Zondag 29/03/2020

AchtergrondAanslagen Brussel en Parijs

‘Ik moest het lawaai van de eerste explosie afwachten en me opblazen in een metrostel achteraan’: zij bliezen zich niet op in Brussel

Mohamed Abrini, 'de man met het hoedje', en Osama Krayem zagen af van hun zelfmoordaanslag.Beeld RV

Het proces rond de aanslagen in ons land wordt nu voorbereid. Onder de dertien beschuldigden: Mohamed Abrini (35) en Osama Krayem (27). Zij hoorden zich op 22 maart 2016 ook op te blazen, maar beiden besloten op het nippertje dat toch maar niet te doen.

In het filmpje van Islamitische Staat (IS) zag je hoe een Jordaanse gevechtspiloot in een kooi was opgesloten. In het zand was een spoor van brandbaar poeder getrokken. Een haag van dertien IS-strijders met bivakmutsen stond erop te kijken. Een van hen liet een brandende toorts zakken. Het vlammetje werd een vuurbal.

Op 25 februari 2015 zit iemand op Facebook te chatten met zijn broer.

“Heb je het filmpje van de gegrilde man gezien? De cameraman heeft op mij ingezoomd.”

“Ik herkende je aan je wenkbrauwen.”

De chatter is de op 16 augustus 1992 in het Zweedse Malmö geboren Osama Krayem. Een jaar hierna zal hij aan de zijde van Khalid El Bakraoui het metrostation Pétillon in Etterbeek binnengaan met een rugzak vol TATP-poeder (springstof). El Bakraoui zal zich vier haltes verder opblazen, hij niet.

Osama Krayem was in 2014, op z’n tweeëntwintigste, naar Syrië getrokken. Om z’n grootouders te bezoeken, initieel. Op 1 april 2015 zit hij te chatten met z’n zus Asma. Eerder die dag had hij Abu Muhammad al-Adnani ontmoet, de nummer 2 van IS. Als hij later wordt verhoord door de Franse politie, zegt Krayem dat hij het was die de doelwitten koos op 13 november 2015 (Parijs) en 22 maart 2016 (Brussel). “Adnani kende die doelwitten zelf niet. Men deed hem voorstellen. En dan ging hij akkoord of niet.”

Osama Krayem (rechts) in Raqqa. Beeld RV

In die verhoren, waarvan fragmenten zijn weergegeven in de onlangs vrijgegeven akte van beschuldiging van het Parijse parket, blijft Krayem zijn rol in het bredere geheel consequent minimaliseren. Het chatverkeer met zijn zus toont aan dat hij in de avond van 25 mei 2015 al weet wat er te gebeuren staat.

“Verwacht een operatie.”

“Hebben ze gezegd wanneer de operatie gaat plaatsvinden?”

“Zeg niks tegen de ouders. Tegen niemand.”

Brussel-Raqqa, lente 2015

Als Mohamed Abrini op donderdag 2 april 2015 de gevangenis van Vorst mag verlaten, voelt hij zich bestolen. Van z’n vrienden, van z’n leven. De politie was hem net voor kerst komen arresteren. Hij had de voorwaarden van een oude gevangenisstraf geschonden. Terwijl hij volgens zijn eigen opvatting al lang geen boef meer was. Hij werkte in de halal-snackbar Délinice van Abdellah C. in een zijstraat van de Gentsesteenweg in Molenbeek. Hij had een lief, en het was serieus.

Mohamed Abrini: “Ik ben terug naar de gevangenis gemoeten toen iedereen naar Syrië vertrok. Wat ik daarover denk? Niets. Mijn jongere broer is daar gestorven. Dat geldt trouwens voor driekwart van m’n vrienden. Ik was een goede Belg. Voor al deze gebeurtenissen was ik helemaal niet gelovig. Ik ben het daarna pas geworden. Ik ben religieuze boeken gaan lezen, begon naar moskeeën te gaan.”

Mohamed Abrini is op 27 december 1984 geboren in Molenbeek. Zijn vader is Marokkaans, zijn moeder Algerijnse. Als tiener werd hem gezegd dat hij alles in zich had om profvoetballer te worden. U kent hem vooral als de man met het hoedje, rechts op die iconische foto in de vertrekhal van de luchthaven van Zaventem.

