Maandag 23/11/2020

InterviewOnderwijs

‘Ik maak me zorgen om de groep ‘vermiste’ kleuters’: professor Michel Vandenbroeck (UGent)

Professor Michel Vandenbroeck (UGent) is vooral bezorgd over een groep ‘vermiste kleuters’. ‘Het gaat om kleuters die opgroeien in de meest precaire gezinnen en waar de ouders erg bang zijn voor het virus.’Beeld Illias Teirlinck

Voor de jongste schoolgangers, de kleuters, heeft de coronasluiting van de scholen niet veel goeds gedaan. De doorsnee kleuter haalt zijn schade wel in, meent professor Michel Vandenbroeck (UGent). Maar de groep ‘vermiste kleuters’ baart hem grote zorgen.

Wat doet het met een kleuter om zoveel maanden niet naar het vertrouwde klasje te kunnen? Niemand die het kan zeggen. Goed wetenschappelijk onderzoek naar de impact van de sluiting van de scholen op kleuters is er niet. Dat maakt het moeilijk zoeken naar remedies voor eventuele problemen. “Dat is echt een gemis”, vindt professor Michel Vandenbroeck, hoofddocent gezinspedagogiek en expert kleuteronderwijs aan de UGent. Hij voerde al heel wat universitair onderzoek naar onder andere uitsluitingsmechanismen in kleuterscholen. “Het toont ook meteen waar de prioriteiten lagen. De impact op het bedrijfsleven is bijvoorbeeld wel helemaal onderzocht. Waar wij ons nu op moeten baseren, zijn de verhalen die binnenkwamen uit het veld.”

En wat zeggen die?

“Dat de meeste problemen die we gezien hebben door de sluiting van kleuterscholen vooral een versterking zijn van bestaande problemen, eerder dan nieuwe. Alle kleuters hebben leerkansen gemist. Maar kinderen die in moeilijker situaties leven, hebben meer gemist dan de anderen. Vooral omdat niet alle kleintjes een thuissituatie hebben waarbij de ouders zich konden uitsloven om hen vanalles aan te bieden. Het is de belangrijke maatschappelijke functie van een school om verschillen in thuisomgevingen te compenseren. Dat is nu niet gebeurd. We kunnen met zekerheid zeggen dat de kloof tussen sterke en zwakkere kinderen in het onderwijs vergroot is.

“Er was ook één nieuw probleem: een aantal kleuters uit de meest precaire gezinnen zijn helemaal niet meer naar buiten gekomen. Ze mochten zelfs niet de stoep op. Het is ook de groep die we bij de heropening van de kleuterscholen in mei niet teruggezien hebben.”

Hoe groot is die groep?

“Dat is onmogelijk te zeggen, net omdat systematisch onderzoek helemaal ontbreekt. Dankzij projecten waarbij mensen de moeite deden om systematisch te gaan aanbellen bij de huizen van kleuters die niet meer opdaagden, weten we dat ouders hun kinderen vooral uit angst binnenhielden. De medische gegevens die continu verspreid werden, hebben hen echt afgeschrikt. Sommige ouders vertrokken zelfs naar hun thuisland. We weten niet hoelang ze precies zijn weggeweest. En of ze al terug zijn.”

Sommige experts zeggen dat leerachterstand als een domino werkt. Achterstand opgebouwd in de kleuterschool doet ook steentjes vallen in het lager en secundair. Is die groep kleuters ‘verloren’, om het cru te zeggen?

(beslist) “Nee, uitgaan van een domino-effect is een veel te deterministische visie op de ontwikkeling van kinderen. Dat klopt niet met de realiteit. Die visie is vaak gebaseerd op grootschalige, meestal Amerikaanse onderzoeken waarbij duizenden kinderen bekeken worden en dan een gemiddelde genomen wordt. Maar zoiets zegt niets over dat ene kind. Zoals ik mijn studenten vaak vertel: mochten gemiddelden een voorspellende waarde hebben, dat stond ik niet hier in de klas maar wel in het casino.

“Ja, er is een leerachterstand. En ja, de onderwijskloof is groter geworden. Maar kan dat niet meer opgelost worden? Natuurlijk wel. Kinderen hebben een heel grote flexibiliteit en veerkracht. Er is dus nog niets finaal verloren. Op voorwaarde natuurlijk dat we ingrijpen. Alles hangt af van van hoe de scholen vanaf september hiermee omgaan.”

Hoe moet een kleuterschool dat allemaal managen?

