Donderdag 21/11/2019

'Ik mis justitie niet, dit ligt me beter'

'Waarom zou Binnenlandse Zaken belangrijker zijn dan pakweg Werkgelegenheid? Of waarom zou Ontwikkelingssamenwerking minder belangrijk zijn dan Justitie? Er is geen enkel departement waar je met zoveel problemen geconfronteerd wordt. Bovendien bekijk je ze altijd op wereldschaal.' Zeg niet tegen Marc Verwilghen (VLD) dat hij een degradatie heeft moeten slikken. De vorige minister van Justitie amuseert zich uitstekend op Ontwikkelingssamenwerking. 'Ik heb altijd veel meer belang gehecht aan rechtvaardigheid dan aan recht. Zo ben ik opgevoed.'

Ruud Goossens en Koen Vidal

Samen met premier Verhofstadt is Marc Verwilghen de enige VLD'er uit de vorige regering die de verkiezingen overleefd heeft. Rik Daems moest zich tevreden stellen met het fractieleiderschap in de Kamer, terwijl voor Annemie Neyts het voorzitterschap van het nieuwe agentschap voor Buitenlandse Handel werd gecreëerd. Marc Verwilghen kon zich wel redden: hij kreeg Ontwikkelingssamenwerking en mag zich in tegenstelling tot zijn voorganger Eddy Boutmans een volwaardig minister noemen. Een hele verrassing, vond zowat iedere Wetstraat-waarnemer, behalve de betrokkene zelf. "De VLD-top had mij in tempore non suspecto al gevraagd of ik per se op Justitie wilde terugkeren", vertelt hij. "Ik had toen al neen geantwoord. En in een interview met het tijdschrift Deng heb ik een paar maanden geleden al eens gezegd dat Ontwikkelingssamenwerking mij wel interesseerde. Mijn belangstelling is dus niet nieuw."

Waar komt ze vandaan?

"Ik heb altijd veel meer belang gehecht aan rechtvaardigheid dan aan recht. Ik ben zo opgevoed. Mijn vader was vrederechter en zei altijd: 'Eerst vrede, dan recht'. De afgelopen vier jaar is mijn interesse nog toegenomen op twee congressen die ik als justitieminister gevolgd heb: het congres in Durban over de gevolgen van de slavernij en dat in Yokohama over kinderrechten. En dan was er nog een seminarie waar Ricardo Petrella sprak. Ik had al een aantal van zijn boeken gelezen maar die toespraak heeft mij toen overrompeld. Hij overdonderde ons met cijfers: hoeveel mensen er niet in staat zijn zich te voeden, hoeveel mensen er geen drinkbaar water kunnen krijgen of geen toegang tot onderwijs. Dat heeft me niet losgelaten. Uiteindelijk is dit ministerschap het gevolg. Toen men mij dit aanbod deed, heb ik dan ook geen seconde getwijfeld."

Om eerlijk te zijn: van uw buitenlandse interesse hebben wij nooit wat gemerkt.

"Ik liep er ook niet mee te koop. Tijdens het Europees voorzitterschap heb ik wel veel dossiers 'gedeblokkeerd' op het vlak van justitie. En daarnaast heb ik veel proberen te realiseren in het domein van de kinderrechten. Maar het is juist dat ik mij publiek nooit heb uitgelaten over ontwikkelingssamenwerking. Als ik daarover iets kwijt wilde, dan deed ik dat op de ministerraad."

U bent ook niet zo'n reiziger. Tijdens de zomervakantie zit u altijd in Knokke.

"Tijdens de zomervakantie blijf ik hier, maar wie mij kent, weet dat ik heel graag en veel reis. In het buitenland leer je altijd iets bij. Dat trekt me aan, al weet ik dat ik vaak met de harde realiteit zal worden geconfronteerd."

Zowat iedereen beschouwt uw nieuwe job als een degradatie.

"Ik begrijp dat niet. Waarom zou het ene departement belangrijker zijn dan het andere? Waarom zou Binnenlandse Zaken belangrijker zijn dan pakweg Tewerkstelling? Of waarom zou Ontwikkelingssamenwerking minder belangrijk zijn dan Justitie? Er is geen enkel departement waarop je met zoveel problemen geconfronteerd wordt. Bovendien bekijk je ze altijd op wereldschaal."

U bent geen staatssecretaris maar minister. Is dat meer dan symboliek?

