Maandag 14/10/2019

'Ik moest kiezen tussen het avondeten en de Nederlandse les'

Veertien jaar geleden vluchtte hij als staatloze Palestijn van Damascus naar Brussel. Ondertussen is Majd Khalifeh (33) VRT-journalist, Belg, getrouwd en vader. En is er een boek over de identiteit die hij hier heeft gezocht. 'Ambities om een Vlaamse Jan te worden had ik niet. Ik wilde gewoon Majd kunnen zijn.'

Hij was 20 en het eerste wat hij zag van België was sneeuw. In Damascus was hij vertrokken, in Antwerpen arriveerde hij. Ergens rond de Groenplaats had hij voor enkele dagen een studiootje gehuurd. De kerstmarkt zag er heel gezellig uit, maar hij durfde enkel rechte straten in en dan weer uit te wandelen, uit angst om te verdwalen in die onbekende stad waar hij niemand kende en geen letter van de taal begreep.

Daarna ging Majd Khalifeh naar een asielcentrum in Broechem. Hij zou er meer dan twee jaar zitten. Twee jaar van zijn leven die hij had kunnen doorbrengen met wachten. Maar wachten deed Khalifeh niet. Niet op God, niet op Godot. Deelnemen aan de Vlaamse maatschappij, dat moest en zou hij doen. Koste wat het kost. Kiezen tussen lessen Nederlands of avondeten? Het werd het eerste, hoort u hem dadelijk vertellen.

Veertien jaar later is er veel gebeurd. Hij is een VRT-journalist. Hij heeft de Belgische nationaliteit. Hij heeft een boek geschreven. Herboren, heet het, en het gaat over hoe hij als staatloze Palestijn in Vlaanderen kwam wonen en hier een nieuw leven probeerde op te bouwen.

De vluchteling en de Vlaming. Voor hen is dit boek bedoeld. "Toen de vluchtelingenstroom op gang kwam in 2015, kon ik voor de VRT verschillende mensen op de vlucht interviewen. Omdat ik Arabisch spreek, vroegen de mensen mij achteraf vaak raad en tips. Over onderwijs, bijvoorbeeld: 'Kan ik studeren in België, kan ik mijn diploma laten erkennen?' Door mijn eigen ervaring als vluchteling weet ik nu dat je massa's opties hebt in België, van tweedekansonderwijs en middenjury tot bacheloropleidingen in het Frans of Engels.

"Maar ik heb niet altijd de mogelijkheid of de tijd om dat individueel uit te leggen aan mensen. Daarom moest er een boek komen, vond ik, waarin ik naast mijn persoonlijke verhaal als ex-vluchteling - (lacht) oei, dat klinkt wat raar - ook een soort van leidraad bied voor nieuwkomers."

Maar ook de Vlaming zou zijn boek moeten lezen, vindt hij. "Om de visie van de migrant toch een klein beetje te begrijpen. Hoe zijn leven in België eruitziet vanaf de eerste dag. Wat er zich tussen de muren van een asielcentrum afspeelt. In Broechem, bijvoorbeeld, was het regime tamelijk streng. Het avondeten was om zes uur. Hetzelfde tijdstip als mijn lessen Nederlands die ik in Antwerpen volgde. Dus moest ik kiezen. Als ik geluk had dat de man aan de ingang vriendelijk was als ik 's avonds terugkwam, kreeg ik nog een boterham met kaas. Maar ik ben vaak met honger naar bed gegaan."

Het is natuurlijk een tijd geleden, en ondertussen is er misschien veel veranderd in Broechem, maar toen Khalifeh er zat, was er geen wifi, kregen ze de afstandsbediening van de televisie niet, en mochten ze geen enkel elektrisch toestel op hun kamer hebben. "Je wilt gewoon een kop thee kunnen drinken als het buiten min tien is, maar zelfs een waterkoker was verboden. Er eentje laten binnensmokkelen was een mogelijkheid, maar dan bega je door een onnozele waterkoker bijna een misdrijf. Het voelt enorm beklemmend. Je gaat naar een ander land om er eindelijk vrijheid te vinden, en dan word je van je vrijheid beroofd door zulke banaliteiten."

