Maandag 02/08/2021

'Ik lijk hier binnenkort wel de laatste geus te worden'

theater

ivo van hove over drie jaar directeurschap bij toneelgroep amsterdam

Op 1 januari zal het drie jaar geleden zijn dat Ivo Van Hove aantrad als directeur van Toneelgroep Amsterdam, het zwaarst gesubsidieerde theatergezelschap van de lage landen. Zelf pleegt hij te spreken van een 'cruiseschip'. Een wat vreemde metafoor is dat, als je bedenkt hoe woelig het water was waar hij als kapitein in heeft moeten laveren, en hoe zwaar de recente (media)storm rond zijn positie, na het vertrek van een aantal topacteurs (zie DM 24/11). Maar Van Hove zet zijn koers onverminderd voort. Een balans van drie jaar nieuwe bakens uitzetten in de Nederlandse hoofdstad.

Amsterdam

Van onze medewerker

Wouter Hillaert

Van Hoves kantoor op de Prinsengracht is lang niet zo chique als je zou kunnen verwachten van een man die verweten wordt 'altijd in driedelig pak rond te lopen' en 'voor medewerkers onbereikbaar te zijn'. Hij werkt gewoon in een klein lokaal achter een breed venster dat uitkijkt op de gang. Tegen de muur staat een houten rek dat alles wegheeft van een gerecycleerd steunstuk uit een vroeger decor. Het bevat zowel boeken over O'Neill als mappen met de stickers 'begroting' en 'nieuwbouw', terwijl op de werktafel een mail slingert met data van interessante voorstellingen in Parijs en Berlijn. Dit is ontegensprekelijk het universum van Ivo Van Hove, directeur (artistiek én zakelijk) bij Toneelgroep Amsterdam. En de mens Van Hove? Die zucht. "Ik heb even diep in de put gezeten. Natuurlijk heb ik door de jaren heen met kritiek leren leven, maar nu was ik toch helemaal uit het lood geslagen. Ik voelde me vanwege al de overdrijvingen die in de pers zijn uitgesmeerd, echt onrechtvaardig behandeld. Al wie zit te wachten op een intendant, moet ik echter teleurstellen. Aan stoppen heb ik geen moment gedacht. Ik ben een doorzetter. Dit huis is mijn thuis en hier zal ik mijn project realiseren."

Bij uw aantreden in 2001 zei u dat Toneelgroep Amsterdam met al zijn middelen vooral theater moet maken dat zich onderscheidt. Is dat gelukt?

Van Hove: "Dat denk ik wel, ja. Wat ik in de eerste plaats gedaan heb, is dit stadsgezelschap weer ten volle neerpoten in het centrum van het stadsleven, in de Stadsschouwburg aan het Leidseplein. Als je zoveel gemeenschapsgeld krijgt, mag je jezelf immers niet gaan marginaliseren. Dan moet je midden in de maatschappij aanwezig zijn. Dat betekende dat ik als speerpunt weer voor grote zaalproducties koos, terwijl Toneelgroep Amsterdam vlak voor mijn tijd maar evenveel grote voorstellingen maakte als het Zuidelijk Toneel, dat daar wel veel minder geld voor had. Een ander punt heeft te maken met onze onderscheidende visie op repertoire. Want laat dat duidelijk zijn: klassiek en modern repertoire blijft nog steeds de basis, hoeveel misverstanden daar ook over bestaan. Alleen heeft het hier geen museumfunctie. Het is niet zomaar 'in de bib nog eens Tsjechov gaan opvissen'. Als wij Macbeth of Oedipus doen, dan zit daar een gegronde reden achter, én een visie én een statement. Bovendien hebben we dat repertoire aangevuld met zes schrijfopdrachten in drie jaar tijd, aan onder meer Stefan Hertmans, Peter Verhelst, Richard Maxwell en Oscar van den Bogaard. Dat is erg veel."

Maar op het podium leverde dat toch niet altijd even uitzonderlijke voorstellingen op?

"Het ging inderdaad met wisselend succes. Maar als je kijkt naar nog een derde aspect van mijn beleid, de keuze voor zogenaamde cross-overvoorstellingen, dan denk ik toch dat we ons daar echt onderscheiden van andere grote repertoiregezelschappen, zelfs in Europa. Met Sonic Boom van Wim Vandekeybus, Teorema van Emio Greco en onze samenwerking met videokunstenaar Aernout Mik in het Stedelijk Museum hebben we op dat vlak zeker wel een paar baanbrekende producties gemaakt, die bouwen aan de theatertaal van de toekomst. We zoeken in dat oeuvre een eigen weg, net als in ons repertoirewerk. Toneelgroep Amsterdam staat voor een uniek breed spectrum. En dus denk ik toch dat ik gestalte heb gegeven aan wat een groot repertoiregezelschap met een eigen ensemble in de eenentwintigste eeuw kan betekenen."