Mohamed Abrini, ‘de man met het hoedje’, wandelt na de explosies terug van Zaventem naar Brussel. Twee weken later werd hij opgepakt in Anderlecht. Beeld REUTERS

Abrini is een jeugdvriend van IS-strijder Abdelhamid Abaaoud. Toen hij in de gevangenis zat, was Abaaoud eind 2014 in Verviers een safehouse aan het uitbouwen. Na de belegering ervan door de politie en de vlucht van Abaaoud, terug naar Syrië, is Abrini een van de weinigen die vanuit België nog contact met hem heeft. Abrini brengt uren door in café Les Béguines van de broers Brahim en Salah Abdeslam in Molenbeek, waar vooral Brahim de hele dag door IS-filmpjes zit te bekijken.

Mohamed Abrini vliegt op 23 juni 2015 naar Turkije. Via Gaziantep steekt hij de grens over. In Raqqa vindt hij Abaaoud terug en maakt hij kennis met Najim Laachraoui, een naar Syrië vertrokken Schaarbeekse elektricien.

Mohamed Abrini: “We zijn blijven overnachten bij Najim. Abdelhamid vertelde me dat hij aan het hoofd stond van duizend jihadisten. Hij probeerde mij ervan te overtuigen om daar te blijven en mee te vechten. Ik heb hem gezegd dat ik was gekomen voor het graf van mijn broer. Abdelhamid is maar vierentwintig uur in Raqqa gebleven. Hij vreesde te worden gedroned.”

Bij het afscheid krijgt Abrini een vliegtuigticket en een briefje met drie Britse telefoonnummers in z’n handen gedrukt. Zijn volgende bestemming is niet Brussel, maar Londen.

Raqqa, zomer 2015

Osama Krayem is een enigma voor zijn ondervragers. Hij lijkt loyaal aan IS, maar beseft wellicht ook wel dat de rest van zijn bestaan zich hoofdzakelijk zal afspelen in de geradicaliseerde vleugel van de gevangenis.

Osama Krayem: “Ik heb in augustus of september 2015 besloten dat ik weg wilde uit Raqqa. Ik had zin om mijn familie terug te zien. En ik had een ideologisch meningsverschil met Islamitische Staat.”

Hij wordt gekoppeld aan de Tunesiër Sofien Ayari en de Syriër Omar Darif. Die laatste is de explosievenexpert van de Liwa al-Sadiqeen-militie, die sinds 2012 vanuit Homs het Assad-regime bevecht. Met z’n drieën laten ze zich voorbij de Syrisch-Turkse grens smokkelen, om door te reizen naar Izmir. Daar mengen ze zich op 17 september 2015 in de stroom van Syrische vluchtelingen die naar Griekenland willen. Het is de zomer van ‘Wir schaffen das’.

Osama Krayem: “We waren met z’n vijftigen op die boot. Ik moest 1.000 euro betalen. Tijdens de boottocht heb ik al mijn spullen moeten weggooien omdat we begonnen te zinken. We zijn uiteindelijk gestrand op het eiland Farmakonisi.”

Restanten van TATP-productie, teruggevonden in de Henri Bergéstraat (Schaarbeek), het safehouse annex naaiatelier voor de bommengordels. Beeld RV

De vluchtelingen worden overgebracht naar het eiland Leros. Daar nemen de drie de boot naar Piraeus. Onderweg sluiten ze vriendschap met een papierloze Syriër die in z’n eentje op de vlucht is. Hij is hun perfecte uithangbord om via Macedonië door te reizen naar Wenen, en daar de trein te nemen naar het Duitse Ulm.

Birmingham, 10 juli 2015

Op 9 juli 2015 landt Mohamed Abrini in Londen. Hij, Molenbeeks straatjoch, in permanente geldnood, mag nu een hotelkamer kiezen en taxi’s wenken. Zijn missie: met de pet rondgaan bij de sponsors van de aanslagen in Parijs.

Mohamed Abrini: “Iemand had geld geleend van Abdelhamid Abaaoud. Het was geld van IS. Die persoon moest dat teruggeven, dat was verplicht. Abaaoud wist dat ik naar België zou terugkeren, dus vroeg hij me om naar Engeland te gaan.”