Hij schrijft het in zijn boek, en ook nu zegt hij het expliciet: hij wil niet ondankbaar klinken. "Ik ben België heel dankbaar, laat dat duidelijk zijn. Ik hoefde niet op straat te leven. Ik kreeg eten, een warm bed en een warme douche. Maar ik was niet naar België gekomen om te kunnen douchen. Ik was naar hier gekomen voor een toekomst, een nieuw leven, een paspoort, een nationaliteit die ik niet had. Als ik de moeite doe om Nederlands te leren en lid te worden van de Vlaamse maatschappij, is het toch jammer dat ik daar een avondmaal voor moet opofferen?"

Uw boek begint met een motto van Albert Einstein: 'Je moet eerst de spelregels leren. En dan moet je ervoor zorgen dat je beter speelt dan de anderen.'

Majd Khalifeh: "De eerste maanden in België voelde ik me echt gehandicapt. Ik kon niet grappig zijn in het Nederlands, niet boos, niet lief. Met andere woorden: ik kon mezelf niet zijn. Daarom had ik me tot doel gesteld om eerst deze maatschappij heel goed te bestuderen. Zodat ik zou weten hoe je met de Vlaming communiceert, hoe hij kwaad wordt en welke humor hij heeft.

"Geen contact hebben met mensen is heel frustrerend. Maandenlang wandelde ik door Broechem van het asielcentrum naar de bushalte en terug, zonder dat iemand me aansprak of vroeg hoe het ging. Ik zeg niet dat dat moet, maar voor mensen die uit het Midden-Oosten komen - of het zuiden van Europa - is het heel ongewoon.

"Na een paar weken in het asielcentrum ben ik naar de chiro in Broechem gegaan en heb ik gevraagd of ik elke zondag mocht komen. Daar heb ik alles geleerd. In het begin begreep ik niks, maar zo'n taal- en cultuurbad is het beste wat je kunt doen om de Vlaming te leren kennen.

"Voor migranten heb ik één goede raad: wacht niet tot je maatschappelijk assistent of het asielcentrum of de minister een oplossing heeft. Neem zelf het heft in handen. Zelf naar oplossingen zoeken en je netwerk uitbouwen, dat bedoel ik met het spel beter spelen. Weet je welke tip ik het meest gehoord heb in al die jaren? 'Wacht nog wat, heb nog wat geduld.' Niemand spoorde mij aan om al Nederlandse les te volgen nog voor de beslissing over mijn permanente verblijfsvergunning viel. Of om al aan de universiteit te starten nog voor ik papieren had. Ik heb zelf die stappen gezet. "Toen ik in het asielcentrum aankwam, kreeg ik een locker toegewezen. Aan de binnenkant ervan hing ik een papiertje op met mijn doelen: de taal leren, mensen leren kennen, studeren, een paspoort en een nationaliteit krijgen.

"Let wel: assimileren is nooit mijn doel geweest. Ambities om een Jan te worden had ik niet. Ik wilde gewoon Majd kunnen zijn. Altijd en overal."

Kleine wereldreis

Khalifehs familiegeschiedenis is op z'n zachtst gezegd gecompliceerd. Toen de Verenigde Naties in 1948 beslisten om het toenmalige Palestina op te delen in een Arabisch en een Joods deel, vluchtten zijn grootouders uit Haifa, dat plots binnen de grenzen van Israël zou liggen. Ze kwamen terecht in Syrië, waar Khalifehs vader werd geboren. Hij zou er later ook zijn vrouw, eveneens een Palestijnse vluchtelinge, leren kennen.

Eind jaren 70 verhuisde het gezin Khalifeh naar Dubai. Daar wordt Majd geboren. Maar nergens in het Midden-Oosten konden Palestijnse vluchtelingen aanspraak maken op een nationaliteit. Ze waren staatloos, en tot op vandaag zijn hun kinderen dat ook. Over wat dat betekent, maakte Khalifeh eerder al de documentaire Stateless.