Alleen heeft vooral de Nederlandse pers het daar niet zo op begrepen.

"Ach, het probleem is dat hier een heel grote restauratie aan de gang is, een soort van groeiende hunker naar het negentiende-eeuwse toneel. Men verlangt steeds meer naar oppervlakkige schoonheid en acteursprestaties an sich. Neem een goed stuk, verdeel de hoofdrollen onder goede en herkenbare acteurs en het publiek komt wel. Dat lijkt echt de teneur te worden. Experiment heeft in de kritiek zelfs een negatieve bijklank gekregen. Men wil alleen maar een bevestiging zien van zijn eigen verwachtingen. Dan is het natuurlijk niet verwonderlijk dat grote namen als Johan Simons en Guy Cassiers hier wegtrekken. En er komt niet veel in de plaats, hé? Ik lijk binnenkort wel de laatste geus te gaan worden. Maar goed, tegelijk is een braakland misschien net een ideaal uitgangspunt om theater te blijven maken dat via provocerend onderzoek naar een essentie wil gaan."

Bestaat die essentie voor uzelf na een paar esthetische plaatjes als Massacre at Paris nu weer uit het explosief lijfelijke verlangen van de mens, zoals te zien was in Othello en Rouw Siert Electra?

"Ik beschouw mijn regiewerk niet graag in termen van periodes. Veel liever zie ik het als een oeuvre waarin diverse sporen van vroeger steeds terugkeren. Massacre was gewoon een oude droom die ik wilde realiseren, met veel vuurwerk. Het was zeker geen keuze om met Toneelgroep Amsterdam een vormelijke richting uit te gaan of zo. Zo werkt dat niet bij mij. Ik kies op een bepaald moment voor iets waar ik een grote voeling mee heb en daar druk ik dan heel veel van mezelf in uit. Vakmanschap is daarbij totaal onbelangrijk. Toneel, dat is mijn leven. En aangezien ik eerder Latijns ben van temperament, speelt het fysieke inderdaad een belangrijke rol, als vertaling van het psychologische. Dat is ook de rol die theater moet spelen: het uitzweten van de driften van elke toeschouwer. We zijn het zuiveringsstation van de maatschappij."

Een andere uitspraak van drie jaar geleden was dat u bij Toneelgroep Amsterdam een groter en hechter ensemble kreeg, en dat dat verdiepend zou werken. Denkt u daar nog steeds zo over?

"Wat ik daar toen mee bedoelde, moet je zien in verhouding tot het Zuidelijk Toneel waar ik vandaan kwam. Daar had ik een kerngroep van grote persoonlijkheden en sterke individuen, die zich tegelijk heel goed kon verplaatsen in wat ik deed: Ramsey Nasr, Camilla Siegertsz, Katelijne Daemen, Steven Van Watermeulen, Bart Slegers en Chris Nietvelt. We hadden een soort van eigen taal ontwikkeld, die steeds resulteerde in nieuwe stijlen. Veel ruzie hebben we gehad, maar we gingen steeds op ons doel af, als een oorlogsschip. Toneelgroep Amsterdam is veeleer een cruiseschip. Het is een groot ensemble, met heel verschillende leeftijden en heel verschillende theatrale achtergronden. Dat vind ik er net zo interessant aan. Ik kan een stuk nu ook helemaal bezetten zoals het hoort. Alleen is het op een cruiseschip natuurlijk veel moeilijker om allemaal dezelfde kant op te kijken, omdat er altijd wel één is die met zijn pootjes in het zwembad hangt of zin heeft om 's avonds even vroeger te gaan slapen. Maar het voordeel is wel dat je met mensen werkt die hier thuis zijn. Je kunt samen een verleden ontwikkelen die de toekomst mogelijk maakt. Dat bedoelde ik toen, en daar heb ik ook de resultaten van gezien."

Maar een paar vooraanstaande passagiers hebben het schip nu wel verlaten. Het is dan toch wat stuurloos geworden?

"Stuurloos? Dat vind ik nogal beledigend voor de mensen die overblijven. Kijk, we zijn een ensemble van twintig acteurs en daar zijn er nu drie van weg. Twee daarvan (Hans Kesting en Lineke Rijxman, WH) stapten op uit onvrede. Ik vind hun beslissing jammer en prematuur. Pierre Bokma wou sowieso andere horizonten opzoeken, en we hebben afgesproken dat we over een jaar weer zullen samen zitten. Titus Muizelaar wordt daar dan altijd bijgehaald, maar zijn vertrek had met de hele zaak niets te maken. Van een breuk met hem is dan ook geen enkele sprake."