Op 10 juli neemt hij de trein naar Birmingham. Data laten zien dat hij is doorgereisd naar Manchester en behoorlijk wat geld heeft gespendeerd, onder meer in een casino. Hij heeft ook het stadion van Manchester United bezocht, zijn club. Hij keert terug naar Birmingham en neemt daar het vliegtuig naar Parijs. Op 16 juli wordt hij opgehaald door Abdellah C.. Een week na zijn terugkeer maakt Abrini een Facebook-profiel aan onder de alias Brayan Smith. Hij post er foto’s van zijn tripje. Een selfie in het stadion van Manchester United, de Eiffeltoren, een kerk. Alles gebeurt in een regie van Abaaoud, die na het debacle van Verviers paranoïde is geworden.

Mohamed Abrini: “Abaaoud raadde me af via Brussel te vliegen. Ik was gestopt met mijn werkstraf, ik liep het risico te worden gearresteerd. Bovendien had ik een hoop geld bij me.”

Hijzelf zegt 3.500 euro, maar waarschijnlijk was het veel meer.

Tijdens zijn ondervragingen komt Abrini meermaals met een andere uitleg over het geld.

Eerst: “Ik heb het aan iemand gegeven, maar ik weet niet meer aan wie.”

Dan: “Nu gaat u me zeggen dat het makkelijk is om iemand aan te wijzen die dood is, maar ik heb het aan Brahim Abdeslam gegeven.”

Ulm, september 2015

In Ulm verblijft het groepje van Krayem vier dagen in een tot opvangcentrum verbouwde sporthal met honderden Syrische vluchtelingen.

Osama Krayem: “Toen we in Duitsland aankwamen, had ik de bedoeling om door te reizen naar Zweden. Sofien Ayari had een andere bestemming, maar ik wist niet de welke. Omar zei me dat er een of andere kerel ging komen en dat die me zou helpen om naar Zweden te gaan.”

Op een avond, begin oktober, gebaren Ayari en Darif in het opvangcentrum dat hij hen moet volgen. Het trio steekt de straat over en checkt in in het Ibis-hotel. Daar zijn twee kamers voor hen gereserveerd, Osama krijgt er een voor zich alleen. Niemand hoeft te betalen.

Salah Abdeslam (links) en Mohamed Abrini (rechts) aan de Total in Ressons-sur-Matz, op weg naar Parijs op 11 november 2015.Beeld RV

Osama Krayem: “Op een nacht is Salah Abdeslam gekomen, met een auto. Ik had hem nooit eerder gezien. Hij had drie Belgische identiteitskaarten meegebracht. Op de mijne stond de naam Samir Sakrie. Zodra Salah daar was, in Ulm, wist ik dat ik ergens bij was betrokken zonder te weten wat. In de auto ben ik in slaap gevallen. Ik ben wakker geworden toen we in België aankwamen.”

De auto is een BMW 318 die op 29 september is gehuurd bij Gold Star Rental langs de Haachtsesteenweg in Haren. Het is zo’n bedrijfje waar patsers op vrijdagavond een blitse kar komen huren.

Charleroi-Auvelais, 3 oktober 2015

Amper een halfuur na z’n aankomst in Ulm, om halfdrie zaterdagochtend, vertrekt Salah Abdeslam met z’n BMW alweer richting Brussel. Volgens de gps is de BMW later die dag tussen 10.17 en 10.23 uur even blijven stilstaan in de Abelenlaan in Laken.

Osama Krayem: “Sofien Ayari en ik zijn overgestapt in een andere BMW. Die bracht ons naar onze schuilplaats in Charleroi. Omar Darif is bij Salah blijven zitten. Omar is naar België gekomen om de productie van de bomgordels te superviseren. Hij heeft Najim Laachraoui en Ibrahim El Bakraoui opgeleid.”

Omar Darif zal na enkele weken terug vertrekken richting kalifaat. Voor IS is de explosievenexpert te belangrijk om te worden geofferd. De schuilplaats voor Krayem en Ayari in Charleroi is een flatje in de Rue du Fort, niet ver van het station.

Osama Krayem: “De deur werd achter onze rug gesloten. Die man zei dat we moesten wachten tot we zouden worden gehaald. We hadden geen enkel contact met de buitenwereld. Ik hoopte nog altijd naar Zweden te kunnen terugkeren. We zijn vier à vijf dagen in Charleroi gebleven.”

