je had. Benadert het CLB de nog tot wasdom komende adolescentenzielen op een motiverender manier? “We durven nog steeds te betwijfelen of een bepaalde opleiding voor iemand wel haalbaar is”, zegt Dries Vandermeersch. “Alleen zeggen we dan niet langer: ‘Jij gaat dat niet kunnen’. We zeggen: ‘Het zal moeilijk worden, maar het is niet onmogelijk’. Zelfs leerlingen die metaalbewerking hebben gedaan, zullen van ons niet te horen krijgen dat ze geen politieke en sociale wetenschappen mogen studeren. Wel zullen we hen wijzen op de hindernissen die ze kunnen ondervinden en op de mogelijkheden die er zijn om de hiaten in hun kennis op te vullen.”

Amerika vs. Vlaanderen

Tot zover de theorie. Wat zegt de praktijk? Volgens Louis Ingelaere, oprichter van creatief-designbureau PlayCo, ziet het CLB nog altijd meer halflege dan halfvolle glazen. “In het zesde middelbaar vertelde het CLB me dat ik beter niet naar de universiteit kon gaan. Ik heb mijn schouders opgehaald, ben aan de VUB communicatiewetenschappen gaan studeren en slaagde elk jaar zonder noemenswaardige moeilijkheden. Het probleem van de CLB’s is dat ze hun oordeel baseren op één enkel criterium: je capaciteit om kennis te reproduceren. Creativiteit, ondernemingszin, people skills: dat soort vaardigheden zien ze gewoon niet.

“Het CLB kijkt inderdaad naar een erg beperkte set van talenten”, vindt ook Inge Smidts, CEO Cable & Wireless bij Liberty Global, het moederbedrijf van Telenet. “Hoe goed ben je in talen en hoe sterk ben je in wiskunde? Dat is zowat het enige waar de CLB’ers naar kijken. Twee jaar geleden hebben ze mijn toen twaalfjarige zoon afgeraden om moderne te doen. We hebben hem toch ingeschreven en wat bleek: hij draaide moeiteloos mee. Ondertussen volgt hij in Miami het Amerikaanse equivalent van moderne en ook dat doet hij uitstekend.

“Het minste wat je dus kunt zeggen, is dat het CLB zijn potentieel niet correct heeft ingeschat. In Amerika zouden ze het niet in hun hoofd halen om tegen een kind te zeggen: ‘Jij kunt dit niet’. Amerikaanse scholen gaan ervan uit dat elk kind talenten heeft en dat het aan de leraars is om die te vinden en verder te ontwikkelen.”

Gewezen Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (sp.a) – die van het PMS zélf het advies kreeg om naar het tso te gaan en later met grote onderscheiding licentiaat in de rechten werd – ziet nog een ander heikel punt in onze leerlingenbegeleiding: het vroege tijdstip waarop de scholieren een studiekeuze moeten maken. “Kinderen van 12 mag je nog niet in een hokje dwingen. Op die leeftijd weten ze vaak nog niet wat ze willen en kunnen. Begrijpelijk: hoe kun je nu weten of je appelsap lust als je alleen nog maar sinaasappelsap hebt gedronken?

“Onze kinderen zouden hun studiekeuze moeten kunnen uitstellen tot ze 14 of 16 zijn. Zoals het in andere succesvolle landen gebeurt. Helaas heeft de Vlaamse regering met de recente onderwijshervorming een unieke kans laten liggen om het studiekeuzemoment te verleggen. Dat onze leerlingen zo vroeg over hun toekomst moeten beslissen, is dus niet de fout van het CLB.”

Pascal Smet (sp.a): “Kinderen van 12 mag je nog niet in een hokje dwingen. Op die leeftijd weten ze vaak nog niet wat ze willen en kunnen.” Beeld Stefaan Temmerman

“Het CLB kan niet alles rechttrekken wat er in het onderwijssysteem fout loopt”, beaamt Meyrem Almaci. “Uit elk onderzoek blijkt dat de portemonnee en de opleiding van de ouders nog altijd voor een groot stuk bepalen in welke studierichtingen hun kinderen terechtkomen. Maar dat kun je het CLB niet verwijten. Het onderwijs in zijn geheel zou meer aandacht moeten hebben voor kansarme kinderen.

“Wat het CLB wél kan doen, is proactiever te werk gaan. Nu komt het pas in actie als er door ouders of leerlingen een vraag wordt gesteld. Maar mensen uit kansarme milieus ervaren vaak een drempel om zelf naar officiële instanties te stappen. Waardoor ze niet zelden de nodige hulp mislopen.”

Samengevat: er is nog werk aan de CLB-winkel. Toch pleit zelfs Patrick van Rosendaal ondanks zijn barre herinneringen aan het vroegere PMS voor relativeringszin. “Als vader van een driejarige dochter hunker ik in Amerika soms naar het goeie, voor iedereen toegankelijke Vlaamse onderwijssysteem. In New York zie ik voor mijn dochter maar twee mogelijkheden. Of ik stuur haar naar een privéschool en betaal daar elke maand 2.000 dollar voor. Of ik verhuis naar een betere buurt – waar de betere publieke scholen zijn – en betaal maandelijks 2.000 dollar extra huur. Om maar te zeggen: vergeleken met de onderwijsproblematiek in Amerika is het al dan niet optimaal functioneren van het CLB een luxeprobleempje.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.