Het verhaal over het aantal landen waarin hij opgroeide, klinkt als een kleine wereldreis. Tijdens zijn lagereschooltijd woonde hij al even in Tunesië en Libië, en nadat de ouders van Khalifeh gescheiden waren, keerde hij eerst met zijn moeder terug naar Damascus, om later met zijn vader mee te verhuizen naar Jordanië en Koeweit. Rond zijn 18de komt hij toch weer in Damascus terecht. Even later zal hij voorgoed het land uit vluchten.

"Een nationaliteit ging ik nooit krijgen in Syrië, maar legerdienst zou ik er wel moeten doen. In het leger van Assad terechtkomen was mijn grootste vrees, ook al was de oorlog van vandaag er toen nog niet. Bovendien wilde ik een paspoort hebben. Mijn droom was reizen, studeren en mij vrij bewegen. Zonder paspoort kon dat niet. Dus besliste ik naar West-Europa te vluchten. Het land maakte mij eigenlijk niet zoveel uit. (glimlacht) Het moest gewoon een goedkoop ticket zijn. En zo werd het Brussel."

Syrië ontvluchten was geen sinecure, blijkt uit uw boek. Eigenlijk bent u in België geraakt door leugens, valse papieren en een lange arm.

"Uit Syrië wegraken moest uiteraard door leugens. Ik kon niet anders. Hoe zou mijn toekomst eruit hebben gezien? In het beste geval had ik tien jaar later ook nog kunnen vluchten, deze keer wegens de oorlog. In Syrië hebben de mensen altijd in angst geleefd. Je was er niet vrij. Mijn grootvader zei altijd dat we zelfs in onze eigen woonkamer niet mochten praten over politiek, want dat alle Syrische muren oren hebben.

"Syrië is altijd een politiestaat geweest. Op elk moment kon je alles verliezen als je in het verkeerde verhaal belandde. Mensen die op een dag plots gearresteerd werden en nooit meer terugkeerden, zulke verhalen hoorde ik elke dag als kind. En dan heb ik het nog niet eens over de mensen die vertrokken waren naar het leger en de gruwelverhalen waarmee ze terugkwamen.

"Ik vind het nog altijd jammer dat ik moest vluchten uit Syrië. Het is een van de fijnste culturen in het Midden-Oosten. Een echte Damasceen heeft drie heilige dingen in zijn leven: hij moet een huis hebben, een job en een gezin. Werkloos zitten wachten is niet aan de orde. Daarom, ook al is de toekomst van het land gitzwart, heb ik hoop in de Syrische bevolking. En in de Syriërs die in Europa zijn beland. Kunstenaars, muzikanten, koks, professoren, ingenieurs: Europa heeft er vele goede en actieve mensen bij gekregen."

Sommige mensen zien toch vooral potentiële criminelen komen.

"Dat zullen mensen zijn die slechte ervaringen hebben gehad. Volgens mij word je niet geboren met een negatieve houding tegenover buitenlanders. Vaak zijn het ook mensen die niet genoeg geïnformeerd zijn en geen verschil zien tussen de buitenlanders. Voor hen is het één pot nat, of iemand nu uit een dorp in Guinea komt of uit een appartement in Aleppo dat tot puin gebombardeerd is."

Hoe frustrerend is dat voor u als mens en als journalist?

"Niet meer zo frustrerend als vroeger. Ik denk dat ik de taal min of meer onder de knie heb nu, ik ben geen echte nieuwkomer meer.

"Maar vroeger was het moeilijk, ja, dat schrijf ik ook in mijn boek. Toen ik hier aankwam, was ik niet meer de Majd die vrienden had en een goede student was en een heleboel karaktereigenschappen bezat. Nee, ik was een vreemdeling. Dat was mijn identiteit. Ook op papier. In het gemeentehuis moest ik naar het loket 'vreemdelingenzaken', terwijl de andere mensen bij het loket 'bevolking' mochten aanschuiven. Daar wilde ik van af.