De man die hen bracht, Mohamed Bakkali, komt hen ook weer ophalen. Hij rijdt met hen naar de Rue Radache in Auvelais, een alleenstaand huurhuis waar Darif en de intussen ook via de vluchtelingenstroom overgekomen Laachraoui een TATP-laboratorium hebben uitgebouwd.

Schaarbeek-Parijs, 9 en 11 november 2015

Enkele weken voor de aanslagen is Mohamed Abrini door z’n jeugdvriend Salah Abdeslam meegetroond naar een flat in de Henri Bergéstraat 86 in Schaarbeek. Daar worden bomgordels genaaid en gevuld met 1 tot 2 kilo TATP.

Mohamed Abrini: “Ik kende die straat. Salah heeft me verteld dat ze daar enkele mannen hadden verstopt. Ik had wel begrepen dat Salah bezig was met een aanslag, maar hij gaf verder geen uitleg. Toen ik daar was, heb ik alleen wapens gezien. Dat de mannen die ik daar zag (Ibrahim El Bakraoui, Mohamed Belkaïd, Najim Laachraoui, Osama Krayem en Sofien Ayari, DDC) terroristen waren, vernam ik pas de tiende of de elfde november.”

Brahim Abdeslam blaast zich op in de Parijse bar Comptoir Voltaire, en doodt alleen zichzelf.Beeld RV

De avond ervoor heeft Abdeslam in de BNP Paribas Fortis op de Gentsesteenweg in Molenbeek 2.500 euro cash op z’n rekening gezet. Met dat geld zal hij de volgende dag een Renault Clio, een VW Polo en een Seat huren – allemaal zwart. Op bewakingsbeelden is te zien hoe Salah Abdeslam altijd wordt vergezeld door Mohamed Abrini. Hij lijkt geen moment te willen missen van wat er te gebeuren staat.

Nadat er eerder eentje werd gehuurd in de Parijse voorstad Bobigny regelen Abrini en Abdeslam op 11 november een tweede verblijfplaats voor de kamikazes. De kamer, in de Appart’City van Alfortville, kost 708 euro en wordt betaald met de bankkaart van Salah Abdeslam. Hierna keren ze terug naar Brussel. Ze worden om 22.39 uur geflitst op de A1.

Schaarbeek, 12 november 2015

Na de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel zal in een vuilnisbak vlak bij de Max Roosstraat in Schaarbeek, het finale safehouse, een HP ProBook teruggevonden worden die in de maanden voor de aanslagen door de terroristen is gebruikt.

Op 7 november 2015 om 4.32 uur ’s nachts is daarop een mapje aangemaakt getiteld ‘13 november’. Op 10 november zijn iets na een uur ’s nachts vijf bestandjes gecreëerd: ‘Groep Irakezen’, ‘Groep Omar’, ‘Groep Fransen’, ‘Groep metro’ en ‘Groep Schiphol’. De eerste drie mapjes verwijzen naar de commando’s en de volgorde waarin ze aan de slag zullen gaan in het Stade de France, de terrassen rondom het Place de la Nation en de Bataclan. Wat de twee andere mogen betekenen, valt af te leiden uit de twee tickets die Sofien Ayari op 12 november om 15.30 uur koopt bij Eurolines aan het Brusselse Noordstation. Tweemaal een enkele reis naar Amsterdam, de volgende dag.

Osama Krayem: “Die twaalfde november ontmoette ik voor het eerst Ibrahim El Bakraoui, in de Henri Bergéstraat. Ik moest op Schiphol gaan kijken of er lockers waren. El Bakraoui had me gezegd dat als ik dit zou doen, hij me zou helpen om in Zweden te geraken. Ik moest nagaan hoe groot die lockers zijn en of ze daar met codes of met sleutels werken.”

Het is een onzinnige uitleg, hem ingefluisterd door z’n advocaten.

Parijs, 12 november 2015

Volgens Mohamed Abrini wordt hem pas op donderdagavond, goed 24 uur voor de aanslagen, als ze samen zitten in Bobigny, uitgelegd dat hij wordt verondersteld om een bomgordel aan te trekken en zich op te blazen. Abrini vraagt Abdeslam of ze elkaar even apart kunnen zien. Ze gaan naar de Quick. Het is een soort gesprek waarin Abrini aangeeft dat hij, heel eerlijk, geen zin heeft om zoiets te doen.