“We moeten het vooral meer holistisch bekijken, naar verschillende aspecten samen kijken dus. Er zullen kinderen zijn die maandenlang nauwelijks in een Nederlandstalige omgeving geweest zijn. Maar het gaat niet enkel om het cognitieve aspect. Er zullen ook kinderen zijn die minder structuur hebben gehad en minder sociale contacten met leeftijdsgenootjes. Kinderen ook die emotioneel nogal wat te verwerken kregen, bijvoorbeeld sterfgevallen in hun gezin.

“Zorg en leren moeten dus samengaan. En net dat loopt niet in alle kleuterscholen goed. Het probleem is dat er nog te vaak een concept gehanteerd wordt dat niet goed aansluit bij kleuters, zeker niet bij de jongsten. Een concept dat eigenlijk een vertaling is van het leven in de lagere school. De kleintjes kunnen vaak geen dutje doen ’s middags of rustig eten. Dat werkt niet: bij de jongste kleuters kun je geen onderscheid maken tussen zorg en leren, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Als je niet goed voor kleintjes zorgt, dan leren ze ook niet. Als je er niet voor zorgt dat ze ’s middags een dutje kunnen doen, dan is de namiddag om zeep. Als ze niet rustig kunnen eten en fijn spelen, dan werkt het niet.

“Met de grotere verschillen tussen kleuters wordt zorg en leren combineren vanaf september nog belangrijker. Een grotere nadruk op het strikt cognitieve leren zal niet het gewenste effect hebben. Wat heel belangrijk is: we kunnen dat niet oplossen zonder de leerkrachten. We moeten heel goed luisteren naar hen om te weten wat hun noden zijn. Je kunt hen ondersteunen met psychologen die met rouwverwerking bezig zijn bijvoorbeeld, of met experts in het omgaan met het verwerven van een nieuwe taal. De noden zullen op verschillende plaatsen verschillend zijn.”

Moeten we niet eerst zien dat we de kleuters weer op school krijgen? U had het over de angst bij ouders. Die is, nu de tweede golf bezig is, wellicht niet verminderd.

“Precies. We moeten eerst het vertrouwen van de ouders terugwinnen. We hebben tijdens de crisis gezien dat de inspanningen van scholen die veel investeerden in het bereiken van die groep door op huisbezoek te gaan, met ouders te praten en hen gerust te stellen, heeft geloond. Dat moeten we vooral aanmoedigen en ondersteunen.

“En we moeten ouders weer proberen toe te laten in de klassen. We hadden lange tijd in de kleuterschool een ingesleten cultuur waarbij ouders niet mee mochten tot in het klasje. Er hing een bordje: ‘Vlug een zoen en weg is uw kapoen’.

“We hebben daar uitgebreid onderzoek naar gedaan en daaruit is gebleken dat het weren van ouders uit de klasjes een belangrijke reden is waarom de participatiegraad van kinderen uit kansarme en migratiemilieus lager is. Die ouders kennen de kleuterschool minder goed en krijgen ook niet de mogelijkheid die te leren kennen. Ze maken zich dan allerlei voorstellingen en er is geen plek waar ze terechtkunnen met hun vragen, bezorgdheden en angsten. Uit ons onderzoek bleek dat als je ouders fysiek tot in de klas laat komen, de participatiegraad van kleuters uit die groepen verhoogt.

“Dat was de tendens vóór corona: ouders meer toelaten op school. Maar het virus doet ons nu een grote stap achteruitzetten. Ouders worden weer uit de klasjes geweerd. In september moeten we echt heel goed het medische en het pedagogische aspect afwegen. Als het nodig is om ouders buiten te houden, moet het. Maar dan moeten we goed beseffen dat dat net voor de ouders van de kinderen die we minder of niet meer zien, een reden is om hen niet naar school te sturen.

“We hebben een grote fout gemaakt bij de eerste lockdown: de economie ging voor op de kinderen. Dat is begrijpelijk in de paniek die er toen was, maar we mogen die fout niet meer herhalen. Een maatregel moet proportioneel zijn. Je kunt niet zeggen dat het veilig genoeg is om cafés en winkels te heropenen, maar niet om ouders op de kleuterschool toe te laten.”

Zal niet vooral de taalachterstand bij een groep kleuters het grote probleem zijn? Zoals u zegt, hebben sommigen maandenlang amper een woord Nederlands gehoord.