"Om nog eens terug te komen op Einstein: ik wilde niet blijven botsen met de Majd die wel Arabisch en Engels spreekt, maar hier geen identiteit heeft. Ik besefte dat ik de spelregels van de Vlaamse maatschappij nodig had om weer te worden wie ik was. Om herboren te worden, dus."

Van de term 'integratie' houdt u nochtans niet.

"Het is een mooi woord, dat meestal met de beste bedoelingen gehanteerd wordt, maar ik heb ervaren dat het nutteloos is. Een nieuwkomer moet geen Vlaming worden die Nederlands spreekt, maar moet zo goed Nederlands spreken dat hij zichzelf kan zijn in deze maatschappij. Als je als nieuwkomer gelukkig wilt worden in dit land, moet je leren grappen maken met de Vlaming, leren uitgaan met hem, leren boos zijn op hem. En leren foefelen." (lacht)

U bent wel intelligent; niet iedereen kan zich de taal zo snel eigen maken.

"Toch wel. Het gaat niet om intelligentie, het gaat om doorzettingsvermogen. Urenlang vrijwillig vergaderingen bijwonen waar je aanvankelijk geen woord van begrijpt. Op kamp gaan met de chiro terwijl je amper met je kampgenoten kunt communiceren. En terwijl zij hun leven gewoon leiden - studeren, eten, lachen, verdriet hebben, op reis gaan - ben jij op het einde van de dag alleen maar bezig met die ene vraag: wat is er allemaal gezegd vandaag.

"Doorzetten, dus, dat moet je doen. (lacht) Het feit dat ik samenwerk met VRT-journalisten, de vedettes van de Vlaamse taal, heeft natuurlijk ook geholpen om mijn Nederlands aan te scherpen."

U hebt het letterlijk over rechten en plichten in uw boek. Het doet denken aan de filosofie van N-VA. Eigenlijk zegt u tegen nieuwkomers: je krijgt hier heel veel kansen, grijp ze.

"Ik heb het gevoel dat nieuwkomers onderschatten hoe ongelooflijk veel kansen je hier krijgt. Zoveel organisaties waar je een beroep op kunt doen, zoveel mogelijkheden om een diploma te halen, in welke richting dan ook. Je kunt hier godverdomme (dat woord gebruikt hij echt, SMU) zelfs piloot worden als je dat wilt.

"En bij die rechten horen plichten, ja. De regels van dit land respecteren is cruciaal. Je bent hier niet in Syrië of Irak, je bent in België."

In België staat de grondwet boven het geloof, schrijft u.

"Geloof is niet tastbaar. Het is iets spiritueels. De grondwet is wel tastbaar, ze staat duidelijk opgeschreven. De gelijkheid tussen man en vrouw of lgbt-rechten zijn niet te bediscussiëren in dit land. Op café mag je machopraat verkopen als je dat wilt, niemand zal je daarvoor arresteren, maar iedereen moet zich wel aan die wetten houden. Vijftig jaar geleden dachten de Belgen er misschien ook anders over, maar nu zijn het wetten. Zo simpel is het.

"Ik denk dat Vlamingen onderschatten wat het voor een nieuwkomer betekent om religieus vrij te zijn. Om ineens te kunnen kiezen wie hij al dan niet aanbidt of om kritiek te hebben op je religie zonder daarvoor gestraft te worden. De meeste nieuwkomers zijn dat totaal niet gewoon.

"Aan de andere kant krijg ik hier heel vaak de vraag - zowel van moslims als van niet-moslims - of ik een praktiserend moslim ben. Dat zijn uw zaken niet, wil ik dan eigenlijk altijd antwoorden. Ik snap oprecht niet waarom die informatie nodig is. Soms lijkt het alsof de vraag gesteld wordt omdat de persoon in kwestie anders niet weet hoe hij met mij moet omgaan. Dat is toch raar?