Mohamed Abrini: “We zijn teruggegaan naar dat huis. Ik heb Salah gevraagd of hij met me wilde terugkeren naar Brussel. Salah heeft aan Brahim gevraagd of dat mocht, maar die zei dat dat onmogelijk was. Ik ben weggegaan, ik heb wat gewandeld. Ik ben een snackbar binnen gegaan, heb iets gegeten. Toen zag ik die taxichauffeur.”

Mohammad Al Mahmod blaast zich op voor het Stade de France. Beeld RV

Diezelfde avond verlaat Bilal Hadfi, een jonge Brusselaar, voorbestemd om mee concertgangers te gaan neermaaien in de Bataclan, de Appart’City. Blijkbaar is beslist dat hij van groep moet veranderen en Abrini moet vervangen als vierde kamikaze in het Stade de France.

Taxichauffeur Ducamel L.: “Die man wilde dat ik hem naar het station bracht. Ik zei hem dat er geen treinen meer waren en stelde voor om hem voor 450 euro naar Brussel te brengen. Hij heeft me 300 euro gegeven, de rest ging hij betalen in Brussel. Onderweg heeft hij niks gezegd, hij viel in slaap. We zijn rond vier uur ’s ochtends in Brussel aangekomen.”

Zijn 150 euro heeft hij nooit gezien. Abrini stapte uit en rende weg.

Mohamed Abrini: “Het was nooit de bedoeling dat ik zou deelnemen aan de aanslagen. De taxichauffeur heeft me afgezet langs het kanaal in Molenbeek, voor de Time-Out. Ik had tranen in mijn ogen en een bonzend hart. Ik wist dat er iets vreselijks te gebeuren stond. Ik wist alleen niet wanneer.”

Amsterdam, 13 november 2015

Op 13 november stappen Osama Krayem en Sofien Ayari om 11.15 uur aan het Brusselse Noordstation in de Eurolines-bus met bestemming Amsterdam. Krayem draagt een zware rugzak, Ayari een valies. “Om er uit te zien als reizigers”, zegt Krayem in een van zijn verklaringen. Alsof er iets verdachts aan zou zijn om zonder een hoop bagage naar Amsterdam te reizen. Alles wijst erop dat het duo die dag op de bus is gestapt met het equivalent aan explosieven dat vier maanden later in Zaventem zal ontploffen.

Sofien Ayari: “Als er een project was geweest voor Schiphol op 13 november, zou het die dag zijn uitgevoerd.”

Osama Krayem: “Als je gevangen genomen bent door Islamitische Staat, en men stelt je vragen, ga je dan spontaan dingen zeggen die Islamitische Staat niet weet? Ik denk dat u wel tussen de lijnen kunt lezen.”

Wat het duo uiteindelijk heeft uitgespookt in Amsterdam is onduidelijk. Je zou er kunnen van uitgaan dat zij hebben gedacht dat diegenen die hen opdroegen om zich op te blazen dat inmiddels met zichzelf hadden gedaan in Parijs. Wat er ook van zij: Krayem en Ayari kopen een ticket voor de laatste Eurolines-bus naar Brussel, reppen zich naar het enige hen daar bekende adres. De Henri Bergéstraat 86 in Schaarbeek.

Osama Krayem: “Daar heb ik Mohamed Abrini voor het eerst ontmoet.”

Molenbeek, 13 november 2015

Behalve die paar uurtjes in de taxi heeft Abrini de nacht voor de aanslagen niet kunnen slapen. Een bewakingscamera pikt hem op als hij op vrijdagochtend – hij is nog maar net terug uit Parijs – om 5.24 uur ’s ochtends zijn woning verlaat. Om 6.07 uur gaat hij terug naar binnen, om 6.13 uur terug naar buiten. Later die dag heeft hij met z’n vriendin Nawal E.K. een afspraak in Jette. Ze gaan samenwonen.

Nawal E.K.: “We hadden om zes uur afgesproken met de verhuurder om het contract te tekenen. We kregen de sleutels. Voor we vertrokken heeft Mohamed nog een andere trui aangetrokken.”

De bomgordel van Salah Abdeslam. Hij lijkt die zelf te hebben gesaboteerd. Beeld RV

Mohamed Abrini keert hierna terug naar Molenbeek. Hij staat durums te draaien in de snackbar als hij op tv de eerste nieuwsflitsen ziet komen over de bommen in het Stade de France. Er verschijnt een man voor z’n toonbank die zich voorstelt als Khalid Ei Bakraoui.