Maar uw eigen positie stond wel ter discussie. Zijn er uit de interne gesprekken ondertussen al nieuwe inzichten gekomen?

"Vooreerst wil ik nog maar eens stellen dat alles wat in de pers geroepen is, totaal niet in verhouding stond met wat hier echt aan de hand is. We zitten in een veranderingsproces. En in een bedrijf van honderd mensen, waar alle politieke overtuigingen van SP tot LPF vertegenwoordigd zijn, spreekt dat nu eenmaal niet vanzelf. We zijn nu bezig met een doorlichting, waarbij we de zwaktes proberen op te sporen en te versterken. Mijn eigen zwakke kanten ken ik wel. Ik kom op veel mensen over als iemand die weinig interesse betoont in hun individuele persoon, omdat ik sowieso niet de man van de schouderklopjes ben, en eerder de kritische punten ter discussie ga stellen. Dat kan hard en zakelijk lijken, maar zo ben ik eigenlijk helemaal niet. Het probleem is in de eerste plaats dat mijn agenda een puzzel is van stukjes tien minuten-vergaderingen. Ik heb zelf de klassieke fout begaan waar ik mijn acteurs altijd voor waarschuw: zelf in te veel gaatjes willen springen. Dat geeft zoiets als "hij wil altijd alles zelf bepalen", maar dat klopt niet. Enfin, de uitdaging is om de organisatie opnieuw scherp te krijgen en mijn positie daarin duidelijk af te lijnen. Ik heb de hartenkreet van de acteur om meer aansluiting goed begrepen, dus daar werken we aan. Ze zijn van dit bedrijf het hart, dat bloed moet geven én krijgen. Ondertussen hebben ze wel te kennen gegeven dat ze absoluut verder willen gaan op de ingeslagen weg."

Hoe ziet die weg er de komende drie jaar dan uit?

"Ik heb samen met het gezelschap een beleidsplan gemaakt dat staat als een huis. Enerzijds zetten we een aantal lijnen door. De cross-overs wil ik wat genuanceerder aanpakken, omdat het evenwicht daar een beetje zoek is geweest. We deden te veel. Nu ben ik in gesprek met Vandekeybus, Transparant en de Nederlandse componist Michel Van der Aa voor telkens een nieuwe voorstelling. Jonge regisseurs als Ola Mafalaani en Olivier Provily wil ik kansen geven in de grote zaal, terwijl we tegelijk buitenlandse acteurs, auteurs en regisseurs willen blijven aantrekken. Er komt al zeker één grote coproductie per jaar met Johan Simons in Gent. Zelf ga ik mij richten op een aantal huwelijksdrama's: A perfect wedding van Charles Mee, De getemde feeks van Shakespeare en Scènes uit een huwelijksleven van Ingmar Bergman. Anderzijds, en dat is nieuw, beginnen we met een onderzoeksruimte, waar acteurs en regisseurs buiten alle druk een klein hoekje vinden om even iets uit te proberen. Het zal niet resulteren in een nieuw aanbod, maar louter gericht zijn op het proces. Dat zijn toch allemaal vrij nieuwe dingen die heel wat toekomstmogelijkheden bieden."

Met Johan Simons en Theu Boermans waren ook gesprekken aan de gang over de vorming van één groot Amsterdams gezelschap, maar die lijken afgesprongen te zijn op wie de baas moest worden.

"Dat klopt niet. Ik nam inderdaad het initiatief om met ons drieën, regisseurs die toch al wat bewezen hebben, rond de tafel te gaan zitten. Ik wou talent bundelen, tegen de versplintering van het theaterveld in. Want het feit dat je hier sinds Actie Tomaat pas een theatermaker lijkt te zijn als je een eigen gezelschap hebt, heeft vooral nefaste gevolgen gehad. Er heerst nu in heel wat kleine gezelschappen een amateurisme van jewelste. Met Johan en Theu zijn we dan even een artistiek plan gaan afgrazen, maar erg ver zijn we daar niet in geraakt. Theu liet op een bepaald moment niets meer van zich horen. En Johan gaat natuurlijk naar Gent, wat ik hem van harte gun. Wij tweeën hebben een grote vertrouwensrelatie, ook artistiek, maar hij wou nog eens helemaal alleen de kar trekken. Iedereen gaat dus weer zijn eigen weg."

'Ik kan hard en zakelijk lijken, maar zo ben ik eigenlijk helemaal niet'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234