"Om je een voorbeeld te geven: onlangs was er een familiedag voor werknemers van de VRT. Ik was daar met mijn vrouw en kind, en ik kwam een goede collega van me tegen. Ik gaf haar een kus op de wang, haar man gaf ik een hand. Toen ik die collega enkele dagen later tegenkwam op de redactie zei ze: 'Ik moest van mijn man vragen of ik jou eigenlijk wel een kus had mogen geven, omdat je toch moslim bent.' Mensen zitten daar blijkbaar mee, en dat verbaast me. Chill."

Er zijn moslims bij wie het niet mag, dus zo gek is die vraag misschien toch niet?

"Maar moet je dat echt op voorhand weten? Mij lijkt dat typisch Vlaams. Ik ben in dit geval eerder voorstander van de Arabische, eerder chaotische manier van doen: eerst handelen en achteraf zien of het mocht of niet. (lacht) Serieus, ik denk dat het allemaal veel vlotter zou verlopen als we de uiterlijkheden en de naam even negeren, en gewoon op een mens afstappen."

Zou u soms willen dat u Jan heet en er nooit gevraagd wordt of u een vrouwelijke collega al dan niet een kus mag geven?

"Ik moet toegeven dat ik vroeger, toen ik nog in Leuven woonde, aan de toog wel eens een andere naam heb gebruikt. Als je je bij luide muziek en tussen veel mensen ook nog eens moet voorstellen als 'Majd', dan wordt dat toch niet begrepen. En dus zei ik: 'Hallo, ik ben Wannes Van Broek.' (schatert) Het passeerde, want van een raar accent 's nachts op café kijkt niemand op. (grinnikt) Ach, een klein leugentje om bestwil, meer was het niet. En de laatste jaren doe ik het nooit meer."

In uw boek legt u ook uit dat u zich als moslim niet aangesproken hoeft te voelen door mensen die een totaal foute interpretatie van de islam aanhangen.

"Terroristen hebben niets te maken met de islam, zeggen sommigen. Die redenering klopt niet. Het is eigen aan de geschiedenis van de islam om veel verschillende strekkingen te hebben.

"Tunesië is bijvoorbeeld een progressief land op het vlak van religie. Je kunt er God uitschelden op straat, vrouwen mogen niet altijd een hoofddoek dragen op hun werk, vrouw en man zijn er gelijk voor de wet. In een wahabitisch land zoals Koeweit heerst dan weer het salafisme, en zijn de vrouwen er helemaal gesluierd. Ik heb een jaar in Koeweit gewerkt en tijdens dat jaar nooit het gezicht van mijn vrouwelijke bazin gezien.

"Als terroristen om puur religieuze redenen aanslagen plegen, dan moeten we dat aanvaarden. Maar uit onderzoek blijkt dat terroristen uit Europa eerder connecties hebben met criminele netwerken. Vaak beheersen ze de taal van de Koran ook niet, en weten ze amper wat erin staat. En toch maken ook zij deel uit van de islamitische geschiedenis. Wat niet wil zeggen dat de individuele moslim zich voor hen hoeft te verantwoorden. Hij of zij is niet verantwoordelijk voor hoe anderen de islam interpreteren.

"Zelf zie ik geloof dan ook als iets persoonlijks. Ik wil niet tot een school of stroming of imam behoren. Ik baseer mijn eigen spiritualiteit op de mensen die ik tegenkom in mijn leven en op mijn ervaringen. Ik heb fantastische moskeeën bezocht en het vrijdagsgebed meegemaakt op tal van plekken in Noord-Afrika, de Golfstaten en de rest van het Midden-Oosten."

En u bent naar Mekka gegaan.

"Een fantastische ervaring. In Mekka is er geen enkel onderscheid tussen de mensen. Iedereen - rijk en arm, man en vrouw - is er in het wit gekleed en bidt samen. Ik weet niet wie ooit op het idee gekomen is om in de moskee gescheiden bidplaatsen te hebben voor mannen en vrouwen, maar op de heiligste plaats van de islam is dat dus niet zo.