Mohamed Abrini: “Hij zei me dat ik aangebrand was, en dat ik maar beter met hem kon meegaan. Ik dacht: als hij me heeft gevonden, moet het zijn dat ze hem inlichtingen hebben gegeven. Op dat moment heb ik tegen mezelf gezegd dat hij de enige was die ik nog kon vertrouwen.”

Als hij en El Bakraoui het flatje in de Henri Bergéstraat binnengaan, zitten daar volgens Abrini ook Najim Laachraoui en Mohamed Belkaïd.

Mohamed Abrini: “In dat appartement zag ik nu wapens, een naaimachine, een met de hand genaaid model van een vest, zakken met bouten, bidons met aceton, waterstofperoxide, een lege bak met sporen van TATP-poeder, draden en koorden. Een van deze mannen zei dat er nog aanslagen zouden volgen.”

Schaarbeek, 14 november 2015

Het is zaterdagnamiddag als ook Salah Abdeslam de anderen vervoegt in de Henri Bergéstraat. Een vriend is hem komen oppikken in Parijs en heeft hem in Schaarbeek afgeleverd. Hij is vanaf nu, officieel, een van de meest gezochte terroristen ter wereld.

Mohamed Abrini: “Hij was in shock. Hij vertelde dat hij Bilal Hadfi en de anderen had afgezet aan het stadion en de explosies had gehoord. Salah vertrouwde me toe dat hij had afgezien van het idee om zich op te blazen. Daarna vermeldde hij een defect aan z’n bommengordel. Hij zei: ‘Ik heb het willen doen, maar hij werkte niet.’ Najim Laachraoui en Ibrahim El Bakraoui hebben hem verweten dat hij geen sigaret of een aansteker heeft gebruikt als ontsteker.”

Op de ProBook is een fragment teruggevonden van een chat van Khalid El Bakraoui met Salah: “Je broer wacht op je in het paradijs, je hebt al één keer je entree gemist, mis hem niet nog een tweede keer.”

Salah Abdeslam zwijgt meestal tijdens zijn ondervragingen. Eén keer praat hij toch. Hij zegt: “Ik bestuurde de Renault Clio, het was de bedoeling dat ook ik me zou opblazen in het voetbalstadion. Maar ik had geen ticket, dus ik zag ervan af. Ik heb hun drieën vlak bij het stadion afgezet en ben op goed geluk verder gereden.”

De bomgordel heeft hij weggegooid.

Salah heeft een punt. Bij de aanslagen rond het Stade de France vallen vier doden. Drie van hen zijn de terroristen zelf. Het vierde slachtoffer is een toevallige klant in de McDonald’s. Brahim Abdeslam, die zich opblaast in de Parijse bar Comptoir Voltaire, maakt één enkel slachtoffer. Zichzelf. Dit zijn zelfmoordaanslagen in de stijl van Life of Brian van Monty Python.

Tegenover z’n maten zal Salah altijd blijven volhouden dat de bomgordel defect was. Als een afvalophaler op 23 november het rare gele ding met oranje elektrische draadjes opmerkt tussen de vuilniszakken op de stoep in de Rue Chopin in Montrouge, kan het technisch labo in Parijs aan de slag.

Een oranje kabeltje van 11 centimeter dat de verbinding moet maken tussen de ontsteker en de explosieven is half doorgesneden waardoor er geen contact meer mogelijk is. Het batterijtje van 9 volt, nodig voor de ontsteking, is verwijderd. Het parket in Parijs is voorzichtig in z’n conclusies, maar alles wijst erop dat Salah zelf z’n bomgordel onklaar heeft gemaakt.

Osama Krayem: “Die zaterdag waren Mohamed Abrini, Ibrahim El Bakraoui en Salah Abdeslam aan het praten over de aanslagen, de avond ervoor. Ze spraken Frans, dus ik verstond ze niet. Salah leek me erg gestrest en bang. Ibrahim El Bakraoui heeft gebeld met Abaaoud. Ook zij zeiden dat hun bomgordels niet hadden gefunctioneerd.”