"Daar heeft het niets mee te maken. De voorbije jaren waren er vaak spanningen tussen de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking. De staatssecretaris zat constant in de greep van de minister. Daarom is het belangrijk dat ik een volwaardig minister ben. Ik ben ook volledig verantwoordelijk voor mijn budget. Het is wettelijk vastgelegd dat dat budget zal stijgen naar 0,7 procent van het bruto binnenlands product tegen 2010. Om eerlijk te zijn: ik blijf dat weinig vinden. Ik zou 1 procent, naar Deens voorbeeld, nog beter vinden. Dan zouden we nog altijd 99 procent van onze middelen voor onszelf houden. Maar dat is een ideaalbeeld."

Hebt u zelf wel volledige zeggenschap over uw budget?

"Alles wat betrekking heeft op het buitenland, valt onder de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel. Maar ik beschik wel degelijk over een eigen budget van 32 miljard. Daarvoor moet ik niet de goedkeuring van Louis Michel vragen. (lacht) Ik zit niet voor niets op de zesde verdieping, een etage bóven Louis Michel."

Dat is inderdaad beter dan onder Louis Michel.

"Daar zijn de ontsnappingsmogelijkheden nogal beperkt, ja. Serieus, de verstandhouding met Louis Michel is goed. We hebben al een aantal gesprekken gevoerd en die vinden plaats op basis van gelijkheid. Ik heb ook niet het gevoel dat ik constant moet opletten. En overleg is goed. Het zou dom zijn dat we met ons buitenlands beleid de ene richting uitgaan en met onze ontwikkelingssamenwerking een heel andere richting. Maar ik zal mijn budget grondig bewaken."

De kans bestaat wel dat u de uitvoerder wordt van het beleid dat Louis Michel de afgelopen jaren heeft uitgezet.

"Met alle respect voor Louis Michel, maar de buitenlandse politiek is niet alleen uit zijn pen gekomen. De buitenlandse politiek kwam vaak aan bod in de ministerraad en dan kwam zowat elke minister wel tussen."

Hoe zult u uw ministerschap invullen? Wordt u een missionaris zoals Réginald Moreels?

"Ik wil vooral geen etiket opgeplakt krijgen. In een niet zo ver verleden heb ik het etiket witte ridder al eens moeten meesleuren. Dat wil ik geen tweede keer meemaken. Ik wil me, net zoals er in Scandinavië gebeurt, concentreren op een beperkt aantal landen. Daarom is er tijdens de formatie gekozen om niet met 25 maar met 18 partners te werken. Daar willen we iets duurzaams opzetten dat niet stilvalt wanneer onze hulp ophoudt. Het moet meer zijn dan 'Grote broer geeft wat geld'. Die oude, paternalistische vorm van ontwikkelingssamenwerking behoort tot het verleden. Op redelijk korte termijn - dat mag geen jaar duren - willen we die lijst vastleggen.

"Daarnaast zijn er een viertal internationale problemen waarop we ons moeten concentreren. We doen al veel op het gebied van aids-bestrijding maar we moeten nog meer doen. Anders zullen er in Afrika hele generaties worden weggeveegd. Ook de bestrijding van de kinderarbeid en kindsoldaten wordt een van mijn prioriteiten. Dan denk ik dat we de gelijkheid tussen de geslachten moeten stimuleren. Als de positie van de vrouw niet drastisch verbetert in een aantal ontwikkelingslanden, kun je geen democratiseringsproces op gang brengen. En tot slot denk ik aan corruptiebestrijding. Veel hulp is verloren hulp geweest omdat ze bleven steken in de kanalen die het ter plekke moesten brengen."

Plant u grote hervormingen?

"Na de Abos-schandalen is er heel wat hervormd. Ik ben niet van plan om dat opnieuw te doen. Het komt er nu op aan om de nieuwe structuur alle kansen te geven. Als blijkt dat het nog niet goed geregeld, is kunnen we nog altijd bijsturen."

U laat wel verstaan dat Belgische privé-bedrijven een rol moeten kunnen spelen op het vlak van ontwikkelingssamenwerking.