“Ja, voor die kinderen zal Nederlands nog meer een vreemde taal geworden zijn. Om dat aan te pakken is het net nodig om de thuistaal mee te nemen, te valoriseren en te gebruiken. Respect voor de moedertaal bevordert het verwerven van een tweede taal. We mogen niet vervallen in het idee dat je de moedertaal moet weren op school om Nederlands te leren. Laat bijvoorbeeld een Turkse mama tweetalig voorlezen aan de kindjes. Dat soort activiteiten gaan we nog veel meer nodig hebben.”

U hebt het over respect voor de thuistaal en aandacht voor andere aspecten dan het cognitieve. Dat druist in tegen het Vlaams regeerakkoord, waarin sprake is van Nederlandse taaltesten voor kleuters en meer inzetten op het cognitieve door het aantal kleuters dat zindelijk is op te krikken.

“Ik besef goed dat wat ik zeg niet overeenkomt met wat stilaan het dominante denken in Vlaanderen genoemd kan worden. Maar wat ik zeg is geen politieke uitspraak, het is een wetenschappelijke uitspraak. Dit is wat we weten uit onderzoek over de ontwikkeling van taal bij meertalige kinderen. Ik kan dat alleen maar blijven herhalen, in de hoop dat het opgepikt wordt.”

We hebben het vooral gehad over de groep sociaal zwakkere kleuters. Zullen de ‘sterkere’ kleuters , die ook een leerachterstand hebben opgelopen, geen gevolgen meedragen?

“Ik verwacht eigenlijk van niet. Zoals ik zei, zijn kinderen doorgaans heel veerkrachtig. Bovendien weten we dat de meeste leerkrachten in de kleuterschool en zeker in het eerste leerjaar met die verschillen kunnen omgaan. Dat is hun metier. Als blijkt dat de kinderen een aantal zaken niet zo goed beheersen, dan speelt de leerkracht daarop in en tegen het einde van het schooljaar merk je het amper nog. Idem bij de overgang van de derde kleuterklas naar het eerste leerjaar.”

We durven het amper te vragen, maar wat als de kleuterscholen komend schooljaar door de epidemiologische situatie weer dicht moeten?

“Ik kan me dat nauwelijks voorstellen. Dat is ook duidelijk het standpunt van het maatschappelijke relancecomité van de Vlaamse regering: onder geen beding gaan we kleuterscholen sluiten.”

Is dat niet vooral ingegeven vanuit het feit dat ouders niet kunnen werken als hun kleuters niet naar school kunnen?

“Zeker en vast. Covid heeft een oud probleem van België mooi op de kaart gezet. Wij doen alsof opvang en leren twee totaal verschillende dingen zijn. Je mag nooit tegen een school zeggen dat ze aan opvang doet, zij doet aan leren. Maar als je de kleuterscholen sluit, merk je dat zo’n school natuurlijk ook opvang is en dat men in de opvang ook aan leren doet. Het kan een les zijn om eindelijk af te stappen van die tweedeling en na te denken over wat kinderen tussen 0 en 5 jaar eigenlijk nodig hebben. Dan kun je ook meteen het probleem oplossen van de jongste kleuters, die nu in instellingen zitten die niet geschikt zijn om aan hun noden te voldoen.”

Heeft de zomervakantie al iets goedgemaakt? De zomerkampen en de meer laagdrempelige speelpleinen mochten doorgaan. Daardoor kwamen ook kleuters weer meer in contact met elkaar en met het Nederlands.

“Als dat zo is, zou dat geweldig zijn. Maar ik heb geen zicht op wie die organisaties bereiken. Zijn dat de kinderen die elders ook al kansen hebben of slagen ze erin net die kinderen te bereiken die niet zoveel kansen hebben?

“Speelpleinen zijn inderdaad laagdrempelig en hadden vroeger ‘vrije inloop’. Je kwam wanneer je daar zelf zin in had. Maar door de coronamaatregelen en ook het opvangtekort werken ook speelpleinen tegenwoordig met reservaties, net als de private kampjes. Daar moet je op een bepaalde dag om één minuut over middernacht klaarzitten achter je computer om je kind ingeschreven te krijgen. Dat is lang niet iedereen gegeven.

“De vraag is dus of die initiatieven de kinderen bereikt hebben die het het meest nodig hebben. Hebben zij kunnen communiceren met die gezinnen op een manier die vertrouwen gaf? Als dat zo is, zou het een hele geruststelling zijn. Is dat niet gelukt, dan kan het zijn dat het net nog de kloof heeft vergroot.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234