Najim Laachraoui, Ibrahim El Bakroui en Mohamed Abrini in de vertrekhal in Zaventem. Er is afgesproken dat Abrini zich als eerste zal opblazen. Hij wacht.Beeld Photo News

Als dat klopt, hadden ook celleider Abdelhamid Abaaoud en zijn luitenant Chakib Akrouh de anderen beloofd dat ze zich na de moordpartij zouden opblazen. Ze renden na het bloedbad rondom het Place de la Nation weg in de metro, waarmee meer dan waarschijnlijk het vierde mapje op de ProBook is verklaard. Als we goed hebben geteld, bestond het initiële plan erin dat alle twaalf terroristen zich die avond zouden opblazen. En waren er vijf die, eens het moment daar, plots niet meer zo sterk overtuigd waren van die 72 maagden.

Abaaoud en Akrouh komen enkele dagen na 13 november om het leven als de politie hun Parijse schuilplaats belegert.

Jette, november 2015

De jihadisten verhuizen eind november naar een nieuwe safehouse in een torenflat in de Tentoonstellingslaan 408 in Jette.

Osama Krayem: “Daar heb ik met Salah gepraat over Parijs. Hij heeft toen toegegeven dat hij ervan had afgezien om zich op te blazen. Hij wist niet eens hoe hij moest bidden. Hij was niet religieus, rechtlijnig of toegewijd. Ik zie hem als een sukkelaar, iemand die een rol speelde die de zijne niet was. Toen we in Jette zaten, deed ik de boodschappen. Ik heb daar ongeveer een maand gezeten met Mohamed Abrini en Salah Abdeslam. Khalid El Bakraoui kwam af en toe voedsel brengen.”

De broers El Bakraoui huren na de aanslagen van 13 november onder valse namen twee nieuwe safehouses: een flat in de Driesstraat 60 in Vorst, een in de Max Roosstraat 4 in Schaarbeek en een studio in de Kazernestraat in Etterbeek. Om TATP te vervaardigen moet de ruimte kurkdroog zijn, en dat is enkel het geval in de Max Roosstraat. Hier beginnen Laachraoui en Ibrahim El Bakraoui begin februari aan een nieuwe productielijn. Bomgordels worden niet meer gemaakt.

Met het nieuwe jaar in zicht, rijpt onder de terroristen het idee om samen hun testamenten op te stellen. Ze worden later teruggevonden op een usb-stick.

Een fragment uit dat van Abrini: ‘Toen mijn kleine broertje de martelarendood stierf, had ik enkel de wens om hem te vergezellen. Ik ben er trots op trouw te hebben gezworen aan de emir van de gelovigen. Wees niet bedroefd over wat er op 13 november is gebeurd. Het is niets anders dan de straf van Allah. Dit is slechts het begin van hun nachtmerrie.’

Mohamed Abrini: “Ik heb mijn testament enkel geschreven om betrouwbaar over te komen, want ik wist dat ik niet zou sterven. Sommige passages waren persoonlijk, andere heb ik gekopieerd van dat van Bilal Hadfi of het internet. Najim Laachraoui zou de testamenten via tussenpersonen aan onze families bezorgen.”

Vorst, 14 maart 2016

Een dag voor alles misgaat lopen Osama Krayem en Ibrahim El Bakraoui elk met een caddie voorbij een bewakingscamera in een Brussels metrostation. In de caddie zitten grote bidons met een doorschijnende vloeistof in. Ze zijn er mee op weg naar de Max Roosstraat.

Mohamed Abrini: “Osama Krayem hielp af en toe een handje bij de fabricatie. Zoals bekertjes vullen met ijsblokjes. Dat soort klusjes. Op 14 maart zat hij met Ibrahim en Najim in het appartement TATP te maken. Zoals Osama het aan mij vertelde, spoten ze met injectiespuiten verhit zuur in bokalen. Je moest gelijktijdig die ijsblokjes er bij doen. Op een gegeven moment, is dat spul gaan branden en is de boel ontploft.”

Het doel, zegt hij, was om in vier maanden tijd genoeg TATP-poeder te hebben voor een nog veel grotere aanslag.

Mohamed Abrini: “Er was sprake van juni 2016. Auto’s gevuld met TATP zouden als ramwagens in fanzones rijden tijdens het Europees kampioenschap voetbal.”