"Als we dat goed aanpakken, hoeft dat geen doos van Pandora te zijn. Na de Abos-schandalen hebben we daar, volkomen begrijpelijk, een eind aan gemaakt. Nu zijn we in het andere extreem vervallen: onze bedrijven worden totaal niet meer betrokken. Op Europees vlak wordt die scheiding niet gemaakt. Ik stel ook vast dat er bedrijven zijn die iets doen op het vlak van ontwikkelingssamenwerking of die actief zijn in sectoren waar ook wij iets willen doen. Zo biedt Carrefour Fair Trade-producten aan aan zijn klanten. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Of neem de farmaceutische industrie: waarom zou Janssen Pharmaceutica of het Mechelse Tibotec-Virco geen geneesmiddelen tegen generische tarieven kunnen aanbieden in Afrika? Of waarom zouden Belgische ondernemingen geen rol kunnen spelen in het herstel van de haven van Matadi? Of waarom zou de expertise van de NMBS niet gebruikt kunnen worden wanneer er ergens een spoorweg moet worden aangelegd?"

Omdat in het verleden is gebleken hoe snel het dan misloopt.

"Daarom moeten we het op een voorzichtige, gecontroleerde manier doen. Met duidelijke afspraken. Mag ik u erop wijzen dat zelfs mensen die als andersglobalist door het leven gaan, zoals Noreena Hertz, een rol zien voor de privé-sector. Een kruisbestuiving is mogelijk maar je moet heel kieskeurig zijn. Ik kan me voorstellen dat de niet-gouvernementele organisaties vragen zullen hebben. Als ze echter zien dat we dat op een serieuze manier aanpakken en dat het voordelen biedt, kunnen we ze overtuigen, denk ik. Een ngo die aan aids-bestrijding doet en zo goedkope producten kan aankopen, kan toch alleen maar enthousiast zijn?"

Denkt u dan aan gebonden hulp? Een land krijgt geld als het dat meteen investeert in een Belgisch bedrijf?

"Neen, dat is de paternalistische tonton-politiek van weleer. Dan ben je bijna neokoloniaal bezig. Die tijd is voorbij. Net die houding heeft aanleiding gegeven tot de misbruiken uit het verleden."

Wordt u de minister van het Zuiden? Zult u in moeilijke dossiers hun kaart trekken?

"Dat is het dilemma waarmee ik geconfronteerd zal worden. Ik zal keuzes moeten maken die soms wel eens tegen ons eigenbelang ingaan. Ik vind drinkbaar water een essentieel en onvervangbaar product. Water is een res publica, een zaak van iedereen. Andere mensen vinden dat water ook onder de commerce valt. Uiteindelijk zal er kleur bekend moeten worden. Ander voorbeeld: wapenhandel. Ik ben enorm tegen wapens, ik geloof niet dat ze voor vrede kunnen zorgen. Bij het toekennen van exportlicenties mogen commerciële belangen niet de bovenhand halen. Ik hoop dat de regionale ministers die nu bevoegd zijn, daar rekening mee zullen houden. Stel dat er een conflict oplaait in een land dat wij helpen en dat een Belgische fabriek dat land bevoorraadt met wapens. Ik denk dat dat een groot probleem zou zijn."

Enkele jaren geleden is afgesproken dat uw departement geregionaliseerd wordt.

"Heeft het zin om een taart die je in één stuk kunt aanbieden in verschillende stukken te snijden? Ik zie ook dat de mensen op het terrein dat niet zien zitten. Ik heb al een studie gelezen waarin heel wat argumenten tégen de regionalisering worden aangedragen, terwijl er bijzonder weinig argumenten pro te vinden zijn."

Wie is er eigenlijk nog voor?

"Ik heb gelezen dat Els Van Weert van Spirit voor is, maar dan stopt het toch ongeveer. Er lijken nog maar weinig mensen te zijn die daarop aandringen."

Binnenkort vertrekt u naar Kongo, Rwanda en Burundi. Wordt dat de eerste kennismaking?

"Inderdaad. Ik ken bepaalde regio's goed in Afrika, maar het wordt mijn eerste trip naar Centraal-Afrika, al heb ik daar familiale roots. Het biedt mij het voordeel dat ik onbevooroordeeld vertrek. Op school had ik een aantal medestudenten die waren opgegroeid in Leopoldstad. Zij hadden bijna heimwee. Dan bekijk je dat land veel emotioneler. Die handicap heb ik niet."

Zult u de Rwandese president Paul Kagame een hand geven?