"Ik heb totaal geen schuldgevoel als het over mijn geloof gaat. Stel dat ik de ramadan mis, niet gebeden heb of alcohol drink: en dan? Die vrijheid in mijn denken probeer ik ook aan de nieuwkomer mee te geven: blijf niet statisch, blijf evolueren, want vanaf nu is je geloof van jou alleen, en is het niet langer de staat die beslist hoe je geloof eruit moet zien.

"Trouwens, ik vind niet dat het geloof noodzakelijk is voor het leven. Ik heb veel ongelovige vrienden en zij hebben een zeer rijk leven."

Sommigen vinden dat we veel waakzamer moeten zijn voor bepaalde salafistische strekkingen in de islam of extremistische interpretaties. Bent u het daarmee eens?

"Kijk, als ik een salafist in traditionele klederdracht zie passeren in Brussel, schrik ik ook. Ik vind dat niet aangenaam. Omdat het lijkt alsof hij mensen provoceert en deze maatschappij niet begrijpt.

"Moeten we waakzaam blijven? Ja. Maar oproepen om alleen maar waakzaam te zijn en ondertussen de essentie van een maatschappij vergeten op economisch, sociaal en politiek vlak: dat is eerder politiek campagne voeren dan echt voor je bevolking zorgen. Extremisten blijven een minderheid, die boodschap moet ook gegeven worden. De overheid moet ze in de gaten houden, maar van overdreven veiligheid en overdreven machtsvertoon wordt niemand beter."

U bent VRT-journalist. Kunt u met uw Palestijnse en Syrische achtergrond neutraal berichten over vluchtelingen of het Israëlisch-Palestijns conflict?

"Als ik het heb over 'illegale Israëlische nederzettingen', baseer ik me op internationale verdragen waarbij Israël wordt terechtgewezen voor zijn nederzettingenbeleid. Als ik praat over jarenlange corruptie bij de Palestijnse autoriteit doe ik dat ook op basis van cijfers en officiële rapporten. Ik zie mijn eigen geschiedenis alleen maar als een troef. Door mijn roots en mijn kennis van de Arabische talen kan ik echt een gesprek voeren met vluchtelingen in plaats van bij de standaardvragen te blijven die elke andere journalist stelt.

"Vorig jaar kon ik als eerste Europese journalist de vader interviewen van de terrorist die in Nice 86 dodelijke slachtoffers heeft gemaakt. Dankzij dat interview heeft de Europese burger misschien wat meer inzicht gekregen in de dader. Zonder mijn achtergrond was dat niet gelukt. Dan zou het toch uitermate jammer zijn om die achtergrond als een nadeel te beschouwen?

"Weet je, ik krijg vaak de vraag dat Europa toch niet alle vluchtelingen kan opvangen. Maar de meeste Syrische vluchtelingen worden door de Arabische buurlanden en Turkije opgevangen, niet door Europa. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat Europa vooral veel meer kan doen om de situatie voor mensen in het Midden-Oosten ter plekke te verbeteren. De meeste mensen willen hun thuisland helemaal niet ontvluchten en doen dat alleen maar als ze echt geen andere keuze hebben.

"Overigens ben ik voor de VRT momenteel een interessante tegenbeweging in de vluchtelingenstroom aan het bestuderen: mensen die naar Europa waren gevlucht, maar na verloop van tijd weer terugkeren naar Syrië of Irak. Ik begrijp het wel als het gaat om mensen die onlangs gevlucht zijn en nog geen perspectief hebben. Maar ik vind het jammer voor mensen die hier al jaren verblijven en tot Belg genaturaliseerd zijn.

"Zelf vind ik dat ik nu de plicht heb om hier te blijven. Nadat België me zo goed heeft opgevangen, wil ik niets liever dan mijn bijdrage leveren aan dit land."

Op donderdag 28 september wordt het boek voorgesteld in Barboek in Leuven. Inschrijven bij boeken@vanhalewyck.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234