Als een gemengd Frans-Belgisch politieteam in de Driesstraat in Vorst een deur tracht te openen, opent Mohamed Belkaïd onmiddellijk het vuur. Salah Abdeslam en Sofien Ayari zijn te voet weggevlucht, vinden een onderkomen in de Vier Windenstraat in Molenbeek, waar de politie hem op vrijdag 18 maart zal inrekenen.

Osama Krayem: “Het was nooit de bedoeling dat de broers Khalid en Ibrahim El Bakraoui zouden deelnemen aan de aanvallen. Hun rol bestond erin om mensen uit Syrië naar hier te brengen. Zij waren niet verondersteld om te sterven. De arrestatie van Salah heeft alles veranderd.”

Schaarbeek, 21 maart 2016

De sfeer is gespannen, als Laachraoui in een babbel met de nooit met 100 procent zekerheid geïdentificeerde Abou Ahmed in Raqqa moet melden dat Salah en Sofien bij de beschieting in Vorst zijn gevlucht. Een geluidsfragment op de ProBook: “We weten niet waarom ze zijn weggelopen. Ze hebben hun wapens achtergelaten, waaronder een kalasjnikov met zes laders.”

Laachraoui, in een volgend fragment: “We hebben geen schuilplek meer, er is niemand meer. Iedereen is verbrand. We gaan de honderd kilo TATP die we al hebben gebruiken.”

Er is één klein probleem. De broers El Bakraoui mogen dan al hebben besloten dat ze zich dan toch mee gaan opblazen, naar de opinies van Abrini en Krayem is duidelijk niet gevraagd.

Osama Krayem: “Op 21 maart ben ik de rugzakken gaan kopen. Ik heb ze afgeleverd in de Max Roosstraat. Daar stond een bak met wit poeder. Later die dag heb ik de rugzakken, gevuld met explosieven, opgehaald en naar de Kazernelaan gebracht.”

Van daaruit zullen hij en Khalid El Bakraoui de volgende ochtend de metro nemen. De anderen zullen per taxi naar Zaventem gaan.

Zaventem-Brussel, 22 maart 2016

Net als de vorige keer verzekert iedereen iedereen dat hij zal doen wat hem is opgedragen.

Mohamed Abrini: “De anderen hebben me overtuigd om mee te doen bij de aanslagen, aangezien ik gezocht werd. Er was afgesproken dat ik mij op de luchthaven als eerste zou opblazen. Na de tweede explosie ben ik gevlucht.”

Khalid El Bakraoui en Osama Krayem kopen netjes een ticketje voor ze voorbij het poortje gaan in metrostation Pétillon.

Osama Krayem: “Onze modus operandi bestond erin dat Khalid zich in het voorste metrostel zou opblazen. Ik, van mijn kant, moest het lawaai van de eerste explosie afwachten en me opblazen in een metrostel achteraan. Op het moment dat we onze ticketjes kochten, heb ik besloten om er van af te zien. Ik ben teruggekeerd naar de Kazernelaan en heb m’n TATP-poeder weggespoeld in het toilet.”

Op de laatste beelden van de man met het hoedje, destijds eindeloos vaak uitgezonden op vraag van het federaal parket, zien we hem het Meiserplein oversteken. Het laatste beeld is er een aan de Notelaarsstraat in Schaarbeek. Hij is net als Osama Krayem op weg naar het safehouse in Etterbeek, wat erop wijst dat ze vooraf onder elkaar hebben doorgepraat hoe het zou gaan.

Mohamed Abrini: “Osama Krayem had mij er de sleutel en de badge van gegeven, maar ik ben niet binnen gegaan. De politie was daar al.”

Dat was niet zo, maar veel helder denken was er die dag niet bij. Ook niet tijdens een van zijn latere ondervragingen.

Mohamed Abrini: “Als ik zeg dat ik een van de grootste slachtoffers ben van de aanslagen, gaan de mensen denken dat ik helemaal gek ben, maar uiteindelijk heeft dit conflict mij m’n vrienden gekost, m’n familieleden, m’n vrouw, m’n huwelijk, de mooiste jaren van m’n leven. Wij zijn allemaal slachtoffer geworden van wat er daarginds is gebeurd en we hebben allemaal een prijs betaald.”

Gevraagd naar wat hij bedoelt met daarginds, zegt Abrini: “De oorlog.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234