"Als je naar Rwanda trekt, kun je toch niet anders dan daar met de autoriteiten spreken? Daar hoort Kagame bij. Het lijkt me geen goede gespreksbasis om te zeggen: 'Ik geef u geen hand'. Zo marcheert het niet. Maar dat belet niet dat we zullen hameren op het belang van het vredesproces. Dat proces moeten we, onder bepaalde voorwaarden, stimuleren. Ik denk dat het weinig zin heeft om ons volledig af te keren. Daar zou de bevolking het eerste slachtoffer van zijn. In Kongo is het hetzelfde. Daar moeten er dringend verkiezingen plaatsvinden. Alleen zorgt dat voor problemen. De identificatie van mensen is problematisch, er zijn talloze valse paspoorten in omloop. De administratie stelt ook nauwelijks nog iets voor, die moet dus nieuw leven worden ingeblazen. Dat proces moet worden bewaakt, maar je mag niet te streng worden."

Waarom bent u niet naar de top van de Wereldhandelsorganisatie in Cancún geweest?

"Omdat de onderhandelingen daar door de vertegenwoordiger van de Europese Commissie gevoerd werden en omdat het ging over aangelegenheden - Buitenlandse Handel en Landbouw - die niet tot mijn onmiddellijke bevoegdheid behoren. Ik kon daar dus weinig uitrichten. Als ik zin heb in een snoepreisje, zal ik dat wel privé doen. Maar het mislukken van die top is een spijtige zaak. Hopelijk zal men binnen de WHO nu eens nadenken over de werkwijze. De Verenigde Staten zitten daar met driehonderd uitstekend voorbereide mensen, terwijl een land als Gabon daartegen moet opboksen met elf nauwelijks voorbereide mensen. Dat is niet netjes."

Steve Stevaert heeft geen mening over Cancún omdat 'de mensen' er niet mee bezig zijn.

"Ik vind dat vrij verbazingwekkend. Een politicus moet daar een mening over hebben, zelfs als die niet gedeeld wordt door de bevolking."

De interesse van politici voor het buitenland wordt door de invloed van marketing en communicatie steeds kleiner.

"Dat is dan heel kortzichtig. Als je niet bezig bent met armoedebestrijding, zal het probleem op een of andere manier terugkeren. Kijk naar de migratiestromen of de opgang van het terrorisme. Ik begrijp dat een Belgische politicus in de eerste plaats met de problemen in eigen land bezig is. Alleen kunnen problemen in het buitenland wel tot problemen in eigen land leiden."

Is er in uw eigen partij veel interesse voor uw nieuw departement?

"Van de premier is de belangstelling bekend. Maar ook de rest van de partij laat het niet koud. Liberalen krijgen wel eens het etiket opgeplakt dat ze harde verdedigers van de vrijhandel zijn die het liefst geen enkele barrière accepteren. Dat klopt niet. In het verleden heeft er met André Kempinaire al eens liberaal op dit departement gezeten. (lacht) En al zijn opvolgers zijn ondertussen overgestapt naar de VLD: Jef Valkeniers, André Geens, Reginald Moreels..."

Straks wordt u nog een partijgenoot van Eddy Boutmans.

"Hij is al gaan studeren. (lacht) Misschien brengt dat hem tot nieuwe inzichten. Grapje. Serieus, de liberalen hebben altijd een sociaal departement geclaimd. Wel, we hebben er nu één. Wellicht zal de sector mij iets kritischer volgen dan mijn voorgangers omdat ik liberaal ben. Maar daar heb ik geen probleem mee. Ik was deze week nog bij 11.11.11, en dat was een goed gesprek."

U moet het menselijke gelaat van de VLD worden. Dat kan electoraal niet oninteressant zijn.

"Ik geloof dat niet. Ontwikkelingssamenwerking is een marathondepartement. Voor snel gewin kun je beter op Financiën zitten. Net zoals justitie ben je hier op de lange termijn aan het werken."

U lijkt justitie niet te missen. U geeft voor het eerst sinds lang weer een ontspannen indruk.

"Neen, ik mis justitie niet. Ik deed dat graag en ik blijf het ook opvolgen. Maar ik heb de jongste weken al vaak gedacht: 'Verdorie, dit had ik eerder moeten ontdekken'. Dit departement sluit veel beter aan bij mijn persoonlijkheid. Ik voel mij beter in mijn vel."

'Eigenlijk zouden we 1 procent van ons budget aan ontwikkelingssamenwerking moeten uitgeven. Dan houden we nog 99 procent voor onszelf'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234